Het Kunduz-congres

Met een motie van afkeuring tegen de fractie en een motie tegen de trainingsmissie in Afghanistan leek het congres een clash te worden tegen voor- en tegenstanders van de steun die de Tweede Kamerfractie had uitgesproken voor een missie om in Afghanistan politiemensen op te leiden.

Die clash bleek uiteindelijk mee te vallen. Bij de uiteindelijke stemming werd de motie van afkeuring door driekwart (75,2 procent) van de aanwezigen verworpen. Ook was ruim tweederde van het congres (69,8 procent) niet tegen de voorgenomen opleidingsmissie in Kunduz. Wel, en dat is ook van belang, vond iets meer dan de helft ( 52,6 procent) dat er in aanloop naar het besluit beter gecommuniceerd had moeten worden met de leden over de afwegingen van de fractie.

Nog belangrijker is echter dat de sfeer tussen voor- en tegenstanders over het algemeen respectvol was. Slechts één maal vloog één van de tegenstanders uit de bocht door te beweren dat de Tweede Kamerfractie lak had aan de mening van de leden. Iets dat door het congres direct werd beantwoord met een subtiel boe-geroep. In de foyer van de congreslocatie was dan ook geen enkele sprake van kilheid of conflict.

Desondanks is een missie, zelfs een opbouwmissie als deze, een teer onderwerp bij GroenLinks. Dat blijkt aan het aantal opzeggingen, zo’n 750. Dat is pijnlijk. Voor een aantal principiële pacifisten blijkt ook een opleidingsmissie als deze onverteerbaar. Tegelijk heeft de partij, dankzij de gewetensvolle en zuivere, niet opportunistische houding van de Tweede Kamerfractie, er 650 nieuwe leden bij gekregen. En ook dat is een signaal. De nieuwe politiek van Jolande Sap, die zich niet heeft laten leiden door electorale motieven, wordt gewaardeerd. Een opstelling waarbij ingenomen standpunten niet worden bepaald door of je nu oppositie of coalitie bent, maar een opstelling die zich laat leiden door inhoudelijke argumenten. Bipartisanship, noemen ze dat in de Verenigde Staten van Amerika. Depolarisatie, is de Nederlandse tegenhanger van deze constructieve politiek.

Zelf heb ik nog een bijdrage geleverd aan de steun voor de Tweede kamerfractie. Hij is te zien in de videocompilatie (op 5’05”). De volledige tekst staat hieronder.

Vrienden,
Eerst was er ons verkiezingsprogramma, waarin staat: ‘Wij laten Afghanistan niet in de steek’.
Vervolgens kwam de motie van Mariko Peters en Alexander Pechthold. Met als strekking: ‘wij laten Afghanistan niet in de steek
.
En daarna kwam het kabinet met een voorstel voor een politiemissie. En dat was niet onze missie.
En toen heeft Jolande gedaan wat politici doen, wat idealistische politici doen.
Eisen stellen, garanties vragen, onderhandelen.
Onderhandelen totdat het een missie werd die wel bij ons past. Want wij laten Afghanistan niet in de steek.
Ik weet dat het een moeilijke afweging geweest moet zijn. Voor iedereen, zeker ook voor de tweede kamerfractie. Maar het is een zuivere afweging geweest. Integer, gewetensvol. Met het hoofd opgeheven. En de rug recht.
Jolande, Respect!

Afghanistan

Leiders Afghaanse politie

Ik hoef niet zo heel veel te zeggen over Afghanistan. Alles wat er over de voorgestelde missie in Kunduz en de stellingname van GroenLinks is te zeggen, heet de afgelopen dagen op enigerlei wijze de revue al wel gepasseerd. Soms zinvolle analyses van voor- en tegenstanders, soms een diarree van halve verwensingen.

