In het college – do 20 apr. 2006

De raadsvergadering stond op het programma. Het zou een snelle geweest zijn, ware het niet dat de installatie van het nieuwe college van PvdA, CDA, Breda’97 en GroenLinks op de agenda stond. En daarbij moest natuurlijk ook het coalitie-accoord ‘Kiezen voor Elkaar’ besproken worden

De hele dag heb ik me lopen afvragen wat ik moest gaan zeggen. Na bijna vier jaar oppositie is een plaats in de coalitie nog eventjes wennen. Niet dat ik van plan ben ineens een brave volgzame ja-knikker te worden, maar het is desondanks even onwennig. En dus stelde ik mezelf een dag lang slechts één simpele vraag: wat zeg je dan als je daar voor het spreekgestoelte staat.

Tot het allerlaatste moment twijfelde ik over de openingszin van mijn betoog. Dat kan, omdat ik mijn betogen zelden of nooit uitwerk op papier, op een stuk of tien steekwoorden na. En terwijl ik naar het spreekgestoelte liep, schoot het me te binnen. Stel gewoon de vraag die je je de gehele dag al stelt. En zo geschiede: "Tja.., daar sta je dan… en tja.., wat zeg je dan", waren de woorden waarmee GroenLinks in 2006 het Bredase college instapte. Waarna een betoog volgde over het Museum voor Grafische Vormgeving, waar we altijd oppositie tegen gevoerd hebben, maar wat de nieuwe GroenLinks-wethouder straks ook moet openen.

‘We hebben gestreden tegen de kredietvotering van het museum, omdat we het geld liever hadden besteedt aan kleinschalige initiatieven dicht bij mensen en omdat het nog steeds onzeker is of de exploitatie van het museum straks niet gaat tegenvallen. We hebben daarvoor gestreden, en we hebben dat verloren.

‘We hebben gestreden voor het behoud van de monumentale achterbouw van De Beyerd. We hebben daarvoor gestreden en we hebben dat verloren.

‘En nu het geldt is uitgegeven, nu het voorlopig en het definitief ontwerp is goedgekeurd en nu de monumentale achterbouw is gesloopt, nu moet het potjandorie ook wel het mooiste museum van Nederland worden. En daar zullen we ons voor inzetten.’

Woorden van ongeveer die strekking heb ik eraan gewijd. De letterlijke notulen zijn nog niet af, dus preciezer kan ik niet zijn. Dat is het nadeel van het niet vooraf uitwerken van je betogen. Maar zoals dat ook gaat met speeches van hoogwaardigheidsbekleders, die vooraf onder embargo aan journalisten worden uitgedeeld: het gesproken woord geldt.

Trouwens, nu de nieuwe raad definitief is geïnstalleerd, inclusief de nieuwe raadsleden die de plek van de nieuwe wethouders hebben ingenomen, is er ook een nieuwe statiefoto genomen. Ontdek de verschillen.

D’n Eus – wo 19 apr. 2006

Eugène Loomans behoort tot een uitstervend soort van journalisten. Eén van die mensen die nog heeft meegemaakt dat de redactie van de toen nog echt lokale krant De Stem midden in het centrum zat en het journaille ‘€˜s middags tijdens te lunch en ‘€˜s avonds na werktijd in café de Vrachtwagen te vinden was. Of in De Beyerd, waar toentertijd ook de plaatselijke politiek nog haar uitvalsbasis had. In ieder geval de linkse politiek.

D’€™n Eus heeft afscheid moeten nemen van het vak. Met pijn in het hart. Maar de vut is onverbiddelijk, zeker als er in krantenland banen op de tocht staan en de jonge garde al genoeg moeite heeft met het vinden van een baan. Het afscheid van Eus was nobel en vol zelfopoffering. Al zal hij dat zelf nooit toegeven.

Het afscheid in De Beyerd had twee belangrijke ingrediënten: veel te lange speeches en grote hoeveelheden bier. Wanneer een monument – en dat bedoel ik in de positieve zin des woords – afscheid neemt, moet je de zaken nu eenmaal groot aanpakken. dat dachten ze bij de redactie ook. Vandaar ook dat BN/DeStem een speciale afscheidskrant van maar liefst twee katernen had gewijd aan het lijdend voorwerp van het afscheid.

