Kadernota (slot) – do 22 juni 2006

De behandeling van de kadernota verdiende dit jaar geen schoonheidsprijs. De nieuwe samenstelling van raad en college zal daar voor een deel debet aan geweest zijn, maar uiteindelijk was het vooral de tijdsdruk die de meeste fracties parten heeft gespeeld.

De behandeling van de Kadernota (zie ook blog di 20 juni 2006 is een jaarlijks terugkerend fenomeen in de Bredase politiek. In de nota wordt in hoofdlijnen inzicht gegeven in de keuzes die later dat jaar in de begroting voor 2007 gemaakt gaan worden en dus ook hoe het beleid er in 2007 uit gaat zien. Door de verkiezingen van maart en de installatie van een nieuwe coalitie eind april is de Kadernota dit jaar onder grote tijdsdruk tot stand gekomen. De Kadernota 2007 behelst dan ook niet veel meer dan een herhaling van de afspraken uit het eerder verschenen coalitie-accoord ‘Kiezen voor Elkaar.

Niet alleen de totstandkoming, ook de behandeling van de Kadernota kenmerkte zich dit jaar door een bijna moordend tijdschema. Daags na de verschijning was de hoorzitting met de vertegenwoordigers van de wijk- en dorpsraden al, gevolgd door een week met maar liefst drie commissievergaderingen. Voor het uitvoerig bespreken van de reactie op de Kadernota had geen enkele fractie voldoende tijd. Hetzelfde gold voor de behandeling in twee afzonderlijke vergaderingen, met daartussen slechts één dag voor overleg met de eigen fractieleden en de andere fracties. Het lukte in dat korte tijdsbestek niet om fracties die over eenzelfde onderwerp moties hadden ingediend op één lijn te krijgen. Iets wat op de laatste vergadering tot onnodig chaotische discussies leidde.

Opvallend was een motie van de kant van het CDA over de Ginnekenweg Noord. Een jaar geleden zette GroenLinks dit onderwerp op de agenda met een unaniem aangenomen motie om te komen tot een plan van aanpak. De motie vroeg ook om inzicht te geven in het moment waarop met de broodnodige onderhoudswerkzaamheden begonnen zou worden. Er gebeurde echter bar weinig. Het CDA kwam met een motie waarin zij vroegen om aanpak van de Ginnekenweg, te betalen uit het geld van Verkeer en Vervoer (Wethouder Willems, GroenLinks). Geld dat eigenlijk voornamelijk bedoeld is voor investeringen voor langzaam verkeer. Doorgaans worden herinrichtingsoperaties ook deels uit de budgetten stadsbeheer (Wethouder Oomen, CDA) betaald, maar daar werd in de motie met geen woord over gerept. Voor PvdA en GroenLinks was de financiering van die motie ten koste van het langzaam verkeer dan ook onbespreekbaar. Ik moet erbij zeggen dat ik me niet helemaal aan de indruk kon onttrekken dat het CDA via deze motie wat extra geld voor de eigen wethouder stadsbeheer probeerde binnen te halen.

De VVD kwam met een soortgelijke motie, waarbij de kosten wèl netjes verdeeld werden over de verschillende beleidsterreinen. Het lukte echter niet om deze moties in elkaar te schuiven en een raadsbreed initiatief voor de Ginnekenweg-Noord te nemen. De te korte tijd was daar ten dele debet aan.

Het was echter niet al kommer en kwel. Een motie van GroenLinks om bij de provincie aan te dringen tussen Oosterhout en Breda een pilot voor Gratis OV in te voeren werd breed gesteund en is inmiddels in de Provinciale Staten ook positief ontvangen. Een gezamenlijke, vrijwel raadsbrede motie ten behoeve van het fietsverkeer werd ook aangenomen. Een motie van D’66 over een plan over betere communicatie met de burgers zou aangenomen worden, ware het niet dat D’66, dat zich ten onrechte onvoldoende gesteund voelde, deze motie op het laatste moment terugtrok.

