Ik wilde nog even terugkomen op de raadsvergadering van donderdag.
Tag: vergadering
Homo Profans – do 15 mei 2008

Kort zouden we zijn. Kort, omdat we het de afgelopen maand al twee keer over de horecatijden gehad hadden. En we waren het unaniem eens over het compromisvoorstel: de nachtzaken mogen deze zomer een uur lang, tot vijf uur open blijven.
Kort werd het echter alles behalve. In plaats van stemverklaringen werden het toch weer ellenlange betogen die we in de eindeloze discussie over de horeca-sluitingstijden al zo vaak de revue hadden zien passeren. En al waren we het eens over het compromisvoorstel, de eigen stellingname moest en zou nogmaals voor het voetlicht gebracht moeten worden. Er zou maar een kijker zijn die de discussie nog niet eerder heeft gezien.
Ik heb voor de zelfreflectie de video er eens bij gepakt om te noteren hoe lang elke woordvoerder nu exact aan het woord is geweest. En om het eerlijk te houden heb ik de interruptiedebatten, als een ander raadslid de woordvoerder onderbreekt met een vraag, niet bij de spreektijd meegeteld. De eerste prijs ging naar Frans Szablewski (voor ruimere openingstijden), die als woordvoerder met een netto spreektijd van 8 minuten en 45 seconden de absolute kroon spande. Irène Verkuijlen van het CDA (tegen verruiming) stond met stip op twee met een spreektijd van 7’31”. Hieronder de rest van de lijst, inclusief hun aanvankelijke standpunt over de horecaopeningstijden.
1. Frans Szablewski, PvdA (voor verruiming) 8’45”
2. Irène Verkuijlen, CDA (tegen verruiming) 7’31”
3. Boy Boer, Leefbaar Breda (tegen verruiming) 6’54”
4. Mieke Vossenaar, Breda ‘97 (tegen verruiming) 5’39”
5. Hanneke van Maanen, VVD (voor verruiming) 5’14”
6. Selçuk Akinci, GroenLinks (voor verruiming) 4’22”
7. Frank Vergroessen, SP (voor verruiming) 3’39”
8. Saskia Boelema, D’66 (voor verruiming) 0’00”
In totaal zijn de voorstanders van verruiming 22 minuten aan het woord geweest, de tegenstanders 20 minuten en vier seconden. De rest van de tijd werd gevuld met interruptiedebatten, lopen naar het spreekgestoelte en, vooral, de beantwoording van de burgemeester.
Saillant was dat D’66, toch een fervent voorstander van verruiming, besloot het woord niet te voeren. Ik vermoed, maar weet dat niet zeker, dat het een protest van de Democraten was tegen de eindeloze herhaling in het publieke debat. Prijzenswaardig, en ik ben het ook met ze eens. We moeten in de raad echt leren onze boodschap bondiger te formuleren.
Ik heb, niet geheel zonder succes, mijn bijdrage redelijk binnen de perken weten te houden. Toch jammer dat een paar agendapunten later uitgerekend een fractiegenoot van mij een klein kwartier lang aan het woord was over een Milieu Effect Rapportage.
Homo Lassus – wo 23 apr. 2008

Toen ik gisterenavond na de vergadering van het organisatiepanel van het grote toekomstproject van GroenLinks de trein in stapte, kwam ik Renze tegen. We waren beiden doodmoe. „Voel jij je ook alsof je al een hele week gewerkt hebt?”
Omdat er de komende twee weken zoveel vrije dagen zijn, beschouwt iedereen ze als potentiële vacantieweken. Iedereen die nog iets te vergaderen heeft, heeft dat dus deze week gepland. Maandagavond kwam de Raad van Advies van het Wetenschappelijk Bureau bij ons langs om over de plannen te praten. Eenmaal in Breda aangekomen nog naar de fractievergadering gegaan, die om half tien nog steeds pas met agendapunt één bezig was.
Dinsdag dus de vergadering van het toekomstpanel en woensdag en donderdag stonden ook nog twee commissievergaderingen op de rol. In mijn agenda had ik deze week, geaccentueerd met uitroeptekens en een schedel en twee gekruiste botten, al benoemd tot ‘the Week of Hell’.
Homo Demens – di 29 jan. 2008

