De donderdag is vaak een tamelijk drukke dag in de Tweede Kamer.Als je dan ook een raadsvergadering hebt, is het zaak om uiterlijk de trein van 18.21 uur naar Breda te halen om zo nog net bijtijds de vergadering in te stappen. Ontbindende voorwaarde is dan wel dat de Spoorwegen een beetje meewerken.
Zo niet deze donderdag. De passagiers werd vriendelijk verzocht om vanuit Den Haag via Utrecht naar Breda te reizen. Alleen treinreizigers en mensen die vroeger nog ouderwets fatsoenlijk topografielessen hebben genoten, weten wat voor omweg dat is. Beter stapte ik in een taxi.
Het nadeel van een taxi ten opzichte van een trein is dat je, simpelweg uit fatsoen, een praatje moet maken met de chauffeur. Tweede nadeel is dat je in een auto niet fatsoenlijk kunt schrijven. Mijn aanvankelijke plan om nog een enigszins fatsoenlijke inleiding voor mijn mondelinge vragen op te stellen, viel om deze redenen volstrekt in duigen.
Wonder boven wonder arriveerde ik dankzij het totale gebrek aan files nog net op tijd ik in de raadszaal om vervolgens op nogal stuntelige wijze de vragen voor het vragenuur in te leiden. Op een lege maag, zo benadruk ik ook nog eens. De sushi van de appie-to-go die ik op dit soort donderdagen op het station van aankomst nog even aanschaf, werden me door de veroordeling tot een taxi ook nog eens door de neus geboord.
Voor een treinreiziger is er nu eenmaal weinig comfortabel aan een taxi.
Wie in Breda over sluitingstijd heeft, is of portier, of politicus. Het debat over de horeca-sluitingstijden blijft maar duren. Ook het evaluatierapport naar de effecten van de verruimde openingstijden, heeft geen duidelijkheid gebracht.
De evaluatie naar de effecten maakte één ding duidelijk: er is niets duidelijk. De ondernemers zijn zeer verdeeld: zo’n eenderde vindt het positief, nog een derde vindt het maar niets en de overige derde kan het eigenlijk geen biet schelen. Dat in Breda het aantal incidenten in de horecanachten wat is gestegen, was wèl duidelijk, maar of dat nu aan de verruimde openingstijden of aan het rookverbod ligt, of misschien wel gewoon toeval is, is onduidelijk.
Dat de burgemeester eigenhandig al had laten weten dat de verruimde openingstijden teruggedraaid moesten worden, was dan ook erg voorbarig en politiek niet erg slim. En ook al viel er eigenlijk geen duidelijke conclusie uit het evaluatierapport te distilleren, laat het maar aan politici over om aan dezelfde feiten allemaal een geheel eigen draai te geven. Niet geheel toevallig ziet iedereen zijn of haar eigen standpunt bevestigd in het rapport.
Er was in Breda wat commotie ontstaan naar aanleiding van een brief van de burgemeester waarin wij werden uitgenodigd voor een besloten bijeenkomst waarin hij ons een en ander wilde vertellen over de horeca. Sterker nog: achterkamertjespolitiek, dat was het.
Het geeft een beetje de algemene hitsigheid aan die de politiek in Breda soms parten speelt. Bepaalde zaken zijn nu eenmaal lastig in de volle breedte bespreekbaar als iedereen kan meeluisteren. Zo wilde hij in het kader van het voortslepende debat over de openingstijden van de Bredase horeca de woordvoerders in contact brengen met de makers van een onderzoek dat naar de effecten van de verruiming heeft plaatsgevonden. Zodat de raadsleden desgewenst wat aanvullende technische vragen konden stellen.
Een beetje dom om die uitnodiging zo vaag op te stellen dat sommigen het idee kregen dat hier achterkamertjespolitiek bedreven zou worden op het dossier sluitingstijden. Maar ook weer typisch dat de politici zo wantrouwend zijn dat ze meteen moord en brand beginnen te schreeuwen over dat dit toch wel schandalig was. Spekkies voor de bekkies van het plaatselijke journaille, die vervolgens een dag of drie zoet was met berichten over het hele tot affaire uitgegroeide misverstand. Gevolg: sessie met de onderzoekers afgeschaft en burgemeester in verlegenheid gebracht.
Hoe dat eigenlijk bij de krant terecht kwam? Waarschijnlijk omdat een commissielid/niet-raadslid zo verbolgen was dat hijzelf niet was uitgenodigd, dat hij zijn ziedende commentaar niet alleen met de volledige gemeenteraad, maar ook met de pers wilde delen.
