Homo Repraesentans – di 15 jan. 2008

Jochem de Bruin

Het panel besluitvorming was bijeen om een aantal discussievormen te bedenken om de discussie over de partijcultuur te entameren. Zo ontstond het idee om het profiel van de ideale GroenLinkser vast te stellen.

De redenering was als volgt. De Rabobank heeft Jochem de Bruin als ambassadeur en ideale schoonzoon. GroenLinks moet ook zo iemand hebben. Eén persoon die alle waarden en idealn van GroenLinks vertegenwoordigd.

Misschien was ik te idealistisch, misschien ook gewoon in een vervelende bui, maar ik moest niets van het idee hebben. Hoe kan een partij die staat voor openheid, voor diversiteit en culturele pluriformiteit, hoe kan een partij met soms uitgesproken verschillende vleugels, hoe kan zo’n partij nu één iemand als de ideale vertegenwoordiger benoemen. Daarmee zou de partij haar idealen, haar uitgangspunten en vooral zichzelf ongelooflijk te kort doen.

De rest van het begeleidingspanel keek vreemd op. Meestal ben ik namelijk wel in voor een geintje.

Homo Futurus – wo 19 dec. 2007

toekomst groenlinks

GroenLinks is nu al weer ruim een half jaar bezig met het grote toekomstproject. Het zou wonderlijk zijn als jongerenorganisatie DWARS daar niet bij betrokken zou zijn. DWARS is immers de toekomst.

In elk begeleidingspanel – beginselen, organisatie en strategie – zit wel minstens één DWARS-er. En dus werd een avond met DWARS-leden belegd om over een aantal dilemma’s over deze thema’s van gedachten te wisselen.

Nu zijn DWARS-ers al minstens even divers als GroenLinksers, dus een eenduidige uitkomst hoef je van zo’n avond niet te verwachten. Zeker niet als über-vrijzinnige Simon af en toe ook nog eens een libertair gedachte-experiment aangaat met de groep.

Hoewel ik zelf niet in het panel strategie zit, is dat wellicht nog wel het meest lastige onderwerp om concreet op te worden, al is het maar omdat op dat punt niemand de wijsheid in pacht heeft. Wie een waterdichte strategie wil bedenken, heeft immers toekomstvoorspellende gaven nodig. De meningen over de vraag ‘principiëel blijven of concessies doen voor zetelwinst?’ waren echter wel weer heel interessant. Want groter worden wil iedereen wel, maar hoe groot zijn de concessies die je wilt doen. En die is bij ons gelukkig tamelijk klein, geheel volgens het adagium ‘onderhandelen, dat doe je na de verkiezingen, niet ervoor’.

Al ben ik een rasoptimist, ik blijf een beetje tobben over de uitkomst van het hele toekomst-project. We hebben nog ongeveer tien maanden te gaan voordat de verschillende panels al hun werkzaamheden af moeten hebben en er een scenario klaar moet liggen voor de toekomst van de partij. Ikzelf zit nog te tobben over een stuk dat gaat over de interne besluitvorming over zaken als verkiezingsprogramma’s. Terecht willen leden daar meer invloed op kunnen uitoefenen. Het liefst vooraf, tijdens de totstandkoming en niet pas achteraf, als je alleen nog bestaande teksten kunt wijzigen. Via het internet kun je mensen daar vrij makkelijk bij betrekken, maar is iedereen ook al klaar voor een verkiezingsprogramma dat, bij wijze van spreke, via een wiki wordt geschreven. Ik kom daar nog op terug. In de nabije toekomst…

Homo Struens – wo 3 okt 2007

Debatweekeinde. Foto: Margot Scheerder

Het begeleidingspanel organisatie kwam bijeen om na te praten over het debatweekeinde van GroenLinks. Eén van de meest prangende vragen: hoe betrek je anno 2007 de leden bij de belangrijke beslissingen die genomen moeten worden.

De partijstructuur van GroenLinks is sinds de oprichting in 1990 niet noemenswaardig veranderd. En zelfs toen was het niet veel meer dan een kopie van de structuur van de PPR. Hoogste orgaan was toentertijd het jaarlijkse afgevaardigdencongres, waar per afdeling een aantal vertegenwoordigers naar toe werd gestuurd. Tussen de congressen door is de partijraad het hoogste orgaan. Eind jaren ‘90 is het congres opengesteld voor alle leden. De partijraad heeft wèl zijn federatieve karakter behouden, alleen zullen veel partijraadsleden helaas zelden overleggen met hun afdelingsleden als het gaat om hun inbreng.