Mijn reden om lid te worden van GroenLinks was destijds primair ingegeven vanuit een enorme bezorgdheid om het milieu en het weigeren te accepteren dat de welvaart en de macht in de wereld fundamenteel onrechtvaardig is verdeeld. De wereld is een global village en wat er in Cairo, New York of Kandahar gebeurt is, zeker voor de westerse mens, net zo dichtbij als de gebeurtenissen twee dorpen verderop. Nederland heeft een internationale verantwoordelijkheid, voor vrede, voor veiligheid, voor vrijheid. Ook in Afghanistan.

Voor de helderheid: ik was één van de eerste, die op zaterdag 20 oktober 2001, met slechts een kleine duizend anderen, demonstreerde tegen de nieuwe oorlog in Afghanistan. Het was de verkeerde oorlog, met de verkeerde middelen, om de verkeerde reden. Het doel was niet om decennialang voortdurende onderdrukking te beëindigen, doel was het oppakken van een misdadige organisatie in een ongeorganiseerd land. Voor de duidelijkheid: Bin Laden loopt nog steeds ergens rond.

Gelukkig heeft die nieuwe oorlog er wel toe geleid dat de Taliban als regering is verdreven. En dat de situatie voor miljoenen Afghaanse vrouwen en meisjes mondjesmaat verbeterd is. Tegelijk is het volkomen helder dat de situatie in Afghanistan nog lang niet zo stabiel is dat het land zonder internationale bemoeienis verder kan, dan zou het land immers binnen de kortste keren afglijden naar een nieuwe dictatuur van radicaal islamitische oppressie of, wellicht nog erger, een permanente oorlogssituatie. Niet de omgeving die je 33 miljoen Afghanen toewenst. Niets doen is geen optie.

De internationale gemeenschap heeft een verantwoordelijkheid, en Nederland dus ook. Bijvoorbeeld met de opleiding van politiepersoneel. Dat, want zo is de situatie, af en toe inderdaad in bijna para-militaire acties verzeild zal raken. Kunduz is nu eenmaal geen Delfzijl. En de Tweede Kamerfractie heeft een juiste keuze gemaakt. Een juiste keuze door, in tegenstelling tot PvdA en de SP, niet categorisch elke politiemissie op voorhand af te wijzen. Een juiste keuze door duidelijk te maken aan welke voorwaarden een missie moet voldoen, wil deze de steun van GroenLinks krijgen. En een juiste keuze door open te staan voor toezeggingen van het kabinet en een eigenstandige afweging te maken. Een afweging die niet werd beïnvloed door eendimensionale dogma’s, publieke druk of electorale belangen. Daar is de dagelijkse situatie van miljoenen Afghanen te belangrijk voor.

Ik benijd de Tweede Kamerleden van GroenLinks niet, die de afgelopen dagen en weken moeilijke afwegingen hebben moeten maken en door sommigen uit de achterban tamelijk aanmatigend of zelfs onheus werden bejegend. Aan mijn collega partijleden heb ik slechts één overweging. Ons verkiezingsprogramma leest:

„Nederland laat Afghanistan niet in de steek. De opbouw van een democratische, veilige rechtsstaat heeft er prioriteit. Dat vereist grotere inspanningen voor corruptiebestrijding, versterking van bestuur, rechtspraak, civiele organisaties en de positie van vrouwen, alsmede onderhandelingen met gematigde Taliban. Nederland draagt meer politietrainers bij aan de EU-opleidingsmissie. Ons land steunt geen offensieve militaire operaties.” Aan een ieder die overweegt op het congres, komende zaterdag, een motie van afkeuring of wantrouwen in te dienen of te steunen: wat is nu precies het grote verschil tussen programmapunt 27 uit het verkiezingsprogramma van GroenLinks en de missie die nu op stapel staat en is dat verschil zo groot dat dit de kloof rechtvaardigt tussen een vorig jaar vrijwel unaniem aangenomen verkiezingsprogramma en een nu dreigende motie van afkeuring?

