Homo Liquescens – vr 13 apr. 2007

zon

De Haagse Fractie had een Bosdag. Om eens met de benen over elkaar te praten over de afgelopen periode. Want met een kabinetscrisis en twee verkiezingen en een nieuwe fractie is het afgelopen jaar behoorlijk hectisch geweest.

En dus kwamen politieke prioriteiten, strategie en politiek opereren aan de orde. Interessante discussies, al zijn ze soms wat taai.

Jammer dat dit soort bijeenkomsten plaatsvinden op warme zomerse dagen waarop een normaal mens liever zo naakt mogelijk onder de zon ligt. Het politieke bedrijf is een leuk bedrijf, maar speelt zich soms net iets te veel binnen af en net iets te weinig met alleen maar een zwembroek.

Homo Valedicens – vr 30 mrt. 2007

arti-shock 

Bij het afgelopen GroenLinks-congres in februari werd door de leden een nieuw partijbestuur gekozen. De afsluiting van een soms hectische periode waarbij ik naast mijn lokale werk steeds meer te maken kreeg met de landelijke ontwikkelingen binnen GroenLinks.

Maandelijks kwamen wij, het bestuur, op maandagavond rond zessen bij elkaar om eerst samen een te eten en daarna een uur of drie te vergaderen. Dat eten – geen overdreven poeha – zorgde maandelijks voor discussie over op het toetje. Kennelijk boort het nagerecht bij mensen allerlei emoties aan die anders niet komen bovendrijven.

Vanavond kwam het oude bestuur nog eenmaal bij elkaar. Niet om beslissingen te nemen, maar om nog één keer gezamenlijk te eten. Deze keer niet op het partijbureau, maar in De Artisjok in Utrecht. En dat kwam goed uit, want ik ben dol op artisjokken.

Het eten was goed, maar niet heel bijzonder. Het gezelschap was dat wel. Zo hieven wij een laatste maal gezamenlijk het glas op ons afscheid. We zullen elkaar in de toekomst vast nog wel eens tegenkomen. Zoals ik bij het afscheid van Herman al eens schreef: “We zullen elkaar zo nu en dan nog wel eens tegenkomen, maar nooit meer allemaal tegelijk”.

Homo Analyzans – vr 16 mrt 2007

Denkend aan Holland zie ik lange vergaderingen traag door oneindige woordenbrij gaan.

De pré-kadernotavergadering was een verdeeld succes. Sommige fracties kwamen met wensenlijstjes, anderen, waaronder ik namens GroenLinks, hadden juist een meer thematische aanpak.

Het was voor het eerst dat de gemeenteraad van Breda gaat praten over de hoofdlijnen van de kadernota voor het komende jaar, nog voordat het college ook maar een eerste letter op papier heeft gezet. Maar wie het heeft over hoofdlijnen van beleid, moet je geen wensenlijstjes gaan indienen met een paar duizend euro hier en een half tonnetje daar. Hoofdlijnen gaan niet over geld, maar over prioriteiten.

Dat is misschien teleurstellend voor voornamelijk de dorps- en wijkraden, die een maand eerder in een vier uur durende hoorzitting al hun wensen en ongenoegens op tafel legden. Inderdaad, zij hoorden niets van hun eisenpakket terug in mijn bijdrage. Maar op dat detailniveau wilde ik het debat dan ook simpelweg niet voeren.

Er is in Breda heel wat aan te merken op de manier waarop dorps- en wijkraden behandeld worden. De politiek is enerzijds ontzettend bang voor ze en proberen hooguit op de meest poeslieve toon wel eens duidelijk te maken dat voor bepaalde wensen geen geld is. Anderzijds zijn vrijwel alle raadsleden het met elkaar eens dat de dorps- en wijkraden lang niet alle Bredanaars vertegenwoordigen en zeker ook niet alle problemen verwoorden.

Wie zich in het beginstadium van het debat al laat leiden door de wensenlijstjes van de dorps- en wijkraden en de beperkte spreektijd gebruikt om op detailniveau het beheer en de inrichting van de openbare ruimte, is niet bezig met het formuleren met uitgangspunten voor beleid, maar met uitvoeringskwesties. Ik ben er van overtuigd dat de Kadernotabehandeling daar in eerste instantie niet voor bedoeld is.

Homo Orans – do 15 mrt 2007

wijze raad?

