Homo Serotinus – ma 11 dec. 2006

dienstregeling wordt aangepast

De radio meldde dat er maar één trein later reed dan volgens de nieuwe dienstregeling de bedoeling was. Vreemd dat dan zowel een collega uit Arnhem als ikzelf nu net in die ene vertraagde trein zaten. Vooral omdat we niet in dezelfde trein zaten.

Gelukkig bleef de echte chaos uit. Gelukkig, want nadat mijn werkdag was begonnen met een bijeenkomst in Utrecht, moest ik daarna ook door naar Den Haag. Dat verliep allemaal volgens het boekje. Daar had de NS trouwens ook al voor gewaarschuwd: de verbindingen binnen de randstad worden beter, alles daarbuiten wordt niet beter. Wij provincialen blijven immers tweederangs burgers. Logisch.

Maar laat ik eens niet alleen maar de negatieve kanten belichten. Mijn eigen dagelijkse trein naar Den Haag doet er volgens de nieuwe dienstregeling dan wel iets langer over, maar voordien was die trein altijd langzamer dan de dienstregeling voorhield. Per saldo ga ik er dus niet of nauwelijks op achteruit. En wat is twee minuten op een mensenleven?

Homo Praematures – di 31 okt. 2006

treininterieur

Ik had me vast voorgenomen vandaag het record vroeg-op-het-werk-verschijnen te verbreken. Ik had er ook alle aanleiding voor, aangezien ik vandaag ook eerder dan normaal weg moet voor de gezamenlijke commissiebehandeling van de begroting 2006 in Breda. Tussen droom en daad staan wetten in de weg. Of, in dit geval, praktische bezwaren.

De wekker wekte me, zoals de avond ervoor afgesproken, netjes om enkele minuten voor vijf. En zoals ’s winters gebruikelijk, lukte het me niet om meteen op te staan. Gelukkig viel ik ook niet meteen weer in slaap, ook al was daar alle aanleiding toe. Een warme douche en een klodder gel later, liep deze jongen vrolijk rokend naar het station.

Daar werd ik getroffen door de desillusie. Dacht ik aanvankelijk nog dat ik net de trein had gemist, al ras ontdekte ik de fatale fout in mijn denken. In Breda rijden ’s morgens om 5.46 nog helemaal geen treinen naar Breda. Het is fysiek dan ook onmogelijk om per trein vanuit Breda eerder dan om 7.30 bij de Tweede Kamer aan te komen. Net zo min als het dus mogelijk is eerder op het werk te verschijnen dan collega Peter, die er een punt van maakt om dagelijks om 7.34 stipt zijn eerste kopje koffie uit de automaat te trekken. Help, ik wil nachtnet.

Homo Mobilis – ma 16 okt. 2006

trainspotting

Enkele dagen geleden schreef ik hier nog vol trots dat treinreizigers waarschijnlijk tot de meest geduldige en tolerante mensen ter wereld behoren. Ik kon toen niet vermoeden dat de NS zo kort daarop mijn geduld danig op de proef zou stellen.

Ik heb het natuurlijk ook allemaal aan mezelf te danken. Want was ik als raadslid in Breda destijds niet enthousiast voorstander van de ontwikkelingen in de spoorzone en de nieuwbouw van het NS-Station? Inclusief de aanleg van een derde perron. En dit weekeinde en een groot deel van de rest van de week zijn de baanvakwerkers van NS-opvolger ProRail dus bezig om het nieuwe spoor van dat derde perron aan te sluiten op de rest van het spoornetwerk. Met alle gevolgen voor het treinverkeer tussen Breda en Den Haag.

Want, een ervaren treinreiziger weet al wat dat betekent, die trein reed dus niet. En zo stapte ik dus om drie minuten over half zeven in de trein naar Lage Zwaluwe, waar ik om zeven over zeven op het stopt-op-elk-overbodig-station-treintje stapte. In Dordt probeerde ik nog aan een conductrice te vragen of er een snellere manier was om in Den Haag te komen, maar de dame in kwestie wist mij, na raadpleging van haar palmtop, niet meer te vertellen dan dat het waarschijnlijk het veiligst was om gewoon in de betreffende boemel te blijven zitten. Ondanks een diepgevoeld wantrouwen, respecteerde ik haar antwoord.

Tot ik de ingeving kreeg even mijn laptop op te starten en via de draadloze wifi-verbinding de NS Reisinfo te raadplegen. Die mij wist te vertellen dat op perron 1b enkele minuten later een trein zou vertrekken die alleen in Rotterdam en op Holland Spoor zou stoppen. Ik klapte het scherm dicht, frommelde mijn NRC in mijn tas en sprong nog net op tijd uit de trein voordat deze vertrok naar weer het volgende vinex-stationnetje op de route.

