Homo Liberatus – za 5 mei 2007

Poolse Bevrijders

Elk jaar ben ik weer blij dat Breda bevrijd is door de Polen. Want telkens als iemand alles wat de VS doen, probeert goed te praten met als argument dat wij zijn bevrijdt dankzij de Amerikanen, kan ik fijntjes wijzen op de eerste Poolse Pantserdivisie onder aanvoering van Generaal Stanislaw Mazcek.

Bij de dodenherdenking in Breda worden jaarlijks vijf volksliederen gespeeld. Uiteraard het Nederlandse en verder het Poolse, Canadese, Belgische en dat van het Verenigd Koninkrijk.  Het volkslied van de Verenigde Staten zit er niet bij.

Niet dat ik per definitie anti-Amerika ben. Ze zijn alleen niet zo goed in oorlog voeren. Althans, niet in de strategische afweging die eraan vooraf hoort te gaan. Ze beginnen altijd te vroeg aan de oorlogen die ze beter niet kunnen voeren en te laat of afzijdig op het moment dat ze wel van pas zouden kunnen komen. En dat is een behoorlijk vervelende eigenschap voor een superstaat die van zichzelf denkt dat ze zo ontzettend belangrijk zijn in de wereld.

Om Gandhi maar te parafraseren: American Civilization? That would be a good idea.

Homo Memoratus – vr 4 mei 2007

De Vlucht, van Hein Koreman

Het worden er steeds minder. De oude fragiele mannetjes die haast achterover vallen als ze ter ere van hun gevallen kameraden naar het monument salueren.

Ik ben niet zo van rituelen, maar de dodenherdenking staat hoog op mijn lijstje behoudenswaardige rituelen. Ook al is de uitvoering hier in Breda elk jaar net een tikkeltje klungelig en denk ik wel eens dat er twee homo’s moeten worden aangetrokken om een strakke regie te voeren. Gelukkig zijn er dit jaar in ieder geval geen militairen flauw gevallen tijdens de ceremonie.

Na afloop hoorde ik een collega uit de raad zeggen dat er volgend jaar wat hem betreft ook wel een vertegenwoordiger van Duitsland aanwezig mocht zijn. Iemand naast hem zei dat we daar misschien nog even op moesten wachten tot de overlevenden allemaal dood zouden zijn. Dat klonk nogal cru maar zo werd dat niet bedoeld. Desondanks was ik het er mee oneens. Het wordt hoog tijd dat de Duitsers ook in Breda welkom zijn bij misschien wel de meest belangrijke herdenking van het jaar.

Homo Solaris – wo 2 mei 2007

olijfboom geniet van de zon

Als de zon schijnt, wordt ik vrolijk. Dan klap ik mijn tuinstoel open en ga uren in de zon liggen. Ik heb dus geluk dat ik deze week vrij had genomen.

Het voordeel van de zon is niet alleen dat het goed is tegen acne-vorming, maar vooral dat je er ontzettend blij en vrolijk van wordt. En last but not least, de bleke wintermens krijgt er weer een gezond kleurtje van. Maar zoals zo veel dingen moet bruin worden bij voorkeur wel een beetje efficiënt gebeuren. Daarom lig ik principieel alleen tussen twaalf en drie in de zon.

En in het ergste geval kun je je altijd nog insmeren met olijfolie.

Homo Belligerans – di 1 mei 2007

strijdliederenkoor Tegen de Wind Mee

Het voorheen Socialisties Koor Tegen de Wind Mee moest weer komen opdraven. Het was namelijk Dag van de Arbeid en dan organiseren de politieke partijen altijd wel iets. Voor de SP was dat een avondje zuipen voor leden in de Franciscaner, voor de PvdA en GroenLinks een discussieavond in De Nieuwe Veste.

Het enige dat de drie partijen samen ‘organiseerden’ was het optreden van ons koor. Maar veel was er niet georganiseerd. Versterking was bijvoorbeeld niet geregeld, zodat de gitaar slecht te horen was (en ik dientengevolge bij mijn solo op helemaal totaal de verkeerde toon inzette, maar laten we het daar verder maar niet over hebben).

De opkomst was zeer matig. Zelfs van de drie organiserende partijen was er vrijwel niemand. Koorlid Nandl en ik keken elkaar aan. Na dertig jaar gezongen te hebben op de Dag van de Arbeid is het onderhand misschien wel eens mooi geweest. Volgend jaar eens wat anders?