Dag, Harley

Harley-dag. Foto: Esther Schutters
Harley-dag. Foto: Esther Schutters

Eigenlijk hoefden we er alleen maar op te wachten totdat er een evenement in Breda de handdoek in de ring zou gooien. Al jaren heb ik in de politiek gewaarschuwd tegen te strenge regels. Of ze nu van de brandweer zijn, sinds Volendam, of van de politie, sinds de strandrellen in Hoek van Holland. Deze week maakte het bestuur van de Harley-dag bekend er geen zin meer in te hebben.

De afgelopen jaren is het aantal regels waar evenementen aan moeten voldoen steeds strenger geworden.  Zo ook de Harley-dag had. Zij waren zelfs ineens aangewezen als risico-evenement waardoor het tijdens de editie van het afgelopen jaar stierf van politieagenten en leden van de Mobiele Eenheid. Je moet wel onder een heel grote steen geleefd hebben als je niet weet dat motorrijders en politie-beambten nu niet direct de ideale combinatie vormen voor een ongedwongen en gezellig feestje. Sterker nog, zo betoogt het bestuur: de opvallend aanwezige veiligheidsbeambten hadden juist tot provocatie en escalatie kunnen leiden.

Ook Breda Barst heeft te kampen met steeds strenger wordende eisen. Het nut ontgaat de organisatie helemaal: er is op Breda Barst werkelijk nog nooit iets gebeurd dat niet door de eigen vrijwilligers en het beveiligingspersoneel opgelost kon worden. Toch is na vijftien jaar ook Breda Barst ineens een ‘risico-evenement’. Te belachelijk voor woorden, maar of de organisatie wel maar even extra veiligheidsmaatregelen wilde nemen, zo meldde de ambtenaar belast met de vergunningverlening in de laatste weken voor het festival. Met gefrustreerde bestuursleden en duizenden euro’s aan onverwachte extra uitgaven als gevolg. Ook binnen de organisatie van Breda Barst is het enthousiasme om door te gaan nu niet bepaald gegroeid dankzij de steeds strenger wordende houding van overheid.

De Nederlandse regelzucht heeft een enorme vlucht gemaakt na de cafébrand in Volendam. De brandweer heeft er in Breda de handen vol aan om jaarlijks te controleren of de cafés met carnaval wel andere, bredere deuren hebben geplaatst, versiering wel voldoende is geïmpregneerd en podia niet een centimeter te dicht bij bestaande bebouwing geplaatst zijn. En met de Strandrellen in Hoek van Holland en de ramp op de Love Parade is bestuurlijk Nederland helemaal paranoia geworden. En bestuurders doen in zo’n geval wat bestuurders altijd doen: nog meer regels bedenken. De felle discussie over beeldschermen tijdens het WK staat nog duidelijk op mijn netvlies.

Aan de oorsprong van overdreven strenge regelgeving ligt de wens van een maatschappij om elk risico uit te sluiten. En tot op bepaalde hoogte is een overheid ook verantwoordelijk voor een veilige leefomgeving. Maar zoals elke verantwoordelijkheid van de overheid geldt ook in deze kwestie dat er een redelijke grens is aan wat van een overheid verwacht mag worden. Er is een moment waarop de bemoeizucht van de overheid begrensd moet worden. Immers, een onbegrensde focus op veiligheid leidt ertoe dat er in Nederland straks niets meer mogelijk is. De Harley-dag is het eerste evenement dat de ultieme consequentie trekt. De overheid moet accepteren dat we leven in een risico-maatschappij. De verantwoordelijkheid van een overheid is om die risico’s te beperken. Maar het uitbannen van elk risico is onmogelijk en het streven daarnaar onwenselijk. Want het uitbannen van risico’s betekent eveneens het niet meer ondernemen van activiteiten. Een risicoloze samenleving is er één waar niets meer in gebeurd. Een samenleving van stilstand.

