Lente-schoonmaak – do 27 apr. 2006

Met de onderhandelingen achter de rug werd het tijd om grote schoonmaak op de fractie te houden. En dat heb ik rigoureus aangepakt. Niet alleen heb ik fysiek het één en ander aan troep weggegooid, ook digitaal ben ik aan een schoonmaak begonnen.

De fractie is ontdaan van alle oude computers die er stonden. Ze werden toch niet meer gebruikt en, laten we nu eens eerlijk zijn, wie wil er nog op een oude 486 werken. De enige nog enigszins actuele pc is ook ontdaan van alle rotzooi: Windows is verwijderd. Vanaf nu werkt onze fractie geheel en volledig ‘open source’, dankzij een wonderbaarlijk stabiele Linux-installatie van Fedora Red Hat.

Daarnaast heb ik het papieren archief maar eens onder handen genomen. En dat was ook wel nodig, aangezien er de afgelopen tijd eigenlijk niet meer fatsoenlijk werd gearchiveerd. Voordeel van zo’n archiefrevisie is dat er ook weer een hoop kastruimte ontstaan. Ik heb uiteindelijk meer dan een halve kliko oud-papier afgevoerd. Yep, spring is in the air.

In de zon – wo 26 apr. 2006

In het kader van de foto’s ‘uit den ouden doosch’ was ik jullie nog een plaatje van mijn zonnebrandwonden verschuldigd. Het was het resultaat van een raft-trip in Uganda in combinatie met mijn uitgesproken hekel aan zonnebrandcrème.

Ik moet zeggen dat het niet het meest spectaculaire foto denkbaar is. Hij is dan ook genomen vijf dagen na dat ik de volgens sommige mensen tweedegraads brandwonden had opgelopen, toen de wonden op beide benen al weer aardig aan het genezen waren. Eerlijk is eerlijk, als je deze foto ziet, zou je denken dat mijn verhalen schromelijk overdreven zijn. Waarom ook niet eigenlijk. Zo’n reis naar oost-Afrika is al duur genoeg. En dan moet je toch ook met een paar sterke verhalen terugkomen.

In het diepe – di 25 apr. 2006

Eén van die dingen waarover ik eerder op mijn weblog al over heb lopen opscheppen, maar waar ik tot nu toe nooit het fotografische bewijsmateriaal bij heb kunnen leveren, was mijn bungee-sprong in de witte Nijl in Uganda. Bij deze wil ik dat rechtzetten.

In mijn Kenya-verslag omschreef ik dat als volgt:

De Bungee-toren stond aan een vrij hoog en stijl stuk oever van de Nijl. Op zich al hoog genoeg om flink bang van te worden. Met de toren erbij was het een sprong van 44 meter. Voor Bungee-begrippen misschien vrij bescheiden, maar hoog genoeg om me werkelijk de stuipen op het lijf te jaren. Drie springers gingen mij voor en al die tijd voelde ik de spanning in mijn lijf toenemen en toenemen. Eindelijk was ik aan de beurt: de handdoeken gingen om de enkels (wow, those are some wicked second degree sunburns, man), het touw werd daar zorgvuldig omheen gebonden en zo schuifelde ik langzaam naar de rand van de springtoren.

De uitleg was simpel. Tenen net over de rand, terwijl je je nog even vasthoudt aan een balk boven je hoofd. Daarna de balk loslaten, je armen spreiden als een adelaar, en als ik roep “één, twee, drie, Bungee”, dan spring je. Niet twijfelen, gewoon springen. Oja, en niet naar beneden kijken. Te laat, dat had ik dus al gedaan. Mijn verstand wist dat er allemaal niet zoveel kon gebeuren. Desondanks verzette werkelijk elke vezel in mijn lijf zich tegen deze sprong. Mijn hele lichaam, mijn instinct, mijn overlevingsdrang en mijn gevoel zei “Selçuk, doe dit niet”. Maar bij het woord ‘bungee’ sprong ik toch. Zonder schreeuw of gil, maar, zo zeiden de collega-springers later, wel een enigszins reddeloos klinkende uitroep van de woorden ‘Ooh, fuck’. Letterlijk springen trouwens, want ik ben niet zo goed in duiken. Ik ging dus ‘feet first’ naar beneden, om daarna, bij het straktrekken van het koord, om te klappen.

