Homo Resurgens – vr 5 jan. 2007

Eerste deur open, binnen gaan, deur sluiten, jas ophangen, handen ontsmetten en dan pas door de tweede deur naar binnen. Je mag in de Daniël de Hoedkliniek niet zomaar bij mensen op bezoek.

Althans, niet als ze in quarantaine liggen. En daar lag nu net de vriend in kwestie bij wie ik op ziekenbezoek ging. Al drie-en-een-halve week lang. Ik geloof niet dat er dingen waren die ik moeilijker te verkroppen vond dan dat er bij hem voor de derde keer in twee jaar tijd lymfklierkanker werd geconstateerd. En dat ‘ie zich dus weer door een zware chemokuur moest heen bijten.

Drie maal moet scheepsrecht zijn, zullen de artsen gedacht hebben. Want hij kreeg er meteen een beenmergtransplantatie bij. In de hoop dat het nieuwe afweersysteem dat ie zou krijgen zelf het gevecht met de kanker aan zou gaan.

Hij zag er goed uit. Nadat ‘ie de afgelopen weken had ervaren hoe het voelt om een vaatdoek te zijn, begonnen de nieuwe stamcellen ineens te werken. Hij was vrolijk. Hij had immers eerder die dag te horen gekregen dat ‘ie de volgende dag naar huis mocht. Na 24 dagen al, terwijl er normaal vier tot zes weken voor staat. Het nieuwe jaar kon met dit nieuws niet beter beginnen.

Feestje – za 25 sept. 2004

Toen ik om kwart voor elf voor de eerste keer wakker werd, besloot ik die dag maar als verloren te beschouwen. Ik draaide me voorzichtig om in mijn slaapzak en haalde mijn arm open aan de iets te scherpe rits.

De vorige avond was ik bij Jaap gaan eten. In eerste instantie zou hij mee gaan naar het feest in Utrecht, maar daar was hij op terug gekomen. Het was voor hem een intensieve week geweest. Dus toog ik alleen verder naar Utrecht.

Cbi vierde zijn verjaardag (samen met een mij verder onbekende Monique, een leuke meid met een hele vette hanekam) in de mega-keuken van het studentenhuis. Drank in overvloed aanwezig in de smaken bier, wijn, vodka en het sinds de opheffing van het verbod erg populaire Absinth.

Hoewel Cbi vanwege zijn kuur de hele avond verplicht nuchter bleef, verliep de rest van het feestje volgens vast stramien en na verloop van tijd was het gros van de bezoekers dan ook onder invloed van drank of anderszins. Op een gegeven moment was zelfs het broertje van de gastheer kwijt (na achteraf bleek als gevolg van een pilletje of twee; heeft zes uur lang verdwaald door Kanaleneiland gelopen en is daarbij ook nog eens door zijn enkel gegaan). Al met al leverde het feest genoeg leuke tafereeltjes op, waaronder bovenstaande foto. Rond een uur of vijf gaan slapen. Het feest ging daarna nog drie uur door, waarna Cbi de dweil ter hand nam om nog tot elf uur ’s ochtends de vloer te schrobben (bikkel!).

Goed, ik werd dus nog een aantal keren tevergeefs wakker, maar om twee uur besloot ik definitief mijn slaapzak te verruilen voor een douchecabine. Een klein uurtje later reden Cbi en ik op de snelweg, op zoek naar een pompstation met kaasbroodjes en koffie. Cbi moest die avond optreden met zijn band Conquestador en deze band verzameld altijd in Tilburg. Ik reed door naar Breda. Net op tijd voor Star Trek Voyager.

Net niet Parijs – zo 1 aug. 2004

Rare jongens, die Belgen. Peeters: kaas en wijnboer annex colporteur in sokken en ondergoed

Aangezien Florance voorlopig is uitgesteld om gezondheidsredenen (zie web-log za 24 juli 2004) had ik bedacht dat we dan maar moesten lunchen in Parijs. Het is een gek idee dat ik wel vaker heb, even naar Parijs gaan. “You rock my weekend”, was het antwoord van Cb en dus gingen we.

Voorbij Antwerpen werd het zicht door de achterruit al erg belemmerd door een modderachtige substantie tegen de ruit, en voorbij Kortrijk ging ineens het olielampje branden. De motor stond helemaal droog. Gelukkig heb ik altijd olie bij me en al was het nog maar een kwart liter, we kwamen ermee tot de volgende pomp, waar ik er nog een litertje heb bij gegooid.

Het mocht niet baten: nog geen uur en 100 kilometer later ging het lampje opnieuw branden en, na het bijvullen weer honderd kilometer verder gereden te hebben, herhaalde zich het ritueel voor een derde keer. Zo’n 160 kilometer voor Parijs en al te laat voor de lunch (een diner kon natuurlijk nog wel) stonden we voor de moeilijke keuze: door gaan of omkeren. Het is omkeren geworden, mede aangezien ik altijd nog iets meer gehecht ben aan m’n Ford Escort dan aan een croissant in Parijs.

Het werd dus Gent (voor niets 6,80 aan tol betaald). Waar we naar een wandeling door de binnenstad belandden in een aardig restaurantje waar Cb zich heeft gewaagd aan een Gentse Stoverij en ik een Tournedos kreeg voorgesteld met een niet te versmaden roquefort-saus. Na nog een lange stadswandeling (altijd onthouden waar je auto geparkeerd staat maar vooral hoe je er weer geraakt) vervolgden we onze reis terug naar Breda, in de parkeergarage in Gent een vervelende plas olie achterlatend.

K… – za 24 juli 2004

Het was allemaal wat onduidelijk, maar misschien zouden we samen naar Italië gaan. Het was een beetje onzeker wie er mee zou gaan. En voor hem nu ook. Hij bleek namelijk ‘een beetje’ ziek te zijn. Lymfklierkanker. En dat vond hij zelf toch ook een ‘beetje vervelend’. Woensdag weet ‘ie meer. Tot die tijd is hij wat mij betreft de koning van het eufemisme.

Soms vraag je je af hoe goed je iemand kent. Goed genoeg om me hier in ieder geval heel erg druk om te maken.