Stadsdichter – vr 28 jan. 2005

Olaf Douwes Dekker (inderdaad, verre familie van Multatuli), collega-raadslid van de VVD is verkozen tot stadsdichter. En dat heeft geleidt tot een relletje. Want de stadsdichter zou officiëel benoemd worden door de wethouder en werd een honorarium in het vooruitzicht gesteld voor het schrijven van zijn stadsdichten. Maar Douwes Dekker is dus ook een onafhankelijk raadslid dat datzelfde college van Burgemeester en Wethouders moet aansturen en controleren. Moet hij dan straks gedichten gaan schrijven over dingen die hij zelf heeft besloten?

Een tweede probleempje was dat hij de juryvoorzitter nogal goed kende. Samen presenteren zij voor de lokale omroep maandelijks het programma ‘Broodje Cultuur’. Dat wil ik trouwens meteen relativeren: iedere genomineerde kende de mensen in de jury: het culturele wereldje van Breda is namelijk ook weer niet ontzettend groot.

Ik was niet van plan zelf het relletje te beginnen. Je kon misschien wel wat vraagtekens stellen bij de hele gang van zaken, maar er zijn belangrijkere dingen aan de hand in Breda dan de al dan niet discutabele verkiezing van een stadsdichter. Ware het niet dat een journalist van BN/DeStem mij belde met de vraag hoe ik er nu eigenlijk over dacht, die combinatie van raadslidmaatschap en stadsdichterschap. En daarop kon ik alleen maar eerlijk antwoorden. Ik vond de combinatie niet geslaagd en had het verstandiger gevonden van Olaf als hij zich nooit had laten nomineren. Een valse start voor het stadsdichterschap, zo luidde de kop van het artikel de volgende dag, waarbij ook andere politici (allemaal van de oppositie overigens) ongeveer dezelfde stellingname hadden als ik. De rel was geboren. (wordt vervolgd…)

Magnanimitas – di 25 jan. 2005

Horecadiscriminatie is wellicht één van de meest hardnekkige problemen in de Bredase samenleving (zie ook weblog do 26 sept 2003, vr 10 sept. 2004 en ma 18 okt. 2004 . Het speelt al jaren, zo niet decennia, iedereen weet het en toch werd er jarenlang niets aan gedaan. Althans, door de politiek niet. Het steunpunt tegen discriminatie wilde het probleem nog wel eens onder de aandacht brengen, maar ook dat leidde tot weinig verandering. En met alle respect voor onze vorige burgemeesters, Rutten en Nijpels, maar ook zij hadden weinig oog voor de jonge allochtonen die nooit naar binnen mochten.

Toen enkele maanden geleden de nieuwe Burgemeester, Peter van de Velden, aantrad in Breda, ging hij alle fracties langs om van hen te horen welke problemen er in de stad speelden. Onze fractie bracht toen onder meer het probleem van de horecadiscriminatie ter sprake. Ook kreeg hij in de eerste weken van zijn burgemeesterschap een rapport van het steunpunt tegen discriminatie over precies dit probleem gepresenteerd. En hulde voor Van de Velden: hij heeft het probleem prominent op zijn to-do-lijstje gezet en het lijkt erop dat daardoor in Breda echt iets gaat veranderen.

Deze avond was er een bijeenkomst voor allochtone jongeren over de horecadiscriminatie. En er waren heel wat geïnteresseerde jongeren die op de avond waren afgekomen.

Het doel van de bijeenkomst was het uitwisselingen van ervaringen door de jonge allochtonen. In de kantine van het Stadskantoor zaten ze in soort van kring. Midden in die kring liep de burgemeester met een draadloze microfoon en gaf hij iedereen de gelegenheid zijn of haar verhaal te vertellen. Soms een tikkeltje formeel, maar losjes. En daadwerkelijk geïnteresseerd in de verhalen van de jongeren. En zo kon het gebeuren dat toen een jongere met al zijn emoties sprak over die fuck-horeca, de burgemeester instemmend knikte, omdat ook hij wel begreep dat geweigerd worden omdat je een kleurtje hebt zo’n beetje de meest vernederende ervaring moert zijn die je je kunt voorstellen.

