Men at Work – di 16 aug. 2005

Al eerder klaagde ik over het gegeven dat ik mijn vakantie voor onbepaalde tijd heb moeten opschorten. Hoewel het wel erg vergezocht lijkt, is het niet ver naast de waarheid als ik ook daarvan de schuld aan dit kabinet geef.

Eigenlijk wilde ik vanaf de tweede week van augustus vrij zijn en op vakantie gaan. Mijn part-time contract liep weliswaar nog door tot 1 september, maar ik had voldoende extra dagen vooruit gewerkt om toch weg te kunnen. Totdat dit kabinet echter besloot dat het een goed idee was de NPS op te heffen. (zie web-log wo 27 juli 2005) en 11 aug. 2005) Aangezien het gros van de collegea al met vakantie was, en het handjevol overblijvers het te druk had met het werk wat al die zonnebadende collegae achterlieten, werd iedereen die er tijd voor kon vrijmaken, opgetrommeld in het kantoor van de chef klassieke radio. Zo ook ik.

Zodoende kwam ik ik het kleine clubje mensen dat een actie moest gaan voorbereiden die als doel had de NPS te redden. Of liever gezegd: er moest op de dag van de hoorzitting (5 september) over de omroepplannen van Medy van der Laan een podium komen tegenover het Binnenhof, waarop de hele dag te zien moest zijn wat voor soort dingen de NPS allemaal doet. En dus ook wat er allemaal zou verdwijnen op de Nederlandse radio en televisie, als de NPS er niet meer zou zijn.

Vandaag de eerste bijeenkomst bij productiebedrijf Men at Work. Zij maken diverse programma’s voor de NPS en hadden aangeboden hun kennis en ervaring in te zetten om ons te helpen met het voorbereiden van deze manifestatie. Ook de doorgewinterde festivalorganisator Ducos, een andere partner van de NPS, was bereid mee te werken.

Tijdens de bijeenkomst kregen alle wilde ideeën die eerder al in brainstormsessies waren bedacht, langzaam vorm. En een veelzijdige omroep als de NPS wil nu eenmaal veel verschillende dingen laten zien op dat podium. Langzaam werd duidelijk dat dat nog een moeilijke klus zou worden. Ook werd me duidelijk dat dat voor mij concreet betekende dat ik er tijdelijk een full-time baantje bij zou krijgen.

Erkenning – ma 15 aug. 2005

Het is soms moeilijk toe te geven dat dit kabinet van intellectuele proleten ook wel eens goede beslissingen neemt. Toch heeft minister Bot een moedige daad verricht die enkel kabinet voor hem durfde te nemen. Nu is onze minister van Buitenlandse Zaken, in tegenstelling tot wat zijn naam doet vermoeden, ook een genuanceerd en goedmoedig mens.

Minister Bot heeft min of meer erkent dat Indonesië, de voormalige Nederlandse kroonkolonie, in 1945 de onafhankelijkheid heeft uitgeroepen. Daarmee zegt hij impliciet dat de oorlog, die wij in onze vaderlandse geschiedenisboekjes eufemistisch de ‘politionele acties’ noemen, een onrechtmatige, een uiterst kwalijke en eigenlijk ook misdadige aangelegenheid was. Hij durft dat echter niet hardop te zeggen, omdat hij dan het inmiddels ietwat uitgedunde leger Indië-gangers over zich heen krijgt, die de oorlog in Indonesië nog steeds beschouwen als de meest heroïsche maoorlogse Nederlandse daad.

Ik heb nooit helemaal begrepen waarom deze soldaten het zo moeilijk vinden om te erkennen dat Nederland geen enkel recht had Indonesië te bezitten, laat staan het recht had om na de oorlog dit land te heroveren op de Japanners. Het is immers in eerste instantie helemaal niet hun schuld dat de toenmalige Nederlandse politiek er een zo abject standpunt op nahield. Wel vind ik het verwerpelijk dat een aantal van deze oud-strijders blijven vasthouden aan de legitimiteit van hun opdracht. Zeg toch gewoon dat de overheid er een fout standpunt op nahield.