Het zou zo prettig zijn als sommige heethoofden af en toe gewoon hun kalmte zouden kunnen bewaren.
Ik was toch al in Den Haag. En aangezien ik aanvankelijk de volgende ochtend ook in Den Haag had moeten zijn, leek het helemaal geen slecht idee om het met Jaap op een zuipen te zetten. Wat het natuurlijk wel was.
En dus besloten we na een aantal biertjes maar vast drie flessen wijn te laten chambreren. Het zal wel gezellig geweest zijn. Op de drank deinden wij heen en weer, de woonboot van Jaap deinde met ons mee. Hoe laat het nu precies was toen Jaap het luchtbed voor me oppompte, weet ik niet. Wel dat ik me er direct op liet vallen om me de volgende uren geen millimeter meer te bewegen. Jaap zelf was ondertussen nog zo vriendelijk geweest om mijn schoenen nog even uit te doen en een deken over me heen te leggen.
De volgende ochtend werd ik te laat wakker. Te laat om nog te douchen en te laat om op tijd in Utrecht te zijn. Want uiteraard bleek ik uitgerekend deze ochtend een staf-overleg in Utrecht te hebben. Iets dat ik ook had kunnen weten als ik mijn agenda de dag ervoor had opengeslagen, maar dat ter zijde.
Nu is het probleem van een nacht slapen met je sokken, dat je er zo’n zweetvoeten van krijgt. En All-Stars staan nu niet bepaald bekend om hun luchtdichtheid. Ik denk dat de overige deelnemers van de maar liefst vier vergaderingen die ik deze dag had, me weinig dankbaar zijn geweest.
„Tring, tring.” Mirjam Haagh, de fractievoorzitter van de PvdA in Breda, belde me op. Ik nam de telefoon op, wetende dat het vast over de fractievergadering van die avond zou gaan.
Ze legde me een probleem voor. Oppositiefractie VVD had een interpellatiedebat aangevraagd. Interpellatiedebat is een duur woord voor het ondervragen van de wethouder. Het onderwerp waar ze de wethouder over wilde ondervragen was de gemeentelijke overname van de failliete voetbalclub Barça om daar een breedtesportvoorziening te creëren voor de buurt. Dat met die overname en passant ook dezelfde voetbalclub Barça gered zou zijn, zinde de VVD voor geen meter. Ging het nu om de breedtesportvoorziening, of om de voetbalclub Barça? Toegegeven, op zih heeft de VVD daar wel een punt. Natuurlijk gaat het ook om het voortbestaan van, om het maar oneerbiedig te zeggen, allochtonenclub Barça. GroenLinks is daar geen tegenstander van, de VVD ziet dat niet zo zitten.
De discussie over dat onderwerp was de vorige week al in de commissie gevoerd. Maar de VVD vond het desondanks een extra raadsdebat waard. En dus vroegen ze dit interpellatiedebat aan. Mirjam Haagh van de PvdA vond het een herhaling van zetten. Daarom wilde ze met een meerderheid van de raad het interpellatieverzoek blokkeren.
Ik kon een heel eind met haar meegaan. Ook mij leek het debat weinig toevoegen aan het debat dat we een week eerder al in de commissie gevoerd hadden. Er waren voor mij echter drie redenen om het voorstel niet te willen blokkeren.
Allereerst, het aanvragen van een debat is een democratisch recht dat andere partijen slechts met heel zware overwegingen dienen te blokkeren. Ik zie geen enkele zware reden, vooral aangezien bij andere dossiers de raad ook niet vies is van het herhalen van zetten. Sterker nog, de politiek is vaak één en al herhaling.
Ten tweede, waar ben je bang voor. Al moet je voor de zestiende keer een debat aan, zolang je goede argumenten hebt, maakt het niet uit hoe vaak je een debat aan moet. Alleen zij met slechte argumenten durven een debat niet aan. Zij die overtuigd zijn van hun eigen argumenten, zullen nooit een debat blokkeren.
Ten derde, wie zijn wij om te beoordelen of een debat moet plaatsvinden of niet. Het zou wel mooi zijn als elk debatverzoek van d oppositie door de coalitie geblokkeerd moet worden. Sterker nog, laten we als coalitie maar meteen besluiten de oppositie meteen alle spreektijd te ontnemen. Dan hebbemn we ze permanent de mond gesnoerd en hoeven we nooit meer ergens last van te hebben.