Er is nog een ander pervers effect als gevolg van strengere, door de overheid opgelegde regels. Naarmate een overheid meer en meer onwrikbare regels oplegt aan een evenement, zal het eigen verantwoordelijkheidsgevoel van de organisatie afnemen. Allereerst omdat de organisatie het eigen veiligheidsbeleid van het evenement niet kan vormgeven en ten tweede omdat de strenge regels van de overheid leiden tot een schijnzekerheid. Men denkt dat met meer regels elke onvoorzienbaar probleem vooraf is getackeld. Maar het karakter van het leven is nu juist dat risico’s zich voordoen op plaatsen of momenten waar deze niet verwacht worden. Wanneer je een evenement veilig wilt laten verlopen, is het dus van belang dat een organisatie beschikt over medewerkers die weten wat er zich afspeelt en vervolgens op de juiste manier kunnen improviseren om zo een probleem zo snel mogelijk op te lossen. Dat laat zich niet vastleggen in gedetailleerde draaiboeken, strenge procesafspraken en onwrikbare procedures. Veiligheid kun je niet vooraf op papier zetten, veiligheid moet je organiseren.

Wat voor regels geldt, geldt eigenlijk ook voor veiligeheidsbeambten. Of het nu particuliere beveiliging, politie of zelfs de mobiele eenheid is. Allereerst leidt de opzichtige aanwezigheid van officiële veiligheidsbeambten bij veel mensen tot een onprettig gevoel. Simpel gezegd: alleen de aanwezigheid van politie geeft mensen het impliciete gevoel dat het wel onveilig zal zijn. Immers, als het veilig was, zou er geen politie aanwezig zijn. Nog veel erger is het echter dat de aanwezigheid van al te veel politie ook leidt tot een passieve houding van medewerkers van het evenement en de bezoekers. Bij Breda Barst heb ik het diverse keren mogen meemaken dat een beginnend opstootje in de kiem werd gesmoord door leden van de crew of door bezoekers van het festival. Maar hoe meer officiëel veiligheidspersoneel er is, hoe minder mensen bereid zullen zijn zelf in te grijpen. Net zoals bij voetbalwedstrijden stewards veel effectiever zijn in het beheersen van mogelijke problemen, zo is bij een festival of een evenement de eigen organisatie vaak veel beter in staat om de veiligheid te beschermen. Er zijn talloze onderzoeken gedaan naar crowd-managment die dit onderschrijven.

Op 14 december praat de commissie over veiligheid in relatie tot evenementen. Dat staat al maanden in de agenda. Ik vrees echter dat de uitkomst van die discussie voor de Harley-dag te laat zal zijn. Een groot verlies voor Breda en een nieuw bewijs voor de kwalijke effecten van een misleid veiligheidsbeleid. Wie de schoen past, trekke hem aan.

De Blinde Doos

De Politiekubus
De Politiekubus

Eind vorige maand stond ‘ie er ineens, op de brug tussen de Haagdijk en de kruising met de Tramsingel: een één meter tachtig hoge politiedoos.

Naar het statement van de jonge en vooralsnog anonieme kunstenaar is het gissen, maar ik kan me zo voortellen dat bedoeld is als speelse waarschuwing tegen de steeds verder opkomende controle-maatschappij, tegen de alom aanwezige drang naar meer veiligheid. Tegen de tentakels van de overheid die steeds verder in het privé-leven van mensen binnen dringen. Zoiets.

Maar binnen enkele uren kreeg het werk een geheel andere, eigen dynamiek. Toeval of niet, de politiekubus stond precies op de grens van twee politie-districten, die vervolgens naarstig gingen bellen met elkaar, hun leidinggevenden en de landelijke politiediensten. Wie had dat ding daar neergezet en, vooral, waarom? Totdat de veiligheidsdiensten er naar uren telefoneren achter kwamen dat het niet van één van hen afkomstig was en het ding is afgevoerd. De politiekubus ging niet langer over de opdoemende controle-maatschappij, het was een symbool geworden van het onvermogen van de veiligheidsdiensten het mysterie van de kubus op te lossen.