Dat de bekendste Nederlandse deserteur, Poncke Princen, nooit meer voet op Nederlandse bodem heeft mogen zetten is in deze context natuurlijk diep en diep triest. Eigenlijk was hij één van de weinigen die zo duidelijk stelling nam tegen de foute beslissing van Den Haag. Hij deserteerde, vocht mee met de onafhankelijkheidsstrijders van Soekarno en had het daarmee bij het rechte eind. Wie oprecht strijd tegen verwerpelijke beslissingen van zijn eigen overheid, kan geen landverrader zijn.

Nog een paar jaar, dan erkent Nederland dat de ‘politionele acties’ een misdaad tegen de Indonesische bevolking waren en moeten onze geschiedenisboeken worden herschreven. We hebben onze Nederlandse rijkdom en welvaart voor een groot deel te danken aan de plundering van Indonesië. En na de soevereiniteitsoverdracht hebben we ook nog eens de Molukkers in de kou laten staan. Er is weinig goeds uit de Nederlandse bezetting voortgekomen. Behalve misschien dan een stuk top-literatuur van de hand van Eduard Douwes Dekker.

De druppel – za 13 aug. 2005

Dat de zomer van 2005 tot één van de slechtste sinds jaren mag worden gerekend, is inmiddels wel duidelijk. Goed, we hadden een paar weken mooi weer, maar dat lijkt inmiddels weer een eeuwigheid geleden. Desondanks konden we deze avond op het terras zitten. Een goed moment om een oude belofte in te wisselen: een bieravondje met Guido.

Goed, het miezerde dus wel, maar we zaten onder het afdakje van het terras van Café de Beyerd en met jassen aan was het best te doen. Daar lieten we ons de diverse bieren van de welhaast onuitputtelijke bierkaart van café De Beyerd welgevallen. Met een afzakkertje in de MeZZ om het af te leren.

Het was pas bij het naar huis gaan, dat de slechte zomer zich met al zijn woede over ons uitstortte. Een stortregen daalde op ons neer. Verzopen kwamen we thuis aan.

Koffieshop – vr 12 aug. 2005

Het traditionele woensdagoverleg van de fractie, gaat tijdens het reces natuurlijk niet door. In plaats daarvan lijkt echter nu wel het vrijdagoverleg in ere hersteld. Ook deze vrijdag kwamen we in klein verband bijeen om te praten over de ontwikkelingen in de stad.

Eén van de belangrijkste onderwerpen op dit moment is de dreigende sloop van veel woningen in de wijk Wisselaar. Buurtbewoners zitten helemaal niet op deze sloop te wachten. Piet Hein heeft per brief gevraagd om agendering van dat onderwerp in de eerstvolgende commissie VSM. Een ander onderwerp wat nog op de plank lag, was de strengere regels rond de koffieshops, die de burgemeester had voorgesteld. Daarover heb ik de volgende vragen gesteld.

Geacht college,

Met instemming heeft onze fractie kennis genomen van het bezoek dat onze burgemeester heeft gebracht aan de diverse Bredase koffieshops. Eerder dit jaar presenteerde de burgemeester immers een aanscherping van het koffieshopbeleid die niet op de instemming van de meerderheid van de commissie kon rekenen. In Breda kan namelijk gesteld worden dat dankzij de inzet en medewerking van de koffieshophouders er relatief weinig overlast en problemen rond de koffieshops zijn. Dit heeft een aantal raadsleden, waaronder ook van onze partij, kunnen constateren tijdens een bezoek dat zij al eerder brachten aan de Bredase koffieshops. De discussienota met aangescherpte maatregelen kwam derhalve als een verrassing bij zowel de koffieshophouders als bij ons.

Eén van de pijnpunten in de voorgestelde aanscherping was het terugbrengen van het aantal gedoogde koffieshops tot acht. Terecht merken de bonafide koffieshophouders, verenigd in de ABC, dat dit aantal fors onder de landelijke richtlijn van één koffieshop per 16.000 inwoners ligt. Een vermindering van het aantal koffieshops zou een toename van het aantal klanten bij de overblijvende shops tot gevolg hebben, met toename van overlast en wellicht zelfs de oncontroleerbare straathandel tot gevolg. Een scenario waar geen van de betrokken partijen – koffieshophouders, gemeente, omwonenden en bezoekers – baat bij hebben.

