Lege stoel – wo 1 febr. 2006

Om klokslag half acht, de vaste aanvangstijd van commissievergaderingen, liep ik de raadszaal binnen. De dames en heren waren al bij de rondvraag. Pisnijdig ging ik op een stoel zitten. De aanvangstijd van de vergadering was vervroegd.

Verkiezingstijd is een drukke tijd. Elke wijkraad, belangenvereniging of organisatie organiseert wel ergens een debat of politieke bijeenkomst. Zo had de PvdA deze avond een volkshuisvestingsavond georganiseerd. Een commissievergadering komt dan slecht uit en dus was de vraag of de commissievergadering vervroegd kon worden. Naar 18.00 uur welteverstaan.

Aan die wens werd gehoor gegeven. De commissievergadering werd vervroegd. Dat stond netjes op de uitnodiging voor de vergadering. Maar wie al vier jaar lang elke maand om half acht naar een vergadering gaat, let niet op het aanvangstijdstip.

Het is wellicht niet handig om als politieke partij bijeenkomsten te organiseren op momenten dat er ook een commissievergadering is. Zeker als commissieleden van die partij zelf ook naar die bijeenkomst willen. Als we ons daar aan houden dan hoeft er de komende vier jaar geen enkele vergadering verplaatst te worden. Dat lijkt me een nobel streven.

Heel veel vragen – vr 27 jan. 2006

De lokale stemwijzer werd gepresenteerd. Dat gebeurde met aanwezigheid van de pers. Studenten mochten als eerste de vragenlijst invullen. Daarna waren de politici aan de beurt. Sommigen brak het koude zweet uit. Kennelijk waren ze er niet van overtuigd dat ze bij hun eigen partij zouden uitkomen.

Kennelijk een terechte zorg. Want de lijsttrekker van de nieuwe en niet veelzeggende partij Open en Eerlijk kwam uit bij D’66. En CDA-prominente Mattie Boidin kwam weliswaar bij haar eigen partij uit, maar had een vooraf ingevuld spiekbriefje bij zich met op elk van de 28 vragen het ‘juiste’ CDA-antwoord.

Sowieso hadden de politici al een dag mogen oefenen op een speciale, met wachtwoord beveiligde versie van de lokale stemwijzer. De oprechtheid van de politiek loopt, met die wetenschap, opnieuw een flinke deuk op. Oprecht kan ik zeggen dat ik vooraf niet ‘geoefend’ had. En ja, ik kwam op GroenLinks uit. Maar wie gelooft dat nog, als je als enige zegt dat je ècht niet gesjoemeld hebt.

Nog meer vragen – do 26 jan. 2006

Het eerste politieke debat van de verkiezingen was wederom georganiseerd door de dorpsraad Prinsenhage. Voor GroenLinks is dat nooit een thuiswedstrijd. Aangezien ik zelf eerst een commissievergadering MSO had, nam Sietzke, onze nummer 2, het eerste deel van de avond voor mij waar. Toen ik aankwam, observeerde ik de tactische situatie: een zaal vol met de gifgroene sjaaltjes van het CDA. Inderdaad geen thuiswedstrijd

Toch heeft GroenLinks de bewoners van Princenhage meer te bieden dan elke andere partij dan ook. Vooral als het gaat om het beschermen van het landschappelijke buitengebied. In dit geval gaat het om het prachtige gebied De Rith, wat voor GroenLinks één en ondeelbaar is en beschermd moet blijven tegen bebouwing van bedrijventerreinen of woningbouw. Een heel ander geluid dan dat van het CDA, dat de Rith ook zegt te willen beschermen, maar tegelijkertijd beweert dat het gebied dat tot De Rith behoort veel kleiner is dan dat het werkelijk is. Een goedkope smoes om toch delen van dit cultuurhistorische gebied te kunnen gaan bebouwen.

Ook veel andere partijen zien bouwen in de Rith wel zitten. Zo meldde de SP dat hun belangrijkste prioriteit woningbouw is en dat ze daar zelfs De Rith voor willen opgeven. Iets wat trouwens helemaal niet nodig is omdat voldoende andere locaties beschikbaar zijn. De Leefbaren hebben al lang geleden gezegd dat bebouwing van de Rith voor hun aanvaardbaar is, en bleven dat standpunt consequent verdedigen. VVD maakt zich er ook allemaal niet zo druk om en ook de PvdA hecht niet veel belang aan het daadwerkelijk beschermen van het buitengebied. Eigenlijk zijn het alleen D’66 en Breda’97 die, net als GroenLinks, het beschermen van De Rith een belangrijk item vinden.

