Het landelijk bureau van GroenLinks heeft in al haar wijsheid een nieuwe huisstijl ontwikkeld met een aantal dwingend voorgeschreven kleuren en lettertypes. Wie mag in Breda deze huisstijl gaan implementeren? Juist, ikke. Want er zijn er niet zo vreselijk veel die goed overweg kunnen met illustrator. Ik ben al een heel end.
Categorie: dagelijks leven
Digitale raadsleden – vr 6 febr. 2004
Na een korte werkbijeenkomst op de fractie reed ik richting Apeldoorn. In het gebouw van PinkRoccade werd daar die middag een conferentie georganiseerd voor digitale raadsleden. Ik had de uitnodiging daarvoor enige weken eerder gekregen (uiteraard via de e-mail) van Mellouki Cadat (http://www.cadat.nl). Hij had mijn mailadres gevonden via dit web-log en kennelijk vond hij mij de status ‘digitaal-raadslid’-waardig. Eerlijk gezegd doe ik niet veel meer dan zo af en toe dit log bijhouden, maar goed.
Mellouki was vorig jaar verkozen tot het beste digitale raadslid en organiseerde de conferentie samen met Anno Zijlstra (http://www.annozijlstra.nl), die tweede was geworden.
Ik had me veel van de bijeenkomst voorgesteld. Ik hoopte in ieder geval wat ideeën op te doen over hoe je een beter digitaal raadslid zou kunnen zijn, maar vooral wat het eigenlijk inhoud, digitaal raadslid zijn. Maar de bijeenkomst viel een beetje tegen. Na een presentatie van Anno Zijlstra (Mellouki had op het laatste moment moeten afzeggen omdat zijn vader op sterven lag en helaas inmiddels ook gestorven is) kwamen de mensen van PinkRoccade aan het woord, die een presentatie gaven van een nieuwe site die zij speciaal voor raadsleden hadden ontwikkeld en waar ieder raadslid op een zeer eenvoudige manier een website kon opzetten. En hoewel ze deze dienst aanboden omdat ze het beste voorhadden met de raadsleden, moest de service na een jaar gratis uitproberen toch echt betaald gaan worden. En dat terwijl ik hier toch al enkele maanden gratis mijn eigen web-log heb.
Laat ik niet cynisch doen: ik kan me voorstellen dat een heleboel raadsleden die graag ‘digitaal’ willen, maar nog niet kunnen hier heel veel aan kunnen hebben. Maar ik had liever een middag ervaringen uitgewisseld met al die andere digitale raadsleden die toch al digitaal waren en PinkRoccade dus eigenlijk helemaal niet nodig hadden. Die ervaringen wisselde ik dus maar tijdens de borrel (voor mij een cola a.u.b.) uit, onder andere met het Zeeburgse deelstadsraadslid Douwe van Donselaar (http://www.douwe.web-log.nl). En op de weg terug naar huis heb ik een lift aangeboden aan GroenLinks-raadslid Wouter van Kouwen (http://www.woutervankouwen.nl).
Veel later dan gepland kwam ik aan in Breda waar ik snel mijn auto inruilde voor de fiets, waarmee ik naar Jasper en Julie reed, die mij hadden uitgenodigd voor een authentiek Indisch diner (volgens het kookboek van Beb Vuijk). Heerlijk!
Middelen – do 5 febr. 2004
Commissie middelen, met weinig belangwekkende zaken op de agenda. Een verordeningetje hier, een verordeningetje daar, oftewel veel technisch gebabbel over belangrijke, maar o zo saaie zaken. En aan het begin maakte de wethouder ook nog even bekend dat Breda met een financiële tegenvaller van zo’n 5 miljoen euro werd geconfronteerd.
Het enige ‘leuke’ op de agenda was misschien de memo over de verbetering van de zoekmachine op de Internet-site van de gemeente Breda. Kon ik eindelijk ‘ns mijn verhaal afsteken over betere digitale dienstverlening. Want, zo vertelde een ambtenaar, op dit moment kun je op de site van de gemeente allemaal digitale formulieren invullen om dingen aan te vragen, maar als je thuis achter je pc op enter drukt, gebeurt er niets anders dan dat een printer op het stadskantoor dat formuliertje uitrpint, waarna de digitale aanvraag even analoog behandeld wordt als al die andere aanvragen. En dus duurt de behandeling van een high-tech Internet-aanvraag ook een week of wat.
Er valt nog een hoop te verbeteren dus, op dat punt. Maar zolang ik het enige raadslid ben dat een beetje digitaal is (wanneer krijgen al die andere raadsleden nou ook eens een weblog ofzo), zal het allemaal wel niet snel veranderen. Na de vergadering ging ik dus maar analoog naar de kroeg om daar ee pilsje te downloaden. Die aanvraag werd door de barman een stuk sneller behandeld.