Nadat de avond was gevallen en iedereen een behoorlijk stuk in de kraag had, sprak ik met enkele scribenten van De Stem, waaronder Nico Schapendonk, over ‘˜het vak’™. Want hoewel ik nu in de politiek zit, heb ook ik een journalistieke achtergrond, zij het niet als stukskesschrijver, maar als radiomaker. Instemmend knikten we toen het hoge woord eruit was: dat een journalist gvd het mooiste beroep van de wereld heeft. De krant is een meneer, daar neem je de hoed voor af.

Beraad – di 18 apr. 2006

Tweede paasdag is normaal een vrije dag. Maar vanwege de onderhandelingen had de fractie weinig tijd gehad om bijeen te komen. En dus besloten we op maandag toch maar bijeen te komen. Op dinsdag zou het er immers allemaal niet van komen. ’s Avonds zou de ledenvergadering van GroenLinks zich uitspreken over het bereikte onderhandelingsresultaat. En ’s Middags werd ik in de Tweede Kamer verwacht voor het maandelijkse Strategisch Beraad. En tot overmaat van ramp moest ik ook mijn auto nog naar de garage brengen.

Auto’s hebben de onhebbelijke gewoonte om problemen te gaan veroorzaken wanneer je geen tijd hebt om ze naar de garage te brengen en eigenlijk ook geen geld hebt om de reparatie te betalen. Dat is niet zo heel bijzonder, want dat is bij mij zo ongeveer altijd het geval.

Treinen hebben doorgaans ook een onhebbelijke gewoonte. Want hoe erg je zelf ook op tijd bent, je kunt op de NS rekenen om ervoor te zorgen dat je alsnog meer dan een half uur te laat op je eindbestemming arriveert. Deze keer was geen uitzondering.

Sinds de NS treinen met slechts enkele minuten vertraging op stations laat wachten zodat treinen die wel op tijd aankomen volgens de dienstregeling kunnen blijven rijden, is het stappen op een licht vertraagde trein een levensgevaarlijke onderneming. Ik vertrok in Breda met slechts vijf minuten vertraging, maar kwam 32 minuten te laat aan in Den Haag. Althans, volgens mijn agenda. Volgens het informatiebord van de NS op station Den Haag C.S. was de trein slechts twee minuten te laat aangekomen. Ergens tijdens mijn reis was de trein waar ik in zat namelijk ineens de volgende trein geworden. Alleen had er geen enkele conducteur de moeite genomen dat ook aan de passagiers mede te delen.

Gelukkig ging de rest van de dag wat voorspoediger. De ledenvergadering heeft het onderhandelingsresultaat goedgekeurd en daarmee is het laatste groene licht gegeven voor de groenlinkse deelname aan het college. En ondanks het feit dat ik het avondeten voor de zoveelste keer heb moeten laten schieten, smaakte het bier er niet minder om. In de politiek is er altijd wel een reden voor een klein feestje. En anders verzin je ze gewoon.

Naar de Kerk – zo 16 apr. 2006

Het was eerste Paasdag. De dag dat Jezus is herrezen uit zijn graf. Althans, dat beweert men. En als goede burger ga je dan naar de kerk. Want ook al ben je het hele jaar afvallig, met Pasen hoor je de saamhorigheid met je gemeenschap vorm te geven door naar de kerk te gaan. Zo ook ik.

Nee, ik ben niet plotseling bekeerd. Maar de Heilig Hartkerk (zie logs wo 21 dec 2005, do 22 dec. 2005-1, do 22 dec. 2005-2, vr 23 dec. 2005, za 24 dec. 2005 en do 5 jan. 2006) had een open dag en aangezien ik er de laatste weken niet meer was geweest, leek me dit een goede reden om mijn neus weer eens in de Bredase scene van kunstenaars, krakers en levensgenieters te laten zien.

Het is nog steeds akelig leeg in de kerk sinds de ontruiming van december. Maar langzaam begint er weer iets te bloeien. Dat kwam zeker ook dankzij de expositie van kunstwerken, die voor de gelegenheid was opgesteld. Sommige kunstwerken stonden er maar voor de helft, met een briefje erbij dat de andere helft tijdens de ontruiming in de kraakwagens van de gemeente Breda was verdwenen. Het had iets indrukwekkends, zij het met wrange ondertoon.