Ik ben er zeer van overtuigd dat federatieve inrichtingen uit de tijd zijn. Sommigen vinden de lokale afdeling de basis van de partijdemocratie, maar dat standpunt is achterhaald door de veranderende samenleving waarin opvattingen steeds minder door geografische en steeds meer door individuele omstandigheden bepaald wordt. Kortheidshalve heeft de homo in Eindhoven misschien meer met een collega in Rotterdam gemeen, dan met een afdelingsgenoot in de eigen stad. Federatieve structuren bieden geen ruimte voor geografisch ongebonden diversiteit.

Als je het federatieve definitief verruild, hoe zorg je dan tegelijkertijd dat minderheidsopvattingen een plaats krijgen in de besluitvorming? Meerderheden van Vijftig-procent-plus-één zijn vanuit democrartisch oogpunt onwenselijk en blijken vaak broos. In mijn ogen is er veel te winnen door niet de besluitvorming centraal te stellen, maar het proces. Waarom kunnen leden niet ècht gezamenlijk werken aan een verkiezingsprogramma. Ik ben wel voorstander van de VerkiziWiki, waarbij, naar analogie van andere wiki-systemen, mensen onderling werken an hoofdstukken en paragrafen en waarbij een programcommissie vooral redactionele eenheid bewaakt en rondzingende discussies en vandalisme tegenhoudt. Dat zo’n aanpak met de waarheid prima blijkt te kunnen, bewijst Wikipedia. Het experiment dit nu te doen met meningen, lijkt me uitdagend en bevrijdend.

Hoe de kieslijst vastgesteld moet worden, daar ben ik nog niet uit. Wèl dat dat anders moet, met meer oog voor vernieuwing, maar ook meer oog voor het plaatsen van minderheidsvertegenwoordigers die wellicht niet de steun hebben van een absolute meerderheid van de GroenLinks-leden, maar wel een aanzienlijke achterban in de partij hebben. Overigens, dat moet me dan ook van het hart, deze minderheidsvertegenwoordigers zullen zich, eenmaal in een fractie gekozen, wel gebonden moeten voelen aan de strategische lijnen die door een fractie gezamenlijk wordt uitgezet. Maar dat moge logisch zijn.

Homo Quaerens – za 15 sept. 2007

Debatweekeinde. Foto: Margot Scheerder

Honderden GroenLinksers bevolkten de doorgaans zo rustige camping Ginkelduin in Leersum. Het eerste grote toekomst-congres van GroenLinks is begonnen.

‘Discussie in de tent’, was de enigszins dubbelzinnige noemer waaronder het congres werd gehouden. De vele discussies werden dan ook in tenten gehouden. En er werd al meteen een bijdrage van mij verlangd, en wel bij het onderwerp ‘consensusmodel versus congresmodel’. Hoe kom je tot de meest zuivere besluitvorming: door net zolang te praten tot je het met elkaar eens bent, of op een gegeven moment maar een stemmen te houden, waarbij de meerderheid zijn zin krijgt.

Het aardige was dat mijn groepje zelfs tijdens het simulatiespel van het laatste model nog kwam met alternatieve voorstellen. Consensusvorming zit kennelijk in onze genen. Wel lastig, want consensus leidt weliswaar vaak tot gedegen voorstellen, maar niet tot korte soundbites waarmee je het nieuws haalt. Het acht uur-journaal kunnen we dus wel vergeten.

Een tweede, en zeer ingewikkelde discussie, ging over de wijze waarop GroenLinks kandidatenlijsten samenstelt. De systematiek is onlangs veranderd om leden meer invloed te geven, maar de gekozen procedure leidt eerder tot het tegenovergestelde. Terecht is er dan ook veel kritiek op het nu geldende model.

Een korte schets van hoe het nu gaat: een kandidatencommissie deelt de kandidaten p in verschillende blokken. Binnen dat blok kunnen de leden vervolgens de volgorde kiezen. Dat betekent ook dat mensen uit het blok kunnen vallen. De kritiek is dat kandidaten niet voor een hoger blok kunnen meedoen, tenzij ze tegen de kandidatencommissie in beroep gaan en gelijk krijgen. Overigens geldt in dat geval nog steeds dat het negatieve advies van de kandidatencommissie voor dat hogere blok openbaar gemaakt wordt.

