Midzomernacht – wo 21 juni 2006

De langste dag is al jarenlang een reden voor een feestje met Barbecue. Dit jaar was de achtertuin van het voormalig bejaardentehuis Raffy, waar vriend Guus enige tijd als anti-kraker woont, de locatie.

Nu is een woensdag niet de meest ideale dag om tot diep in de nacht het korte aspect van die nacht te vieren, zeker niet met een wekker die de volgende ochtend om half zeven afgaat. Het nieuwe ritme dat ik moet ontwikkelen nu ik vier dagen in de week in Den Haag werk, vraagt nog enig geduld alvorens ik eraan gewend zal zijn.

De zomer is het beste wat mij kan overkomen. Opstaan gaat een stuk makkelijker dan in de winter, de jas kan, met een beetje geluk, aan de kapstok blijven hangen en de terrassen nodigen uit tot midzomernachtsoverdenkingen. Helaas is het keerpunt al weer bereikt. De dagen worden al weer korter. Hopelijk de voorbode van een gigantische nazomer.

Kadernota (1) – di 20 juni 2006

Vandaag was de mondelinge eerste termijn van de behandeling van de Kadernota. Daarbij heb ik extra aandacht besteedt aan het onderwerp discriminatie. Al jaren erger ik me werkelijk groen en geel aan jongeren die geweigerd worden in een café omdat ze donker zijn. En elke keer als ik daar verhalen over hoor, wordt ik er weer verdrietig van. Vooral omdat heel veel mensen het gelaten accepteren en er niets aan denken te kunnen doen. Hieronder mijn bijdrage.

In het coalitie-accoord ‘Kiezen voor Elkaar’ hebben de coalitiepartijen PvdA, CDA, Breda ’97 en GroenLinks gekozen om te investeren in de groepen die het meest kwetsbaar zijn. Dat blijkt ook in deze kadernota, die een eerste vertaling is van die belofte. We kiezen onomwonden voor de handhaving van het armoedebeleid, voor een stevig fundament voor de Wmo in de vorm van een Fonds Maatschappelijke Ontwikkeling. Dat geldt ook voor het sociaal beleid, het harder werken aan schuldhulpverlening en het bieden van perspectief via een actief arbeidsmarktbeleid. En deze coalitie maakt ook werk van de wijkontwikkelingsprojecten in Heuvel, Noord en Driesprong, waar fondsen voor gereserveerd zijn.

Maar deze coalitie heeft zich ook uitgesproken voor het knokken voor kwetsbaar groen in en om de stad. Naast GroenLinks pleit ook de PvdA voor een compacte stad. En ook Breda ’97 en het CDA spreken zich uit voor een zorgvuldig rentmeesterschap over de natuur, de schepping. Dat betekent dat we zuinig moeten zijn op ons buitengebied. Dit college zegt voldoende waarborgen te hebben in de vorm van de reconstructie en gebiedsplannen. In het op te stellen meerjarenprojectenprogramma moet de raad dan integraal afwegen waar zich de rode en groene contouren van de stad bevinden. In d tussentijd open we dat het college aan de slag gaat met een vereveningsfonds voor Groenontwikkeling, zoals de provincie dat van ons heeft gevraagd.

Wij willen nadrukkelijk vragen om een pilot-project voor Gratis Openbaar vervoer tussen Oosterhout en Breda. Vandaag was het al een chaos. Hoe zal dat morgen zijn, of volgende maand. Stel dat we er in de hersfst achter komen dat de huidige maatregelen onvoldoende zijn. tegen die tijd is het te laat om nog in aanmerking te komen voor provinciale financiering. We hebben hier dan ook een motie over.

Als laatste wil ik stilstaan bij onze opmerkingen over horeca-discriminatie en discriminatie op de werkvloer. De gemeentelijke overheid moet daar echt de eigen verantwoordelijkheid in nemen. Het kan niet zo zijn dat wij van iedere inwoner van dit land eisen om in te burgeren, de taal te leren, de wetten te respecteren, terwijl bij het vinden van werk, het toegewezen krijgen van een stageplaats of zelfs tijdens het uitgaan, allochtonen worden gediscrimineerd. Aan de zijlijn blijven staan.

En ondertussen vragen we ons af hoe het kan dat zoveel jongeren van allochtone afkomst zich niet altijd thuis voelen in Nederland. Waar hun religie en cultuur wordt geridiculiseerd. Rara hoe kan dat?