Al met al verdiende de behandeling van de Kadernota geen schoonheidsprijs. Daar waren de partijen het de volgende dag, tijdens een heisessie met de fractievoorzitters van alle partijen, met elkaar over eens. Voor het volgende jaar is afgesproken meer tijd te reserveren voor standpuntbepaling en overleg tussen fracties van coalitie en oppositie. Iets dat ook bij de begrotingsbehandeling gewenst is. Zoals het nu ging, komt het de communicatie tussen de fracties onderling, laat staan tussen de politiek en de inwoners van de stad, niet te goede. Terwijl een betere communicatie zo ongeveer het leitmotiv van de nieuwe coalitie is. Nog drie en een half jaar om het beter te doen.

Kadernota (1) – di 20 juni 2006

Vandaag was de mondelinge eerste termijn van de behandeling van de Kadernota. Daarbij heb ik extra aandacht besteedt aan het onderwerp discriminatie. Al jaren erger ik me werkelijk groen en geel aan jongeren die geweigerd worden in een café omdat ze donker zijn. En elke keer als ik daar verhalen over hoor, wordt ik er weer verdrietig van. Vooral omdat heel veel mensen het gelaten accepteren en er niets aan denken te kunnen doen. Hieronder mijn bijdrage.

In het coalitie-accoord ‘Kiezen voor Elkaar’ hebben de coalitiepartijen PvdA, CDA, Breda ’97 en GroenLinks gekozen om te investeren in de groepen die het meest kwetsbaar zijn. Dat blijkt ook in deze kadernota, die een eerste vertaling is van die belofte. We kiezen onomwonden voor de handhaving van het armoedebeleid, voor een stevig fundament voor de Wmo in de vorm van een Fonds Maatschappelijke Ontwikkeling. Dat geldt ook voor het sociaal beleid, het harder werken aan schuldhulpverlening en het bieden van perspectief via een actief arbeidsmarktbeleid. En deze coalitie maakt ook werk van de wijkontwikkelingsprojecten in Heuvel, Noord en Driesprong, waar fondsen voor gereserveerd zijn.

Maar deze coalitie heeft zich ook uitgesproken voor het knokken voor kwetsbaar groen in en om de stad. Naast GroenLinks pleit ook de PvdA voor een compacte stad. En ook Breda ’97 en het CDA spreken zich uit voor een zorgvuldig rentmeesterschap over de natuur, de schepping. Dat betekent dat we zuinig moeten zijn op ons buitengebied. Dit college zegt voldoende waarborgen te hebben in de vorm van de reconstructie en gebiedsplannen. In het op te stellen meerjarenprojectenprogramma moet de raad dan integraal afwegen waar zich de rode en groene contouren van de stad bevinden. In d tussentijd open we dat het college aan de slag gaat met een vereveningsfonds voor Groenontwikkeling, zoals de provincie dat van ons heeft gevraagd.

Wij willen nadrukkelijk vragen om een pilot-project voor Gratis Openbaar vervoer tussen Oosterhout en Breda. Vandaag was het al een chaos. Hoe zal dat morgen zijn, of volgende maand. Stel dat we er in de hersfst achter komen dat de huidige maatregelen onvoldoende zijn. tegen die tijd is het te laat om nog in aanmerking te komen voor provinciale financiering. We hebben hier dan ook een motie over.

Als laatste wil ik stilstaan bij onze opmerkingen over horeca-discriminatie en discriminatie op de werkvloer. De gemeentelijke overheid moet daar echt de eigen verantwoordelijkheid in nemen. Het kan niet zo zijn dat wij van iedere inwoner van dit land eisen om in te burgeren, de taal te leren, de wetten te respecteren, terwijl bij het vinden van werk, het toegewezen krijgen van een stageplaats of zelfs tijdens het uitgaan, allochtonen worden gediscrimineerd. Aan de zijlijn blijven staan.

En ondertussen vragen we ons af hoe het kan dat zoveel jongeren van allochtone afkomst zich niet altijd thuis voelen in Nederland. Waar hun religie en cultuur wordt geridiculiseerd. Rara hoe kan dat?