Helaas was er niemand die een werkbare oplossing had voor het probleem. Want terugkeren naar de klassieke systematiek waarbij de kandidatencommissie met een kant-en-klare lijst komt waar in de praktijk meestal maar marginaal aan veranderd wordt, is ook niet de bedoeling. Vermoedelijk ligt hier nog heel wat werk voor het begeleidingspanel.

Tot slot was er ook nog wat rumoer over een enquête die werd uitgedeeld onder de bezoekers. Sommige mensen werden zelfs boos om de vragen die er gesteld werden. De enquête werd aanvankelijk zelfs even teruggetrokken, waarna de verdedigers van het vrije woord weer bewerkstelligden dat deze werd teruggelegd. Daarmee was het sociale experiment achter die enquête eigenlijk volledig geslaagd. En voor de twijfelaars, ja, de vragen waren inderdaad niet serieus bedoeld.

‘s Avonds een feest dat door velen inmiddels gekwalificeerd is als ‘het gezelligste feestje sinds we elf zetels wonnen’. Femke danste op haar vrolijkst mee op Doe Maar. En ‘s nachts een telefoontje van campagneleider Jaap of de DWARS-ers wellicht iets minder herrie wilden maken. Het was immers al half vijf.

Homo Popularium – di 11 sept. 2007

mening van de menigte

Waar denkt U aan bij GroenLinks? En wat vindt U van GroenLinks-politici. Toine en ik liepen door de straten van Den Haag om de antwoorden van voorbijgangers te filmen.

‘Voor het milieu’, was een veelgehoorde reactie. Maar ook: ‘sociaal’. Het gaat dus goed met het imago van GroenLinks. Althans, bij de meeste mensen.

Eén al wat oudere voorbijganger had een ander idee. „Meneer, toen ik klein was, was het oorlog en sindsdien is het altijd ellende gebleven.” Enigszins verbouwereerd staarden we de man aan. Had hij zojuist de gehele politieke klasse met Adolf Hitler vergeleken. Met een stralend gezicht keek hij terug en stopte een pepermuntje in zijn mond.

Homo Posterus – ma 21 mei 2007

Toekomst-discussie

Waar gaan we naar toe met GroenLinks? En vooral: hoe gaan we een antwoord vinden op die vraag? Daar ging het over tijdens de tweede bijeenkomst van de commissie Van Ojik. Of liever, ‘Project 2008’. Want hoewel we de tweede vraag al ergens deze zomer beantwoord moeten hebben, zal het antwoord op vraag één pas op het congres van 2008 helemaal duidelijk zijn.

De in totaal dertig koppen tellende commissie is opgedeeld in drie begeleidingspanels, die zich bezighouden met respectievelijk beginselen, strategie en partijorganisatie. En de begeleidingspanels hebben als doel om een interne discussie te entameren over het hen toegewezen thema. En daarna hebben zij als doel om daaruit conclusies te destilleren, die een richting geven aan een nieuw beginselprogramma, een strategische visie en een moderne partijorganisatie. Of die wellicht zelfs verschillende richtingen aangeven, waaruit het congres dan uiteindelijk weer kan kiezen.

Zelf zit ik in het panel ‘partijorganisatie’. Dat betekent dat we ons onder andere bezig moeten houden met de vraag hoe individuele leden meet inbreng kunnen leveren in de organisatie. En met de vraag of onze huidige organisatiestructuur nog wel helemaal aansluit bij de veranderende wereld, waarbij er naast een fysieke werkelijkheid ook nog een digitale werkelijkheid is die mensen in staat stelt om op afstand samen te werken, denken en beslissen. En nog spannender: hoe combineer je die twee werkelijkheden.

Helemaal leuk wordt het wanneer je je de volgende paradox realiseert. Want het is onze ambitie om de discussie over de partijorganisatie op een moderne manier te voeren, op verschillende niveaus en met verschillende werkelijkheden. Dus met onze voorgenomen werkwijze nemen we eigenlijk al een voorschot op de manier waarop we de partij straks zouden kunnen organiseren.

We hebben zelf de eerste stap genomen, door samen in een wiki te gaan werken.

