Homo Percurrens – zo 8 apr. 2007

Noors Naaldbos

Het mooie van de woning van mijn oom in Oslo is, dat je binnen enkele minuten midden in het bos staat. Op eerste paasdag besloten we een paaswandeling te maken.

Het weer was geweldig, ook al was het alles bij elkaar een tikkeltje koud. Laagjes dus, een winterwandelaar kleed zich in laagjes. Wie wil weten waar we ongeveer liepen kan 59 53′ 49.61″N, 10 52′ 42.43″E intoetsen in Google Earth of Google Maps.

De wandeling en de frisse lucht deed me goed. De avond ervoor was ik met één van mijn achterneefjes, Timurhan, de oudste zoon van nicht Mirhiban, naar de Griekse eet- en drinkgelegenheid Zorbas afgereisd om proefondervindelijk te weten te komen hoe het in Noorwegen met de bierprijs gesteld is.

Dat laatste leverde overigens nog een kleine ruzie op tussen hem en zijn jongere broertje Oğuzhan. Van vloeiend Turks schakelden ze ineens over op vloeiend Noors en schakelde ik nicht Mirhiban in als vertaalster. Oğuzhan wilde die avond liever naar de verjaardag van een goede vriend. Timurhan, de meest ‘Turkse’ van de twee, vindt dat familie boven alles gaat. Oğuzhan is westerser en vond in dit geval de verjaardag belangrijker. Ik kon me dat – als mede-westerling- wel voorstellen, zeker nadat ik hoorde dat de vriend in kwestie best wel een moeilijke tijd doormaakte.

Ik moest denken aan de ruzies die ik vroeger altijd met mijn broer heb gehad. Familie-reünies kunnen best wel confronterend zijn.

Homo Gentilis – za 7 apr. 2007

Hikmet met dochter (l), ons mam en ik.

De reden van mijn reis naar Noorwegen was om een bezoek te brengen aan de Noorse tak van de familie Akinci. Daar wonen de oudste broer van mijn vader, zijn zoon, twee dochters en vier kleinkinderen wonen er. Het leek mijn moeder een goed idee om ze nog eens te bezoeken en ik ging met haar mee.

De familie Akinci is een rare familie, met een paar nare karaktereigenschappen. De Akinci’s zijn nogal driftig, zelfs voor Turkse begrippen. En vrijwel iedereen reageert die drift af op andere mensen, door te gaan snauwen, schreeuwen of schelden. Deze eigenschap is het meest extreem bij de mannen in de familie en mijn vader is daarvan het meest extreme voorbeeld.

Ook mijn oudste neef Hikmet kon er wat van. Al toen hij nog kind was, waren mensen bang voor zijn woedeaanvallen. Tegelijkertijd is hij altijd erg begaan geweest met andere mensen. Kennelijk komen emoties binnen onze familie alleen maar in extremen.

Zo’n jaar of dertien geleden kwam ik Hikmet voor het laatst tegen aan de keukentafel van de Turkse woning van mijn oom Memmet. Het was een week voor zijn huwelijk en hij had een zwaarmoedige bui. Hij zag het huwelijk niet zitten. Zijn aanstaande vrouw was veel te veeleisend en ook de schoonfamilie kon hij wel schieten. ‘Dan doe je het toch niet’, adviseerde ik hem na een uur of wat. Hij keek me indringend aan. Enkele dagen later volgde hij mijn advies op door spoorloos te verdwijnen.

Inmiddels is hij getrouwd met een Noorse vrouw en heeft twee schatten van dochters, een tweeling. Wel heeft hij er zijn handen vol aan. Telkens wanneer ze te veel herrie maken, of stout zijn, loopt hij naar zijn dochters en fluistert met de meest zachte stem dat ze rustig moeten zijn, of dat iets niet mag. Met immens geduld voedt hij zijn kinderen op. Het was indrukwekkend om te zien hoe hij al zijn woede heeft weten te sublimeren in iets positiefs. Er is nog hoop voor de Akinci’s.

Homo Nudus – vr 6 apr. 2007

Vigelandpark - Gustav Vigeland

Eén van de meest bijzondere bezienswaardigheid in Oslo is het Vigelandpark, een deel van het Frognerpark in het westen van de stad. Het park telt honderden beelden van mensen in allerlei houdingen of met allerhande bezigheden. Naakt, wel te verstaan.

