Radio-stilte – vr 7 apr. 2006

Vrijdag kwamen de onderhandelaars opnieuw bijeen. Er lagen concept-teksten voor het programaccoord, waar op gereageerd moest worden. Elk woord werd gewogen. En passant werden ook meteen zoveel mogelijk taal- en grammaticafouten meegenomen.

Gewapend met karnemelk en financiële doorkijkjes werden de teksten langzaam definitiever. Grote tegenstelling waren er niet of tegen die tijd al weggewerkt en uitonderhandeld. De sfeer tussen de onderhandelende partijen was dan ook uitermate goed. De volgende week zou in het teken van de financiële vertaling, de wethouderskandidaten en de portefeuilleverdeling staan.

Barst los – do 6 apr. 2006

De commissie indeling commissies kwam voor een laatste maal bijeen. Een werkgroep met zo’n belachelijke naam moet zichzelf na drie bijeenkomsten ook wel opheffen. Toch is er in de tussentijd gewichtig werk gedaan. De indeling van de commissies is tegenwoordig niet meer op basis van de portefeuilleverdeling van de wethouders, maar op basis van logica en thematische clustering. Kunt U het nog volgen?

Vroeger zat cultuur samen met grondbeleid en economische zaken in één commissie. Aanpalende gebieden als sport, welzijn en onderwijs zaten juist weer in andere commissies. Dit soort onderwerpen is nu gekoppeld. De wethouders zullen daar misschien een beetje van balen, omdat zij voortaan naar meer dan alleen hun ‘eigen’ commissievergadering zullen moeten. Omdat de portefeuilleverdeling anders is dan de commissie-indeling hebben ze immers geen ‘eigen’ commissie meer.

De commissievergaderingen kunnen losbarsten. En overigens geldt dat ook voor Breda Barst. Mijn taak als (invallend) jury-lid zit er op nu de voorrondebands zijn bekendgemaakt: Wicky (spetterende dance-pop), Circular (bijna epische metal), Emotional Elvis (veelzijdiger dan een diamant) en Rita-Lynn (post-country, iets voor the god-slot). Gefeliciteerd.

Kenya revisited – wo 5 apr. 2006

Nadat er gisteren al vier gesprekken hadden plaatsgevonden, stond vandaag het laatste sollicitatiegesprek met een kandidaat voor de functie van griffier op het programma. Later die dag had ik een gesprek met formateur Marja Heerkens. Ik was dan ook blij dat Marlies die avond haar verjaardag vierde.

Haar verjaardag had een klein thema: alle aanwezigen waren namelijk ofwel onlangs in Kenya of naburig oost-Afrikaans land geweest, ofwel zouden daar binnenkort naar toegaan. En dus was er Kenyaans gekookt (met een erg Marokkaanse inslag overigens, maar daardoor zeker niet minder lekker) en had Jaap zelf chapati’s gebakken. Het was dus weer een avond ouderwets met de handen eten.

Het was nog maar enkele maanden geleden dat ik door Kenya rondreisde (zie blog za 3 dec. 2006, maar het lijkt vaak al weer een eeuwigheid geleden. Vanavond was er even rust.

Brugman – di 4 apr. 2006

Vijf lijsttrekkers kwamen samen in Café de Boswachter in het Liesbos. Waren het geheime onderhandelingen voor de vorming van een nieuw college? Was De Boswachter het Des Indes-hotel van Breda, waar een totaal onverwachte nieuwe coalitie gesmeed zou gaan worden?

Niets van dat alles. Samen met vier andere fractievoorzitters had ik zitting in de selectiecommissie voor een nieuwe griffier (zie web-log do 1 nov. 2005 en
do 12 jan. 2006). Deze dagen stonden de sollicitatiegesprekken op de agenda. En aangezien het bij dit soort functies gebruikelijk is om niet aan de grote klok te hangen wie er allemaal gesolliciteerd heeft en het uiteindelijk niet geworden is, worden dat soort gesprekken een beetje in een rustige omgeving gehouden.

Overigens waren er die avond wel weer onderhandelingen. Dat begon met een etentje en eindigde in de oude college-kamer in het Stadhuis. De verschillende partijen legden hun belangrijkste punten voor het nieuwe college-programma op tafel. Je kunt je voorstellen dat het een lange sessie werd.

Door het dak – ma 3 april 2006

‘Elk nadeel heb ze voordeel’, of zoiets. Dat is volgens mij wat Johan Cruijff altijd zegt. En als rasoptimist die dit weekeind effe z’n dag niet heeft gehad, moet ik het hele gebeuren ook met soortgelijke gedachten relativeren. Zie hier het resultaat van mijn relativeringsvermogen.