Een novum in de Bredase politiek: de pré-kadernotabehandeling. Vroeger kon de raad alleen maar reageren op de kadernota, die op het moment van de behandeling al vrijwel helemaal was dichtgetimmerd door ht college. In de pré-kadernotabehandeling geeft de raad het college van Burgemeester en Wethouders de kaders mee waarbinnen de Kadernota moet worden opgesteld. Hieronder mijn bijdrage.

De bespreking van de kadernota is in Breda vaak een postzegelbespreking geweest, waarbij hier of daar nog een klein bedrag wordt binnengehaald voor een bepaalde buurt of wijk. Een jaarlijkse dans waarbij na een uren durende vergadering duidelijk werd welke stoeptegel er het komende jaar recht gelegd zou worden.

Klimaat
De Pré-kadernota is een wat andere vergadering. Zij vraagt, on onze ogen, om een wat meer thematisch verhaal, waarbij het college onderwerpen meekrijgt die de raad nader uitgewerkt wil zien. Waar de raad accenten verwacht in de Kadernota. Verwacht dus van mij hier op dit moment geen verhaal op de vierkante millimeter. Daar is deze vergadering niet voor bedoeld.

De klimaatverandering staat internationaal eindelijk weer hoog op de agenda. Dat gevoel van urgentie wordt gevoed door alarmerende rapporten in opdracht van de VN, waarin geconcludeerd wordt dat het niet meer zozeer de vraag is of het klimaat veranderd, maar hoe ernstig die veranderingen zullen zijn. Dat die klimaatverandering aan de mens is toe te schrijven, wordt door de wetenschap ook nauwelijks meer in twijfel getrokken.

De gevolgen van de klimaatcrisis zijn niet eenzijdig af te wentelen op de landelijke overheid of de internationale gemeenschap. Ook op gemeentelijk niveau moet een krachtige extra inspanning geleverd worden om de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen. Door energiezuinig te bouwen. Door nieuwe wijken zo in te richten dat ze qua energieverbruik nagenoeg zelfvoorzienend zijn. Er is in Breda een streven om te komen tot een energie-neutrale of klimaat-neutrale stad. Willen we dat doel halen, dan is het noodzakelijk om daar een helder beleid op te voeren en hiervoor ook voldoende middelen voor te reserveren.

Qua luchtkwaliteit, maar ook de kwaliteit van bodem en oppervlaktewater wordt Breda geconfronteerd met nieuwe, strengere Europese regels. Willen we aan onze verplichtingen voldoen, zal ook daar extra geld voor beschikbaar gesteld moeten worden.

Wat GroenLinks betreft wordt dit thema van duurzaamheid, naast de bestaande thema’s uit het programacoord leidend in de kadernota 2008. Daarbij gaat het om meer dan alleen maar geld. Het gaat evenzeer om toekomstgericht denken op alle beleidsvelden.

Solidariteit
Dit college heeft zich een jaar geleden duidelijk uitgesproken voor een sociale en solidaire stad. Dat betekende in eerste instantie voortzetting van het armoedebeleid. Zonder daar iets aan af te doen, weten we dat er desondanks groepen zijn die moeite hebben om de eindjes aan elkaar te knopen. Dat vraagt vooral creativiteit van het college. Het voorstel van de PvdA om het armoedebeleid op te rekken en daarmee de problematiek van de armoedeval te dempen, wordt door ons van harte ondersteund.

Ook op mondiaal vlak heeft deze coalitie verdergaande ambities getoond. Allereerst door met elkaar af te spreken dat de middelen in deze periode konden worden opgehoogd tot 1 euro per inwoner. Afgelopen maand heeft de commissie bestuur die ambitie nog eens herhaald. Breda gaat werk maken van mondiale samenwerking. Nu er een beroep gedaan gaat worden op die extra middelen, is het van belang dat deze in de kadernota 2008 ook als zodanig gereserveerd worden.

Jeugd / cultuur
Een opmerking wil ik nog maken over het cultuurbeleid in de stad. De stedelijke discussie staat in de startblokken en GroenLinks is benieuwd naar de uitkomsten. In de culturele sector zijn de voornaamste knelpunten eindelijk opgelost. Maar er blijven pijnpunten die binnen de huidige geldstromen moeilijk zijn op te lossen. Dat geldt met name ook op het gebied van jeugd- en jongerencultuur. Hier moet in geïnvesteerd worden.

Extra aandacht verdient op dat punt Danstheater De Stilte. Dat zij kwaliteit leveren staat buiten kijf en dat dat een zware wissel trekt op een eigenlijk te beperkt aantal medewerkers is ook bekend. In het net verschenen rapport van de raad van cultuur wordt dat onderkend. De raad pleit voor extra middelen voor de jeugddans. Het is aan een gezamenlijke verantwoordelijkheid van politiek, bestuur en De Stilte zelf om er zorg voor te dragen dat De Stilte kan meedelen in de ruif en dat hoe dan ook de professionalisering van De Stilte niet tot stilstand komt door gebrekkige financiële middelen.

