Niets bijzonders – wo 7 jan. 2004

’s Ochtends fractie, daarna werken, ’s avonds commissie cultuur. Op de agenda stond onder andere het Huis der Kunsten. Het Huis der Kunsten is nou een prachtig voorbeeld van een idee dat is ontstaan vanuit de amateurkunst. Zij lanceerden al jaren geleden het idee om een podium te realiseren voor alle amateurkunstgroepen in Breda. Een podium waarop toneel, muziek, dans en allerlei andere podiumkunsten op vertoond kunnen worden. Een gebouw waarin kunstvormen elkaar ontmoeten, elkaar bevruchten en elkaar aanvullen. Kruisbestuiving, cross-over, geef het beestje maar een naam.

In het begin waren de grote partijen terughoudend. Ze vonden het idee wel sympathiek, maar, zoals altijd in Breda als het woord sympathiek in de mond genomen wordt, geld had niemand er voor over. Sterker nog: wethouder Adank zei enkele jaren terug nog dat we niet in gebouwen moesten denken. Vrij vertaald: je krijgt niks.

Inmiddels is de wethouder daarvan teruggekomen. In navolging van GroenLinks, SP en D’66 die al geruime tijd voorstander waren van het Huis der Kunsten, is nu ook het college om. Het huis der Kunsten mag in het oude gebouw van PARA gaan zitten en krijgt daar het benodigde geld voor, zij het vooralsnog een beetje zuinig. Heel de commissie was dan ook tevreden met het voorstel. Behalve, opvallend genoeg, Matty Boidìn van het CDA. In een voor haar doen streng pleidooi waarschuwde de wethouder dat het Huis der Kunsten alleen maar voor de amateurkunst was bedoeld en dat er dus beslist geen professionals op het podium mochten komen te staan. Want dan, dreigde ze, draait het CDA de geldkraan dicht.

Verbazing alom, hoe kon het CDA op deze manier het onderwerp ‘kapot praten’, zoals wethouder Adank (nota bene zelf ook CDA) het formuleerde. Het was duidelijk dat het CDA het concept van het Huis der Kunsten niet begrijpt. Wanneer je een plek wilt hebben waarop kunstvormen elkaar ontmoeten, waar de ontmoeting centraal staat, kan het niet anders dan dat er ook wel eens een professional op het podium staat. Daarnaast vind ik het onderscheid tussen amateur en professional bijzonder vervelend. Ben je een prof wanneer je er je geld mee verdient, of wanneer je ergens goed in bent. En bij politici? Bijna niemand van ons verdient zijn geld uitsluitend met het raadswerk. Maakt dat ons amateurs? Als je het niveau van sommige discussies bekijkt, zou je het wel zeggen.

Auteur:

Dutch local politician for the environmentalist party GroenLinks, tends to be serious at times but usually has a slightly absurd and overall happy and sunny mental disposition.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *