
De laatste raadsvergadering van het jaar kende naar verhouding weinig omstreden punten. En dan was het ook nog eens zo dat de meeste punten binnen de portefeuille van Piet Hein vielen. Ik had het rustig, behalve in het vragenuur dan, want ik wilde nog wel het één en ander weten over het Museum voor Grafische Vormgeving. Ik kreeg daar, tot mijn verbazing, echter nauwelijks tijd voor.
Het vragenuur is er voor bedoeld om actuele vragen aan de wethouders te kunnen stellen. En aangezien de wethouder Cultuur voor de realisatie van het Museum voor Grafische Vormgeving een groot deel van Rijksmonument De Beyerd wilde slopen, maar door de rechter is teruggefloten – iets waar ik hem in eerdere commissies overigens meerdere malen voor gewaarschuwd had – leek het mij goed om oever deze kwestie maar eens wat vragen te stellen.
De voorzitter van de vergadering, de Burgemeester, wist ineens te melden dat er voor het stellen van vragen welgeteld één minuut per fractie per vraag beschikbaar was. Kennelijk een nieuwe regel want ik kon ‘m nergens terugvinden. Ook een regel die vooraf niet aan de raadsleden was medegedeeld, want er waren nogal veel verbaasde gezichten. Op zich is een minuut wel voldoende om alleen de vragen te stellen, maar veel te weinig om de vragen enige context te geven. Dus voor wie het punt een beetje gemist heeft – ter plekke een verhaal inkorten valt best tegen – alsnog na te lezen op mijn web-log.
In de afgelopen weken heeft e discussie rond de totstandkoming van het Museum voor Grafische Vormgeving een voorspelbare, maar desondanks bizarre wending gekregen. Het gaat daarbij niet om het concept van het museum zelf, maar om de sloop van de historische achterbouw van rijksmonument De Beyerd, die noodzakelijk is voor de realisatie van de geplande nieuwbouw. Dat de rechter hier een stokje voor heeft gestoken, heeft is door onder andere GroenLinks al jaren geleden voorspeld. De sloopplannen leverden immers zoveel weerstand op dat het aannemelijk was dat de diverse belangengroeperingen alle mogelijke juridische stappen zouden zetten om vernietiging van dit monument te voorkomen.
Het bizarre zit ‘m meer in de opstelling van het college, die op z’n minst licht autistisch is te noemen. Want ondanks de uitspraak van de rechter, die de gemeentelijke plannen op alle fronten naar de prullenbak heeft verwezen, zegt de wethouder ’tot het gaatje’ te willen gaan en alles in het werk te stellen om de vergunningen voor het museum rond te krijgen. Dat klinkt niet bepaald als de reactie van iemand die zijn blunder erkent en beterschap belooft.
Het verbaast de fractie van GroenLinks in hoge mate dat dit college deze situatie niet heeft zien aankomen. De uitspraak van de rechter gelezen hebbende kan namelijk niemand volhouden dat deze zaak ‘kantje boord’ was en enige kans van slagen gehad zou hebben. Het college heeft in zijn beoordeling een faliekante blunder gemaakt en de plank volstrekt misgeslagen. Mijlenver misgeslagen. Het zet ernstige vraagtekens bij de capaciteit van dit college om juridische procedures in te kunnen schatten en, heel verontrustend, überhaupt bij de beoordeling van de gemeentelijke overheid hoe zij bepaalde procedures zou moeten volgen. Dit bleek eerder al bij de kwestie Teteringen en wordt nu herbevestigd. Het geeft zelfs aanleiding om te twijfelen aan al die procedures waarbij het niet tot een onafhankelijk rechterlijk oordeel is gekomen. Wildhage bijvoorbeeld of, god betere, de BRTS.
Daarmee is dit college tevens mede verantwoordelijk voor het steeds verder afkalvende vertrouwen van burgers in de overheid. Want als dit college zo ongenadig op zijn vingers krijgt, welke basis voor vertrouwen is er dan nog? Het beeld van een overheid die, zonder zich aan welke procedure dan ook iets gelegen te laten liggen, rücksichtslos doet wat het wil, ontstaat al snel. En we weten allemaal hoe het met vertrouwen is: dat komt te voet en dat gaat te paard.
Verontrustend vindt de fractie van GroenLinks eveneens de nu ingeslagen weg: binnen twee weken moet er al een bouwhistorisch onderzoek gedaan zijn. Dat terwijl de wethouder eerder nog beloofde dat een dergelijk onderzoek meer zou inhouden dan ‘een perforator door het materiaal halen en het bundelen’ en dus ook enkele maanden in beslag zou nemen. Heeft de wethouder dan nu alsnog de perforator uit de kast gehaald? Een zelfde twijfel is er over het inschakelen van Dröge, een ongetwijfeld zeer deskundig, maar niet bepaald onafhankelijk adviseur van de gemeente. In hoeverre is zijn oordeel straks in twijfel te trekken, net zoals de rechter dat met het oordeel van Hylkema heeft gedaan.
Wij hebben dan ook de volgende vragen:
1. Gaat de gemeente Breda tegen deze uitspraak nog in hoger beroep?
2. Hoe is het mogelijk dat het college zo’n grove inschattingsfout heeft kunnen maken in dit proces?. Heeft het college al proberen te achterhalen hoe deze blunder tot stand heeft kunnen komen?
3. Is het college inmiddels van mening dat het in planvorming raadzaam is goed naar de critici te luisteren, zeker wanneer deze een inhoudelijke deskundigheid in huis hebben zoals de BrES deze heeft? Gaat het college in de toekomst ook iets doen met deze kritiek, in plaats van deze te verwijzen naar de prullenbak?
4. Welke garanties kan het college geven over de kwaliteit en de onafhankelijkheid van het onderzoek van Dröge, gezien het feit dat hij met enige regelmaat opdrachten van gemeentezijde ontvangt en voor dit specifieke onderzoek wel erg weinig tijd krijgt?
5. Vindt de wethouder nog steeds dat er geen bouwhistorisch onderzoek nodig was? Zo ja, hoe verklaart hij dat de rechter hier totaal anders over denkt?
6. Welke consequenties is Adank bereid te trekken op het moment dat de realisatie van het Museum voor Grafische Vormgeving, duidelijk zijn persoonlijke politieke nalatenschap aan de stad Breda, vroegtijdig dreigt te stranden?
De wethouder kreeg van de burgemeester drie minuten om te antwoorden. Dat was veel te lang voor Adank. Na twee minuten begon het namelijk behoorlijk op te vallen dat hij alleen maar om de hete brij aan het heen danste. Een heel groot eind ervandaan zelfs.