C’est ça, totdat een week later Sint Joost-baas Jeroen Chabot de pers opzocht. De adjunct-directeur van de kunstacademie wist te vertellen dat het werk van één van zijn studenten was. En Chabot nam en passant ook maar meteen de grootst mogelijke denkbare afstand van het werk. „Hij heeft het op eigen titel gemaakt, tegen de nadrukkelijke wens van zijn docent in. De student wilde een project maken dat een reactie ontlokte. Dat kan, maar niet op een manier die tot maatschappelijke onrust kan leiden. Dat is hem duidelijk gemaakt.” En of dat niet genoeg is, maakte de adjunct-directeur zijn student ook nog eens uit voor lafaard: „Als je dat dan per se wil doen, wees dan ook een vent en blijf achter je werk staan. Zelfs Zorro maakte zijn identiteit bekend.”

Beste meneer Chabot, U bent vertegenwoordiger van een opleiding die haar studenten moet opleiden tot succesvolle, maatschappijkritische kunstenaars. Een opleiding die bedoeld is als vrijplaats voor mensen om hun uitingen en bespiegelingen vorm te geven. Een instituut waarbij het werk van de makers centraal staat, niet de maker zelf. Een instelling die er trots op zou moeten zijn dat het werk van haar studenten reuring veroorzaakt in de samenleving. Meneer Chabot, even stond U als vertegenwoordiger van Sint Joost in een positie om de waarde en de betekenis van kunst in de openbare ruimte te verdedigen, opnieuw uit te vinden, wellicht zelfs te herdefiniëren. Vijf regels in de pers voor de finale verdediging van de kunsten. En U faalde miserabel.

De politiekubus is één van de meest geslaagde projecten van één uwer studenten van de afgelopen jaren. Hij doet denken aan de Nijntje-posters die vijftien jaar geleden door heel de binnenstad hingen. Posters van het lieve konijn van Dick Bruna, nu echter met een pistool tegen het eigen hoofd gericht. De boze reacties van moeders van jonge kinderen vulden de brievenrubrieken van de lokale krant. Kunst, meneer Chabot, mag in uw ogen geen opschudding veroorzaken. Kunst, meneer Chabot, is geslaagd als het een reactie oproept. De politiekubus was even onze nieuwe Nijntje.

Als adjunct-directeur had u de maker van het kunstwerk publiekelijk moeten prijzen omdat het werk met alles en iedereen aan de haal ging. De reacties op het werk veranderde de initiële boodschap. Het werk is groter dan de maker geworden. Geen wonder dat deze vooralsnog de openbaarheid niet heeft opgezocht. Laat het werk het werk doen, zal hij hebben gedacht, om vervolgens deemoedig het hoofd te buigen en drie stappen terug te doen. Dat, meneer Chabot, doet een kunstenaar die van zijn werk houd.

U, meneer Chabot, bent geen adjunct-directeur van een kunstinstelling. U, meneer Chabot, heeft het namelijk niet begrepen. Ik kan me voorstellen dat U een goede adjunct zou zijn op elk willekeurig filiaal van Avans, waar administratie van studie-uren, het schuiven met schaarse contacturen en het beheersbaar houden van  door de overheid opgelegd, falend praktijkonderwijs tot de dagelijkse bezigheden behoort. Maar niet bij een kunstacademie waarbij originaliteit, non-conformisme en creativiteit de belangrijkste eigenschappen van de studenten zijn. Dat past niet bij Uw houding als bureaukluiver waarvan U, getuige Uw reactie in de pers, last van lijkt te hebben.

Of wacht, heb ik het helemaal mis? Was Uw reactie in de krant een berekende, uitgemeten reactie die het kunstwerk nog een extra laag moest meegeven. Heeft U Uw eigen imago opzij geschoven om de politiekubus nog groter te maken dan dat deze al was? Heeft U Uw beeld opgeofferd, Uw positie in de waagschaal geplaatst, een offer aan de kunst? Dat moet het zijn, Uw reactie in de krant was het laatste zetje om de politiekubus als kunstwerk naar grotere hoogte te stuwen. De derde trap van een krachtige drietrapsraket.