Zo waar hoorde ik enige instemming in de zaal na mijn pleidooi voor het behouden van De Rith. Toch een deukje in dit traditionele CDA-bastion?

Vragen – wo 24 jan. 2006

Je telt in Breda pas echt mee, als je door de lokale radio-omroep gevraagd wordt voor een radio-interview. Daarom was ik erg blij dat radio-presentator Frank Mol van Stadsradio Breda me uitnodigde voor een uur durend politiek diepte-interview. Net als alle andere lijsttrekkers overigens.

Wie de uitzending wil terughoren kan dat hieronder.

Onder journalisten – ma 23 jan. 2006

Als lijsttrekker wil men alles van je weten. Althans, zo lijkt het soms. En dus mocht ik op komen draven bij BN/DeStem. Routineus vuurde redacteur Nico Schapendonk zijn vragen op me af en even routineus probeerde ik deze te beantwoorden. Politiek is soms net de middelbare school: lijstjes uit je hoofd leren.

Het belangrijkste lijstje is het lijstje ‘de belangrijkste punten van GroenLinks’. Ook belangrijk is het lijstje ‘wat onderscheid jullie van de SP, of juist van de PvdA. Het lijstje met punten die GroenLinks de afgelopen periode heeft bereikt en het lijstje met zaken die het huidige college de afgelopen periode helemaal verkeerd gedaan heeft. En dat is ook meteen het langste lijstje.

Lijsttrekkersdebat – za 21 januari 2006

Ik werd gepoederd en afgestoft, net als alle andere lijsttrekkers. In hotel Brabant stonden camera’s, en televisielampen. Het was de eerste opnamedag voor een serie televisieprogramma’s over de verkiezingen die de lokale omroep de komende tijd gaat uitzenden.

Zo’n televisie-uitzending heeft nog heel wat voeten in de aarde. Ik was er dan ook de hele middag aan kwijt. En trouwens ook nog het begin van de avond. De meeste aanwezige politici bleven immers nog even aan de bar hangen.

Wethouder Alfred Arbouw (VVD) zuchtte even, denkend aan de anderhalve maand campagne die hij nog voor de boeg had. ‘Ik zie jouw vaker dan mijn eigen vrouw’. Tevreden constateerde ik dat ik geen vriendje heb. Stel je voor dat ‘ie jaloers zou worden op Alfred.

Daklozenopvang – vr 20 jan. 2006

We zouden aanvankelijk om negen uur vertrekken, maar kennelijk was dat vervroegd naar half negen. Tevergeefs, want ik kwam toch echt pas tien minuten voor negen het Stadserf opfietsen. Daar stond het busje met raadsleden al klaar om weg te rijden.

Het werkbezoek ging naar Den Bosch en Eindhoven, om in die steden eens te kijken hoe daar met de opvang van dak- en thuislozen werd omgesprongen. Vooral Utrecht liet een goede indruk achter. Utrecht kent veel verschillende en van elkaar gescheiden voorzieningen. De gebruikersruimte en de nachtopvang zijn op verschillende locaties. Daarnaast zijn er in de stad een aantal hostels, die 24 uur open zijn, maar waar geen bedden zijn. Er zijn kleinschalige woongroepen van ex-daklozen die een opstap zijn naar zelfstandige woonruimte. En via een bureau dagloon krijgen dak- en thuislozen de mogelijkheid om bovenop hun daguitkering nog wat extra geld bij te verdienen door nuttig werk te doen.

In Eindhoven was de diversiteit in het aanbod aanmerkelijk kleiner, maar ook daar was de dag en de nachtopvang van elkaar geschieden. Daarnaast heeft die stad onlangs ook een gelegaliseerde tippelzone aangesteld. Voor de Bredase raadsleden interessant, omdat ook in Breda de straatprostitutie toe lijkt te nemen. En hoewel ik zelf erg verdrietig wordt van mensen die zich gedwongen voelen om op die manier bij te moeten verdienen, zie ik niet hoe een gemeente dat zou moeten willen tegengaan. Legaliseren, zodat overlast geminimaliseerd wordt en de omstandigheden voor de tippelaarsters verbeteren. In Eindhoven leek het goed uit te pakken. Ik durf echter niet goed in te schatten hoe groot de omvang van de straatprostitutie is en of ook hier zoiets dergelijks nodig zou zijn. Ik geloof niet dat dat al wel eens duidelijk in beeld gebracht is. Misschien toch eens naar vragen.