„Ga je die column nou nog een keer schrijven?” De verantwoordelijk redacteur van het E-zine voor GroenLinks-kader had me al wel vijf keer gevraagd of ik nog voornemens was aan mijn redactionele verplichtingen te voldoen. Maar gebrek aan tijd, gebrek aan inspiratie en voornamelijk een gebrek aan gevoel van urgentie hebben mij niet eerder aan het schrijven kunnen zetten.
Tot deze avond. Ik zat met mijn laptop in de commissie Onderwijs en Economie te luisteren naar een discussie over bedrijventerreinen. Iedereen deed zijn woordje, maar niemand luisterde naar elkaar. Na drie uur vergaderen was de aandacht verslapt en de interesse verdwenen. De wethouder Economische Zaken las het financieele dagblad, de fractievoorzitter van Leefbaar tekende abstracte figuurtjes op zijn papier en de voorzitter trok verveelde gezichten. En ik had dus mijn laptop opengeklapt.
Commissievergaderingen zijn vaak oefeningen in geduld. Ellenlange bijdragen van anderen waar de collegae zuchtend en steunend naar luisteren. Slechts een enkele keer is een bijdrage interessant genoeg om de rug te rechten. Slechts op spaarzame momenten tikt de wijsvinger ongeduldig tegen de knop van de interruptiemicrofoon. Zelden is er een interessant interruptiedebat.
Wat ik me afvraag, is of al die saaie bijdragen, meestal voorgelezen vanaf papier en vol met herhalingen van zaken die door anderen ook al zijn genoemd, nu zinvol zijn. Draagt dit nu bij aan een goede besluitvorming? Gaat de wethouder een letter veranderen aan zijn notitie? Gaat hij nu dingen doen die hij eerst niet wilde doen, of juist andersom? En als hij al nota wil nemen van de opmerkingen die gemaakt zijn in de commissie, hoe gaat hij van die brei aan informatie dan een coherente communis opinio destilleren?
De politiek verslaggever op de perstribune zat letterlijk met de hand in het haar. Ik had medelijden met hem. Wij, politici, doen het in ieder geval nog zelf aan. Hij heeft geen keuze. Een gevangene van het systeem, murw van alle martelingen die hij in zeswekelijkse cycli moet ondergaan. Eigenlijk nog verwonderlijk dat hij na alle commissievergaderingen die hij al heeft meegemaakt, nog steeds in staat is positief over de politiek te schrijven in zijn wekelijkse column.
Ja, uiteraard, de raad moet onderwerpen kunnen uitdiepen. Een mening of opvatting behoort onderbouwd te worden en zaken moeten op alle facetten beoordeeld worden. Maar ellenlange verhalen van vijftien minuten of meer zijn simpelweg niet zinvol en dragen niet bij aan betere besluitvorming. Lange monologen beperken het debat. In plaats van een uitwisseling van gedachten en een politiek debat rest slechts het afratelen van meningen en het berijden van stokpaardjes.
In management-vergaderingen was het korte tijd mode om bullshit-bingo te spelen. Iedereen ging de vergadering in met een papier met daarop een vijftal veelgebruikte maar loze management-termen. Wanneer één iemand vervolgens alle vijf de woorden had uitgesproken, riep je heel hard ‘bullshit’. Zoiets zou je ook met de politiek kunnen doen. Misschien is het wel een aardige uitdaging om daar met z’n allen een aantal geschikte woorden te vinden.
We kunnen natuurlijk spreektijden invoeren, maar zo’n bullshit-bingo is wellicht ook wel een aardig idee. En als dat niet werkt, kunnen we misschien voortaan staand te vergaderen in ijskoude, onverwarmde ruimten. Iedereen heeft de ruimte om eindeloze bijdragen te leveren. Alleen loop je dan het risico door je collegae gelyncht te worden.
Ben ik cynisch? Welnee. Ik had er deze avond gewoon niet zoveel zin in.