Het was een overwinning: niet het vallen is eng, maar het springen des te meer. Het willens en wetens loslaten van de vaste bodem onder je voeten: dat zouden politici vaker moeten doen. Na nog enkele malen op en neer gebungeld te hebben, lieten ze me zakken op een bootje. De losse sigaret met aansteker in mijn broekzak (ik was goed voorbereid) kwam te voorschijn. Waarschijnlijk één van de lekkerste peuken ooit.

Platen Posse – zo 23 apr. 2006

Ondr het mom van een feestje gaf vriend en kunstenaar Peter Bouwmans een expositie. Of was het nu andersom? Peter heeft een rijke collectie lp’s met al dan niet foute jaren ’70-dames op de hoes. Hij had er de muren van zijn tot expositieruimte omgebouwde woonkamer mee volgehangen.

Peter’s Platen Posse was een viering van het vrouwelijk schoon, maar meer nog een eerbetoon aan het wanstaltige modebeeld van de jaren ’70. Camp met een grote c, alhoewel het hele idee van camp al weer net zo retro is als de lp-hoezen die Poeter op zijn muren had vastgespeld.

De middag eindigde met een huiskameroptreden van de Bredase band Fairplay Committee en vijftig euro friet voor de mede-organisatoren. Een typisch voorbeeld van niet zomaar een zondag.

Feestmaal – za 22 apr. 2006

De verrassing was er eigenlijk al een beetje vanaf. Dat kwam omdat niet al mijn vrienden even goed zijn in het bewaren van geheimen. Maar vandaag kreeg ik, een kleine twee maanden na dato, mijn laatste verjaardagscadeau overhandigd. Een barbeque. Met bijbehorend geestmaal.

Ondanks mijn onlangs helemaal eigenhandig opnieuw betegelde dakterras, hebben we de grote backpack vol vlees en aanverwanten toch maar binnen genuttigd. Het weer en het late tijdstip waren gezamenlijk verantwoordelijk voor een temperatuur die iets te laag was voor een uitgebreid buiten zijn. Jaap en Gie namen de verantwoordelijkheid voor het gaar worden van het vlees op zich. De overige acht gasten zorgden, samen met mij, voor het oppeuzelen van al deze spijzen. Het barbeque-seizoen is geopend. Nu de zomerse temperaturen nog.

Buiten de boot – vr 21 apr. 2006

Hein en Linda zijn vandaag getrouwd. Het was een bruiloft volgens het boekje: met een stralende bruid en een openingsdans, waarna de gasten één voor één de dansvloer op werden getrokken. Ik heb me afzijdig gehouden. Ik houd niet van dansen op bruiloften. Ik ben namelijk homo.

Ik heb nooit helemaal begrepen waarom mensen vandaag de dag nog willen trouwen. Het huwelijk is eigenlijk niets meer dan een conservatief kleinburgerlijk instituut dat voornamelijk door de kerk in stand is gehouden. Daarnaast is de beloofde eeuwige trouw al lang niet meer zo eeuwig als dat deze ooit, toen het huwelijk werd uitgevonden, is bedoeld. Maar ja, we zijn er inmiddels ook achter dat de mens veel minder monogaam is als dat de paus ons wil doen geloven. Dat ligt er op zijn beurt natuurlijk weer aan dat de paus nu eenmaal niet zo veel ervaring heeft op sexueel gebied, maar da’s weer een heel ander verhaal.

Ik snap ook niet helemaal waarom sommige homo’s zo nodig willen trouwen. Waarom meedoen aan een conservatief christelijk instituut, het bolwerk van de normatieve hetero-cultuur? En ik dacht altijd dat homo’s zich van nature juist verzetten tegen dergelijk truttig huisje-boompje-beestje-gedrag. Net als met kinderen: het grote voorrecht van homo-zijn is juist de afwezigheid van voortplantingsdrang. Maar hele volksstammen staan klaar om kinderen te adopteren. let’s face it: de hollandse homo begint zo langzamerhand al aardig op een hetero te lijken.