Ik stel me zo voor dat dit iets weergeeft van de ruimdenkendheid van de Noren. Het Vigelandpark begon namelijk een eeuw geleden zijn vorm te krijgen, toen de gemeente Oslo een plek zocht voor een door de beeldhouwer Gustav Vigeland gemaakte vierkante fontein. Er volgden meer beelden en tot zijn dood in 1943 is het Vigelandpark geworden tot wat het is: een eerbetoon aan de mens.

Zo’n openbaar vertoon van naakt zou in het Calvinistische Nederland in die tijd niet gekund hebben. En wellicht nu nog steeds niet. Maar de reactie van mijn inmiddels overleden Turkse grootmoeder, die decennia geleden het park eens bezocht, gaf nog het meest de botsing van culturen weer. Na het zien van al het naakt waste zij naar Islamitisch gebruik haar zonden weg, nog steeds in lichte shock van hetgeen ze had gezien.

Homo Perscrutans – do 5 apr. 2007

vlieg op!

Nu weet ik natuurlijk best dat de wereld sinds elf september niet meer hetzelfde is, maar dan ook alleen maar omdat iedereen dat de hele tijd zegt. Want even los van de politiek: in het dagelijks leven is vóór elf september en ná elf september een leuke oefening in zoek de verschillen.

Tot ik vandaag het vliegtuig wilde pakken naar Oslo. Toen kwam ik erachter dat de nationale coördinator terrorismebestrijding de afgelopen jaren stukje bij beetje onze nationale luchthaven heeft verandert in een Kafkaëske aaneenschakeling van detectiepoortjes en lange wachtrijen.

Het thuis inchecken mag dan tijd besparen; die besparing ben je voordat je de luchthaven goed en wel binnen bent al weer kwijt. Riemen en schoenen moesten in de meeste gevallen uit. Mensen hoefden, ten overstaande van de rest van de goegemeente, nog net niet poedelnaakt door de scanner heen, maar voor het overige deed het tafereel nog het meest denken aan een moderne variant van een slavenmarkt.

Hoe anders was dat anderhalf uur later, toen ik in Oslo aankwam. De bagage rolde binnen enkele minuten van de lopende band en er was zelfs geen paspoortcontrôle. Ik ben duidelijk meer fan van uitchecken dan van inchecken.

Homo Posterus – di 3 apr. 2007

foto: Cor Viveen-BN/DeStem

Er zijn drie manieren om Solveig tegen te komen. Tijdens een raadsvergadering, tijdens een feestje of als er weer eens iets mis is met de trein. Vanochtend was er iets mis met de trein. Geen feestje dus.

Het was opvallend druk in de stationshal voor de tijd van de ochtend. Dat is meestal geen goed teken en dat bleek inderdaad zo te zijn. Treinverkeer tussen Tilburg en Breda bleek onmogelijk vanwege een verkeerd aangesloten glasvezelkabel.

Ik twijfelde even of ik de stoptrein naar Dordrecht en Rotterdam van tien voor half zeven zou nemen, maar deed dat niet, omdat de eerstvolgende volgens het informatiebord wel gewoon zou rijden. Informatie die werd gerectificeerd toen de stoptrein net vertrokken was.

Dat was ongeveer het moment waarop ik Solveig tegenkwam. En hoewel zij vrolijk op de eerstvolgende intercity naar Den Haag van 7.09u wilde wachten, die volgens het informatiebord ècht zou komen, wist ik haar over te halen geen verder risico te lopen. Dat laatste bleek de verstandige keuze. In de trein hoorden we dankzij berichten om ons heen steeds duidelijker hoe er zich tussen Tilburg en Breda een ware spoorwegramp begon af te tekenen.

We spraken wat over de lokale politiek en over haar kersverse huwelijk. Solveig liet me weten teleurgesteld te zijn over het feit dat ik niets over haar huwelijksfeest (24 febr) had geschreven op mijn blog. Ik antwoordde haar dat ik nu eenmaal niets leuks over huwelijken weet te schrijven. Ik wist het goed gemaakt. Ze moest het Sonnet dat ik in hun gastenboek had geschreven maar eens overtikken en mailen. Dan zou kan ik dat nog wel eens publiceren.

