
De gemeenteraad had een schoolreisje. Langs het Huis der Kunsten, Electron, de Tripple O-campus en de nieuwe game-academy NHTV. Het was een schoolreisje Onderwijs, Cultuur en Economie. Wat die drie dingen met elkaar te maken hebben? Kijk, dat is nu modern besturen.
De oude bestuurder wil goede wegen en verbindingen en goedkope bedrijventerreinen om daarmee zoveel mogelijk werkgelegenheid naar de stad te trekken. De moderne bestuurder wil daarnaast ook een dikke glasvezelkabel naar de stad, een eredivisieclub, een filiaal van Holland Casino en een prettig uitgaansklimaat. De postmoderne bestuurder tot slot, wil daarbij ook nog een weelderig cultureel klimaat. Creativiteit als nieuwe vestigingsfactor voor grote Amerikaanse ondernemingen. Het moet niet gekker worden.
Gevolg van deze nieuwe economische benadering was dat de voormalig wethouder van cultuur, André Adank, het ene jaar nog breeduit in de krant zijn natte dromen over het Montmartre aan de Mark liet uitmeten, om een jaar later de Belcrum weer te vergelijken met SoHo, verwijzend naar New York. Lang leven de grootheidswaanzin.
Het is een interessante gedachte om te bekijken wat een rijp cultureel klimaat economisch voor de stad kan betekenen. Maar de vergelijking gaat mank. Met economische aantrekkingskracht als uitgangspunt, zal het cultureel klimaat in Breda niet verbeteren. Pas als cultuur en creativiteit beschouwd wordt als eigenstandige waarde, kan de stad uitgroeien tot een aansprekend cultureel centrum voor de regio. Elk economisch gewin dat daaruit voortvloeit is mooi meegenomen, maar mag nooit uitgangspunt zijn.