Democratie bestaat bij de gratie van het organiseren en of accepteren van je eigen tegenstand. Een oppositie, of ze nu de plank wel of niet misslaan, is een essentiëel onderdeel van het proces. Toen ik met mijn fractie als enige van vier coalitiepartijen niet tegen het houden van het interpellatiedebat stemde, vroeg ik me onwillekeurig af of ik wel een plaats had in een club die voor de rest kennelijk toch heel even uit ongekende regenten bestond. Op dat moment lieten PvdA, CDA en Breda’97 zich in mijn ogen ontzettend kennen.
Het begon aanvankelijk met drie vergaderingen die min of meer tegelijkertijd, maar allen in verschillende plaatsen zouden plaatsvinden: Den Haag, Utrecht en Breda. Een schier onmogelijke opdracht.
Maar het leven heeft zo zijn eigen manier om zaken op te lossen. Soms heeft een trein vertraging, waardoor aanwezigheid bij één van de vergaderingen als mogelijkheid afvalt. Soms kan er nog iets verzet worden of duren vergaderingen zo kort dat het toch nog lukt bij de volgende bijeenkomst te zijn.
Dit maal had het leven werkelijk al zijn daadkracht ingezet: alle drie de vergaderingen werden afgezegd. Blinde paniek: plots wist ik even niet wat ik met al die vrijgekomen tijd moest doen.
Nog even terugkomend op de raadsvergadering van afgelopen donderdag, ga ik het nog even hebben over een interessant incidentje tussen PvdA-raadslid Frans Jackson en mijzelf.
Tijdens de behandeling van het bedelverbod citeerde ik in de tweede termijn een paar regels uit de Wijsheid van Jesus Sirach, een katholiek Bijbelboek. Het ging om hoofdstuk 4, verzen 1 t/m 3: „Mijn kind, ontneem een arme niet wat hij nodig heeft om te leven, kijk niet weg van smekende ogen. Doe een mens die honger lijdt geen pijn, maak iemand in nood niet verbitterd. Maak een verbitterd hart niet radeloos, onthoud een bedelaar je aalmoes niet.”
Dit ging Jackson te ver. Wat hem betreft was hier sprake van onoorbare vermenging van kerk en staat. Ik was dat niet met hem eens. Ik mag in de raad overal uit citeren, en dus ook uit religieuze geschriften, lijkt me. Wat overigens niet wil zeggen dat ik een nieuwe hobby wil maken van het gebruiken van bijbelcitaten.
Het was weer dat moment van het jaar. In een zeven uur durende vergadering werd de Kadernota behandeld. Dat vraagt, nee, dat schreeuwt om algemene beschouwingen.
Voorzitter, collegae,
Zoals U weet is GroenLinks gezegend met een aantal kritische leden. Kritische leden met een heer sterk ontwikkeld gevoel voor wat er allemaal anders, beter moet in de wereld, in dit land en, jawel, ook in deze stad. Kritische leden met goede ideeën die allemaal morgen nog gerealiseerd moeten worden. En weet U? Ik ben het met ze eens. En we kunnen niet wachten op de dag dat GroenLinks met 20 zetels is vertegenwoordigd in dit huis. En tot die tijd zullen we genoegen moeten nemen met een iets trager tempo.
Voorzitter, wat maakt deze Kadernota een Kadernota met de handtekening van GroenLinks. Laat ik kort de punten met U doornemen.
Voor de groenprojecten in het buitengebied wordt anderhalf miljoen euro gereserveerd. Met die gelden kunnen een aantal belangrijke plannen voor natuurontwikkeling, waarvoor nog geen gelden beschikbaar waren, zoals de Flessenhals Teteringen-Oosterhout, De Rith en het groenblauwe raamwerk bij Bavel.
Voor nieuwe, innovatieve milieumaatregelen is een half miljoen euro extra beschikbaar. Dat geld is bedoeld voor de verbetering van de luchtkwaliteit en reductie van de uitstoot van broeikasgassen.
Er is een ton (euro) uitgetrokken voor een onderzoek naar de effecten van het doortrekken van de nieuwe mark tot een stromende rivier.
Voor het thema erfgoed is een extra bedrag van anderhalf miljoen euro beschikbaar. Met dat geld moet de onder andere de achterstand in de inventarisatie van monumenten worden ingehaald en kan het restauratiefonds worden aangevuld.