Een ander pijnpunt is de opheffing van de gedoogstatus bij het overtreden van de gemeentelijke regels. Uiteraard is onze fractie met U van mening dat koffieshops die zich consequent niet aan de regels houden, gesloten moeten worden. Nu geldt echter de regel dat na een tweede overtreding de ondernemer zijn tent kan sluiten, ongeacht hoe lang geleden die eerste waarschuwing gegeven is. Een voorbeeld is koffieshop ‘De Mediterannee’, die in 2001 een waarschuwing kreeg en vier jaar later opnieuw de fout inging. De rechter heeft dat besluit inmiddels geschorst, mede op basis van het argument dat de eerste waarschuwing inmiddels al wel erg lang geleden was en er in de tussentijd geen overtredingen zijn geconstateerd. Daar komt nog bij dat het koffieshophouders niet altijd verweten kan worden dat zij de fout ingaan, bijvoorbeeld wanneer een minderjarige met een vals identiteitsbewijs, dan wel met behulp van een meerderjarige, drugs koopt in een koffieshop. Het is in onze ogen dan ook niet meer dan redelijk om aan een eerste waarschuwing ook een verlooptermijn te verbinden van bijvoorbeeld twee jaar.

Voorts storen de bonafide koffieshophouders zich ook mateloos aan de handel in drugs die plaats vindt in de diverse growshops. Terwijl de koffieshophouders zich aan strenge regels moeten houden en veelvuldig gecontroleerd worden, lijken de growshops ongestoord hun gang te kunnen gaan. Dat terwijl deze growshops geen gedoogstatus hebben. De transacties die daar plaats vinden onttrekken zich voor een groot deel aan controle van gemeente en politie. Daarnaast treedt juist op deze plekken de zo onwenselijke vermenging van soft- en harddrugs op, terwijl in de gedoogde koffieshops in Breda juist getracht wordt deze twee werelden uit elkaar te houden.

Vervolgens wordt de bedrijfsvoering van de koffieshophouders nog eens extra bemoeilijkt door de eis dat de vergunninghouder altijd in zijn koffieshop aanwezig moet zijn, dan wel binnen korte tijd ter plaatse moet kunnen zijn. Gevolg is dat een koffieshophouder zijn zaak moet sluiten op het moment dat hij met vakantie zou willen. Vanuit de Bredase koffieshops zelf kwam de suggestie om de mogelijkheid te creëren op de vergunning iemand bij te laten schrijven die namens de koffieshophouder kan optreden bij een controle. Deze mogelijkheid bestaat in een aantal andere gemeenten, maar nog steeds niet in Breda.

Tot slot doemt de vraag op in hoeverre het redelijk is om streng toe te zien op de aanwezige hoeveelheid handelsvoorraad. Deze is gemaximeerd op 500 gram. Dat deze landelijke richtlijn geen recht doet aan de werkelijkheid is volstrekt helder. Een koffieshop zet op een drukke dag immers vele malen deze maximaal toegestane hoeveelheid om, zeker wanneer in Breda het aantal shops ook nog eens wordt teruggebracht tot acht. Het enkele keren per dag bevoorraden van de koffieshops brangt extra overlast met zich mee en vergroot de kans op overvallen door derden. In onze ogen zou de maximaal toegestane handelsvoorraad dan ook omhoog mogen.

Bovenstaande overwegingen leiden binnen onze fractie tot de volgende vragen:

1. Is de burgemeester voornemens om in de commissie Algemene Zaken verslag uit te brengen over zijn bezoek aan de Bredase koffieshops en zijn bevindingen met de commissie te delen?

2. Heeft het bezoek van de burgemeester aan de koffieshops geleid tot nieuwe inzichten? Is de burgemeester bereid naar aanleiding van zijn bevindingen en naar aanleiding van de in de commissie AZ van 7 april jl. geuite meningen van de meerderheid van de raad, zijn notitie omtrent het Bredase koffieshopbeleid aan te passen? Zo ja, wanneer kunnen wij die verwachten? Zo nee, waarom niet?

3. Is Uw college bereid om koffieshophouders de mogelijkheid te geven iemand bij te laten schrijven op de vergunning, die bij afwezigheid van de ondernemer deze kan vertegenwoordigen?

4. Is Uw college met ons van mening dat het terugbrengen van het aantal gedoogde koffieshops zal leiden tot onwenselijke zaken als toename van druk en overlast op de overgebleven koffieshops, toename van illegale handel via growshops, toename van straathandel en een verdergaande vermenging van soft- en harddrugs? Is Uw college van mening dat, gezien de landelijke richtlijn hieromtrent, de gemeente Breda tien of elf koffieshops zou moeten hebben?