Discriminatie van allochtonen mag in Breda niet langer worden getolereerd. Het moet fel worden bestreden, desnoods met onorthodoxe maatregelen. Of, om Ayaan Hirsi Ali te parafraseren:

Ik ben Selçuk, zoon van Nurettin, zoon van Hikmet, zoon van Mehmet. Maar bovenal een inwoner van Nederland, van Breda, waar ik me geaccepteerd voel, waar ik thuis ben. Dat zou voor iedereen in deze stad moeten gelden.

Hoorzitting – vr 9 juni 2006

Het raadswerk in Breda kent twee jaarlijkse hoogtepunten. Eén ervan is de hoorzitting voor wijk- en buurtorganisaties die voorafgaande aan de kadernota wordt gehouden. Op een zonovergoten vrijdagmiddag zaten wij binnen in de Fazanterie in Ulvenhout. Om het geheel nog wat erger te maken schenen in ons gezicht de warme filmlampen van de lokale omroep, die het geheel registreerde voor integrale uitzending op tv.

Er zijn altijd meer wensen dan dat er geld beschikbaar is, zo gaat dat nu eenmaal. gelukkig hadden de dorps- en wijkraden veel waardering voor het nieuwe college. En dat we niet alle wensen in vervulling konden laten gaan, wilden de wijk- en dorpsraden ook nog wel begrijpen. Wat ze wel wilden was duidelijkheid: als het dit jaar niet kan, wanneer dan wel?

Op 20 en 22 juni is de behandeling van de adernota in de gemeenteraad. Benieuwd of de insprekers hun ingebrachte aandachtspunten dan nog herkennen. Wat mij betreft wel.

De Kadernota – do 2 juni 2005

De behandeling van de kadernota nam traditiegetrouw twee avonden in beslag. Want als er over het beleid van het komende jaar gepraat moet worden, is dat een gewichtige zaak, die foorgaans uitgedrukt wordt in de kilo’s papier die fracties nodig hebben om hun eerste reactie te geven.

De eerste termijn, zoals het officieel heet, wordt al jarenlang schriftelijk afgehandeld. De fractievoorzitters sturen hun bijdrage, die ze in een ver verleden altijd monotoon voorlazen in de vergadering, nu een dag van te voren op aan alle andere raadsleden. Tijdens de eerste vergadering krijgt elke fractievoorzitter dan nog kort de gelegenheid om te reageren (kort, voor de duidelijkheid, is in politieke termen nog altijd een dikke vijf minuten), waarna het college van burgemeester en wethouders de vragen kan beantwoorden. En aangezien alle vragen al een dag eerder op papier stonden, hebben de ambtsdragers aan de bestuurstafel hun antwoord al klaar.

Dan komt de tweede termijn. De fracties reageren dan op elkaar en dienen ze moties en amendementen in op de kadernota, over de dingen die ze graag nog veranderd willen zien. Dat was dus allemaal op dinsdag.

Op donderdag wordt door de raadsleden gereageerd op de beantwoording van het college, die voor de zekerheid ook op papier is gezet en rondgestuurd. Het college reageert dan ook op de ingediende moties. Meestal gaat dat als volgt: een motie van de coalitiefracties wordt overgenomen, een motie van de oppositiepartijen wordt afgewezen. Zo werd de motie van GroenLinks, mede ondertekend door SP, Breda ’97 en D’66, waarin stond dat het opknappen van de Ginnekenweg nu onderhand maar eens voorbereid moest gaan worden, ontraden. Hetzelfde gold voor een motie over een volwaardig jeugdhonk in de Haagse Beemden. Ook een gezamenlijke motie over het opknappen van de Dintelstraat in de wijk Westeinde van SP en GroenLinks, kon op weinig bijval rekenen, behalve dan dat de wethouder beloofde dat hij nog eens een keer zou gaan kijken.