Homo Cogitans – ma 7 mei 2007

GroenLinks-congres

Vanavond was de eerste bijeenkomst van de commissie Van Ojik. Dat is een grote commissie die zich de komende tijd gaat buigen over drie dingen: de partij-organisatie, de strategische koers en de partij-organisatie. Op één of andere manier waren ze mijn naam ook weer eens in de Rolodex tegengekomen.

De commissie Van Ojik, of Project 2008, zoals het ook wel genoemd wordt, gaat niet in muffe kamertjes vergaderen. Sterker nog, we gaan zelf eigenlijk niet eens iets besluiten. Niet meteen in ieder geval. Het is de bedoeling dat over deze drie onderwerpen flink gedebatteerd gaat worden de komende tijd. Met leden, maar ook met externe organisaties waar wij ons mee verwant voelen.

Die discussie vindt wat mij betreft op allerlei platformen plaats. Dat kan in de fysieke wereld zijn, maar wat mij betreft net zo makkelijk in de virtuele wereld. Belangrijk is in ieder geval dat zoveel mogelijk mensen op de één of andere wijze bijdragen aan de discussie.

Vanavond was de eerste bijeenkomst. Die was bedoelt om kennis te maken met elkaar, maar ook met de Partijraad. Dat is een afgevaardigdenorgaan dat namens de leden het partijbestuur een beetje controleert. En die Partijraad wilde natuurlijk ook wel eens weten wat voor vlees ze in de kuip hebben.

Ikzelf heb zitting in het begeleidingspanel Organisatie. Dat is een leuke uitdaging. Want iedereen is het er over eens dat er best het één en ander te verbeteren valt aan de organisatie. Dat is op zich ook logisch. Elke organisatievorm moet je eens in de zoveel tijd tegen het licht houden. Organisatiestructuren zijn nooit af, ze hebben nu eenmaal een beperkte houdbaarheidsduur. Op een gegeven moment worden dingen sleets en moet je over nieuwe vormen gaan nadenken.

De uitdaging is om, na uitvoerige discussie met de leden, een vorm te vinden waarbij aan een aantal voorwaarden wordt voldaan. De basisdemocratische principes van GroenLinks moeten hoe dan ook terug te vinden zijn in de partijorganisatie. Dat betekent dat de afstand tussen de ‘top’ en de ‘voet’ van de organisatie zo klein mogelijk is. Als tweede moet er een vorm worden gevonden waarbij zoveel mogelijk leden op een laagdrempelige manier kunnen meedoen en meedenken in de besluitvorming. Internet kan daar een belangrijke rol in spelen, maar kan ontmoetingen ‘in real life’ natuurlijk nooit helemaal vervangen. Al is het maar omdat niet iedereen op Internet zit. En tot slot moet een veranderende organisatiestructuur tegemoet komen aan de wens om snel besluiten te kunnen nemen.

Een hele uitdaging dus, de komende maanden. Wat dat betreft is het maar goed dat de studiefase van de commissie van Ojik wel aan de eerste twee voorwaarden moet voldoen, maar gelukkig voor deze opdracht wel de tijd kan nemen.

Homo Positivus – za 21 apr. 2007

verbetersessie

Om de afgelopen verkiezingscampagnes te evalueren en te om eens te peilen hoe mensen tegen de partij aankijken, organiseerde GroenLinks een negental regiobijeenkomsten. Eén ervan was in Breda. Dat werd dus weer lekker binnen zitten, terwijl buiten de zon scheen.

Ik had ook een rolletje gekregen op deze dag. Want hoewel de bijeenkomst er deels voor bedoeld was om mensen kritisch te laten kijken naar het functioneren van de partij, mocht het ook niet te negatief worden. Niets zo fnuikend voor mensen als blijven hangen in alles wat er niet optimaal gaat.

Aan mij de taak om een positief half uurtje te ‘doen’. Ik was dus eigenlijk een soort Emile Ratelband, maar dan zonder tsjakkaah. Waarom zijn jullie lid geworden van GroenLinks? Wat spreekt jullie aan? En allengs kwamen steeds meer positieve opmerkingen uit de zaal.

“Wie is er trots op om GroenLinkser te zijn?”, vroeg ik tegen het einde van een ineens volstrekt vrolijk groepje mensen. Iedereen stond op en verklaarde zijn liefde aan, of op zijn minst verbondenheid met de partij. “En wie is er trots op om Nederlander te zijn?”, vroeg ik vervolgens. Weer stak iedereen de hand omhoog.

Het is te makkelijk.