Museum Grafische Vormgeving – wo 4 febr. 2004
De commissie ECG had deze avond alleen twee punten over het Museum voor Grafische Vormgeving op de agenda. Het is één van de dure plannen van Breda. In de huidige Beyerd zou over enkele jaren een landelijk museum voor grafische vormgeving gesticht moeten worden. Een museum met een eigen collectie over de geschiedenis van het grafisch ontwerp in Nederland en tegelijk digitale ontsluiting van die collectie.
Op zich een mooi plan, maar met twee heel grote bezwaren. Ten eerste: het kost zo’n 12 miljoen euro en dat is niet weinig in een tijd dat het economisch even niet zo heel goed gaat. Zeker aangezien er in Breda genoeg andere culturele zaken zijn die best een beetje extra geld kunnen gebruiken. Het tweede nadeel: een gedeelte van de huidige Beyerd (een rijksmonument) moet gesloopt worden om nieuwbouw ten bate van het museum te kunnen neerzetten.
Het is een verhaal dat GroenLinks al vaak heeft moeten vertellen. En het is ook niet altijd even leuk, omdat als het museum er eenmaal staat ik het vast wel een aantal keren zal gaan bezoeken. Want ik ben natuurlijk niet principiëel tegen musea. Maar als raadslid moet je kiezen, want de (culturele) bomen groeien niet tot in de hemel. En dan liggen mijn prioriteiten net even ergens anders.
Delft – di 3 febr. 2004
Klein beetje uitslapen, naar Tilburg voor een vergadering, terug naar Breda voor wat thuiswerk en daarna de file in naar Delft. Ik had die avond afgesproken met Jaap, een van mijn beste vrienden.
Normaal kookt hij altijd een subliem potje avondeten, maar deze keer had hij iets anders voor mij in petto: een avondje onder het volk in de mensa van de Koornbeurs. Hij had daar ooit ‘ns vreselijk lekker gegeten, maar kennelijk was dat niet standaard. Doodgebakken groentes, vette friet en een gelukkig redelijk geslaagde kip vielen ons ten deel.
Op een tweetal stadswandelingen door Delft (het was immers lekker weer) na hebben we de avond op zijn studentenkamer doorgebracht. Muziek luisteren en praten over van alles en nog wat. Gezellige avond zonder al te veel politiek (behalve in de discussies natuurlijk). Het werd een latertje
Herinnering – ma 2 febr. 2004
In de kroeg kwam ik iemand tegen die zich een gedicht van mij kon herinneren van zo’n tien jaar geleden. Ik had dat toen eens op een huwelijksfeest geschreven, waarbij ik officiëel niet uitgenodigd was. Ik kende slechts de drummer van de band en destijds (ik was toen 17) was een avondje gratis zuipen een reden om mee te gaan. Mijn tegenprestatie voor de drank was een ter plekke geschreven gedicht.
Mariëtte en Robert zijn inmiddels al weer uit elkaar, hoorde ik vanavond. Maar of ik toch zo goed wilde zijn het gedicht nog eens te e-mailen. Ik heb het dus maar overgetikt van een morsig velletje dat ik ergens in mijn archiefkast nog gevonden heb. En aangezien het huwelijk inmiddels ook al weer voorbij is, kan ik het nu net zo goed ècht openbaar maken.
Bomen, weg naar vrede, liefde.
Zal het ooit nog waarheid zijn?
Twee maanden nog tot het gewicht
Van pure liefde, toch zo tastbaar.
Vriendschap van een jaar geleden,
Zal nu duren tot oneindig.
Liefde komt nooit in de krant
Slechts in het donker mogen groeien,
bloemen voor de eeuwigheid.
In dat zwarte kunnen schijnen
Liefde voor samen, eeuwig kwijt.
In de tuin van stilte
toch muziek
Stilletjes in de verte
Maar zo duidelijk in het hart
Selçuk Akinci
vr. 22 sept 1995, 22.44 uur
Stukken – zo 1 febr. 2004
Elke dag bezorgt de vaste fietskoerier van de gemeente dikke enveloppen met grote hoeveelheden documenten: de stukken. Vroeger dacht ik bij een stuk altijd aan een of andere knappe vent, maar sinds mijn raadslidmaatschap is aan deze naïeve veronderstelling bruut een eind gekomen. Vanaf nu is een stuk per definitie een veel te lijvig, in slecht Nederlands opgesteld rapport over een vaak dodelijk saai onderwerp.
Meestal stapelt deze post zich gedurende de week op op de kast in de woonkamer. Zo eens in de paar dagen neem ik de hele zooi mee naar boven (slaap- annex werk- annex rookkamer), waar de ‘kleine’ stapel (een heel relatief begrip, overigens) op nonchalante wijze op een nog veel grotere stapel wordt gegooid. Aan het einde van de week kom ik dan meestal toe aan ordenen.
