Homo Canorus – wo 21 mrt. 2007

liedjes zingen voor de strijd

Voor het eerst sinds tijden ging ik weer eens naar een repetitie van ons koor. Want hoewel ik al jaren lid ben van het strijdliederenkoor Tegen de Wind Mee, ben ik door tijdgebrek het lid dat op John na het minst vaak komt.

Ik viel met mij neus in de boter. Of juist niet. Omroep Brabant was ons aan het filmen toen ik, iets vertraagd de repetitie binnenkwam. Aanleiding hiervoor was ons dertig-jarig bestaan. En dus zongen we voor de camera zo mooi mogelijk onze Zuid Afrikaanse repertoir.

Sommige mensen vinden het suf, ouderwets en zinloos, zo’n strijdliederenkoor. Mag ik al die mensen eraan helpen herinneren dat wij wel mooi de apartheid hebben weggezongen.

Homo Agitans – wo 14 mrt. 2007

aandeelhouder

Het was de jaarlijkse aandeelhoudersvergadering van Café de Beyerd. Dit jaar viel onder meer mij de eer te beurt dat ik de vergadering mocht toespreken. Hieronder ongeveer wat ik gezegd heb.

Collega aandeelhouders van Brouwerij de Beyerd, vrienden,

Het gaat goed met ons. De economie trekt aan, mensen gaan weer vrolijk naar de kroeg en het Klassiek vloeit rijkelijk. Gisteren nog zat ik met een collega-stamgast, laten we hem Ad noemen, aan de vuilen hoek. Ik ga daar dan zitten en keer mijn rug naar gans het volk. Aan de bar, turend over de rand van ons zojuist getapte pils, beschouwen wij de wereld. Van bier moet je in stilte genieten.

Gelukkig duurt dat moment nooit lang. Binnen luttele minuten vliegt er wel een mop over de bar waar op enigerlei wijze dan wel seks, dan wel geslachtsziekten een hoofdrol in spelen. Of, om maar eens een andere Beyerd-gast te citeren: „het is lachen man”.

Het gaat goed met de Beyerd. Zo goed dat er regelmatig maandagen en dinsdagen zijn dat er vreemden zitten aan de vuilen hoek. Ad en ik mopperen dan een beetje, maar denken daarna al snel aan het dividend.  Trouwens, die vreemden gaan op een gegeven moment altijd wel weg. De aandeelhouder wint.

Toen wij als aandeelhouders drie jaar geleden in dit avontuur stapten, wisten wij een aantal dingen zeker. Belangrijkste was dat het voortbestaan van de brouwerstraditie in deze stad bij de familie de Jong in goede handen is. Maar we wisten ook dat ons aandeel nooit meer waard zou worden, dat we geen inspraak in het beleid van de brouwerij hadden en dat onze rol dan ook louter ceremoniëel zou zijn. Dat hinderde niet: bier is emotie.

Maar vrienden, hoe goed zijn wij, is deze brouwerij beschermd tegen de buitenwereld. Boze geruchten gaan fluisterend over de bar, over private equity, over hedgefondsen die een vijandig overnamebod zouden willen doen om daarna dit prachtige bedrijf op te splitsen en met winst door te verkopen aan de hoogste bieders. Na KBB-Vendex en Stork zou De Beyerd wel eens het volgende slachtoffer kunnen zijn. Als aasgieren kijken de durfkapitalisten kwijlend naar ons.

Maar wat me nog de meeste schrik aanjoeg was een beeld, nog geen drie weken geleden in dit café.

Nietsvermoedend kwam ik dit café binnen. Dronk, aan de vuilen hoek, de nodige hoeveelheden pils. En onvermijdelijk volgde het moment waarop ik de behoefte voelde mijn blaas te ledigen.

Nog steeds nietsvermoedend nam ik plaats achter de linker-urinoir. Of voor, dat mag ik even kwijt zijn. Vervolgens, bij het wassen van de handen, wordt ik geconfronteerd met een nieuwe kraan.

Een kraan met een SEN – SOR.