Discriminatie van allochtonen mag in Breda niet langer worden getolereerd. Het moet fel worden bestreden, desnoods met onorthodoxe maatregelen. Of, om Ayaan Hirsi Ali te parafraseren:

Ik ben Selçuk, zoon van Nurettin, zoon van Hikmet, zoon van Mehmet. Maar bovenal een inwoner van Nederland, van Breda, waar ik me geaccepteerd voel, waar ik thuis ben. Dat zou voor iedereen in deze stad moeten gelden.

Orangitus – ma 19 juni 2006

Ik ben geen voetbalhater, echt niet. Ik geef er zelf weliswaar niets om, maar wie ben ik om een ander dan zijn potje voetbal te misgunnen. En zelfs de smakeloze en bij vlagen wanstaltige versieringsdrang, waaronder alles wordt getransformeerd in een welhaast misselijkmakende kleur oranje, kan ik billijken. Wuppies, vlaggen en, novum, de sosjaal van McDonalds, ik kan er zelfs hartelijk lachen. Maar met de oranje vloei van Mascotte ligt de grens. Het ziet er smerig uit en het kan ook niet goed zijn voor de gezondheid, al die oranje kleurstoffen die je inademt bij het opsteken van zo’n sigaret.

Het was een ietwat chaotische fractievergadering na een toch al drukke werkdag, met een overvolle agenda. De bespreking van de reacties van de andere fracties op de kadernota 2007 (kunt U het thuis nog volgen?). Ondertussen overleg met andere fracties, standpuntbepaling, moties en alles wat er bij komt kijken.

Toen ik rond één uur ’s nachts thuis kwam, ging ik meteen naar bed. Morgen zou weer een drukke dag worden, omdat ik tussen de bedrijven door nog aan mijn inbreng voor de raadsvergadering van de volgende avond moest gaan schaven. Ik had mijn slaap dus wel nodig.

Was het de spanning of de werkdruk of misschien slechts de gedachte dat ik snel in slaap moest vallen? Het lukte in ieder geval niet. Wellicht had het niets met politiek te maken, maar was het simpelweg het weerzinwekkende beeld van die oranje peuk die me de halve nacht wakker hield.

In het zonnetje – zo 18 juni 2006

De reacties van de andere fracties op de Kadernota was binnen. En ik had nog twee ongelezen NRC’s. Gelukkig scheen de zon, zodat ik voor de eerst keer uitgebreid kon genieten van mijn dakterras.

Na enkele uren in de zon te hebben doorgebracht, de kranten en de reacties aandachtig doorgelezen te hebben, werd het tijd om naar mijn moeder te gaan. We genieten samen altijd erg van de aspergetijd, die helaas al weer bijna ten einde is. Dus was ik van harte uitgenodigd voor asperges en, als toetje, aardbijen, van de koude Traaise grond.

En dan wreekt zich de langzaam vorderende leeftijd. Mijn in de zon gekleurde buik vertoonde een akelig witte streep. Precies op die plek waar, als ik zit, de buikhuid plooit en vouwt om het surplus aan buik een plek te kunnen geven, als gevolg van een nooit aan de vorderende leeftijd aangepast drink- of eetpatroon. 28 jaar en een buikje, het zal toch niet hè?

Mundial – za 17 juni 2006

‘Ga je mee naar Mundial?’, vroeg de stem aan de andere kant van de telefoon. Tuurlijk, ik ben dol op biologische koffie.

Muziek uit alle windstreken, een bijna subtropische zomerzon en bier. Wat wil een mens nog meer. Badend in luxe en weelde zag ik het door het ministerie van Buitenlandse Zaken gesponsorde Ministeriepodium, waar de millennium-doelstellingen tegen armoede en honger op grote doeken leesbaar waren.

En daar kan ik me kwaad om maken. Want terwijl het kabinet goede sier probeert te maken met doelstellingen waarvoor ze geen cent uitgeeft, handhaven Nederland en Europa hun landbouwsubsidies, hun tariefmuren en hun impostbeperkingen. En zolang er geen sprake is van eerlijke vrijhandel, zullen ontwikkelingslanden nooit de kans krijgen hun economie een impuls te geven. Want dat zou pas structurele hulp zijn: onze door de eeuwen heen eenzijdig opgebouwde en met wapentuig en oorlog beschermde voorrechtspositie verruilen voor een open economie waar elk land de vruchten van plukt. Wedden dat we daar te egoïstisch voor zijn?