Voor investeringen in cultuur is een investeringsbedrag van 1,2 miljoen euro beschikbaar. Hiermee worden de markstudio’s gerealiseerd en wordt geïnvesteerd in kunst in de stad. Daarnaast wordt het jaarlijkse cultuurbudget verhoogd met 350.000 euro, voor culturele broedplaatsen in de stad en voor nieuwe initiatieven rond beeldcultuur, zoals het Graphic Design Festival, een filmfestival en Breda Photo. En alsof de stad al niet dynamisch genoeg is, is er ook nog een half miljoen extra voor evenementen in de stad, plus jaarlijks een bedrag van een ton.
Tegelijk, want daar staat GroenLinks ook voor, is er geld gereserveerd om het goede Bredase armoedebeleid voort te zetten, extra opbouwwerkers aan te stellen en te investeren in projecten in dorp en wijk.
Voorzitter,
Politiek gaat over grote bedragen, maar ook over kleine wensen. Ik kan me nog herinneren dat ik ooit tegen de bewoners van de binnenstad heb gezegd: jongens, ik wil niet met jullie over bloembakken praten. Die dingen moeten er gewoon komen. We hebben uit puur ongeduld – het kan ons immers niet snel genoeg gaan – vorige week zelf maar een tuintje aangelegd in de Oosterstraat. En het heeft even geduurd, maar ze komen er, de bloembakken. En dat geldt voor veel wensen uit de stad, de kinderboerderij Haagse Beemden, het opknappen van de speelvelden in de wijken, de wortelopdruk in de Haagse Beemden. Om er maar eens een paar te noemen.
Samenvattend zou je kunnen zeggen, GroenLinks – en dus de Bredase burger – komt er bepaald niet bekaaid vanaf. Maar ik had U in het begin al gewaarschuwd: het kan ons allemaal niet snel genoeg gerealiseerd worden.
Daarom wil ik het even over de uitvoering van een aantal zaken hebben.
Ik begin bij de fietsnota. Een prachtige nota. GroenLinks maakt zich echter nog enigszins zorgen over of al die plannen ook daadwerkelijk gerealiseerd kunnen worden. We zouden graag zien dat daar in de uitwerking van deze Kadernota in de begroting meer inzicht in gegeven kan worden.
U kunt zich wellicht ook nog herinneren dat collega Scheltens over de fietsenstallingen heeft gezegd dat, indien voor de keuze gesteld, zijn dochters liever een extra bolletje ijs hebben dan dat ze hun fiets in de bewaakte fietsenstalling zetten. En we hebben een burgemeester die fietsen weghaalt wanneer ze in de weg staan. Laten we nu twee vliegen in één klap slaan -een uitdrukking die straks, als de partij voor de dieren in deze raad vertegenwoordigd is, overigens uit den boze is- : kunnen die fietsenstallingen niet gewoon gratis?
Erfgoed, en laat ik het nu eens niet over de Veemarktstraat 58a hebben, de Heilig Hartkerk. De stichting woonzorg heeft nu zo onderhand echt lang genoeg getreuzeld. En eigenlijk was het geduld bij ons jaren geleden al op en willen we nog dit jaar een plan hebben om die kerk te behouden. Een plan dat vervolgens ook uitgevoerd gaat worden. Wat ik wil van dit college: alle bestuurlijke kracht inzetten, het volle gewicht, om dit proces nog dit jaar vlot te trekken.
Het dierenasiel heeft haar plannen gereed en het college bekijkt nu die plannen en gaat daarna in onderhandeling met andere gemeenten die tot het verzorgingsgebied horen om de kosten te verdelen. Exacte kosten voor Breda zijn dus nog niet precies in beeld. Kan het college desondanks toezeggen dat straks, wanneer de kosten duidelijk zijn, ook daadwerkelijk geld beschikbaar is voor de uitvoering daarvan? En zien we dat straks, bij de begroting bijvoorbeeld, terug?
Voorzitter, collegae,
Een vriend van me vroeg laatst of ik de politiek onderhand niet beu was. En ik bedacht me dat een politieke functie een tijdelijk karakter heeft. Zelfs bij Jan Marijnissen. En een politieke functie is vermoeiend. Vreet energie. Maar dan komen die idealen weer boven. Die niet snel genoeg gerealiseerd kunnen worden. En die ik, realist als ik ook ben, liever morgen dan ergens in 2044 gerealiseerd wil hebben. Dus het liefst zou ik aan dit college willen vragen of ze ook eventjes de armoede in de wereld kunnen wegwerken, het klimaatprobleem willen oplossen en een concept-raadsbesluit voor permanente wereldvrede willen voorbereiden. Er is nog genoeg om voor te vechten en ik ben nog lang niet klaar. De idealisten van vandaag zijn de realisten van morgen. Ik ben er morgen ook nog.