Maar, geloof het of niet, ik gun iedereen zijn of haar schijnzekerheid. Dat meen ik echt. Dus trouw maar en adopteer maar. Mijn zegen heb je. En mocht er ooit één of andere intolerante conservatief op het idee komen om het homo-huwelijk af te schaffen, zal ik vooraan staan bij de barricaden. Om het recht van homo’s te verdedigen hun leven net zo truttig in te richten als de rest. Dat is dan misschien een beetje tegen mijn natuur in. Maar ja, dat is mijn hele seksleven eigenlijk ook al.

In het college – do 20 apr. 2006

De raadsvergadering stond op het programma. Het zou een snelle geweest zijn, ware het niet dat de installatie van het nieuwe college van PvdA, CDA, Breda’97 en GroenLinks op de agenda stond. En daarbij moest natuurlijk ook het coalitie-accoord ‘Kiezen voor Elkaar’ besproken worden

De hele dag heb ik me lopen afvragen wat ik moest gaan zeggen. Na bijna vier jaar oppositie is een plaats in de coalitie nog eventjes wennen. Niet dat ik van plan ben ineens een brave volgzame ja-knikker te worden, maar het is desondanks even onwennig. En dus stelde ik mezelf een dag lang slechts één simpele vraag: wat zeg je dan als je daar voor het spreekgestoelte staat.

Tot het allerlaatste moment twijfelde ik over de openingszin van mijn betoog. Dat kan, omdat ik mijn betogen zelden of nooit uitwerk op papier, op een stuk of tien steekwoorden na. En terwijl ik naar het spreekgestoelte liep, schoot het me te binnen. Stel gewoon de vraag die je je de gehele dag al stelt. En zo geschiede: "Tja.., daar sta je dan… en tja.., wat zeg je dan", waren de woorden waarmee GroenLinks in 2006 het Bredase college instapte. Waarna een betoog volgde over het Museum voor Grafische Vormgeving, waar we altijd oppositie tegen gevoerd hebben, maar wat de nieuwe GroenLinks-wethouder straks ook moet openen.

‘We hebben gestreden tegen de kredietvotering van het museum, omdat we het geld liever hadden besteedt aan kleinschalige initiatieven dicht bij mensen en omdat het nog steeds onzeker is of de exploitatie van het museum straks niet gaat tegenvallen. We hebben daarvoor gestreden, en we hebben dat verloren.

‘We hebben gestreden voor het behoud van de monumentale achterbouw van De Beyerd. We hebben daarvoor gestreden en we hebben dat verloren.

‘En nu het geldt is uitgegeven, nu het voorlopig en het definitief ontwerp is goedgekeurd en nu de monumentale achterbouw is gesloopt, nu moet het potjandorie ook wel het mooiste museum van Nederland worden. En daar zullen we ons voor inzetten.’

Woorden van ongeveer die strekking heb ik eraan gewijd. De letterlijke notulen zijn nog niet af, dus preciezer kan ik niet zijn. Dat is het nadeel van het niet vooraf uitwerken van je betogen. Maar zoals dat ook gaat met speeches van hoogwaardigheidsbekleders, die vooraf onder embargo aan journalisten worden uitgedeeld: het gesproken woord geldt.

Trouwens, nu de nieuwe raad definitief is geïnstalleerd, inclusief de nieuwe raadsleden die de plek van de nieuwe wethouders hebben ingenomen, is er ook een nieuwe statiefoto genomen. Ontdek de verschillen.

D’n Eus – wo 19 apr. 2006

Eugène Loomans behoort tot een uitstervend soort van journalisten. Eén van die mensen die nog heeft meegemaakt dat de redactie van de toen nog echt lokale krant De Stem midden in het centrum zat en het journaille ‘€˜s middags tijdens te lunch en ‘€˜s avonds na werktijd in café de Vrachtwagen te vinden was. Of in De Beyerd, waar toentertijd ook de plaatselijke politiek nog haar uitvalsbasis had. In ieder geval de linkse politiek.