Een kraan die automatisch begint wanneer de handen onder het mondstuk van de kraan gehouden worden, en acuut weer stopt wanneer je die handen weghaald. Ik was verbijsterd. Onaangenaam verrast door dit modernisme in mijn stamkroeg.

Ja, zeiden Orson en Michael. Da’s goed voor het milieu. Pardon? Zo lichtvaardig wordt daar niet overheen gestapt, dunkt me. Want het zijn schuivende panelen. Vrienden, voor je het weet wordt ook het urinoir zelf volledig geautomatiseerd. Voor je het weet worden in dit café de gloeilampen vervangen door spaarlampen. Of wordt De Beyerd rookvrij. Onverkwikkelijke zaken.

Als aandeelhouders hebben wij geen inspraak in het beleid. Maar niets weerhoudt ons van het geven van ongevraagde adviezen. Daarom vrienden, wil ik hier, met jullie, paal en perk stellen aan deze vreemde invloeden, deze modernistische rariteiten die onze samenleving, ons café bedreigen.
Daartoe heb ik een motie opgesteld.

De aandeelhouders van de Beyerd, bijeen in vergadering op 14 maart 2007 in De Beyerd,

overwegende dat
morsen een onvervreemdbaar recht is van alle café-bezoekers en barpersoneel, hoe zonde dit ook moge zijn van het bier;
dat verregaande automatisering tot vervreemding in samenleving en café kan leiden;

verzoekt de directie van De Beyerd:

de tapinstallatie niet te voorzien van een sensor en deze gewoon te laten zoals deze is.

De motie werd met één stem tegen aangenomen.

Homo Recolens – zo 11 mrt. 2007

Koos DeLaRey

Toen ik de volgende middag, na een brunch bestaande uit uitsmijter in een vers afgebakken broodje, met de bus van Joris meecarpoolde naar Breda, reden we bij het verlaten van de stad langs de DeLaReyweg. Of DeLaReystraat, dat mag ik even kwijt zijn.

Ik moest denken aan het liedje van de Zuid Afrikaanse folkrocker Bok van Blerk, die lange tijd hoog in Zuid Afrikaanse hitlijst stond met een lied over deze man. Het is op zich een alleraardigst liedje, enigszins bombastisch, met een pakkende melodielijn en gezongen in het Zuid-Afrikaans over Generaal Koos DeLaRey, een blanke generaal uit de tijd van de Boerenoorlogen tegen de Engelsen die bekend staat als briljant strateeg.

Het lied is omstreden in Zuid Afrika. De blanke boeren zijn immers symbool van het afgrijselijke apartheidsregime dat tot in de jaren ’90 stand heeft gehouden in Zuid Afrika. En hoewel in het nummer nergens dit regime verheerlijkt wordt, en zanger Bok van Blerk de apartheid ook ten zeerste afwijst, is het wel een eerbetoon aan de opstand van de Nederlandse kolonisten tegen de Engelsen en daarmee impliciet ook een verheerlijking van de tijd van het kolonialisme en de dagen dat de Nederlandse boeren nog invloedrijk waren in Zuid Afrika.

Ineens bedacht ik me hoeveel straten er in Nederland wel niet moeten bestaan die naar deze generaal vernoemd zijn. Meer nog dan het nummer van Bok van Blerk is dat nogal dubieus. In Nederland hebben we immers al helemaal geen reden om trots te zijn op ons koloniale verleden. Misschien moeten we die straatnamen maar eens gaan vervangen. Niet dat je daarmee het racisme uit deze wereld bant en eigenlijk ben ik ook niet zo dol op symboolpolitiek. Maar anderzijds gaat het eren van deze man door er straatnamen naar te vernoemen ook nogal ver.

Homo Ingeniosus – za 10 mrt. 2007

Creativiteit kent geen tijd

Bart had een feestje. Bart woont in Den Haag. En aangezien ik de afgelopen campagneweken een aantal Haagse klussen voor me uit moest schuiven, besloot ik ’s middags al naar Den Haag af te reizen om daar een paar klussen af te werken.

