
Om de afgelopen verkiezingscampagnes te evalueren en te om eens te peilen hoe mensen tegen de partij aankijken, organiseerde GroenLinks een negental regiobijeenkomsten. Eén ervan was in Breda. Dat werd dus weer lekker binnen zitten, terwijl buiten de zon scheen.
Ik had ook een rolletje gekregen op deze dag. Want hoewel de bijeenkomst er deels voor bedoeld was om mensen kritisch te laten kijken naar het functioneren van de partij, mocht het ook niet te negatief worden. Niets zo fnuikend voor mensen als blijven hangen in alles wat er niet optimaal gaat.
Aan mij de taak om een positief half uurtje te ‘doen’. Ik was dus eigenlijk een soort Emile Ratelband, maar dan zonder tsjakkaah. Waarom zijn jullie lid geworden van GroenLinks? Wat spreekt jullie aan? En allengs kwamen steeds meer positieve opmerkingen uit de zaal.
“Wie is er trots op om GroenLinkser te zijn?”, vroeg ik tegen het einde van een ineens volstrekt vrolijk groepje mensen. Iedereen stond op en verklaarde zijn liefde aan, of op zijn minst verbondenheid met de partij. “En wie is er trots op om Nederlander te zijn?”, vroeg ik vervolgens. Weer stak iedereen de hand omhoog.
Het is te makkelijk.