Beraad – di 18 apr. 2006

Tweede paasdag is normaal een vrije dag. Maar vanwege de onderhandelingen had de fractie weinig tijd gehad om bijeen te komen. En dus besloten we op maandag toch maar bijeen te komen. Op dinsdag zou het er immers allemaal niet van komen. ’s Avonds zou de ledenvergadering van GroenLinks zich uitspreken over het bereikte onderhandelingsresultaat. En ’s Middags werd ik in de Tweede Kamer verwacht voor het maandelijkse Strategisch Beraad. En tot overmaat van ramp moest ik ook mijn auto nog naar de garage brengen.

Auto’s hebben de onhebbelijke gewoonte om problemen te gaan veroorzaken wanneer je geen tijd hebt om ze naar de garage te brengen en eigenlijk ook geen geld hebt om de reparatie te betalen. Dat is niet zo heel bijzonder, want dat is bij mij zo ongeveer altijd het geval.

Treinen hebben doorgaans ook een onhebbelijke gewoonte. Want hoe erg je zelf ook op tijd bent, je kunt op de NS rekenen om ervoor te zorgen dat je alsnog meer dan een half uur te laat op je eindbestemming arriveert. Deze keer was geen uitzondering.

Sinds de NS treinen met slechts enkele minuten vertraging op stations laat wachten zodat treinen die wel op tijd aankomen volgens de dienstregeling kunnen blijven rijden, is het stappen op een licht vertraagde trein een levensgevaarlijke onderneming. Ik vertrok in Breda met slechts vijf minuten vertraging, maar kwam 32 minuten te laat aan in Den Haag. Althans, volgens mijn agenda. Volgens het informatiebord van de NS op station Den Haag C.S. was de trein slechts twee minuten te laat aangekomen. Ergens tijdens mijn reis was de trein waar ik in zat namelijk ineens de volgende trein geworden. Alleen had er geen enkele conducteur de moeite genomen dat ook aan de passagiers mede te delen.

Gelukkig ging de rest van de dag wat voorspoediger. De ledenvergadering heeft het onderhandelingsresultaat goedgekeurd en daarmee is het laatste groene licht gegeven voor de groenlinkse deelname aan het college. En ondanks het feit dat ik het avondeten voor de zoveelste keer heb moeten laten schieten, smaakte het bier er niet minder om. In de politiek is er altijd wel een reden voor een klein feestje. En anders verzin je ze gewoon.

Strategisch Beraad – ma 30 jan. 2006

Sinds de ooit zo ruime stationshal in Breda zo’n tien jaar geleden is omgebouwd tot stijlloos winkelcomplex met onder meer een filiaal van een vlaaienketen en een platenboer, kun je je geen haast meer veroorloven. Om te zorgen dat de passant zoveel mogelijk winkels tegenkomt, is de uitgang recht tegenover de tunnel naar de perrons afgesloten. Een economisch winstgevende omweg. Het winkelend publiek kent geen genade voor de rennende treinpassagier.

Nederlanders kennen ook geen roltrapetiquette. Het is immers de bedoeling dat de roltrapgebruiker rechts gaat staan, zodat gehaaste reizigers de linkerkant van de roltrap kunnen benutten om hun trein te halen. Helaas beheerst ons polderland dit prachtige Engelse gebruik niet. En zo kon het gebeuren dat ik mijn trein naar Den Haag recht voor mijn neus zag vertrekken. Alle goede bedoelingen ten spijt, werd ik alsnog genoodzaakt de auto te pakken.

Ik kwam nog net op tijd in de Tweede Kamer voor het Strategisch Beraad van GroenLinks. Waarna ik met partijvoorzitter Herman nog wat ging eten, alvorens ik terug in Breda nog een eigen fractievergadering kon bijwonen. Er waren die week drie commissies, de laatste loodjes voor de verkiezingen.

De trein – di 17 jan. 2006

De trein heeft romantiek. Nu is die romantiek, geef ik ronduit toe, de laatste jaren snel minder geworden als gevolg van het afschaffen van de rokerscoupé en het volledig loslaten van de stipte dienstregeling. Ik moest denken aan de vele momenten van inspiratie die de Nederlandse Spoorwegen mij hadden bezorgd. Zoals die ene keer, op 22 oktober 2000, toen terugreizend van Schiphol naar huis, ineens die mooie jongen tegenover me ging zitten.

Schuw kijkend, rond en uit het raam
Ik kijk je aan, je wend je af,
steekt nog een Gauloise op,
en esemest met iemand die je kent.

In Dordrecht stap ik uit
en vraag hoe ver je nog
verder moet – tot Vlissingen.

Als je wegrijdt kijk ik even,
zwaai je na en denk ik voor
een ogenblik
Oh was ik maar jouw gee-es-em.