De hele stapel wordt dan uiteengelegd om mijn bed en alle brieven worden uit de enveloppen gehaald (die trouwens allemaal al een keer eerder opengemaakt zijn om te kijken of er niet iets heel belangrijks tussen zit). De hele stapel wordt dan weer onderverdeeld in vier kleinere stapels: de stapel persoonlijke post (vaak de kleinste), de stapel rekeningen en andere administratieve rompslomp (die is altijd al een stuk hoger), de stapel ‘voorlopig nog niet weggooien (deze stapel bevat vaak stukken met een identiteitscrisis) en tot slot de stapel belangrijke raads- en commissiestukken (hele grote stapel), die allemaal terug in de envelop gaan waarop met een grote viltstift de datum van de desbetreffende vergadering opgeschreven wordt.
De allerbelangrijkste ‘stapel’ belandt op de grond. Dit is de stapel ‘oud papier’. Deze bestaat uit persberichten, Breda berichten (van elk bericht over de aanleg van drempels en over de schoonmaak van straten etc. krijgen de raadsleden in Breda een afschrift), stukken van vergaderingen die al geweest zijn en wat dies meer zij. Op de grond belanden ook de enveloppen die eerst zorgvuldig van hun venstertje zijn ontdaan (een beter milieu begint bij jezelf). Deze stapel is veruit het belangrijkste, omdat deze linea recta de oud-papierbak in kan. En dat schiet op.
De stukken van de commissie- en raadsvergadering belanden onder mijn bed om daar weer vandaan gehaald te worden wanneer ze nodig zijn. Rapporten die niet meer nodig zijn, maar de moeite van het bewaren waard zijn, neem ik mee naar de fractie, om daar door Ria, onze fractiemedewerkster) in één of andere archiefmap te laten stoppen. Vanaf de eerste dag van mijn raadslidmaatschap heb ik namelijk één ding met mezelf afgesproken: ik bewaar thuis helemaal niks! Daarnaast hoeft dat tegenwoordig, in de tijd van digitaal opvraagbare stukken, in Breda ook eigenlijk helemaal niet meer.
Nadat ik klaar was met de papieren stukken, heb ik mijn aandacht gekeerd naar mijn e-mail. Op de e-mails voor viagra en penisvergrotingen na (krijgen vrouwen dat soort mailtjes eigenlijk ook?), blijven de meeste mailtjes namelijk altijd lang in de Inbox staan. En ook dat moet zorgvuldig in de diverse categoriën onderverleed worden (persoonlijk, werk, groenlinks algemeen, groenlinks fractie, groenlinks website, groenlinks nieuwsbrief groenlinks-jongerennetwerk en raadswerk).
Het ordenen van stukken, het ordenen van mijn e-mail en als laatste het ordenen van mijn bureaublad (zoweel virtueel als reëel) heeft me gisteren zo’n beetje de hele middag gekost. Ik ben dus flink met de politiek bezig geweest. En, oh ironie, geen letter gelezen of geschreven.
Voorbereidingen – wo 28 jan. 2004
Morgen is de raadsvergadering en meestal bereiden we de die voor op de fractievergadering op maandag. Aangezien we daar deze week niet aan toe kwamen, bleven de voorbereidingen liggen tot woensdag. Nu is de agenda voor de raad een heel korte (er staan drie punten op de agenda, die allen al uitgebreid zijn besproken in de commissievergaderingen), maar sinds de invoering van het dualisme is er in de raadsvergadering ook een vragenuur. Wij wilden vragen stellen over de illegale bomenkap in Teteringen en die werden deze ochtend voorbereid.
’s Avonds stond Café Livre op het programma. Drie keer per jaar wordt in Breda een soort literaire salon gehouden waarbij een forum samen met het publiek een vooraf gekozen boek bespreekt. Mijn taak daarin: zorgen dat alles zo verstaanbaar mogelijk is.
Fractie en bestuur – ma 26 jan. 2004
Deze avond kwam het nieuwe interim-bestuur van GroenLinks Breda op visite. Een belangrijke ontmoeting, want we moeten immers de neuzen dezelfde kant op hebben. En dat ging vrij gemakkelijk. We hebben andere verantwoordelijkheden: de fractie houdt zich bezig met het voeren van (lokale) politiek, het bestuur zorgt voor een bruisende afdeling. Maar we hebben ook gezamenlijke belangen, de belangen van GroenLinks en de idealen van die partij. We zijn een progressieve, linkse partij met goed doordachte ideeën, met kwalitatieve en haalbare alternatieven. We staan voor mensen en voor het milieu en dat zullen we blijven doen. Fortuyn begon zijn politieke carrière met de woorden “Ik heb er zin an”. Laat dat voor ons nu ook gelden.
Nieuwjaarsborrel – vr 23 jan. 2004
Het lijkt traditie dat GroenLinks jaarlijks de reeks nieuwjaarsborrels afsluit. Zo ook dit jaar. Aan het einde van een voor de rest rustige politieke week. In mijn vieze kleren (de rest van de dag was de decor-ploeg van Breda Barst weer bezig) kwam ik nuchter het Hert binnen. Beschonken rolden we enkele uren later weer naar buiten. Heerlijke partij zijn we toch.