Om tien voor negen kwam ik aan op mijn werk. Anderhalf uur later dan normaal en nu al moe.

Homo Liber – za 31 mrt. 2007

college non-conformisme (foto: Sjoerd Bakker)

In de agenda stond het tweedaagse congres van de groenlinkse jongerenorganisatie Dwars, dit weekeinde in Arnhem. En dus toog ik ’s ochtends naar het Oosten, gewapend met laptop, congresreader en een vers paar sokken en een onderbroek.

Het ochtend- en middaggedeelte van het congres bestond onder meer uit het doorvoeren van weer een hele waslijst aan wijzigingen van statuten en huishoudelijk reglement. Daaronder ook de afschaffing van het duo-voorzitterschap. Het was de sluitsteen van een al jaren geleden ingezette koers van bestuurlijke vernieuwing, waarbij Dwars van een naar basisdemocratische idealen ingerichte, platte, platte organisatie werd omgevormd tot een hiërarchische organisatie met een conformistische structuur. Dat dat eraan zat te komen, was twee jaar geleden al te vrezen.

’s Avonds was het mijn beurt om een debat te leiden tussen socioloog Dick Pels (Waterlandstichting) en Politicoloog Robbert Jan van der Veen. De discussie ging over de vrijzinnige koers die GroenLinks en Dwars al enige jaren belijden, maar van een echt debat was weinig sprake, omdat beide heren de vrijzinnige koers grotendeels onderschrijven. Dus maakte ik er een debat in de diepte van. Geen sprankelend vuurwerk, maar inhoudelijk interessant, al was het voor enkele nieuwelingen misschien behoorlijk taaie kost.

Dit alles culmineerde in het traditionele feest waarmee de eerste dag van een Dwars-congres altijd wordt afgesloten. De jongste aanwezige, een knul van vijftien, bood me – na een prettig gesprek onder het genot van enkele biertjes – een joint aan.

Plots stonden twee Dwars-homo’s voor onze neus, die ons vermanend toe begonnen te spreken. “Vijftien jaar, dat is veel te jong voor alcohol en al helemaal voor een joint.” ‘Pardon?’, dacht ik. Ondertussen werd ik om mijn oren geslagen met de wet.

Het was hoog tijd voor een college non-conformisme. Waarbij de vrijheid om te doen en te laten wat je zelf wilt, het hoogste goed is. Waarbij het vrijlaten van mensen gepaard moet gaan met verantwoordelijkheid gedrag van het individu. Dat jongeren de nobele taak en plicht hebben om grenzen op te zoeken en af en toe te overschrijden. En dat, als het er op aan zou komen, wel zou opwerpen als volwassen begeleider. Er zijn momenten dat je lak moet hebben aan de burgerlijke moraal. Of, zoals de leus bij ons vroeger was: ‘Soms moet je gewoon even Dwars liggen’.

Licht sputterend dropen de beide heren af, bang om voor conformistische conservatief uitgemaakt te worden – na een soa toch zo’n beetje het ergste wat je als homo kan overkomen. Zodat wij met z’n tweeën buiten een joint konden roken.

Homo Valedicens – vr 30 mrt. 2007

arti-shock 

Bij het afgelopen GroenLinks-congres in februari werd door de leden een nieuw partijbestuur gekozen. De afsluiting van een soms hectische periode waarbij ik naast mijn lokale werk steeds meer te maken kreeg met de landelijke ontwikkelingen binnen GroenLinks.

Maandelijks kwamen wij, het bestuur, op maandagavond rond zessen bij elkaar om eerst samen een te eten en daarna een uur of drie te vergaderen. Dat eten – geen overdreven poeha – zorgde maandelijks voor discussie over op het toetje. Kennelijk boort het nagerecht bij mensen allerlei emoties aan die anders niet komen bovendrijven.

Vanavond kwam het oude bestuur nog eenmaal bij elkaar. Niet om beslissingen te nemen, maar om nog één keer gezamenlijk te eten. Deze keer niet op het partijbureau, maar in De Artisjok in Utrecht. En dat kwam goed uit, want ik ben dol op artisjokken.