Schrijversnood – vr 16 juni 2006

De Kadernota is één van de belangrijkste politieke documenten van het jaar. In de kadernota wordt namelijk in grote lijnen uitgelegd waar in de begroting voor het volgende jaar het geld aan besteed zal gaan worden. En aangezien er best veel te zeggen valt over zo’n Kadernota en we tegelijkertijd willen voorkomen dat de raadsvergadering tot diep in de nacht duurt, krijgt elke fractie eerst de gelegenheid om schriftelijk op de kadernota te reageren. Deadline: 12.00 uur.

Aan een week vol vergaderingen (fractie, ledenvergadering en drie commissies waarvan ik er twee voor mijn rekening nam) heb je op zich je handen al vol. Voeg daaraan toe mijn nieuwe baan en je begrijpt dat het schrijven van een reactie op de Kadernota een beetje in het gedrang leek te komen. Maar vrijdag heb ik ‘vrij’. Nou ja, eigenlijk niet, want vrijdag is vanaf nu de vaste dag waarop ik me de gehele dag met lokale politiek bezighoudt. De wekker ging dus weer gewoon om half zeven.

Uit bed, snel douchen en achter de pc zitten om er een reactie op de kadernota uit te persen. Dat valt dan toch nog even tegen. Ik was dan ook nog niet klaar toen om elf uur de overige GroenLinksers bij mij aan de deur stonden om alles nog even kritisch door te lezen. En de deadline van twaalf uur heb ik ook met een paar minuten overschreden.

En toen was ik al weer te laat voor de lunchafspraak met de fractievoorzitters van de coalitie in Kota Radja. Overigens doen er mythische verhalen de ronde over al die zaken die er in zo’n coalitiefractievoorzitterslunch allemaal bekokstoofd worden. De helft van die verhalen hebben we zelf in de vorige periode als oppositiefractie waarschijnlijk zelf bedacht. Het blijkt allemaal zwaar overdreven, we hebben geen ingrijpende beslissingen – sterker nog, helemaal geen beslissingen – genomen. Ik zal er later nog eens wat meer over vertellen. Tot die tijd: rest assured, de macht corrumpeert (nog) niet. Maar daar hebben we als kleine coalitiefractie misschien ook wel te weinig macht voor.

Huwelijk – do 15 juni 2006

De discussie over het trouwen binnen de gemeente Breda kon toch moeilijk lang duren, zo was aanvankelijk mijn veronderstelling. Niets bleek minder waar. De burgemeester en ik hadden een principiëel meningsverschil. Het postmoderne hedonisme tegenover het kostwinnesmodel.

Het voorstel was om het aantal locaties waar in Breda een huwelijk gesloten mag worden, uit te breiden tot tien. En verder om de burgemeester de bevoegdheid te geven daarnaast ook nog tijdelijke een locatie aan te kunnen wijzen. De kosteloze huwelijksvoltrekking kon voortaan aan de balie van het stadskantoor plaatsvinden, en wel op maandagmorgen tussen 9.00 en 10.00 uur. Tussen 10.00 en 11.00 uur kan voor vijf tientjes getrouwd worden in het stadhuis, mar dan wel zonder ceremonie.

Op zich een vooruitgang. En dus riep ik de burgemeester op om coulant te zijn met het aanwijzen van tijdelijke locaties. Dus als mensen om hen moverende redenen op de middenstip van NAC willen trouwen, dan moet dat wat mij betreft gewoon kunnen. De burgemeester was iets terughoudender: de door hem aan te wijzen locaties moeten natuurlijk wel stijlvol zijn, zo redeneerde hij.

En toen was ‘ie me kwijt. Want ik houd niet van overheden die bepalen wat stijl is of goede smaak. Ik houd niet van een staat die voor zijn inwoners nadenkt, in plaats van met hen. Als twee mensen willen trouwen op een ongebruikelijke of zelfs obscure locatie, zullen ze daar zo hun redenen wel voor hebben. De gemeente heeft dat maar te accepteren.

De burgemeester beloofde zijn nieuw verworven bevoegdheid ‘niet star te hanteren’. Maar daarmee waren we er nog niet. Want mijn tweede bezwaar ging over het gratis huwelijk, wat volgens dit voorstel alleen maar maandagmorgen kan. Wat mij betreft wordt het huwelijk aan de balie ingevoerd. Trouwen moet net zo simpel zijn als het ophalen van een uittreksel uit de Gemeentelijke Basisadministratie of het opgeven van een pasgeboren kind. En dus moet dat wat mij betreft elke ochtend en middag kunnen, en op koopavonden zelfs tot 21.00 uur. Maar dat was voor de burgervader toch echt een stap te ver: het huwelijk is iets bijzonders, dat moet je niet aan een balie willen afhandelen.