De bijeenkomst was het begin van een nieuwe aanpak in Breda. Er komt een werkgroep (met allochtone jongeren en dus geen belangenorganisatie!), er komt een panel duurbeleid die de horecadiscriminatie onder de loep gaat nemen en, als het aan Van de Velden ligt, komt er een beleid waarbij ‘foute’ kroegen hun vergunning wel eens kunnen verliezen.

Een hoopgevende avond. Met eigenlijk maar één minpuntje: van alle raadsleden was ik de enige die bij de bijeenkomst aanwezig was om te luisteren. En dat viel me van de rest toch een beetje tegen.

He looks like Elvis – ma 24 januari 2005

Na mijn werk reed ik vanuit Hilversum naar Delft, om vanuit daar samen met Jaap per trein weer terug te reizen naar Utrecht. Elvis Costello stond op de planken in Vredenburg en dat wilde ik niet missen.

Het bleek een geweldig optreden. Want hoewel door een verkoudheid geveld, en door schorheid amper verstaanbaar tijdens de aankondigingen, wist hij de liedjes nog heel aardig te zingen. Weliswaar smokkelde hij hier en daar een nootje, maar wie maalt daarom.

Na een lied of zes was de keuze dan ook aan het publiek: stoppen en een andere keer terugkomen, of doorgaan en zien waar het schip strandt. Het publiek koos in overgrote meerderheid voor het laatste.

Een, zo bleek achteraf, goede keuze. Costello compenseerde zijn schorheid met een spetterende performance vol energie. En hij wist ook niet van ophouden. Inclusief de twee toegiften duurde de voorstelling ruim twee uur. En in tegenstelling tot de verwachtingen zaten daar nog heel wat klassieke Costello-hits tussen. Zodat ik helemaal tevreden terug naar het station liep met de klanken van Oliver’s Army nog nagalmend in mijn hersenpan.

Kraamfeest – za 22 januari 2005

Wie het een jaar geleden voorspeld had, zou voor krankzinnig zijn uitgemaakt. Maar Bart Schutte is vader geworden van Tobias. En met die stap neemt hij zonder enige blijk van rouw, afscheid van onverantwoorde stapavondjes, feesten tot diep in de nacht en de daarbij gepaard gaande hoeveelheden drank. Wij begroeten Tobias en nemen tegelijkertijd afscheid van Bart. Hij is ingetrokken bij zijn vriendin in Enkhuizen en vertelt vol trots dat hij over twee weken begint met babyzwemmen. O gruwel, dacht ik bij mezelf, maar ik gun het hem van harte.

Ik las het enkele weken geleden in NRC en ik moest er deze middag weer aan denken. Hoe kan het toch dat er voor zoiets essentieels als een ‘baby’ geen fatsoenlijk Nederlands woord is. Zuigeling, riepen sommige aanwezigen enthousiast, maar toch dekt dat de lading niet. Het woord ‘zuigeling’ heeft een steriele connotatie. En ‘kind’ is ook niet hetzelfde als zuigeling. Dus behelpen we ons maar met het Engelse baby.

Als Tobias straks 16 wordt, is Bart vijftig. Ik ben benieuwd wat er dan nog van het feestbeest over is.

Justitia – do 20 januari 2005

In de commissie Algemene Zaken kwam onder meer de Algemene Plaatselijke Verordening aan de orde. Er zijn een paar wijzigingsvoorstellen gedaan. Met sommige kan ik leven, zoals een verbod op het in een winkelgebied bij je dragen van voorwerpen waarvan het aannemelijk is dat de drager de bedoeling heeft deze te gebruiken voor winkeldiefstal. Simpel gezegd: je mag in het centrum geen met aluminium beklede tassen bij je hebben omdat je daarmee de detectiepoortjes in winkels kunt omzeilen.

Een aantal wijzigingen ben ik het volstrekt niet mee eens, zoals de uitbreiding van de regeling rond bestuurlijke ophouding, waarmee mensen kunnen worden aangehouden zonder dat ze zelf iets hebben gedaan. Bij voetbalwedstrijden bijvoorbeeld kan het dragen van een Ajax-sjaaltje voldoende zijn om iemand aan te houden omdat andere supporters ergens rotzooi hebben getrapt. Overigens snap ik daadwerkelijk niet waarom deze regel uitgebreid wordt. Ook nu is bestuurlijke ophouding al enkele jaren mogelijk, maar in Breda nog geen enkele keer toegepast.

Een regel die al een tijdje in de APV staat is het verbod op het op straat bij je hebben van soft-drugs. De regel wordt weliswaar amper toegepast, maar feitelijk kun je iedereen die met een zakje wiet de koffieshop uitloopt arresteren. En dat vind ik op zijn zachtst gezegd een beetje vreemd.

Ook het alcoholverbod in het Valkenberg mag wat mij betreft opgeheven worden. Deze is ooit ingesteld om de drinkende zwervers daar weg te kunnen jagen. Gevolg: het probleem wordt verplaatst naar andere plaatsen. Wat mij betreft komt die regel te vervallen en wordt deze vervangen door een verbod op overlast als gevolg van drankgebruik. Want het blijft uitermate irritant dat, wanneer ik op een warme zomermiddag met een paar vrienden in het Valkenberg rustig lig te genieten van de zon met een sixpackje Grolsch, ik bang moet zijn voor de patrouillerende politie.

Sapientia – di 18 januari 2005

De onderwijsraad presenteerde maandag het plan om een Nederlandse Canon op te stellen: een soort lijst van zaken die tot de kern van de Nederlandse cultuur en historie behoren. De dingen die in die in die Canon staan zou iedereen in Nederland moeten weten en kennen.

Het is niet zo moeilijk om een paar dingen te noemen die daar zeker in zouden moeten staan: de Nederlandse Opstand tegen de Spanjaarden en de vorming van de republiek, de Nederlandse staatsinrichting volgens Thorbecke en de vrijzinnige evolutie van de jaren ’60. Maar wat mij betreft komen ook eindelijk de zwarte bladzijden uit de Nederlandse geschiedenis aan de orde. En alleen Max Havelaar van schrijver Eduard Douwes Dekker is dan niet voldoende.

Ik zat te denken aan de oorlog in Indoniesië, die wij ook in de moderne geschiedenisboeken nog steeds eufemistisch ‘politionele acties’ noemen. Ik zat te denken aan al die slaven die wij van Afrika naar Amerika verscheept hebben. Ik zat te denken aan het feit dat door gebrek aan ruggegraat de Nederlanders tijdens de bezetting en masse hebben gecollaboreerd met de bezetter met als gevolg dat er geen ander land ter wereld is waar verhoudingsgewijs zoveel joden zijn gedeporteerd. Dat Nederland zes keer zoveel collaborateurs kende dan verzetsstrijders. Dat soort onprettige zwarte bladzijden.

Het Nederlandse Canon hoeft geen document te worden om trots op te zijn. Maar misschien wel een document waar we wat van kunnen leren. Zodat we ons in de toekomst wat beter zullen gedragen. Ik geef toe, we hebben het politieke klimaat een beetje tegen.

Prudentia – ma 17 jan. 2005

De fractievergadering stelde niet veel voor, aangezien Piet Hein en ik diezelfde avond en in dezelfde ruimte ook moesten vergaderen met het werkgroepje dat bezig is met een avond over de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (zie web-log wo 22 dec. 2004). Erg veel zin had de bijeenkomst echter niet. Zowel Piet Hein als ik hadden ons huiswerk niet gedaan. En daar waren de anderen niet heel erg over te spreken. Wat op zich voorstelbaar is.

De oorzaak daarvan was echter dat weer een ander uit ons groepje ook zijn huiswerk niet had gedaan: namelijk het schrijven van een korte besluitenlijst van de vorige bijeenkomst. Het gebeurt nog al eens dat ik zomaar wat aantekeningen op een los blaadje schrijf dat daarna op mysterieuze wijze zoek raakt. In zulke gevallen vertrouw ik altijd op de verslagen die mij er aan herinneren dat ik nog iets moet doen. Pas wanneer ik het in mijn agenda schrijf, is het zeker. Ik weet het, het is niet erg secuur, maar ik ben op momenten nu eenmaal een beetje slordig.

Gelukkig was het allemaal geen halszaak en was de schade makkelijk ingelopen. En dat is maar goed ook, want lange vergaderingen gaan allemaal af van de zuivere drinktijd.

Slotaccoord – za 15 jan. 2005

Het bandje, zo werd Waggledance meestal genoemd. Of, door buitenstaanders, het bandje van Jaap. Maar het bandje van Jaap, waarvan ik de laatste jaren bij de schamele optredens de vaste geluidsman was, is sinds enkele maanden niet meer. Het zat er al wat langer aan te komen. De bandleden woonden inmiddels verspreid over het land en er gingen daardoor meer repetities niet door dan wèl. Maar, en daar ben ik zelf in mijn onvermoeibare archiefdrift zelf vooral schuldig aan, kan Waggledance zich, ondanks het beperkte aantal optredens van gemiddeld twee per jaar, verheugen in het fenomenale aantal van maar liefst zeven live-albums.

Er was een soort reünie georganiseerd, mede bedoelt als house-warming van Maarten welke door gebrek aan meubilair een enigszins armoedig tintje had. Maar er was bier en het duurde niet lang voordat de stereo was aangesloten dus wat kon er nog misgaan.

Niets dus, ware het niet dat dat ene kratje Amstel natuurlijk niet de hele avond kon blijven voorzien in volle pijpjes. Dok 19 volgde, een ongepland bezoek aan Joris volgde nog later en het bed volgde nog aanzienlijk veel later. Het is maar één keer zaterdag. Per week dan althans.

Harry de Nazi – vr 14 jan. 2005

Nu is het natuurlijk niet bijster slim om als potentieel troonopvolger naar een gekostumeerd bal te gaan verkleed als soldaat van het derde rijk. Toch vraag ik me af of de ontstane ophef niet wat hypocriet is. Die zou terecht zijn als Prins Harry, de jongste zoon van de Engelse kroonprins Charles de wandaden van de nationaal-socialisten had genuanceerd of de holocaust had ontkent, zoals Le Pin van het Franse Front National in die zelfde week wèl had gedaan. Maar met het zich verkleden als voetsoldaat van de Nazi’s heeft Harry volgens mij niet veel meer gedaan dan uiting gegeven aan zijn wansmaak en gebrek aan historische kennis. En beide zijn op zichzelf geen misdaad.

De ophef is natuurlijk vooral het gevolg van het feit dat Harry tot de koninklijke familie behoort. Een willekeurige andere jongen zou niet op de voorpagina van The Sun terecht zijn gekomen. Sterker nog, dan zou door de omstanders smakelijk gelachen worden vanwege het simpele feit dat ‘de Duitsers’ door de Engelsen in eerste instantie niet met genocide en bezetting worden geassociëerd, maar met een vijand die door de Britten is verslagen. In Engeland zijn geen joden, socialisten, homoseksuelen, verzetstrijders en andere vijanden van het regime weggevoerd en vergast. In Engeland vielen ‘slechts’ bommen. Vandaar dat Engelsen wel grappen over de oorlog mogen maken. Het kostuum van Harry was niets anders. Een smakeloze grap, maar desondanks een grap.

Omdat Harry mogelijk troonopvolger is, de derde in lijn, moet hij zich voorbeeldig gedragen. En dat is saai, zeker voor een knul van twintig. Daarom sterkt deze affaire mij in mijn republikeinse gedachte. Weg met de koninklijke familie. Ten eerste, omdat ik niet geregeerd wil worden door iemand die ik niet gekozen heb en wellicht verwerpelijke ideeën heeft, en ten tweede omdat ik die mensen ook een gewoon leven gun. Waarbij je eens een keertje een foute opmerking kan maken, zonder dat het hele vaderland over je heen valt. Want Harry was alleen maar een beetje dom. Wat jij, Alex?