5. Is Uw college met ons van mening dat het wenselijk zou zijn dat waarschuwingen, gezien de sanctie van beëindiging van de gedoogstatus na een tweede overtreding en gelet op de uitspraak van de voorzieningenrechter in deze, een verlooptijd zou moeten hebben? Met andere woorden: hoe staat Uw college tegenover het idee om overtredingen na verloop van tijd ‘op te schonen’? Indien U hier negatief tegenover staat, welke overwegingen spelen daarbij een rol?
6. Is Uw college op de hoogte van de handel die plaats vindt in of via growshops? Deelt Uw college onze opvatting dat in deze omgeving sneller vermenging van handel in soft- en harddrugs plaats vindt? Waarom treedt het college niet strenger op tegen deze, niet gedoogde handel?

7. Deelt Uw college de opvatting dat het niet reëel is te denken dat een koffieshophouder, gezien het hoge aantal transacties per dag, niet toekan met een maximale handelsvoorraad van 500 gram? Is Uw college bereid minder streng toe te zien op deze richtlijn die is voorgeschreven door het openbaar ministerie? Wordt deze richtlijn van het OM dwingend voorgeschreven, of is het, zoals het woord ‘richtlijn’ impliceert, slechts een aanwijzing? Welke mogelijkheden heeft de gemeente om op dit punt eigen beleid te voeren?

8. Deelt Uw college onze opvatting dat Breda zich gelukkig mag prijzen met een aantal bonafide, welwillende koffieshophouders die op een goede manier invulling hebben gegeven aan hun mede-verantwoordelijkheid voor het positieve drugs-klimaat in Breda ten opzichte van andere steden?

Met vriendelijke groet, namens de fractie GroenLinks,

, Selçuk Akinci

Vakantie – do 11 aug. 2005

Kennelijk had de katholieke kerk nog een appeltje met mij te schillen. Ik ben atheïst en heb dientengevolge weinig met god te schaften. En hoewel ik sommige individuele gelovigen heel erg respecteer, mag het instituut wat mij betreft zo snel mogelijk alle macht in de wereld kwijtraken. De parochiekerk is nu een tegenaanval begonnen.

Enkele weken geleden zag ik mijn vacantieplannen als sneeuw voor de zon verdwijnen. Ik had immers ja gezegd tegen een extra opdracht bij mijn part-time werkgever, de NPS (zie web-log wo 27 juli 2005).

En dus heeft de buurtkerk een groot plakkaat opgehangen, met daarop de stichtelijke tekst ‘Vakantie: vrij zijn voor God’. Nu ga ik hier niet beweren dat de pastor dat opgehangen heeft om mij nog eens extra in te peperen dat mijn vakantie niet doorgaat. Dat zou immers getuigen van grootheidswaanzin. Daarnaast geloof ik niet dat de pastor mijn web-log in zijn favorieten heeft staan.

Blijft er eigenlijk nog maar één mogelijkheid over. Religie, zo beweert men, biedt troost in moeilijke tijden. Dus als de vakantie inderdaad bedoelt is om tijd vrij te maken voor god, dan vind ik het eigenlijk helemaal niet erg meer om deze zomer maar gewoon aan het werk te blijven.

Alcohol – wo 10 aug. 2005

“Sinds mijn studententijd word ik gedreven door dezelfde fascinatie: hoe komt het dat jonge mensen zichzelf zo bewust schade toebrengen? Dat gedrag wilde ik veranderen, ik geloofde heilig in dat ideaal”. Aan het woord is Wim van Dalen van de Stichting Alcohol Preventie.

Wim van Dalen is een man met een missie. Een heilige missie. Wim van Dalen is de laatste strohalm waar de leden van de Blauwe Knoop zich aan vasthouden. Als Wim er niet was geweest, was dit land al lang overspoeld door een zondvloed aan Bacardi Breezers. 40 dagen en 40 nachten lang. Carnaval.

Wim kijkt liever nuchter naar de zaken. Drank schaadt de gezondheid. En daarom wilde Wim al in de jaren ’80 de accijnzen op alcohol verhogen en de reclame verbieden. Wim pakt de problemen namelijk graag bij de wortel aan. Om de alcoholisten te behoeden voor nog meer drankmisbruik, zal de brave burgerman de prijs van zijn gelegenheidsborrel ook zien stijgen.