De reis verliep verder voorspoedig. Dat gold helaas niet voor de terugweg, waarbij de volledige inhoud van de reguliere trein naar Breda zich in een half zo korte stoptrein naar Roosendaal probeerde te proppen. Indiase taferelen. Mijn gemeende excuses aan de mede-reizigers. Jullie hebben het allemaal aan mij te danken. En 38 collega-raadsleden natuurlijk.

Homo Praematurus – ma 9 okt. 2006

magisch moment met morgenzon

Volgens mij had ik voor het eerst van mijn leven op maandag de trein van kwart over zes. Een fijne trein, kan ik U mededelen. Hij is zo heerlijk leeg namelijk.

Men zegt over treinreizigers dat het zo’n heerlijk tolerant volkje is. En doorgaans is dat ook zo. Wij laten ons niet in de war brengen door een vertraginkje hier of een omlegging daar. Uren later dan de geplande aankomsttijd kunnen wij ons ergens op een route bevinden waarvan we niet wisten dat die via de grootst mogelijke omweg ook naar onze plaats van bestemming leidt, zonder dat er enige noemenswaardige poging tot treinkaping of revolte aan voorafgegaan is. Voor de veel te dure koffie die smaakt naar iets dat bijna, maar net niet helemaal het tegenovergestelde is van koffie, betalen we met een vriendelijke glimlach €1,50. En het is dus geen wonder dat we een uur lang zonder zitplaats kunnen overleven, zonder daar ook maar enigszins zenuwachtig van te worden. Zelfs als er huilende babies in datzelfde balkon zitten.

De trein van kwart over zes is hemels. De uitgestrekte ruimte van de coupé, geheel voor jezelf. Volledige contrôle over de temperatuur van de kachel (koud), de positie van de deur (open) en de stand van het raam (neerwaarts). Als ik had gewild, had ik zelfs een sigaret op kunnen steken zonder dat iemand me een strobreed in de weg had gelegd. Het is de droom van elke treinreiziger.

Terwijl de ochtendwind zachtjes in mijn nek blies keek ik naar de opkomende zon. Helemaal opgepept van deze reis zou ik om 7.30 klaarwakker op mijn werk aankomen. En het voordeel van zo vroeg arriveren: de werkdag is anderhalf uur productiever dan normaal.

Homo Perfectus – di 26 sep. 2006

...

Soms zie je ze in een oogwenk voorbijflitsen. Zonder het beeld helemaal helder in je te hebben opgenomen, weet je dat er iets bijzonders aan de hand is. Zonder jezelf helemaal in de hand te hebben, laat je je meevoeren in dezelfde richting, hopend op nog een glimp.

Het was gisteren mooie mannendag op Den Bosch Centraal. Ik was daar ‘s middags eventjes vanwege de verplichte overstap voor mensen die van Breda naar Utrecht willen rijden. Een nodeloze omweg dankzij het nog steeds ontbreken van een directe verbinding Breda Utrecht, maar vandaag maakte dat even niet uit.

Toen ik in Breda nog even snel een kaasbroodje wilde kopen bij c’est du pain baalde ik nog even flink van de trage tut die maar niet op wilde schieten. Zij kostte mij precies mijn trein. Achteraf prijs ik haar voor haar toen nog misplaatste onthaasting. Stel dat ik een half uur eerder op Den Bosch was, dan had ik het wellicht allemaal gemist.

Kort, een enkele tel slechts. Wie langer zou kijken, ontdekt na verloop van tijd toch weer imperfectie of asymmetrie. Die kortstondige momenten van volledige volmaaktheid, waarop de tijd even een pas op de plaats maakt, de wereld even iets langzamer beweegt, het zijn de kleine geneugten die de treinreiziger een vitale voorsprong geven op de filerijder. Als een ogenblik later de tijd zijn eigen tempo herpakt en het overrompelende geluid van de realiteit weer binnendringt, is het beeld verdwenen. Wat nog enige tijd blijft, voordat ook dat wegsterft, is het gelukzalige gevoel dat de wereld het even goed met je voor had. Nu weet ik het zeker: ik doe mijn auto weg.

Homo Tardus – do 20 juli 2006

De trein kwam eerst vijf minuten later. Vijf minuten later kwam de trein helemaal niet meer. Iets met een aanrijding. Het zijn zo de kleine ergernissen in het leven.

Gelukkig heeft de NS tegenwoordig de meer-dan-29-minuten-vertraging-dan-geld-terug-regeling. En daar maak ik dan ook dankbaar gebruik van. Moest ik daar als maandkaarthouder of reiziger met losse kaart nog langdradige formulieren voor invullen, als Jaarkaarthouder kan dat met een simpel forumliertje op Internet.

De betaling kan zes weken op zich laten wachten. Ik ben benieuwd. Zou het lukken om die transactie wèl tijdig af te wikkelen? Als dat zo zou zijn, dan kan vertraging ineens weer best wel leuk worden.

Homo Vorens – wo 19 juli 2006

De trein terug vertrok precies op tijd. Helaas stond ik niet op tijd op het perron. En dus had ik 29 minuten te doden op Den haag centraal. Niet het leukste of esthetisch meest hoogstaande station van Nederland. Dus dan blijft er nog maar één ding over: eten.

De wachtende mens stopt graag iets in zijn mond. Etenderwijs, voor de duidelijkheid. Het verschil tussen de etende mens en de wachtende mens, is dat de etende mens enigszins kieskeurig is over wat er gegeten wordt. De wachtende mens kan het geen donder schelen, als er maar gekauwd, gebeten en geslikt kan worden. De wachtende mens heeft zich ontdaan van zijn über-ich en vreet er primitief op los.

En zo eindigde ik bij Smullers, de weinig verheffende naam van de frituur-keten die de vaderlandse treinstations bewoont. Voor een frietje met mayo, dat er op de foto natuurlijk net een beetje beter uitzag dan in het echt. Voor een frietje, dat ook niet gemaakt was van echte, vers gesneden aardappel, maar van samengeperst aardappelmeel uit een diepvrieszak. De inhoud van het papieren bakje smaakte duidelijk naar vertraging.

De menselijke beschaving is niet veel meer dan een dun laagje vernis. Bij het minste of geringste beetje tegenslag, maakt de beschaving plaats voor primitieve oerdriften. Verfijning maakt plaats voor grof geweld. Friet van Smullers, het is om me kapot voor te schamen.

Angelface – di 11 juli 2006

De reis naar Den Haag biedt dagelijks kansen op nieuwe avonturen. Alleen daarom is de NS-jaarkaart van ruim 2800 euro zijn geld al meer dan waard.

Toen hij de coupé van het voormalig Duitse treinstel binnenkwam, vouwde ik even de linkerpunt van mijn NRC Handelsblad naar beneden. Een enigszins slungelige jongeman met een engelachtig gezicht twijfelde even bij de keuze van zijn zitplaats. Vurig hoopte ik dat hij schuin tegenover me ging zitten, maar dat deed hij niet. Hij vulde de lege plaats naast mij.

Toen de trein wegreed, ik geloof dat het Rotterdam Centraal was, klapte hij zijn mobieltje open en begon te sms-en. Ik vluchtte weer terug in de veilige wereld van de wetenschapsbijlage, waar ik het afgelopen weekeinde niet aan was toegekomen. Af en toe keek ik naar links, maar nooit te lang om maar niet betrapt te worden.

Toen de trein Breda naderde, maakten wij ons beiden op om uit de trein te stappen. Mijn NRC veilig opgeborgen in mijn tas, zijn mobieltje veilig in zijn broekzak. Op het balkon stond een groep bejaarde dames te wachten totdat iemand de deur voor hen wilde opendoen. De ietwat onhandige hendels van de ouderwetse klapdeur zijn nu eenmaal niet ontworpen voor mensen van boven de zestig. Engelgezicht offerde zich op voor deze nobele taak.

Dit was de kans om een goedbedoelde opmerking te maken. Zo’n opmerking die moest leiden tot een diepgaand gesprek en, uiteindelijk, een biertje op het terras, waar we dan zouden zitten totdat het laatste straaltje zonlicht ons beschenen had. Maar de opmerking kwam niet. Ik mompelde slechts iets over hoe blij de bejaarde dames wel niet waren met zijn heldhaftige en galante actie. Hij maakte een grapje terug. Terwijl we samen de roltrap afdaalden, stelde ik mezelf de existentialistische vraag hoe je nu subtiel aan iemand een telefoonnummer kon ontfutselen. De briljante ingeving bleef uit. En een vuurtje had hij ook al niet.