Homo Difficilis – ma 30 apr. 2007

Jaap en ik

Ik liet Koninginnedag aan me voorbij gaan. Ik had immers een vrije week en had me voorgenomen elke middag op het dakterras te zitten. Tegen de avond reisde ik af naar Jaap in Delft.

Er was veel om over te praten. Bijvoorbeeld dat zijn zus is opgenomen in een kliniek en dat zijn vriendin en zijn moeder een meningsverschil hebben dat nogal uit proporties dreigt te geraken. Of het overlijden van Johan en dat ik vorige week ook nog hoorde dat het er slecht uitziet voor iemand die ik ken via de Bredase politiek.

Gelukkig was er ook nog goed nieuws dat ik hem kon vertellen. Vorige week dinsdag hing Cbi ineens aan de telefoon. Na een maandenlange radiostilte voelde hij zich sinds een week ineens stukken beter. Hij kon zelfs weer gewoon eten en zat zich al dagen vol te proppen met alles wat maar vet en koolhydraten in zich heeft.

Cbi heeft afgelopen december een beenmergtransplantatie gehad die ertoe moest lijden dat zijn non-Hodgkin variant van lymfklierkanker eindelijk ‘ns weg zou zijn. Het probleem van een beenmergtransplantatie is echter dat er enige tijd overheen gaat voordat dat nieuwe afweersysteem uit dat beenmerg begint te werken. Tot die tijd heb je eigenlijk nauwelijks afweer en krijg je dus de ene infectie of ontsteking na de andere. Niet verwonderlijk dat Cbi daarom zwaar aan de Prednison zit. En daar krijg je honger van. En een nogal opgezwollen, hamster-achtig gezicht.

Hij kan het allemaal hebben. Als gevolg van alle behandelingen en kuren weegt hij niet veel meer dan vijftig kilo en daar moeten er minstens tien bij. Dus toen Cbi belde met de vraag wat ik die avond te doen had, veegde ik meteen de agenda schoon om met hem te gaan eten. En nog even in de kroeg te zitten. Ik aan het bier, hij aan de tonic. Er gaan nog een paar maanden overheen voordat hij weer aan de alcohol mag en dan komen ongetwijfeld de flessen absint weer op tafel.

We proostten dus maar op Cbi en zijn voor meer dan 95% kankervrij verklaarde lijf. Dat zijn goede cijfers, zeker voor iemand die zich de afgelopen vijf maanden meer vaatdoek dan mens heeft gevoeld.

Homo Spectator – zo 29 apr. 2007

transistorradio

Die schaarse momenten dat in Nederland de zon schijnt, moeten optimaal benut worden. En dus zat ik de gehele zondagmiddag in de zon.

Op de achtergrond een transistorradio met Langs de Lijn. Nu heb ik zondag wel vaker Langs de Lijn opstaan, maar dan luister ik niet echt naar de sport. Vandaag was dat anders.

Want ook al geef ik geen sodemieter om voetbal, nu werd het spannend. Werd het AZ, Ajax of toch PSV. Eigenlijk gunde ik het AZ wel, gewoon omdat ik bij David tegen Goliath altijd de kant van David kies.

Vanaf het begin was het spannend. En in de twee keer vijf-en-veertig minuten die er op volgden zijn ze alle drie wel zes keer virtueel kampioen geweest. Het werd uiteindelijk PSV. En Thomas Dekker won Luik-Bastenaken-Luik ook niet.

Hoe dan ook, ik had een spannende voetbalmiddag achter de rug. Zie je wel: in de zon is alles leuker.

Homo Obsonans – za 28 apr. 2007

barbecue

De zon schijnt, ik heb een week vrij genomen en lig samen met de stapel achterstallig leesonderhoud te bakken op het dakterras. Aan het begin van de middag rinkelt de telefoon.

„Met Gert, ik verveel me”, zegt Gert-Jan.
„Oh” antwoord ik”
„Wat ben jij aan het doen”, vroeg Gert.
„Ik lig op het dakterras te bakken”, antwoord ik.
„We moeten iets doen”, zegt Gert.
„Wat dan”, vraag ik in de hoop dat hem niets te binnen schiet zodat ik nog een paar uur lekker door kan bakken.
„Weet ik niet, ik bel wel terug”.

Een uur later gaat de telefoon opnieuw. Het is Gert weer, Hij heeft een idee. „We gaan barbecuen. Ik moet alleen nog boodschappen doen. Kun jij met de bus van Joris even langskomen?”