Dat moet het zijn. Anders zou nu een grote weeffout in het personeelsbeleid van Sint Joost zijn blootgelegd. En dat, meneer Chabot, dat kan toch niet de werkelijkheid zijn?

Update 21-6 14.50 uur: inmiddels heeft de maker zich bekend gemaakt.

Update 21-6 17.39 uur: er staat nu een ander vreemd object op de bewuste brug. Met dank aan Ruben Wolst.

Witte dozen op brug Haagweg

Betutteling

Grote Schermen

Het WK voetbal is voor de betuttelingsmaffia aanleiding om weer allerhande regels van stal te halen. En dus besluiten burgemeesters overal in den lande om de plaatsing van grote schermen op de terrassen aan banden te leggen. Onze eigen burgemeester Van der Velden vormde daarop helaas geen uitzondering.

De Burgo had echter geen rekening gehouden met de nieuwe liberale wind in de Bredase gemeenteraad. De vernieuwde negenkoppige VVD-fractie is er één van oerdegelijke, liberale inborst. Samen met de meer vrijzinnige fracties van D66 en GroenLinks is het progressief-liberale blok in de raad ineens 18 zetels groot. Met de drie zetels van de anti-autoritaire SP erbij is er dus een meerderheid van de raad die niet gediend is van al te veel dwingelandij vanuit het kabinet van de burgemeester.

Het was het kersverse VVD-raadslid Boaz Adank dat deze nieuwe realiteit als eerste doorzag. Na het door de burgemeester uitgevaardigde verbod op grote schermen stelde hij allereerst in de commissie en later in het vragenuur van de raad kritische vragen aan de Burgo. Om dat vervolgens te willen aftikken door een gezamenlijke motie van de VVD en GroenLinks.

Burgemeester Van der Velden reageerde als door een zwerm wespen gestoken. In een ellenlang betoog repte hij over zijn eigen verantwoordelijkheid voor de veiligheid en de inherente bedreiging voor de Openbare Orde die met grote schermen gepaard zouden gaan. Hij maakte zelfs de groteske vergelijking met Hoek van Holland. Alsof de Grote Markt spontaan in een strandrel zou veranderen als er een paar duizend mensen gezamenlijk naar een voetbalwedstrijd zou kijken. De burgo zette sans scrupule zijn hele politieke gewicht in om maar te voorkomen dat deze motie zou worden aangenomen.

Het was deze opstelling van de Burgemeester die hele kwestie opblies tot buitenproportionele grootte. Er restte Boaz Adank niets anders dan de motie in te trekken. Daar heeft hij de burgemeester een grote dienst mee bewezen. Anders was deze aangenomen en was de Burgemeester in zijn eigen val getrapt.

De vraag is of de Burgemeester nog veel ruimte heeft voor het restrictieve veiligheidsbeleid dat hij de afgelopen jaren heeft gevoerd. Als hij het gevoelen van de raad naast zich neer blijft leggen, zullen er in de toekomst nog meer gelijksoortige aanvaringen volgen. En hij hoeft er niet vanuit te gaan dat de raad altijd de keutel intrekt wanneer de burgemeester met een dik aangezet verhaal over opkomende hel en verdoemenis weer een nieuwe set te restrictief of zelfs betuttelend beleid probeert door te drukken.

Kom op Peter, een beetje vrijzinniger graag.

C2000 – do 17 sept. 2009

C2000
C2000

Of het nu de Schipholbrand is, de aanslag tijdens Koninginnedag, het gecrashte vliegtuig van Turkish Airlines of onlangs nog de rellen in Hoek van Holland, in alle gevallen heeft het vijf jaar geleden ingevoerde communicatiesysteem voor de hulpdiensten, C2000, gefaald. Dat terwijl juist bij calamiteiten, communicatie tussen de verschillende hulpdiensten, essentieel is.