Vanuit de stationshal liep hij in de richting van de regionale bussen. Ik moest de andere kant uit. Bij het passeren van de fietsenstalling dacht ik nog even aan omdraaien, maar ik was te laf. Thuis fantaseerde ik al over advertenties in het treinblad Rails, maar parkeerde de gedachte gelukkig snel. Ik rijd vier keer per week met de trein op en neer. Ik wacht geduldig totdat hij weer mijn coupé binnenstapt. Tot dat moment heb ik de tijd een subtiele manier te bedenken om hem uit te nodigen voor een etentje.

Tropenrooster – di 4 juli 2006

Onder tropische temperaturen is in Nederland het kabinet gevallen. Kennelijk was het te warm, want als ik de kranten mag geloven (ik zat tijdens de val op Rock Werchter en heb van de debatten derhalve weinig meegekregen) werd het debat op een gegeven moment nogal oververhit. De motie Halsema, die om aftreden van Verdonk vroeg, is de aanzet van de val geweest, maar de steun van coalitiepartner D’66 voor deze motie was de aanleiding voor de crisis.

Ik was dan ook erg benieuwd hoe de sfeer die dinsdag in de Tweede Kamer zou zijn. Die was opvallend rustig. Iedereen had weliswaar zijn normale bezigheden direct uit zijn of haar handen laten vallen om zich in te kunnen zetten voor de aanstaande verkiezingen, maar niemand wist precies wat ze dan wèl moesten doen. Enigszins vergelijkbaar met wat er gebeurt als je uit een donkere ruimte ineens naar buiten stapt. Je moet eerst even een paar keer knipperen voordat alles je weer helder voor ogen staat.

Het zomerreces heb ik maar vast uit mijn hoofd gezet. Veel vrije dagen zal ik tot het moment van de verkiezingen wel niet kunnen opnemen. En dat doet me dan toch weer een beetje denken aan vorig jaar, toen dit kabinet ook al de oorzaak was van mijn gebrek aan vakantie. Toen waren het de omroepplannen van Medy van der Laan die roet in het eten gooiden (zie blog do 11 aug. 2005).

Net als bij het kabinet werd het ook de Nederlandse Spoorwegen te heet onder de voeten. Om 17.20 zou ik samen met Jan Baanstra van jeugddansgezelschap De Stilte naar Breda rijden om hun situatie te bespreken. Die trein reed niet, dus we besloten ergens wat te drinken en een uur later naar Breda af te reizen. Ook die trein reed niet en dus wilden we, op advies van de stationspeaker, de stoptrein richting Dordrecht nemen. Uit die trein stapte net Piet Hein, die ons juist adviseerde dit niet te doen: hij kwam zojuist vanaf Holland Spoor waar zo’n beetje elke reiziger was gestand. We namen de trein via Utrecht, die ook flink vertraagd was en nog ruim dertig minuten op Den Haag bleef staan.

De snelheid waarmee de trein naar Utrecht reed was minder dan stapvoets en de trein reed ook nog, door een wisselfout, langs Woerden, waardoor deze eerst weer even moest omdraaien. Om 19.34 kwamen wij aan in Utrecht, waar de rest van de reis redelijk voorspoedig verliep. Om 21.16 kwam ik aan in Breda, bijna drie uur later dan de bedoeling was geweest.

Forenzische antropologie – di 13 juni 2006

De zeer vervelend en zeker zo effectief piepende wekker wordt door mij snel verruild voor het geluid van Radio 1. Iets na half zeven haal ik een paar boterhammen uit de diepvries, duik ik onder douche en poets mijn tanden. Als de boterhammen gesmeerd zijn en de krant doorgebladerd is, loop ik de ochtend in, op weg naar het station.

Op het perron staan de forenzen op vrijwel wiskundig afgemeten afstand van elkaar, lezend in hun gratis ochtendkrant-op-tabloidformaat. Enigszins contrasterend met dit beeld loop ik met een drie keer opgevouwen NRC-Handelsblad van de vorige avond onder mij arm naar het begin van het perron. Als ik in de voorste coupé zit, hoef ik in Den Haag minder ver te lopen.

Als de treingoden meezitten , kom ik om kwart voor negen aan op Den Haag centraal. De net voor aankomst gedraaide Brandaris wordt aangestoken bij de uitgang. In gelijke tred loop ik met andere forenzen onder het ministerie van VROM door, angstvallig elk oogcontact vermijdend. De jongen met skateboard haalt ons met driedubbele snelheid in. Als ik de Wijnhaven in de richting van de Koediefstraat overgestoken ben, passeert achter me de tram. Via de Korte Poten loop ik naar het Plein, dat ik schuin oversteek naar de ingang van het Tweede Kamergebouw.

Het dagelijkse ochtendritme. Help, I’m part of the commute!