Niet eerder dan dat ik dat af had, zou ik me aan het bier laven, zo had ik met mezelf afgesproken. En zo gebeurde het dan ook dat ik pas na twaalven arriveerde op het feest aan de Beekstraat. Gelukkig beïnvloed alcohol je sneller als je niets gegeten hebt, dus het duurde niet heel lang voor ik op hetzelfde niveau was als de rest.

Het mooie is dat de feestjes bij Bart tijdloos zijn. Of altijd al ouderwets zijn geweest wellicht. Zij ademen de sfeer van de vroege jaren ’70, waarin alles relaxed gaat en iedereen mag doen wat hij wil. Dat levert vaak behoorlijk creatieve sessies op, aangezien Bart houtbewerker is en zijn werkbank met gereedschap gewoon midden in de huiskamer heeft staan.

En dus werd er gebeiteld, geschaafd, gezaagd en geboord bij het leven. Had er een boom in zijn huis gestaan, hadden we zeker een boomhut gebouwd, maar uiteraard pas nadat we de vorige hadden verwijderd. Een feestje bij Bart is een therapeutische sessie. Ongetwijfeld voer voor psychologen. Maar wij vinden het gewoon leuk. Tot diep in de ochtend, toen we moe waren geworden.

Homo Docens – do 8 mrt 2007

NHTV (foto: Wessel Keizer)

Daar ik de dag ervoor eerst zonder stemkaart en vervolgens – nadat ik terug was gegaan om die te halen – zonder sleutels van huis was gegaan, bleef ik, na onze nachtelijke escapades in Amsterdam, op het Dwarspand in Utrecht slapen.

Onthouden van elke vorm van luxe of zelfs maar een luchtbed, bleef er voor mij weinig anders over dan de vloer als matras, mijn scheerwollen jas als deken en een stapel oude NRC’s als kussen. Ik werd dan ook niet bijster prettig wakker de volgende morgen.

Nu zou dat allemaal niet vreselijk erg zijn geweest, indien ik, zoals te doen gebruikelijk na een verkiezingsdag, ook daadwerkelijk vrij had gehad. Helaas had ik me gecommitteerd aan het geven van een gastcollege op de Nationale Hogeschool voor Toerisme en Verkeer. Daar hadden de dame en heer docent een dubbel educatief doel mee voor ogen. Allereerst inzicht geven in de politiek-bestuurlijke afweging die voorafgaat aan een te nemen verkeersbesluit. En ten tweede, het opdoen van debatvaardigheden. Dus of ik ze aan de hand van een stelling ook nog eens met elkaar in debat wilde laten gaan.

Ik wilde het eerst allemaal maar op de automatische piloot doen, maar eenmaal geconfronteerd met een klas vol enthousiaste – of althans, niet geheel ongeïnteresseerde – studenten, vond ik dat ik dat toch maar niet kon maken. Daarnaast had ik een gewaardeerd GroenLinks-lid en oud NHTV-student om mij door de moeilijkste momenten heen te helpen.

Zowaar, ik had af en toe zelfs het gevoel dat het fantastisch ging.

Homo Deligens – wo 7 mrt. 2007

anti-slaapbeugels? que?

Toen ik de deur achter me dichttrok en in de richting van het station liep, ging ik nog even na of ik wel overal aan gedacht had. Ik voelde of ik mijn portemonnee bij me droeg, mijn zware shag op zak had en mijn sleutels wel had meegenomen. Alles zat op de juiste plaats. Toch knaagde het.

Halverwege het station schoot het me te binnen. Mijn stemkaart. Ik zou het, na weken campagne zelf bijna vergeten. Ik liep terug, draaide de deur open, pakte mijn stemkaart, trok de deur achter me dicht en kwam vervolgens tot de conclusie dat ik dit maal mijn sleutels op de eettafel had laten liggen. Gmpff.

