
Ik kon gisteren weer eens niet slapen. Dus keek ik allemaal Star Trek afleveringen die ik al gezien had. Waardoor ik veel te laat naar bed ging. En de wekker een paar uur later veel te vroeg afging. Dus draaide ik me nog maar een half uurtje om. Om daarna toch maar aan het werk te gaan.
Behalve de dagelijkse kwelling van het opstaan, was het voor de rest eigenlijk een heel aangename dag. Zowel de raadsfractie in Breda als de kamerfractie in Den Haag zijn weer ontwaakt van het zomerreces dus het werk begint zich langzaam op te stapelen. Marjan, de secretaresse van ‘mijn’ wethouder Wilbert Willems belde tussen de bedrijven door op om mijn vrijdagen tot het eind van het jaar vol te plannen met afspraklen met Wilbert. En ook het landelijk partijbestuur is terug van reces. Zo kon ik aan het eind van de werkdag per trein door naar het partijbureau in Utrecht om daar bij de vergadering aan te schuiven.
De agenda van de eerste vergadering na de zomer stond meteen vol gewichtige punten. De laatste bespreking van het verkiezingsprogramma bijvoorbeeld, of de plannen voor de komende verkiezingscampagne. Ik had alle documenten al eerder voorbij zien komen en ze kregen opnieuw mijn instemming en mijn zegen.
Rond half twaalf kwam ik thuis aan. De tas plofte op de grond. Biertje uit de koelkast, peuk in mijn bek. Heerlijk, van die overvolle dagen. Dan merk je ten minste niet dat je iets mist.
“Biertje uit de koelkast, peuk in mijn bek.” – klinkt als een echte man!
[sÇ: does it take one to know one?]
Tja, klinkt toch als de onder ons nederlandse mannen alom bekende symptomen van chronisch sexgebrek, wat helemaal zo’n platte constatering niet is als je je beseft dat (ware) liefde en sex ook een continuum (behoren te) zijn. Serieus, als je maar lang genoeg zonder aanraking zit (van vrouwtjes-specimen ;:-} in mijn geval), gaat je lichaam (voor mijn gevoel bij mannen erger dan bij vrouwen) op de ‘self-destruct’ modus. Wordt je bleek en slapeloos enzo… Het leven gaat niet over rozen voor die paar nog in verzet verkerende in ware liefde gelovers.
Maar wie weet komt nog net op tijd iemand met dat lang verloren gewaande recept van die toverdrank, wittewel…
[sÇ: ik bedoelde eigenlijk het acht uur journaal]