Grofweg zijn er, vooralsnog, drie problemen aan te wijzen rond C2000. Allereerst valt in gebouwen of in druk bebouwde omgeving de verbinding van de portofoons of mobilofoons regelmatig weg. Ten tweede blijken de digitale masten die gebruikt worden voor C2000 de grote behoefte aan communicatie tussen hulpdiensten vaak niet aan te kunnen. Dit geldt met name in gebieden met een lage dekkingsgraad. Ten derde blijkt C2000 ook nog ‘weggedrukt’ te kunnen worden door ander gebruik van communicatieapparatuur, zoals mobiele telefonie. Tot slot blijkt het systeem dermate complex, dat er ‘verkeerd gebruik’ zou worden gemaakt van de mogelijkheden. Juist tijdens calamiteiten zou het systeem nodeloos omslachtig zijn in het gebruik?

Het is aannemelijk dat problemen die zich elders hebben gemanifesteerd, zich ook in Breda kunnen voordoen of wellicht al hebben gedaan. GroenLinks snapt eerlijk gezegd dan ook niet dat de rijksoverheid een dergelijk onvolkomen systeem op grote schaal heeft doorgevoerd. Ook in Breda is er een zeker risico op calamiteiten, bijvoorbeeld door het vervoer van gevaarlijke stoffen over de Brabantroute, de ingebruikname van de Hoge Snelheidslijn of vliegbeweginge van en naar vliegbasis Gilze-Rijen. Hoewel deze risico’s klein zijn, wil GroenLinks er zeker van zijn dat in het geval van calamiteiten een adequaat communicatiesysteem voor handen is. Zolang C2000 daarin tekort schiet, moet er een back-up systeem zijn, bijvoorbeeld het oude, analoge systeem.

Reden voor mij om de volgende vragen aan het college van Burgemeester en Wethouders te stellen.

  1. Hoe zijn vooralsnog de ervaringen met het C2000-systeem in Breda en verzorgingsgebied? Heeft er zich de afgelopen vijf jaar een moment voorgedaan waarop het systeem grootschalig ingezet moest worden?
  2. Is in Breda de bereikbaarheid en inzetbaarheid van C2000 getest? Zo ja, wat waren hiervan de resultaten? Zo nee, acht U het raadzaam om in kaart te brengen welke beperkingen in de verbinding het systeem in Breda kent?
  3. Zijn er in Breda momenten geweest waarop de inzet van het C2000-systeem niet naar behoren is verlopen? Zo ja, op welke momenten was dit en wat was de aard van de tekortkomingen? Welke invloed hebben deze gehad op het verloop van de hulpverlening?
  4. Hoe is in Breda de dekkings van het C2000-netwerk? Hoeveel gespreksgroepen kunnen er in Breda gelijktijdig gebruik maken van C2000? Hoe is dit in de gebieden met een lage dekking?
  5. Beschikken de hulpdiensten in Breda over extra, mobiele zendmasten die bij evenementen in een gebied met een beperkte dekking, kunnen worden ingezet? In het geval van een calamiteit, zou het mogelijk zijn snel extra mobiele masten op te richten?
  6. Is het bekend of het signaal in Breda voldoende sterk is om ook binnen gebouwen verzekerd te zijn van een optimaal bereik zonder uitval?
  7. Welke ervaringen en eventueel klachten hebben de hulpdiensten in de regio over C2000? Klopt het dat het systeem in het gebruik, met name tijdens calamiteiten, als complex ervaren wordt? Is het gebruikersprotocol rond C2000 voor de gebruikers voldoende helder?
  8. Is het nodig om, daar waar verkeerd gebruik de oorzaak is van het slecht functioneren van C2000, extra te investeren in cursussen in het gebruik van C2000? Bent U bereid dit te organiseren?
  9. Bent U met ons van mening dat, indien C2000 ook in Breda niet optimaal functioneert, het verstandig is om een back-up systeem te hebben? Is het oude systeem hiervoor inzetbaar? Is het mogelijk om beide systemen samen te voegen tot een hybride systeem?

Met 2000 groeten,

Selçuk Akinci
Fractievoorzitter GroenLinks Breda