Homo Photograficus – za 25 okt. 2008

Breda Photo 2008

Voor het eerst sinds drie jaar werd er in Breda weer een editie van Breda Photo gehouden. Het Chassé Park vormde het decor voor metershoge prints van foto’s van fotografen van alle hoeken van de wereld, waaronder ook een expositie van de vermaarde Martin Parr.

De organisatoren waren terecht trots en hadden een rondleiding geregeld voor de cultuurwoordvoerders van de gemeenteraad. Ondertussen informeerden ze ons over de financiële huishouding van het festival, de toekomstplannen en de rol van de gemeente in het geheel.

Het viel te verwachten: de gemeentelijke bijdrage zou wel wat omhoog mogen. Zonder nu meteen blanco cheques af te geven, kan ik daar wel inkomen. Juist vanwege het feit dat een deel van de exposities buiten te zien is, maakt het een laagdrempelig en toegankelijk festival. En het festival past ook prima binnen het thema beeldcultuur, waar Breda zich mee wil verbinden.

Het begint ergens op te lijken: een bijzonder sterke editie van Breda Photo, eerder dit jaar de eerste eeditie van het Graphic Design Festival en in het voorjaar van 2009 een filmfestival dat zich met name richt op films op het snijvlak van vormgeving en beeldcultuur. Dat klinkt nu nog wat vaag, maar ik heb er alle vertrouwen in dat deze drie festivals, samen met het Graphic Design Museum een stevig fundament zijn voor de culturele profilering van Breda.

Homo Excogitens – wo 11 juni 2008

opening

Eindelijk was het zover: het Nationaal Museum voor Grafische Vormgeving, inmiddels omgedoopt tot Graphic Design Museum, werd geopend. Door niemand minder dan hare koninklijke majesteit, de koningin.

De openingshandeling was dan wellicht niet heel spectaculair, het museum zelf is meer dan de moeite waard. Niet zomaar een affiche-museum, maar een overzicht van de veelheid aan disciplines binnen de vormgeving. De rood-gele ontwerpen van Van Nelle koffie bijvoorbeeld, of het papiergeld van de bejubelde Ootje Oxenaar.

Aanvankelijk waren de raadsleden weggestopt in het museumcafé, vanaf waar zij de opening vanaf een beeldscherm konden volgen. Op het laatste moment werd deze misser nog enigszins rechtgezet door in ieder geval de fractievoorzitters nog een plaats te geven in het auditorium. Bij de koningin dus.

Nu heb ik zelf niet de indruk dat hare majesteits glorie op mij afstraalt door in dezelfde ruimte te zitten en heb ik ook niet de behoefte gevoeld om haar aan te spreken of een handje te geven. Mij dunkt dat Beatrix al door genoeg mensen wordt lastiggevallen. En uiteraard waren er ook onder de 225 genodigden mensen die het niet konden laten de koningin vast te leggen op fototoestel of telefoon. Gênant. Je vraagt je onwillekeurig af of dit soort plichtplegingen haar niet de koninklijke strot uitkomt.

Gelukkig heeft de koningin een bijzondere belangstelling voor kunst en design. Dat de rondleiding door het museum haar uitermate goed bevallen is, geloof ik dan ook meteen. Ik kan ‘m iedereen in ieder geval van harte aanbevelen.

Homo Artificiosus – za 17 mei 2008

Veilingmeester Van der Velden

De voormalige kunsthal De Beyerd had nog enkele stukken in eigendom waar ze niet zoveel meer mee konden. Het past niet in hun nieuwe functie als Nationaal Museum voor Grafische Vormgeving. De stukken werden geveild onder de leden van de Business Club. En de raad had ook een tafel.

Interessant fenomeen, zo’n veiling. Het begint met een paar glazen gratis champagne en een diner met diverse soorten wijn. Pas dan begint de veiling.

Nu had ik me voorgenomen om niet te bieden. Maar eerlijk is eerlijk, ik had mijn oog ook al een beetje laten vallen op twee interessante kavels. Dus toen de bieding op een glazen tafel van Le Corbusier zo tegen de tweeduizend euro begon te lopen, besloot ik me er ook maar eens mee te gaan bemoeien. Meneer Akinci zou wel even laten zien dat hij niet onder doet voor de leden van de businessclub die op hun vrije zaterdagavond even een paar kunstwerkjes komen kopen.

Nadat er aanvankelijk nog twee andere bieders waren, ging het al snel alleen nog tussen de gemeentesecretaris, die zich namens het gemeentebestuur kon bedienen van het collegebudget, en ondergetekende. Enkele keren boden we tegen elkaar op, het bedrag nog met een euro of vierhonderd omhoog stuwend, maar bij de 2600 euro hield ik het voor gezien. Iets te duur voor een tafel die de eerste de beste keer dat er een vriend langskomt en iets te onbeholpen zijn voeten op tafel rust ongetwijfeld zal breken.

Een tweede in mijn ogen boeiend kavel bestond uit een serie van vier foto’s van de conceptuele Engelse kunstenaar Stephan Willats. ‘Living in Isolation’ toont een desolaat DDR-landschap van betonnen flats met daarin afbeeldingen van de mensen die er leven. Vrijwel niemand vond het mooi en k kan me ook niet voorstellen dat dat de bedoeling van Willats was toen hij in 1979 het vierluik maakte.

Dit maal was het de museumdirecteur die mijn laatst overgebleven tegenbieder was. En dit maal gaf hij het op. Waarmee ik de nieuwe eigenaar ben van een 2600 euro kostend kunstwerk, exclusief btw.

Een veiling is net een casino, stel ik me zo voor, alhoewel ik nog nooit in een casino ben geweest. De sport van het tegen elkaar opbieden, de adrenaline, godbetere, misschien zelfs testosteron. Tegelijk is het ook pervers. De marktwaarde die door veiling bepaald wordt, staat soms in schrik contrast met de culturele waarde. Een simpele offsetprint van Picasso uit een oplage van 300 ging voor veel meer dan de geschatte waarde terwijl een werk van Carel Visser, geschat op zo’n achtduizend, bleef steken op niet veel meer dan een derde van dat bedrag. De koper mag zich rijk rekenen.

Homo Visens – do 10 apr. 2008

op bezoek in het Museum voor Grafische Vormgeving

De commissie Mens en Maatschappij wilde een rondleiding door de nog net niet afgewerkte nieuwbouw van het Museum voor Grafische Vormgeving. Ik had nog gehoopt op plaatjes van politici met knalgele beschermhelmen op, maar dat viel tegen.

„Waren wij nu uiteindelijk voor of tegen het museum”, vroeg Rian me aan het begin van de rondleiding. Dat was een moeilijke vraag. Onze fractie was namelijk ooit voor (pro-cultuur), toen tegen (te duur), toen weer voor (het geld is gevoteerd, nu gaan we met een positieve houding meedenken), toen weer tegen (ja, maar we gaan natuurlijk niet een deel van het monumentale gebouw slopen), toen weer voor (het is nu toch al gesloopt en nu gaan we er potjandorie ook het mooiste museum van Nederland van maken). Ik kwam tot de conclusie dat we vier keer voor en drie keer tegen zijn geweest. Per saldo waren we dus voor.

Dat nu uitgerekend de GroenLinks-wethouder er voor zorgt dat het museum op tijd en ook nog eens binnen het beschikbare budget afkomt, mag in het Bredase om tal van redenen een wonder heten. Aan de andere kant, we waren het eigenlijk ook wel aan onze stand verplicht.