Daar gingen al mijn wensen en goede bedoelingen. Niet alleen moest ik nu de zon uit, ik moest vanavond aan het vlees. Terwijl ik net een beetje vagetariër aan het worden was.

Homo Quantificans – vr 27 apr. 2007

Breda Barst 2006 (foto: Crazy Eddie)

Gisteren was de tweede voorronde van Breda Barst. Bewapend met pen en papier schreef ik mijn soms snoeiharde, dan weer milde oordeel neer in een jury-rapport.

Het jury-formulier is onderverdeeld in drie categorieën waarover beoordeeld moet worden. Allereerst de originaliteit van de band en de afwisseling in de set. De tweede categorie is podiumpresentatie. Als derde komt de technische vaardigheid van de band aan de orde. Dan is er ook nog een blok voor algemene adviezen. Dat gebruik ik meestal om de composities van de band te beoordelen.

Muziek heeft veel met gevoel te maken. Desondanks vind ik het niet eens zo lastig om muziekgenres die ik zelf niet heel erg kan waarderen, onbevooroordeeld te beoordelen. Lastiger is het om het enthousiasme van een band te beoordelen. Want ook al is de podiumpresentatie soms niet geweldig, een band kan dan toch nog stralen.

Dan is er nog een compleet subjectief iets dat bij mij altijd meespeelt. De leeftijd van een band. Jonge gasten en gastinnen hebben bij mij altijd een streepje voor. Wat ze soms missen aan ervaring en techniek, wordt vaak gecompenseerd door een enorme drive. Dat is bij mij heel wat bonuspunten waard.

Homo Disputans – wo 25 apr. 2007

Onze Lieve Vrouwelyceum

Voor het eerst sinds jaren kwam ik weer eens op mijn oude school, het Onze Lieve Vrouwelyceum. Mij was gevraagd een debat te leiden tussen acht 4 Havo-leerlingen.

Toen ik op het schoolplein aan kwam fietsen werd ik al meteen enthousiast begroet. Niet door een leraar, maar door een eindexamenleerling die op de dinsdagavond altijd mijn barman is in De Beyerd. Een gevoel van displacement maakte zich van mij meester.

Het debat zelf kwam langzaam op gang. En wat opviel was dat de leerlingen van nu door de bank genomen inderdaad wat conservatiever zijn dan wij tien jaar geleden. Maar wellicht gold dat alleen voor de acht leerlingen die in het panel zaten, laat ik niet generaliseren.

Vroeger wilde de leraren ons nog wel eens temperen omdat we in hun ogen te links waren. Of in ieder geval iets te veel anarcho-rebel. Diezelfde leraren doen nu het omgekeerde. ‘Wat zijn ze toch rechts geworden’, zei de gymleraar, die mij vroeger verwenste om mijn lange haren.

Ik moest lachen. Over tien jaar zijn ze weer hartstikke links.

Homo Stomachosus – ma 23 apr. 2007

interieur ICK

Vrolijk stapte ik om negen minuten over zes in de eerste trein naar Den Haag. De coupé van het oude, Duitse treinstel was schoon en leeg. Ik zette het raam open en snoof de dag op.

Zoals gebruikelijk ging ik zitten op de stoel bij het raam, achteruitreizend en vouwde mijn krant open. Op de stoel tegenover me zette ik, bij wijze van ontmoedigingsbeleid, mijn tas weg. In Dordrecht stapte een man de coupé binnen. Hij ging zitten bij het gangpad, vooruitreizend. Ik vouwde de hoek van mijn krant naar beneden, wenste hem een goede morgen, en las verder.

“Mag het raam dicht”, vroeg hij toen de trein aanstalte maakte om te vertrekken. ‘Pardon’, dacht ik nog even, geërgerd, maar beleefd deed ik het raam dicht. De man vertelde nog dat hij vorige week ziek was geweest en niet zat te wachten op een nieuwe verkoudheid, maar ik was al niet meer geïnteresseerd in zijn smoesjes.

In Rotterdam stapte een derde persoon de coupé binnen. Een dame met veel tassen en een pak dat nog het meest leek op dat van een Stewardess. Van de vier overgebleven lege stoelen in de zes-persoonscoupé besloot ze uitgerekend tegenover me te gaan zitten. “Kunt U Uw tas daar misschien weghalen”, vroeg ze. “Op die plek kan ik namelijk schrijven.” Ze heeft de hele reis geen letter op papier gezet, maar studeerde wel in haar Bijbel.

Iets na kwart over zeven kwam ik aan op de Tweede Kamer. Getergd begon ik aan mijn werkweek.