Driegesprek – do 19 jan. 2006

Een gesprek met de burgemeester is zoiets als een audiëntie bij de koningin. Het is niet de bedoeling dat je er naderhand allerlei dingen over gaat doorvertellen.

En zo werd er in de mooiste kamer van het Stadskantoor gesproken over een veelheid aan politieke onderwerpen en werden verschillende meningen uitgewisseld.

Eén ding mag ik waarschijnlijk wel verklappen: Van der Velden had erg genoten van het eerbetoon aan Pierre Kartner, de dag ervoor in MeZZ. De burgervader blies zelfs een nog een partijtje mee op zijn trompet bij de ‘grand finale’, het Kleine Café aan de Haven, waarbij Kartner, waarschijnlijk voor het eerst in zijn leven, even de tekst kwijt was.

Tweede Stem – wo 18 jan. 2006

‘Breda Zingt Pierre’, heette de avond in poppodium MeZZ. En het was georganiseerd door de leden van het genootschap Pleuni Depman en Tie Schellekens. Als lid van datzelfde Genootschap van Liefhebbers van de zuivere Tweede Stem van Pierre Kartner kon ik natuurlijk niet wegblijven. En ook al was ik drie kwartier later, het was een geweldige avond.

Een klein jaar geleden kwam het genootschap voor het eerst bijeen in De Beyerd (zie web-log vr 18 febr. 2005). Het was overigens de enige keer dat ik aanwezig was op de vergaderingen, die vanaf dat moment steevast werden gehouden op momenten dat ik in commissie of raad zat. Een noemenswaardige bijdrage aan het geheel heb ik dus nooit kunnen leveren. Als het genootschap een comité van aanbeveling had gekend, had ik me waarschijnlijk naar die positie gedegradeerd.

De avond was echter geweldig: Pierre zat op een bankstel aan de zijkant van het podium zichtbaar te genieten van de vele verschillende vertolkingen van zijn nummers. Sommigen te vals, anderen weer onvoorstelbaar mooi, zoals Deborah Jacobs Ben Cramer mijlenver achter zich liet met haar versie van ‘De Clown’.

De MeZZ is op een woensdagavond waarschijnlijk nooit eerder uitverkocht geweest. Het ietwat verlate verjaardagsfeestje van Pierre Kartner heeft ook in die zin alle records verbroken. Een standbeeld voor Pierre Kartner is dan ook niet meer nodig.

Roerganger – ma 16 jan. 2006

De vergadering van het partijbestuur viel samen met Martin Luther King-day. Het zal niets meer dan een toevallige samenloop van omstandigheden geweest zijn. Ik reisde al vroeg naar Utrecht af. Er waren ook nog twee studenten van de Universiteit die me wilden interviewen voor een onderzoek. Ik had ze maar uitgenodigd op het partijbureau.

Het is min of meer gewoonlijk dat Onne, voorzitter van Dwars, groenlinkse jongerenorganisatie, en ik nog even een biertje pakken in café België. Dit enigszins zonderlinge café aan de oude gracht is een verzamelplaats voor voormalig alto’s, kunstzinnige medemensen en studenten. Het was gezellig en zo kon het dus ook gebeuren dat ik mijn laatste trein naar Breda miste. Beroerd, vooral omdat ik al voor mijn retourtje betaald had. Gelukkig woont Alto-Joris ook in Utrecht en kon ik bij hem blijven pitten. En bijpraten.

Nog beroerder was mijn financiële positie de volgende dag: mijlen ver verwijderd van een pinautomaat moest ik van Joris zelfs nog een eurootje lenen voor de bus, die me naar het station bracht en waar ik een enkeltje Breda kon aanschaffen. Welke, net als mijn voor de helft ongebruikte retourtje van de dag ervoor, door geen enkele conducteur werd afgestempeld of naar werd gevraagd. Jahaa, ik weet het, je betaalt je treinkaartje niet om afgestempeld te worden, je betaalt het omdat het zo hoort. Maar desondanks ben ik van mening dat ze voor € 36,70 best even mogen knippen.