
De zaterdag voor kerst. Alle broodnodige inkopen zijn gedaan, ook al is de supermarkt ook op zondag voor de gelegenheid nog open. ‘s Avonds bij Liesbeth en Joris een biertje gaan drinken. Een goede gelegenheid om het meest bizarre verhaal van de afgelopen week in visserslatijn te vertellen.
Het ging over onze vrienden van de belastingdienst. Al jaren betaal ik mijn belasting achteraf, een gewoonte die ik over heb gehouden aan mijn tijd als freelancer. Daarnaast is het, gezien het feit dat mijn inkomen van diverse bronnen afkomstig is, ook gewoon makkelijk. Ik moet namelijk altijd bijbetalen.
Dit jaar had ik in Augustus mijn aanvullende belasting over 2005 betaald. Nog geen maand later kreeg ik ineens een voorlopige aanslag voor 2006. Of ik die voor 31 december wilde betalen. Vooruit dan maar weer dacht ik.
Nu was ik die brief natuurlijk al weer kwijt en dus belde ik met de belastingtelefoon, waar een dame mij na 10 minuten ‘eternal flame’ van de Bangles mij welwillend te woord stond. Logisch, ik wilde immers betalen. Of ze mij even het betalingskenmerk kon doorgeven en het exacte bedrag. Nu was het betalingskenmerk zo opgehoest. Het exacte bedrag dat ik moest betalen, mocht ze me echter niet vertellen.
Hoe moet ik dan betalen, vroeg ik? Tsja, wij mogen geen privacygevoelige informatie doorgeven. Stel nu dat U niet Uzelf, maar Uw werkgever bent. Toen ik bijna besloot kwaad te gaan worden, omdat ik al vreesde voor een boete wegens te laat betalen, werd de dame toch nog behulpzaam. Ik kan U vertellen dat het om hetzelfde bedrag gaat als Uw naheffing van vorig jaar. Waarna ik haar vriendelijk bedankte voor haar welwillende medewerking.
Toen ik opzocht hoeveel het was, schrok ik weer even. Twee naheffingen in een jaar zijn toch een behoorlijke aanslag op de bankrekening. Vandaar waarschijnlijk ook dat ze het belasting-aanslag noemen. Zou de terrorisme-coördinator daar niets aan kunnen doen?