Ik vind dat mensen zelf wel kunnen bepalen of het huwelijk iets bijzonders is. Voor veel mensen is het een administratieve handeling bij de geboorte van een kind, of een belastingvoordeel. Maar het conservatief-burgerlijke kostwinnersdenken, daar kan zelfs een bevlogen en vrijzinnige homo zoals ik, niet tegenop.

Lunch – wo 14 juni 2006

Eén van de meest opvallende zaken van een kantoorbaan, en zo noem ik bij wijze van uitzondering voor het gemak maar even alles dat plaats heeft aan een vergadertafel of een bureau, is de neiging om collectief te lunchen. Minstens even interessant is dat dat altijd aan het begin van de lunchtijd is en nooit om, pak ‘m beet, half twee. Om drie minuten over twaalf is er altijd wel iemand die meent het woord ‘lunch’ keihard over de gang te moeten schreeuwen. Met succes, iedereen reageert.

Het woord ‘lunch’ zit ongetwijfeld opgeslagen in dezelfde hersenkwab als het woord ‘hypotheekrenteaftrek’. Ook dat woord roept in Den Haag direct en instinctief altijd maar weer dezelfde reactie op. Pavlov zou een feestje hebben: je roept een woord en je krijgt een standaard reactie. Bij het woord ‘lunch’ is dat het plotselinge gevoel dat je honger hebt. Een gevoel wat frappant genoeg dertig seconden voor het noemen van het desbetreffende L-woord nog volledig non-existent was.

De ingewikkelde gangenstructuur van de vele samengevoegde panden die bij elkaar het Tweede kamergebouw vormen, staat garant voor de nodige calorieën. Dat maakt het schuldgevoel kleiner bij het bestellen van de dagspecialiteit. Ik kon me niet inhouden, toen ik quasi-lollig verzuchtte “hè hè, de week is weer doormidden”.

Forenzische antropologie – di 13 juni 2006

De zeer vervelend en zeker zo effectief piepende wekker wordt door mij snel verruild voor het geluid van Radio 1. Iets na half zeven haal ik een paar boterhammen uit de diepvries, duik ik onder douche en poets mijn tanden. Als de boterhammen gesmeerd zijn en de krant doorgebladerd is, loop ik de ochtend in, op weg naar het station.

Op het perron staan de forenzen op vrijwel wiskundig afgemeten afstand van elkaar, lezend in hun gratis ochtendkrant-op-tabloidformaat. Enigszins contrasterend met dit beeld loop ik met een drie keer opgevouwen NRC-Handelsblad van de vorige avond onder mij arm naar het begin van het perron. Als ik in de voorste coupé zit, hoef ik in Den Haag minder ver te lopen.

Als de treingoden meezitten , kom ik om kwart voor negen aan op Den Haag centraal. De net voor aankomst gedraaide Brandaris wordt aangestoken bij de uitgang. In gelijke tred loop ik met andere forenzen onder het ministerie van VROM door, angstvallig elk oogcontact vermijdend. De jongen met skateboard haalt ons met driedubbele snelheid in. Als ik de Wijnhaven in de richting van de Koediefstraat overgestoken ben, passeert achter me de tram. Via de Korte Poten loop ik naar het Plein, dat ik schuin oversteek naar de ingang van het Tweede Kamergebouw.

Het dagelijkse ochtendritme. Help, I’m part of the commute!

Loonslaaf – ma 12 juni 2006

Om half zeven ging de wekker. Enigszins onwennig vanwege het voor mij wat vroege tijdtip sprong ik uit bed en dook ik onder de douche, smeerde mijn boterhammetjes op en liep ik naar de trein. Die ik uiteraard net miste.

Mijn eerste werkdag kenschetste zich door de afwezigheid van mijn directe leidinggevende, wiens vrouw voortekenen vertoonde van bevalligheid. Een groot deel van de dag was ik bezig met het laten maken van een Tweede Kamerpas, het aanmaken van een restaurantrekening, een zeer korte rondleiding en het aanvragen van een computer, printer en überhaupt het vinden van een werkplek.

’s Avonds was er een vergadering van het partijbestuur van GroenLinks in Utrecht. De trein had een flinke vertraging die gedurende de rit allengs langer werd. Uiteindelijk was ik rond twaalven thuis, in de wetenschap dat over zeseneenhalf uur de wekker weer zou gaan.