Gelukkig had de Tweede Kamer van toen alk net zo veel gesundes Volksempfinden als nu. Van Dalen kon de accijnsverhoging op zijn buik schrijven, maar mocht wel een voorlichtingscampagne maken. En die, zo blijkt nu, is totaal mislukt.

Alhoewel: de bewustwording over de gevaren van alcohol zijn inmiddels bij iedereen genoegzaam bekend. Alleen drinken jongeren desondanks steeds meer alcohol. Waarom brengen jongeren zichzelf bewust schade toe, vraagt van Dalen zich nu af. En hij wacht nog steeds op antwoord.

Ik heb een zelfde vraag: waarom brengen regeringsleiders andere mensen zoveel schade toe? Waarom worden gezonde drinkers zoals ik dagelijks blootgesteld aan gevaarlijke doseringen uitlaatgassen? En vooral: waarom zijn mannen van 56 met een missie altijd zo verdomd paternalistisch?

Zonder gekheid: Wim van Dalen is in al zijn overtuigingsdrang naar alle waarschijnlijkheid een stikgoeie vent. Toch heb ik weinig behoefte aan een accijnsverhoging. Dat is net zoiets als Kerkenbelasting. Waarom zou ik moeten betalen voor de waandenkbeelden van anderen?

Piet Krediet – di 9 aug. 2005

Ik las dat we met z’n allen 7 miljard euro rood stonden. Dat is, grof gerekend, zo’n 500 euro per persoon. Daarnaast hebben we met z’n allen ook nog 17 miljard aan persoonlijke leningen openstaan, bedraagt de staatsschuld 276 miljard euro en hebben we met z’n allen ook nog een hypotheekschuld van 363 miljard euro. Wie nog steeds denkt dat Piet Krediet niet in Nederland woont, heeft het behoorlijk mis.

De Nederlander heeft dus gemiddeld een schuld uitstaan van 39.000 euro Omgerekend per huishouden is het bijna een hele euroton. Voor iemand die nooit rood staat en ook elke maand netjes de rekening van zijn credit-card betaalt, is dat een onvoorstelbaar hoog bedrag. Ik zal wel behoorlijk ouderwets zijn, maar ik heb altijd beleerd dat als je iets niet kan betalen, je het beter kunt laten staan.

Ik ben ook zo’n ouderwetse die zijn geld op een spaarrekening heeft staan. Beleggen in aandelen is niets voor mij. De enige ‘belegging’ is mijn spaarloonregeling, waarvan ik eens per jaar een afschriftje krijg. De 3,2% rente zet geen echte zoden aan de dijk, maar de inflatie is laag, dus per saldo ga ik er nog altijd op vooruit.

Onlangs belde de bank mij op, om een geheel vrijblijvende afspraak met mij te maken over mijn financiën. Dat schijnen ze elk half jaar met hun klanten te doen. Vreemd genoeg kreeg ik het telefoontje, als klant die toch al 20 jaar bij dezelfde bankj zit, voor het eerst. Ik kon me niet geheel aan de indruk onttrekken dat ze plotseling in mij geïnteresseerd waren doordat ik de laatste tijd wat meer aan het sparen ben, en mijn spaarsaldo dus elke maand weer toeneemt. Wie weet konden ze me nog een interessante aandelenportefeuille aansmeren. Ik heb maar bedankt.
Eén kleine beurscrach en ik heb het afgelopen half jaar voor niets gewerkt.

Tien – ma 8 aug. 2005

Nog vijf dagen voordat het volgende hoofdstuk in de bloederige Hilversumse omroepoorlog begint. Maar de stellingen zijn al betrokken, de voetsoldaten hebben zich ingegraven in hun loopgraven. Ondertussen schiet op het Mediapark het nieuwe pand van Talpa als een paddestoel uit de grond.

SBS en Net5 hebben hun mooie logo van blauw-rode linten vervangen door een platte paarse 5 en een wat vreemde, rondbuikige 6 in typisch jaren 80-ontwerp. Yorin heet over een paar dagen ineens RTL 7, waarmee ook de veldslag om de hoogste plaats op de afstandsbediening weer nieuw leven wordt ingeblazen. En tal van gezinnen, die straks voor de zoveelste keer de zenders op hun televisietoestel opnieuw moeten instellen, vragen zich nu al af wie er dit seizoen op ‘5’ mag: RTL5 of NET5.