D’€™n Eus heeft afscheid moeten nemen van het vak. Met pijn in het hart. Maar de vut is onverbiddelijk, zeker als er in krantenland banen op de tocht staan en de jonge garde al genoeg moeite heeft met het vinden van een baan. Het afscheid van Eus was nobel en vol zelfopoffering. Al zal hij dat zelf nooit toegeven.

Het afscheid in De Beyerd had twee belangrijke ingrediënten: veel te lange speeches en grote hoeveelheden bier. Wanneer een monument – en dat bedoel ik in de positieve zin des woords – afscheid neemt, moet je de zaken nu eenmaal groot aanpakken. dat dachten ze bij de redactie ook. Vandaar ook dat BN/DeStem een speciale afscheidskrant van maar liefst twee katernen had gewijd aan het lijdend voorwerp van het afscheid.

Nadat de avond was gevallen en iedereen een behoorlijk stuk in de kraag had, sprak ik met enkele scribenten van De Stem, waaronder Nico Schapendonk, over ‘˜het vak’™. Want hoewel ik nu in de politiek zit, heb ook ik een journalistieke achtergrond, zij het niet als stukskesschrijver, maar als radiomaker. Instemmend knikten we toen het hoge woord eruit was: dat een journalist gvd het mooiste beroep van de wereld heeft. De krant is een meneer, daar neem je de hoed voor af.

Beraad – di 18 apr. 2006

Tweede paasdag is normaal een vrije dag. Maar vanwege de onderhandelingen had de fractie weinig tijd gehad om bijeen te komen. En dus besloten we op maandag toch maar bijeen te komen. Op dinsdag zou het er immers allemaal niet van komen. ’s Avonds zou de ledenvergadering van GroenLinks zich uitspreken over het bereikte onderhandelingsresultaat. En ’s Middags werd ik in de Tweede Kamer verwacht voor het maandelijkse Strategisch Beraad. En tot overmaat van ramp moest ik ook mijn auto nog naar de garage brengen.

Auto’s hebben de onhebbelijke gewoonte om problemen te gaan veroorzaken wanneer je geen tijd hebt om ze naar de garage te brengen en eigenlijk ook geen geld hebt om de reparatie te betalen. Dat is niet zo heel bijzonder, want dat is bij mij zo ongeveer altijd het geval.

Treinen hebben doorgaans ook een onhebbelijke gewoonte. Want hoe erg je zelf ook op tijd bent, je kunt op de NS rekenen om ervoor te zorgen dat je alsnog meer dan een half uur te laat op je eindbestemming arriveert. Deze keer was geen uitzondering.

Sinds de NS treinen met slechts enkele minuten vertraging op stations laat wachten zodat treinen die wel op tijd aankomen volgens de dienstregeling kunnen blijven rijden, is het stappen op een licht vertraagde trein een levensgevaarlijke onderneming. Ik vertrok in Breda met slechts vijf minuten vertraging, maar kwam 32 minuten te laat aan in Den Haag. Althans, volgens mijn agenda. Volgens het informatiebord van de NS op station Den Haag C.S. was de trein slechts twee minuten te laat aangekomen. Ergens tijdens mijn reis was de trein waar ik in zat namelijk ineens de volgende trein geworden. Alleen had er geen enkele conducteur de moeite genomen dat ook aan de passagiers mede te delen.

Gelukkig ging de rest van de dag wat voorspoediger. De ledenvergadering heeft het onderhandelingsresultaat goedgekeurd en daarmee is het laatste groene licht gegeven voor de groenlinkse deelname aan het college. En ondanks het feit dat ik het avondeten voor de zoveelste keer heb moeten laten schieten, smaakte het bier er niet minder om. In de politiek is er altijd wel een reden voor een klein feestje. En anders verzin je ze gewoon.