Het eten was goed, maar niet heel bijzonder. Het gezelschap was dat wel. Zo hieven wij een laatste maal gezamenlijk het glas op ons afscheid. We zullen elkaar in de toekomst vast nog wel eens tegenkomen. Zoals ik bij het afscheid van Herman al eens schreef: “We zullen elkaar zo nu en dan nog wel eens tegenkomen, maar nooit meer allemaal tegelijk”.

Homo Europaeus (2) – do 29 mrt. 2007

Europees valgvertoon

Een bezoek aan het Europees Parlement wordt meestal gevolgd door een bezoek aan het Brusselse nachtleven. Aan mij de beurt om de pot te beheren. De volgende dag was ik gewond aan mijn hoofd.

Toen ons trendy jazzcafé om één uur de deuren sloot, vervolgden wij ons bachanaal in een tent waarvan ik de naam inmiddels ben vergeten. En toen ook daar de tap werd gesloten, bleef er weinig anders over dan terug te keren naar het hotel. Alida, naast mij de enige overgebleven die-hard, had bezworen de weg naar het hotel te kunnen vinden. Dat bleek te kloppen, alhoewel we wel een aantal keren verkeerd liepen alvorens die belofte daadwerkelijk gestalte kreeg.

Dus zo gebeurde het dat we om half vier uur toevallig nog een kroegje tegenkwamen dat open was. Onder het motto ‘vooruit, nog eentje dan’, liepen we naar binnen. Het bleek een soort van Albanezenbar, waar veel van de bezoekers, tot mijn verbazing, Turks bleken te spreken. Ik sprak op mijn beste Turks een woordje mee, dat mij, dat ons beide kwam te staan op een rondje van de eigenaar. „Deux bierre pour mon nouveaux amies”, schalde hij door de zaak, en daarna nog eens. „Deux bierre et une bolleke pour le patron”, retourneerde ik later zijn gastvrijheid.

Maar dit alles was niet de oorzaak van het pijnlijke hoofd. Het was het bad van het hotel dat, ondanks de anti-slipnoppen, te weinig weerstand bood tegen de verraderlijke gladheid van het water. Op brute wijze werd mijn val gebroken toen ik met mijn onderkin de rand van het bad raakte. Niets zo gevaarlijk als Europese politiek.

Homo Olidus – 27 mrt. 2007

hier zit een luchtje aan

Hoeveel teentjes knoflook kunnen er in de Tsjatsiki. Het is één van de belangrijke vragen die een mens kan bezighouden tijdens het koken.

Er zijn een paar variabelen die van invloed zijn op de beantwoording van die vraag. Allereerst: wie eet er mee. Aangezien dat Joris was, hoeft er niet zuinig aan gedaan te worden.

Tweede variabele is de houdbaarheid van de Yoghurt. En aangezien de Yoghurt in kwestie al enige dagen over de officiële houdbaarheidsdatum heen was gold opnieuw dat er niet genoeg knoflook in kon zitten.

Bleef ik toch zitten met de derde variabele: wordt het doordeweeks of in het weekeind geconsumeerd. Hoewel het een prettige gedachte was de volgende morgen een hele coupé voor mezelf te hebben, zouden mijn collegae ongetwijfeld meer moeite hebben met de overmatige consumptie van dit gezonde doch niet geheel geurloze ingrediënt.

De eerste twee variabelen wonnen het van de derde. Een half bolletje geperste knoflook zakte langzaam weg in de dikke witte yoghurt.

Homo Iugens – za 24 mrt. 2007

koorfeest

Ons koor vierde vandaag het dertig-jarig bestaan. Met een groots optreden vol oude liederen uit ons zuid-Afrikaans repertoire. Een gezellige bijeenkomst vol koorleden, oud-koorleden en andere aanhang. We zongen liedjes tegen apartheid en voor vrijheid en zelfbestuur.

Minder gezellig was het op dat moment bij Joris thuis. Zijn vriendin was voor enkele weken naar Amerika vanwege een onderzoeksproject. Nooit zijn Joris en Liesbeth zo lang uit elkaar geweest. Het beviel Joris allerminst

Dus besloot ik halverwege de avond en de nacht de daad bij het woord te voegen en Joris te verblijden met een bezoek. Je kunt natuurlijk wel zingen tegen apartheid, maar je kunt er ook concreet iets tegen doen.