Homo Nocens – za 22 apr. 2007

No Hoodlums

Alle ambities die ik had voor deze zondag waren de kop ingedrukt door alles wat er de vorige dag gebeurd was. Wat restte was een poging tot lichamelijk herstel.

Wat was het geval. Na de regiobijeenkomst besloten enkelen van ons op het terras van de Boulevard nog even de laatste restjes zonlicht mee te pakken. Toen die al vrij snel achter de gevels van de tegenover ons staande bebouwing verdween en de wind begon op te steken, verplaatste we ons naar binnen. En toen de laatste politieke vrienden de Boulevard hadden verlaten, deden de punk-vrienden hun intrede.

En zo werd ik onverwacht deelgenoot van een punkavond ter ere de tienjarige Oosterhoutse punkband No Hoodlums die die avond in de bovenzaal hun afscheidsoptreden gaf. En stond ik aan het eind van de avond ineens weer even in de pit. En nadat de band hun laatste voorraad cd’s en lp’s het publiek in gooide, wist ik ook een exemplaar van hun plaat ‘tired of what they say’ te bemachtigen.

Uitgeteld en murw gebeukt verliet ik De Boulevard. Er zat dus zondag niet veel anders op dan zonnend op het dakterras te recupereren. Met op de achtergrond de punky klanken van de nieuwste aanwinst voor mijn muziekcollectie.

Homo Iudicans – do 19 apr. 2007

Barst los

Het is weer zover: de voorrondes van Breda Barst. Gedurende drie avonden strijden in totaal vijftien bands om vier felbegeerde plekken op het affiche van Popfestival Breda Barst. Nou ja, veertien bands, want eentje was er al vast uitgevallen.

Regelmatig valt de eer mij te beurt om in de jury van het festival te zitten. Zo ook dit jaar weer. En aangezien ik ook nog in de decorgroep zit, mag ik vooraf al beginnen met opbouwen. De avondmaaltijd bestaat dus uit weinig meer dan een frietje tartaarsaus, te halen bij frituur Christ, het tegenover poppodium Mezz staande frietkot.

Het enige nadeel van zo’n avondje in Poppodium MeZZ is dat ze er Heineken schenken. Anderzijds, lekker bier zou, jurylid zijde, mij misschien te veel afleiden van de bands op het podium.

Homo Holitor – ma 16 apr. 2007

konijnevoer

Drie dagen geleden had ik het besloten. Ik stop met vlees eten. Voorlopig. Ik wordt vagetariër.

Het was een bewuste keuze. Niet omdat ik dieren eten zielig vind voor de natuur, want mensen hebben hoektanden en die zijn gewoon om vlees mee te scheuren. Maar omdat elke kilo vlees zo’n tien tot twaalf kilo groente kost. En omdat we vorige nazomer het punt hebben bereikt dat de mensen meer consumeren dan de aarde kan opbrengen. Telkens als ik een lapje vlees laat staan, kunnen daarvoor in de plaats zo’n vijf andere mensen eten.

Ik werd geïnspireerd door collega-Dwarser Niels van den Berge. Het type vegetariër dat een enkele keer, na een avondje zuipen, nog wel eens trek krijgt in een frikadel ofzo. Hij preekt niet, hij probeert niemand te bekeren. Met een gulle lach zei hij ooit ‘al eet iemand maar één dag in de week geen vlees, dan vind ik dat ook tof’. ‘Verdomme’, dacht ik toen. ‘Zo kan ik het ook’.

En dus eet ik voortaan bijna geen vlees meer. Maar bij iemand anders eet ik gewoon met de pot mee. Het is mijn project. Mijn nieuwe fase in bewust leven. Daar hoeven anderen geen hinder van te ondervinden.

Homo Colligens – zo 15 apr. 2007

plaatje

Het was warm en het was platenbeurs. Ik zat in tweestrijd.  Ga ik mijn platenverzameling uitbreiden, of op mijn dakterras liggen.

Het werd het laatste. ’s middags reden Joris en ik naar Utrecht. We hadden sowieso allebei nieuwe antistatische binnenhoezen nodig.

Het tientje entree was al even schrikken, maar helemaal eng was de torenhoge bedragen die sommige standhouders voor hun vinyl durfden te vragen. Dat terwijl de aardolieprijs al weer lang aan het zakken is. Kennelijk denken sommige houders dat de gek het er toch wel voor geeft en dat ze werkelijk alles kunnen vragen. Gelukkig weet ik beter.

Dan maar de één-euro-bakken. Want eerlijk is eerlijk, daar kom je veel vaker onverwachte dingen tegen die dan ook nog eens vrijwel niets kosten. Zoals bijvoorbeeld die Duitstalige LP van de Nederlandse anti-koelkast punkband Bots.

Pas thuis kwam ik erachter dat er een plaat van Marianne Rosenberg in de Bots-hoes zat. ‘Ich bin wie du’, zong ze. Ik durf te wedden dat Bots-voorman Hans Sanders daar heel anders over denkt.

Homo Ingeniosus – za 14 mrt. 2007

One day I'll Fly Away

Al jaren zijn Joris, Jaap en ik gedrieën verantwoordelijk voor het decor op popfestival Breda Barst. Dit jaar hebben we versterking gekregen. Tijd dus voor een Brainstormsessie.

Breda barst vindt dit jaar plaats op 15 en 16 september. Park Valkenberg wordt omgetoverd in een festivalterrein en aan ons de nobele taak om dat een beetje leuk aan te kleden.

Vorig jaar werd het park ineens overwoekerd door reusachtige libellen en ander gevleugelte. Wat het dit jaar gaat worden. Goede vraag. Ideeën hadden we zat, over de praktische uitvoering daarvan zullen we nog een keer goed moeten nadenken.