Ik heb zelf geen televisie, maar kan, als er plotseling ineens echt iets interessants uitgezonden wordt, wel tv kijken op mijn pc. Bij het instellen van de zenders had ik kennelijk een wat recalcitrante bui, want de commerciëlen kregen van mij geen van allen het voorkeuzenummer dat ze zelf graag zouden hebben. Voor de mensen die er niet uitkomen, hierbij dus een non-conformistische suggestie:

1. Nederland 1
2. Nederland 2
3. Nederland 3
4. BBC 1
5. BBC 2
6. BBC World
7. BRT 1
8. BRT 2
9. ARD
10. ZDF
11. WDR
12. TV5
13. Net5
14. RTL 5
15. RTL 4
16. RTL 7
17. SBS 6
18. Veronica
19. Talpa
20. CNN
21. Discovery Channel
22. Animal Planet
23. National Geographic
24. Eurosport
25. MTV
26. TMF
27. The Box
28. Rai Uno
29. Tve
30. Omroep Brabant
31. TV & Co
32. StadsTV Breda

Overigens heb ik de afstandsbediening van mijn televisie-op-de-computer nooit aangesloten. Dit bespaart behalve veel tijd (want geen onnozel gezapp) ook vier penlite-batterijen per decennium.

War of the Films – zo 7 aug. 2005

We zouden met z’n vieren naar de film gaan, Liesbeth, Joris, Gert-Jan en ik. En ‘naar de film gaan’ betekent in Breda doorgaans dat je een bezoek brengt aan het mega-bioscoopcomplex ‘Metropolis’ in Antwerpen. Breda heeft, in tegenstelling tot Antwerpen, namelijk geen giga-bioscoop met schermen die zo groot zijn als de Van Brienenoordbrug.

Gert-Jan wilde naar Star Wars en eigenlijk ook naar Charlie and the Chocolatefactory. Die laatste film wilde ik eigenlijk ook best zien, maar daarnaast was ik vooral benieuwd naar de filmversie van The Hitchhiker’s Guide to the Galaxy (zie web-log 27 okt. 2004). Liesbeth en Joris twijfelden over Million Dollar Baby. Het is dan ook volstrekt logisch dat we uiteindelijk naar War of the Worlds geweest zijn. Een afrader trouwens, voor mensen die naast special effects en Tom Cruise ook nog een plot verwachten in een bioscoopfilm.

Hoe we uiteindelijk op die wonderlijke keuze zijn gekomen, heeft vooral te maken met wetenschappelijke deductie in combinatie met een gezond stukje oerhollands poldermodel. Allereerst draaide Million Dollar Baby alleen ’s avonds. Liesbeth en Joris wilden niet naar Charlie and the Chocolatefactory en ik bedankte voor Star Wars. The Hitchhikers Guide to the Galaxy, tot slot, bleek in België nog niet uit. Belgium, man!

Na enig overleg kwamen we tot de slotsom dat War of the Worlds de film was waar we allemaal nog het minst niet naar toe wilden. En dus viel de keus op deze magere herfilming van het boek van H.G. Wells. Op een scherm dat zo groot is dat de kleine letters van de aftiteling ongeveer net zo groot zijn als schoenmaat 43.

Van de straat – vr 5 aug. 2005

In onze niet-aflatende verslaving aan het politieke bedrijf kwamen we vrijdagochtend alweer bijeen. Zonder veel resultaat overigens, want behalve een beetje kletsen en beloftes doen (“ik ga daar wel mee aan de slag”), gebeurde er niet veel. Het werd dus vooral koffieleuten en petit comité. Ook gezellig…

De rest van de middag ben ik vooral bezig geweest met het updaten van de GroenLinks-website en het downloaden en bekijken van enkele open-source programma’s die ik straks wil gaan gebruiken om een server mee te runnen en, fingers crossed, een website op te laten draaien. Open Source wordt wel eens de Max Havelaar onder de software genoemd. Dat is toch een rare vergelijking: voor Max Havelaar betaal je immers net ietsje meer, terwijl Open Source-software in de regel gratis is.

Aan het eind van de middag naar huis gegaan om de verjaardag van ons mam te vieren.