Homo Deligens – wo 7 mrt. 2007

anti-slaapbeugels? que?

Toen ik de deur achter me dichttrok en in de richting van het station liep, ging ik nog even na of ik wel overal aan gedacht had. Ik voelde of ik mijn portemonnee bij me droeg, mijn zware shag op zak had en mijn sleutels wel had meegenomen. Alles zat op de juiste plaats. Toch knaagde het.

Halverwege het station schoot het me te binnen. Mijn stemkaart. Ik zou het, na weken campagne zelf bijna vergeten. Ik liep terug, draaide de deur open, pakte mijn stemkaart, trok de deur achter me dicht en kwam vervolgens tot de conclusie dat ik dit maal mijn sleutels op de eettafel had laten liggen. Gmpff.

Mijn dag bracht ik werkend door in het partijburo in Utrecht. Aan het eind van de middag reisden we met een klein groepje af naar Amsterdam, om daar met andere GroenLinksers in pakhuis de Zwijger de uitslagenavond te volgen. Lange tijd waren we erg tevreden over de uitslagen: weliswaar een licht verlies ten opzichte van vier jaar geleden, maar beter dan bij de landelijke verkiezingen. We behielden, volgends de voorspellingen onze vijf zetels in de Eerste Kamer. Toen Ferry Mingelen die voorspelling naar beneden moest bijstellen, werd ook bij ons de sfeer wat bedompt.

Vrolijk en eigenzinnig wij waren, besloot het jonge deel van de aanwezigen, waar ik me nog steeds graag toe reken, de hoofdstad onveilig te maken. Ik had het plan opgevat om de bende richting de regulier te loodsen, waar we overigens nooit terecht zijn gekomen. Wel liepen we langs de Wallen, zodat we toch nog iets van de grootstadse allure van Amsterdam hebben mogen meemaken.

Na verloop van tijd besloten we de eerste de beste kroeg binnen te gaan. Bleek dat geheel toevallig tevens het nakater-kroegje van Wouter Bos en kornuiten. Party-crashen bij de PvdA, wie had dat gedacht. En eerlijk is eerlijk, het was best gezellig, al dacht de partijleider van de sociaal-democraten daar, gezien zijn teleurgestelde blik, net iets anders over.

Na het laatste nummer, en de volgende zes, was de laatste trein naar Breda al lang vertrokken. Ik besloot met het nachtnet mee te reizen naar Utrecht, om daar in het Dwars-pand het laatste restje van de nacht weg te slapen. Op de grond, met een lange scheerwollen jas als deken. Ver voordat de trein die mij daar naartoe zou brengen, in Amsterdam arriveerde, had mijn lichaam al besloten het voor die dag voor gezien te houden.

De foto heb ik gejat van Maritjuh, wier eigen verslag van deze avond alhier te lezen is.

Homo Telefonicus – ma. 5 mrt. 2007

calling all angels 

De telefoon staat niet bepaald roodgloeiend op het callcentre van GroenLinks. Iedereen snapt precies wat GroenLinks in de provincie doet. Of de provincie leeft niet, dat kan natuurlijk ook.

Terwijl het zo belangrijk is. Niet voor niets sta ik als één van de provinciale lijstduwers op de lijst van GroenLinks. Of, beter gezegd: ik sta vierkant achter onze statenleden.

Homo Praedicans – zo 4 mrt. 2007

on tour 

Nog drie dagen te gaan voor de provinciale statenverkiezingen. De campagnebus was al weer enige tijd geleden weer van stal gehaald en ik ging mee.

En dus gingen we naar plaatsen als Leeuwarden. En naar Zwolle, Utrecht, Rotterdam en Den Bosch. Rookten we sigaretten en shag als de bus weer eens stond te wachten op een parkeerplaats. Genoten we van het best wel warme voorjaarsweer. De campagnefamilie van november was wederom verenigd. Samen trokken we ten strijde.

Het zijn provinciale verkiezingen. Hoe heldhaftig onze pogingen ook zijn en hoe heroïsch onze daden, ze vallen op vruchteloze bodem.

De provincie? Wat is dat?