Allemaal zinloos dus? Nee. Want onze motie over de Ginnekenweg haalde desondanks een meerderheid. En mede dankzij onze felle kritiek op het cultuurbeleid, werd ook op dat terrein een motie aangenomen, ook al was deze dan niet door ons ingediend (zie web-log wo 18 mei 2005). De inhoud van die motie was dat de raad nog maar eens over de bezuinigingen op cultuur moest gaan praten. Het benodigde geld is er echter niet, dus of die discussie ook zin zal hebben, is nog maar de vraag.

Twee redelijk lange avonden dus, met veel gepraat. Los van een enkel interruptiedebatje, houdt ieder normaal raadslid tijdens de kadernota-bespreking zijn mond. De kadernota, die is voor de fractievoorzitters.

Hoorzitting – vr 20 mei 2005

De gemeentelijke Kadernota met daarin het beleid voor 2006 wordt binnenkort behandeld. In Breda betekent dit dat de burgers hun wensen en verlangens voor het komende jaar uit de doeken mogen doen in een speciale hoorzitting. Wie denkt dat dat een saaie bijeenkomst is met zeurende burgers heeft voor ongelijk.

Je hebt klagers en klagers. De belangenvertegenwoordigers die op de hoorzitting afkwamen waren, hadden inderdaad nogal wat wensen en aanmerkingen op het gemeentelijk beleid. Maar zeuren was het niet. In tegendeel, veel van de dingen op de wensenlijstjes van de diverse sprekers, vond ik niet meer dan normaal.

Of we aan alle wensen ook tegemoet kunnen komen, is een tweede. Want politiek is keuzes maken. En hoewel raadslid André Lips de eerste was om te zeggen dat Gemeenschapshuis De Koe nu onderhand maar eens rap moest worden uitgebreid, heb ik daar nog wel wat kanttekeningen bij. Want ik ken buurthuizen in andere wijken die harder aan een opknapbeurt toe zijn. En politiek is nu eenmaal keuzes maken, zeker wanneer de bomen even niet meer tot aan de hemel groeien.

En dan kies ik in eerste instantie voor de kwetsbare buurten, de wijken die het het hardste nodig hebben. Dat is bij sommige insprekers misschien geen populaire boodschap, maar het is wel eerlijk. Dus men moet niet verbaasd staan te kijken als ik het jeugdhonk in de Haagse Beemden of de bestrating in het Westeinde belangrijker vind dan het uit zijn jasje gegroeide gemeenschapshuis in Princenhage.

Kadernota – 17 juni 2004

Weer een ouderwets drukke donderdag. Voor de laatste keer voor de zomer moest ik de hele dag in Tilburg zijn om ‘mijn studenten’ te begeleiden. Aansluitend de wekelijkse column voor ‘Een Robbertje Bartol’, die vandaag enigszins de mist in ging omdat ik een stukje tekst bleek te missen toen ik ‘m op een toch al langzame printer uitprintte (waar ik natuurlijk pas achter kwam tijdens de voordracht) en daarna racen (geen avondeten) naar Breda voor de tweede behandeling van de Kadernota, met daarin in hoofdlijnen de plannen voor 2005.

Ik had geluk: er waren nog een paar broodjes en dus snaaide ik er twee mee. CDA-er Augenbroe (zo hoorde ik veel later in het café) bleek minder geluk te hebben. Voor hem restte de lege schaal met enkel wat kruimels. En dan lijkt me zo’n kadernota helemaal een lange zit.

Wat betreft die kadernota: vorige week was de eerste vergadering (zie web-log 10 juni 2004). Zoals gewoonlijk dient elke fractie dan wel een paar moties (opdrachten aan de wethouders) en amendementen (tekstwijzigingen voor de kadernota) in. En aangezien we tegenwoordig dualistisch zijn (de gemeenteraad bepaald in hoofdlijnen wat er moet gebeuren en is dus ‘de baas’), is dat spannender dan vroeger. Nou, tot zover het vakjargon.