Homo Liquescens – vr 13 apr. 2007

zon

De Haagse Fractie had een Bosdag. Om eens met de benen over elkaar te praten over de afgelopen periode. Want met een kabinetscrisis en twee verkiezingen en een nieuwe fractie is het afgelopen jaar behoorlijk hectisch geweest.

En dus kwamen politieke prioriteiten, strategie en politiek opereren aan de orde. Interessante discussies, al zijn ze soms wat taai.

Jammer dat dit soort bijeenkomsten plaatsvinden op warme zomerse dagen waarop een normaal mens liever zo naakt mogelijk onder de zon ligt. Het politieke bedrijf is een leuk bedrijf, maar speelt zich soms net iets te veel binnen af en net iets te weinig met alleen maar een zwembroek.

Homo Philosophans – do 12 apr. 2007

...

Met een leeg gevoel werd ik wakker. Kennelijk had de crematie van Johan meer indruk gemaakt dan ik vooraf had verwacht. Terwijl ik Johan niet ga missen.

Dat laatste klinkt nogal bot, maar ik kwam Johan sinds de sluiting van Poppodium PARA, waar we beiden vrijwilliger waren, nog maar enkele keren per jaar tegen. Mensen die je niet vaak meer ziet, mis je niet snel. Op een gegeven moment valt ineens op dat ze er niet meer zijn. Zo was hij bijvoorbeeld ook al jaren vrijwilliger bij Breda Barst. Dat was niet genoeg voor hem. Johan wilde meer betekenen voor de mensen om hen heen. Pogingen om iets met kleinschalige ontwikkelingshulp te doen, waren mislukt en kennelijk, zo concluderen we achteraf, voelde dat voor Johan – geheel onterecht – als falen.

De dienst eindigde met een nummer van Placebo, Song to say Goodbye. You are one of God’s mistakes / You crying, tragic waste of skin / I’m well aware of how it aches / And you still won’t let me in. Wrang, maar raak.

Hoe verwrongen ook de argumenten, uiteindelijk heeft iedereen in mijn ogen het recht om zichzelf van het leven te beroven. ‘Maar je hebt toch ook rekening te houden met je omgeving’, wierpen anderen tegen. Ja, natuurlijk, maar rekening houden met wil niet zeggen dat je verplicht bent om ongelukkig en tegen je zin je leven te blijven leven. Het is euthanasie zonder medische, maar wel met geestelijke noodzaak. Samengevat: zelfdoding is voor mij een recht waarvan ik hoop dat niemand er gebruik van zal en hoeft te maken.

Na de crematie doken we met een klein groepje de kroeg in, in de wetenschap dat we anders toch ook niets productiefs meer gedaan zouden hebben die dag. Ik proostte op al de keren dat ik Johan niet meer tegen kan komen.

Homo Memorans – wo 11 apr. 2007

song to say goodbye 

Het was stil in het crematorium. Slechts het geluid van krassende pennen op de condoleance-kaartjes vulde de ontvangsthal, en het abrubte gesnotter van mensen die faalden in hun poging het intense verdriet voor zich te houden en te bewaren voor de dienst.

Men hoort te zeggen dat het een mooie dienst was, maar dat was het niet. Het verdriet van de familie, vrienden en kennissen was heftig. De voorgangster zat er echter volstrekt naast. Toon, intonatie, zelfs het zalvend bedoelde glimlachje, alles riep irritatie en verzet op. ‘Mens, donder op’, was mijn inwendige gevoel.

Wellicht is het wel het gebrek aan een dader, die dat oproept. Want wie kun je nu de schuld geven van een zelfdoding? De dader ligt op het kerkhof, letterlijk. En dus wordt de voorgangster mikpunt van alle woede. Zij, de buitenstaander, de beroepsverdrietige die aan de lopende band verhaaltjes afwerkt. Die wel zegt, maar niet voelt. Die er niet bij hoort.

Johan was dertig jaar en had al een heel leven achter zich.

Homo Finiens – di 10 apr. 2007

onder gaan

Het was een drukke dag. Terug op Schiphol direct door naar mijn werk, daarna thuis even mijn bagage achterlaten en daarna door naar de fractie en een Breda Barstvergadering. Net toen ik de deur achter me dicht wilde doen ging de telefoon.

„Hoi, met Julie.”
„Hé, Julie, hoe gaat het.”
„Nou ja. euhm, hé, jij kende Johan toch?”

Meestal weet je dan al ongeveer wat er daarna gaat komen. In dit geval bleek het zelfdoding.

Homo Culturalis – ma 9 apr. 2007

De Schreeuw - Edvard Munch

De laatste dag in Oslo was gereserveerd voor het Munch Museet. De Schreeuw en de Madonna hingen er helaas niet aangezien deze in 2004 gestolen en in 2006 zwaar beschadigd teruggevonden werken nog steeds in reparatie zijn.

Vrolijk wordt je niet van de schilderijen van Edvard Munch. De Noorse schilder moet een getergd leven hebben gehad, getuige zijn nalatenschap van schilderijen en tekeningen. Want hoewel zijn meest tot de verbeelding sprekende ‘Schreeuw’ ontbrak, hing het minstens zo indrukwekkende ‘Angst’ wel in het museum en ook het bekende ‘Avond op Karl Johan’ loopt niet bepaalt over van levensvreugde.

Desondanks, of misschien wel juist daardoor, was de permanente tentoonstelling prachtig om ook eens in het echt te zien. De intense kleurcombinaties grijpen je soms bij de keel. Andere schilderijen tonen een immense vaalheid, laten je leeglopen, zoals ‘Dood in de Ziekenkamer’.

Het enige nadeel van het Munch Museet is dat alle schilderijen beschermd worden door een glazen plaat. Jammer dat dat tegenwoordig nodig is.