Mijn dag bracht ik werkend door in het partijburo in Utrecht. Aan het eind van de middag reisden we met een klein groepje af naar Amsterdam, om daar met andere GroenLinksers in pakhuis de Zwijger de uitslagenavond te volgen. Lange tijd waren we erg tevreden over de uitslagen: weliswaar een licht verlies ten opzichte van vier jaar geleden, maar beter dan bij de landelijke verkiezingen. We behielden, volgends de voorspellingen onze vijf zetels in de Eerste Kamer. Toen Ferry Mingelen die voorspelling naar beneden moest bijstellen, werd ook bij ons de sfeer wat bedompt.

Vrolijk en eigenzinnig wij waren, besloot het jonge deel van de aanwezigen, waar ik me nog steeds graag toe reken, de hoofdstad onveilig te maken. Ik had het plan opgevat om de bende richting de regulier te loodsen, waar we overigens nooit terecht zijn gekomen. Wel liepen we langs de Wallen, zodat we toch nog iets van de grootstadse allure van Amsterdam hebben mogen meemaken.

Na verloop van tijd besloten we de eerste de beste kroeg binnen te gaan. Bleek dat geheel toevallig tevens het nakater-kroegje van Wouter Bos en kornuiten. Party-crashen bij de PvdA, wie had dat gedacht. En eerlijk is eerlijk, het was best gezellig, al dacht de partijleider van de sociaal-democraten daar, gezien zijn teleurgestelde blik, net iets anders over.

Na het laatste nummer, en de volgende zes, was de laatste trein naar Breda al lang vertrokken. Ik besloot met het nachtnet mee te reizen naar Utrecht, om daar in het Dwars-pand het laatste restje van de nacht weg te slapen. Op de grond, met een lange scheerwollen jas als deken. Ver voordat de trein die mij daar naartoe zou brengen, in Amsterdam arriveerde, had mijn lichaam al besloten het voor die dag voor gezien te houden.

De foto heb ik gejat van Maritjuh, wier eigen verslag van deze avond alhier te lezen is.

Homo Legens – di 6 mrt. 2007

Femke goes Goes.

Ons bezoek aan Goes begon met een lunch in Boekhandel annex Drukkerij annex lunchroom annex kantoorartikelenwinkel De Koperen Tuin. Buiten regende het mot.

Zet tien GroenLinksers in een boekhandel en het lijkt wel alsof de lagere school uitgaat. Of eigenlijk, het tegenovergestelde. Of het nu reisboeken, dichtbundels of romans zijn, iedereen koopt wel iets. De mevrouw achter de kassa kon dat wel waarderen. Zoveel omzet draait ze doorgaans niet op een dinsdag.

Dat de Goese bevolking niet massaal was uitgelopen om Femke te begroeten, vergeven we ze met liefde. Het regende nogal. Mogen de eerstvolgende verkiezingen weer in de zomer?

Homo Telefonicus – ma. 5 mrt. 2007

calling all angels 

De telefoon staat niet bepaald roodgloeiend op het callcentre van GroenLinks. Iedereen snapt precies wat GroenLinks in de provincie doet. Of de provincie leeft niet, dat kan natuurlijk ook.

Terwijl het zo belangrijk is. Niet voor niets sta ik als één van de provinciale lijstduwers op de lijst van GroenLinks. Of, beter gezegd: ik sta vierkant achter onze statenleden.

Homo Praedicans – zo 4 mrt. 2007

on tour 

Nog drie dagen te gaan voor de provinciale statenverkiezingen. De campagnebus was al weer enige tijd geleden weer van stal gehaald en ik ging mee.

En dus gingen we naar plaatsen als Leeuwarden. En naar Zwolle, Utrecht, Rotterdam en Den Bosch. Rookten we sigaretten en shag als de bus weer eens stond te wachten op een parkeerplaats. Genoten we van het best wel warme voorjaarsweer. De campagnefamilie van november was wederom verenigd. Samen trokken we ten strijde.

Het zijn provinciale verkiezingen. Hoe heldhaftig onze pogingen ook zijn en hoe heroïsch onze daden, ze vallen op vruchteloze bodem.

De provincie? Wat is dat?