Homo Audiens – vr 9 febr. 2007

Kadernota-Hoorzitting in 2005

De behandeling van de kadernota wordt in Breda altijd voorafgegaan door een hoorzitting. Maatschappelijke organisaties, wijk- en dorpsraden krijgen dan tien minuten de tijd om hun wensen en ongenoegens kenbaar te maken.

De kadernota is het document waarin in hoofdlijnen wordt aangegeven hoe in het komend jaar de financiën verdeeld zullen worden. Wie ergens nieuw geld voor wil hebben, moet dus bij de hoorzitting komen inspreken. Dat stelt de politiek voor een dilemma: er zijn altijd aanmerkelijk meer wensen dan dat er geld beschikbaar is.

Vanwege de overweldigende belangstelling was de aanvangstijd van 15.00 uur met een uur vervroegd. Daar had ik helaas geen rekening mee gehouden, en kwam dus pas om drie uur binnen. Maar aangezien er een schriftelijk verslag volgt en de hele zitting ook nog herhaald wordt op de lokale televisie, kan ik dat wat ik gemist heb, nog makkelijk terugzien.

De setting van de hoorzitting is een nogal formele. Een carré-opstelling, waarbij burgemeester en griffier aan het hoofd zitten en aan weerszijden de raadsleden. Aan de overzijde mogen dan telkens de vertegenwoordigers van de organisaties plaatsnemen om hun verhaal te doen. De raadsleden hebben de gelegenheid om enkele korte aanvullende vragen te stellen aan de insprekers, maar meer ook niet. Ik kan me niet anders voorstellen dan dat zowel insprekers als raadsleden het een vreselijk saaie bijeenkomst vinden. Een kijkcijferkanon heeft de lokale omroep hier in ieder geval niet mee in handen.

Mijn late aankomst had één voordeel. Ik kon tussen de burgers gaan zitten. Ik houd namelijk helemaal niet van die formele gang van zaken. Wat mij betreft gaan we het volgend jaar dan ook anders doen. Geen plenaire bijeenkomst meer, maar een soort speeddate-bijeenkomst met raadsleden. Interactief met elkaar praten over de wensen en verlangens, in plaats van geformaliseerd eenrichtingsverkeer. En dan kunnen de raadsleden ook gewoon ‘nee’ zeggen, wanneer iets geen prioriteit heeft. Dan weten de insprekers ook gelijk waar ze aan toe zijn.

Politiek is keuzes maken, vooral als het op geld aankomt. Dat kun je beter open en transparant doen, dan in een ouderwetse formule die afstand schept. Weg met de hoorzitting.

Homo Agitatus – ma 5 febr. 2007

GroenLinks Postercampagne 1994

Het leven van een raadslid gaat niet altijd over rozen. Het raadslidmaatschap in Breda heet een part-time functie te zijn, iets wat je naast je reguliere werk doet. Er worden echter opvallend veel bijeenkomsten overdag gepland.

Het zou een dag van vergaderen worden. Allereerst ’s ochtends een bijeenkomst met het Internet campagneteam en vervolgens ’s middags een overleg van de klimaatwerkgroep. Daarna moest ik me haasten om tijdig in Breda te zijn, aangezien daar om vijf uur een discussiebijeenkomst over het cultuurdebat (sic!) zou beginnen. Dat betekende dat ik rond een uur of drie al naar Utrecht Centraal moest afreizen om op tijd te zijn. En dan had ik me al neergelegd bij het feit dat een beetje fatsoenlijke avondmaaltijd er bij in zou schieten.

Om kwart over drie rinkelde de telefoon. De cultuurbijeenkomst van vanmiddag ging niet door. De desbetreffende ambtenaar die een presentatie zou geven, kon namelijk niet. Wel nondeju, dacht ik. Dus ik had gewoon nog door kunnen blijven werken.

„Maar we de bijeenkomst verplaatst naar woensdag de 14e”. „Zeker weer om vijf uur”, vroeg ik licht geagiteerd. De secretarieel medewerker aan de andere kant van de lijn antwoordde bevestigend. In mijn hoofd vormden zich woorden die de voorzitter van de bond tegen het vloeken spontaan een hartinfarct zouden bezorgen. Dat kost me dus weer een halve werkdag.

Ik heb me er de rest van de terugreis onevenredig aan lopen ergeren dat de agenda van één ambtenaar zo’n acht politici in gijzeling houdt. Zou zo iemand nu niet gewoon om half acht nog even een presentatie kunnen houden? Of zou de onregelmatigheidstoeslag dan te zwaar op de gemeentebegroting drukken? En zouden de maatschappelijke kosten daarvan nu echt opwegen tegen de kosten van mijn onafwendbare maagzweer?