Toch wel mooi dat door deze kleine kunstexpositie de bewoners van de kerk hebben laten zien dat, net als de vermeende wederopstanding van Jezus, ook de bewoners van de Heilig hartkerk genoeg veerkracht hebben om te herrijzen na eerst op ruwe wijze ontruimd te zijn. Het enige verschil is dat de krakers er iets meer tijd voor nodig hadden dan de drie dagen die de messias er voor nodig had.

Open deuren – vr 14 apr. 2006

‘Kiezen voor Elkaar’, was de titel van het nieuwe coalitie-accoord tussen PvdA, CDA, Breda’97 en GroenLinks. Het kon niet lang duren voordat de pers daar ‘Kiezen op Elkaar’ van zou maken, verwijzend naar de mist van vertrouwelijkheid die de afgelopen weken rond de onderhandelingen hing. We gunden de pers hun woordgrapje. Sterker nog, toen Janus Oomen de vorige avond voorspelde dat de pers met deze parodie op de proppen zou komen, hebben we daar met z’n allen smakelijk om gelachen.

De perspresentatie ging voorspoedig. Er zaten een aantal moeilijke vragen bij, voornamelijk van financiële aard. En het is, zo blijkt inmiddels, voor de pers niet altijd even makkelijk om incidenteel en structureel geld uit elkaar te houden. Overigens is dat voor de gemiddelde politicus vaak net zo moeilijk. Sterker nog, voordat de onderhandelingen waren begonnen, had ik zelf ook niet zo’n helder beeld van de financiële stromen in de gemeente Breda. Dit ondanks de drie begrotingen die ik de afgelopen jaren heb moeten behandelen en ondanks alle jaarrekeningen die ik de revue heb zien passeren.

De onderhandelingen zaten er op. Het paasweekeinde ging ik gebruiken om eens goed uit te rusten. Genietend van ‘a job well done’.

Gesloten deuren (slot) – do 13 apr. 2006

Het zou de laatste onderhandelingsdag zijn. Erop of eronder dus. Maar diezelfde dag had ik ook nog een afspraak met Frank Zijlmans, directeur van poppodium MeZZ, en met onze nieuwe wethouderskandidaat Wilbert Willems. ‘s Middags om vier uur kwamen de onderhandelingsdelegaties een laatste keer op het stadskantoor bijeen.

Het ging over de portefeuilleverdeling. Formateur Marja Heerkens had vooraf al geïnformeerd bij de verschillende lijsttrekkers en kwam met een voorstel waar iedereen het mee eens kon zijn. Goede voorbereiding is het halve werk.

De meeste tijd waren we kwijt aan het wegwerken van spelfouten en grammaticale onjuistheden. Ruim twee weken hebben we lopen schaven en veranderen aan de teksten. Soms lag de nuance in een enkel gekozen woord of een zinsconstructie. En zoals dat gaat bij teksten waar constant in gestreept wordt, blijven er dan woorden staan die eigenlijk hadden moeten worden verwijderd, of zinsconstructies die niet meer kloppen.

‘s Avonds gingen de onderhandelingsdelegaties praten met hun fracties of, in ons geval, met een klankbordgroep bestaande uit de fractie, het bestuur en enkele belangstellende leden. Bij GroenLinks waren de leden kritisch, maar positief. En rond tien uur ‘s avonds kon ik Marja Heerkens dan ook mededelen dat onze klankbordgroep accoord was. Bij de PvdA-fractie werd toen al een klein feestje gevierd.

Toen Janus Oomen van het CDA binnenkwam, werd het stil. Hij wilde nog een paar wijzigingen in de tekst. Marja moest moeite doen om niet kwaad te worden. Het was immers alles of niets. Of je bent het eens met het onderhandelingsresultaat zoals het er nu ligt, of de onderhandelingen worden weer helemaal opengebroken. Even bekoelde de sfeer, totdat Janus Oomen lachend zei dat hij een grapje maakte en dat de hele CDA-fractie accoord was met het resultaat. Toch kan ik me niet helemaal aan de indruk onttrekken dat Janus wel degelijk aan zijn wijzigingsvoorstel had vastgehouden indien Marja zich toegeeflijker had opgesteld. Onderhandelen is een kunst.

De rest van de avond werd in Publieke Werken een vrolijk samenzijn gehouden van de nieuwe coalitie-partners. Alleen GroenLinks en de PvdA moesten nog goedkeuring van hun ledenvergadering krijgen. Maar dat er de volgende middag een perspresentatie van het nieuwe accoord zou zijn, was duidelijk. De gesloten deuren kunnen eindelijk geopend.