Bij zo’n kadernota-behandeling zijn eigenlijk alleen maar de fractievoorzitters aan het woord. Anders wordt het wel een heel groot kippenhok. Bij de door GroenLinks ingediende motie over volkshuisvesting lag dat iets anders, aangezien ik binnen de fractie toch een beetje het voortouw heb genomen over dit onderwerp. Heel kort: in Breda wil GroenLinks veel meer huurwoningen verkopen, maar dan wel alleen aan huurders die er nu ook al in wonen. Met het geld dat dat oplevert worden nieuwe sociale woningen gebouwd, waar mensen die nu geen woning hebben (de starters en de mensen op een wachtlijst), in kunnen wonen. Per saldo neemt het aantal huurders af, een heleboel hebben immers hun woning gekocht en dus hebben we alles bij elkaar ook minder huurwoningen nodig.

Het plan probeert ook meer mensen te helpen om een huis te kopen. Mensen die wel een hypotheek kunnen betalen, maar deze via de bank niet krijgen (de bank stelt soms onnodig hoge eisen) kunnen via de gemeente of de woningbouwcorporatie een garantstelling voor de hypotheek krijgen met de eigen woning als onderpand. In principe kost dat dus niets, het is alleen maar een maniertje om bij de bank een hypotheek los te peuteren. Alleen als mensen hun hypotheek ineens echt niet meer kunnen betalen, loopt de gemeente of de woningbouwcorporatie een klein risico. De woning moet dan immers weer teruggekocht worden en het is nooit 100% zeker of deze dan nog evenveel waard is.

Zoals ik vorige week al schreef viel dit idee bij de PvdA in het verkeerde keelgat. In Engeland had dat onder de jaren van Margareth Thatcher heel slecht uitgepakt en dus vonden ze het een slecht idee. Dat ons plan niet vergelijkbaar is met dat van Thatcher lieten ze voor het gemak buiten beschouwing en noemden ons ‘zwart-rechts’. Dat schoot bij mijn fractievoorzitter Piet Hein Scheltens weer in het verkeerde keelgat en de rel was geboren.

Nu heeft de PvdA afgelopen zondag excuses aangeboden voor deze nogal vergaande opmerking (de kleur zwart wordt meestal geassociëerd met conservatisme of fascisme en dat was toch eigenlijk niet hun bedoeling. Met ons plan waren ze het echter nog steeds niet eens. CDA en VVD waren het echter wel met ons plan eens, mits het stuk over de garantstelling en het stuk over de opbrengsten die geïnvesteerd moeten worden in nieuwe sociale woningbouw weggelaten zou worden. Maar laat dat nou een essentiëel onderdeel zijn van ons idee.

We konden dus kiezen: het plan aanpassen en een meerderheid halen in de gemeenteraad voor ons plan, of het handhaven en verliezen. We hebben uiteindelijk het plan maar teruggetrokken. Een in mijn ogen uitgekleed en dus slecht plan moet je niet willen indienen en als het afgestemd wordt, hoeven we het er voorlopig niet meer over te hebben. We hebben het nu teruggetrokken, met de belofte dat er binnenkort van ons een uitgewerkte notitie over verschijnt, dat dan in de commissie besproken zal worden.

Het wordt een drukke zomer. Naast de beloofde integratienotitie van GroenLinks komt er nu dus ook een uitgewerkte volkshuisvestingsnotitie. En drie keer raden wie in alle twee de gevallen de lul is. Precies: ik zei de gek. Gelukkig vind ik het stiekem best wel leuk.

Kadernota – vr 28 mei 2004

De kadernota is de jaarlijkse voorjaarsnota waarin de financiële kaders voor 2005 uiteengezet worden. Het is daarna aan de raad om te bepalen hoe het geld in dat jaar besteed moet gaan worden. Wanneer de raad dat gedaan heeft, wordt dat allemaal vertaald in een begroting. Die komt in het najaar aan de orde.

De kadernota wordt in twee vergaderingen behandeld. Een eerste, opiniërende vergadering op 10 juni (de burgemeester heeft gemeend deze vergadering samen te moeten laten vallen met de Europese Verkiezingen). Daarna worden op 17 juni de beslissingen genomen. De eerste reactie van de politieke partijen worden vooraf schriftelijk uitgewisseld, zodat de verschillende partijen beter op elkaar in kunnen gaan.