Het voordeel van het EK is dat de vergaderingen korter en efficiënter zijn. Vrijwel iedereen wil de wedstrijden van Oranje zien en dat is bij GroenLinks geen uitzondering.
„Of we niet eerder konden beginnen”, probeerden enkele fractiegenoten. Maar ik ben Gekke Henkie niet. Wie snel thuis wil zijn moet korter praten, niet eerder beginnen. Het leek me wel een aardig experiment.
Dus toen iedereen ruim voor het begin van de tweede helft – toen de vergadering al twee maal ruw was onderbroken door het gejuich vanaf de Grote Markt – onderweg naar huis, vrienden of kroeg was, deed ik op mijn gemak de afwas en liep ik naar de Boulevard. Ik ging ervan uit dat dit alternatieve café wel gevrijwaard zou zijn van voetbal.
Helaas bleek ook hier de helft van de aanwezigen uitgedost in veel te grote oranje broeken en pluchen hoeden met belletjes. Ik blijf me erover verbazen over de infantiliserende werking die voetbal op mensen kan hebben.
Er zat niets anders op dan me er bij neer te leggen en ‘oeh’ en ‘aah’ te roepen bij elk moment waarop de bal ook maar in de buurt van het Nederlandse doel kwam.
„If you can’t take the heat, get out of the kitchen.” Ik moest eraan denken toen het AD vrijdag opende met de kop ‘Balkenende is kritiek beu’. Laat ik zelf ook eens kritisch zijn. Op het fractievoorzittersoverleg in Breda wel te verstaan.
Het fractievoorzittersoverleg is een overleg dat zo’n acht à tien keer per jaar bijeenkomt om zaken te bespreken die ofwel met het functioneren van de raad te maken hebben. Vroeger was het een soort huishoudelijk overleg. Nu heeft het af en toe ook wat weg van een presidium. De acht fractievoorzitters, met soms een enkele plaatsvervanger, die onder voorzitterschap van de burgemeester, procesafspraken maken.
Het zou, gezien het gezelschap, een verheffende bijeenkomst moeten zijn. Het tegendeel is echter waar. In plaats van een ordentelijke, nette vergadering is het fractievoorzittersoverleg meestentijds een meer dan chaotische bijeenkomst. De fractievoorzitters lijken wel haantjes (m/v). Er wordt veel gezegd, maar slecht naar elkaar geluisterd. Sommigen denken dat hun mening meer gewicht krijgt wanneer ze haar maar luid genoeg verkondigen of vaak genoeg herhalen. Niet zelden praten er twee, drie mensen door elkaar heen en mensen in de rede vallen is eerder regel dan uitzondering. Het fractievoorzittersoverleg lijkt nog het meeste op een kleuterklas tijdens een schoolreisje. Met dat verschil dat in het laatste geval een leraar de meute meestal nog een beetje in bedwang kan houden.
Het is maar goed dat de plaatselijke pers tegenwoordig niet meer bij het fractievoorzittersoverleg aanwezig is. Ik zie de beschamende columns al voor me waarin het gedrag van de zogenaamde gezagdragers pijnlijk blootgelegd wordt. Die ene bijvoorbeeld die, om zijn eigen mening maar te verkondigen, steeds antwoord geeft op vragen die niet gesteld zijn. Of die twee die overal doorheen praten, en nog het liefst nog door de burgemeester annex voorzitter. Of die ene die al een mening heeft voordat een kwestie goed en wel verteld is.
Ik kan me niet voorstellen dat de burgemeester blij is met de wijze waarop wordt overlegd met elkaar. Een informele sfeer past bij het fractievoorzittersoverleg, maar elkaar uit laten praten en op je beurt wachten zijn toch fatsoensnormen die ook buiten een strakgeleide vergadering geldig zijn. Ik vind de omgangsvormen het niveau van fractievoorzitters in ieder geval onwaardig en zit steeds vaker lusteloos op mijn stoel na te denken waar het toch heen moet met de wereld. Inderdaad, ook niet het meest wenselijke gedrag tijdens een vergadering. Maar je moet wat als je moet wachten met je eigen opmerkingen totdat de rest klaar is met door elkaar heen kleppen.
Ze zullen straks wel boos zijn dat ik dit geschreven heb. Och, if you can’t take the heat…