Gesloten deuren (2) – wo 12 apr. 2006

"Maar Marja, als we een beetje ons best doen, moet het toch makkelijk lukken om het coalitie-accoord nog voor pasen klaar te hebben." Even was het stil aan de andere kant van de telefoonlijn. Maar Marja had net als ik het gevoel dat het onderhandelingsproces het juiste momentum had. En daar moesten we gebruik van maken. En dus laste formateur Marja die avond nog een extra bijeenkomst in.

Die bijeenkomst ging voornamelijk over de verdeling van de schaarse gelden in de komende vier jaar. Waarbij ik, overigens met instemming van de partners, de cultuur nog voor de poorten van de bezuinigingshel heb weggesleept. Dat klink misschien allemaal net wat heldhaftiger dan het in werkelijkheid was, maar ik wil het op mijn blog een beetje spannend houden. Ook al is de sfeer en het vertrouwen zo groot dat we er nog voor de pasen met z’n allen uit zijn.

Gesloten deuren – di 11 apr. 2006

Over college-onderhandelingen valt weinig te zeggen, aangezien ze meestal, en zeker in Breda, min of meer achter gesloten deuren plaats vinden. Hetzelfde geldt voor de sollicitatiegesprekken met de kandidaten voor de functie van griffier. Vandaag waren zowel de laatste sollicitatiegesprekken, als weer een nieuwe aflevering in de college-onderhandelingen. Ik had nogal duidelijk een geheime dag.

Inhoudelijk waren we het over de teksten voor het coalitie-accoord zo’n beetje eens. Hier en daar werd nog een kleine toevoeging gedaan, maar de tien pagina’s met goede voornemens konden worden vastgesteld. Blijven nog twee andere belangrijke onderwerpen over: de verdeling van de wethoudersportefeuilles en de verdeling van de financiële middelen. Daar zouden we later nog op terugkomen. Veronderstellende dat dat allemaal goed zou komen, zou dacht Marja, zouden we ergens na pasen de stad kunnen tracteren op een nieuw college.

Overleg – ma 10 apr. 2006

De onderhandelingsdelegaties van PvdA, CDA Breda ’97 en GroenLinks waren al een heel eind op weg met hun accoord. Om de mening van onze leden te kunnen peilen was er een klankbordgroep in het leven geroepen die de tot nog toe geboekte resultaten kon beoordelen. De klankbordgroep kwam vanavond bij elkaar. Onderwerpen: het inhoudelijke accoord en onze wethouderskandidaat.

Eigenlijk had ik die avond ook een vergadering van het landelijke bestuur van GroenLinks. Maar ondanks de hele Sam Pormes-affaire en het daaropvolgende vertrek van partijvoorzitter Herman Meijer (zie blogs za 17 dec. 2005, za 1 apr. 2006, zo 2 apr. 2006 en nogmaals zo 2 apr. 2006) vond ik de onderhandelingen in Breda prioriteit hebben. Ik heb dus verstek moeten laten gaan.

De klankbordgroep was vooralsnog tevreden over het resultaat, alhoewel er ook behoorlijk wat commentaar was op sommige punten. Over het algemeen heerste een tevreden gevoel. Ik kon met een gerust hart de avond in.

Schaken – za 8 apr. 2006

Ze zeggen wel eens dat college-onderhandelingen te vergelijken zijn met schaken op verschillende borden. Pas sinds kort realiseer ik mij hoeveel verschillende borden dat wel niet zijn. Om me een weekeinde rust te gunnen, had ik afgesproken met Jaap. Om een potje te schaken…

Jaap had voor zijn opleiding een nieuw schaakspelontwerp bedacht en gemaakt. Een mooi ontwerp, echter niet in alle opzichten even practisch. Althans, dat was mijn idee. De vorm van de stukken was namelijk dermate origineel dat voor mij vooral de paarden en de lopers moeilijk uit elkaar te halen waren. Deze fout kostte me dan ook de overwinning. Waar ik dan voor de eerlijkheid wel aan toe moet voegen dat zonder die fout het ook niet helemaal zeker geweest zou zijn dat ik dan wel had gewonnen. Doorgaans verlies ik namelijk meestal met schaken.

De rest van de avond brachten we wandelend, beamend, kletsend en etend door. Over leven, politiek, werk, school en al wat de spelende mens zoal bezig kan houden. Het leven is één grote therapeutische wipkip.