Herman Meijer is afgetreden, het bestuur blijft aan en de partijraad heeft een soort van motie van wantrouwen ingediend (zie weblog za 1 apr. 2006, zo 2 apr. 2006 en nog een keer zo 2 apr. 2006). Niet bepaald het weekeinde waar ik op zat te wachten. Liever, en dat is niet eens cynisch bedoeld, zat ik afgelopen weekeinde fulltime te wroeten door honderden pagina’s vol financiële malaise, waar de gemeente Breda in verkeerd. Ik zit ondertussen immers ook nog te onderhandelen voor collegedeelname.

Maar elk nadeel heb ze voordeel. Het bezoekersaantal van mijn blog is nog nooit zo hoog geweest. En het aantal reacties trouwens ook niet. En ik heb dit weekeinde zelfs heel even de top-50 van web-log.nl gehaald. Niemand kan beweren dat politiek geen afwisselend Grieks drama met plotselinge wendingen is. Maar zelfs ondanks de hoge bezoekersaantallen (want daar doe je het natuurlijk allemaal voor :-) ) had het van mij allemaal niet zo gehoeven.

Crisis (slot) – zo 2 april 2006

Herman Meijer, partijvoorzitter van GroenLinks, is afgetreden. De rest van het partijbestuur bleef aan. Tegen alle gevoel, tegen alle vezels in. Maar er werd een beroep op ons gedaan. Een beroep om de partij niet geheel te onthoofden. En wij conformeerden…

Ik denk dat het de eerste keer is dat ik een vieze smaak overhoudt aan de politiek. Denken…, ik weet het wel zeker. Want in de zaak Sam Pormes hebben we als partijbestuur altijd gezamenlijk opgetrokken. Daarom was er gevoelsmatig ook maar een optie mogenlijk: gezamenlijk aftreden. En dat is vanmiddag, tijdens een spoedzitting, ook lange tijd de bedoeling geweest.

Maar het klemmende beroep vanuit diverse geledingen van de partij om de partij niet stuurloos achter te laten, woog zwaar. En ook Herman Meijer deed een klemmend beroep op de rest van ‘zijn’ bestuur om GroenLinks niet als een schip zonder kapitein achter te laten. Met pijn in het hard gaf de rest van het bestuur gehoor aan deze oproep. Tegen het gevoel, tegen alle vezels in.

Diverse bestuursleden jankten, toen duidelijk werd dat Herman het koningsoffer bracht. Namens ons allemaal. Zonder enig spoor van plezier of eer, maar met het besef dat het het beste is voor GroenLinks, blijft de rest van het gemankeerde Partijbestuur aan, tot aan het volgende congres.

Crisis (2) – zo 2 apr. 2006

Het is bijna drie uur ’s nachts en heb de hele tijd zitten denken aan de consequenties van wat er vandaag is gebeurd. Waar staan we nu, waar staan we over iets meer dan elf uur, wanneer het Partijbestuur in spoedzitting bijeenkomt.

Het is duidelijk dat er een conflict is tussen de partijraad van GroenLinks en het Partijbestuur, waar ik in zat. Reden is de bizarre beslissing van de Partijraad om het royement van Sam Pormes terug te draaien. Er zijn wel eens vaker meningsverschillen, maar hier gaat het om een majeure kwestie.

Het bestuur kan bijna niet anders dan hier de uiterste consequentie aan verbinden, namelijk opstappen. Ook minstens twee leden van de Eerste Kamerfractie maken, zo gaat het gerucht, op dit moment dezelfde afweging. Wat mij betreft kunnen zij aanblijven. Zij zijn niet verantwoordelijk voor hetgeen is gebeurd, dat is het partijbestuur.

Tegelijk ben ik er van overtuigd dat de Partijraad in deze kwestie niet de mening van de leden vertegenwoordigd. Daarnaast berust hun argumentatie om het royement terug te draaien op een opeenvolging van verkeerde inzichten en argumentaties. Een congres zou zich over de zaak moeten uitspreken. Maar dat lijkt procudereel, zover ik nu kan overzien, niet mogelijk.

En ondertussen zit Partijvoorzitter Herman Meijer waarschijnlijk thuis te tobben en zich af te vragen of hij dingen anders had moeten doen. Als als…, da’s verbrande turf. Maar daar denk je op zo’n moment niet aan.

Het is iets voor drie, ik zie nog geen antwoorden. Wachtend op de briljante ingeving die ergens tussen nu en twee uur ’s middags moet komen, verzucht ik en denk ik bij mezelf: wat is politiek toch een allejezus afwisselend vak.

Crisis – za 1 apr. 2006

“Ik heb nieuws voor je, dat je vast wel wilt weten”, zei een stem aan de andere kant van de telefoon. Ik kreeg een verslag van wat er zojuist in de partijraad was gebeurd. Deze controlerende raad had zojuist besloten dat het Royement van ex-GroenLinks Eerste Kamerlid Sam Pormes ongegrond is verklaard.

Sam Pormes wordt ervan verdacht dat hij eind jaren ’70 heeft deelgenomen aan een terroristisch opleidingskamp in Zuid-Jemen. Dat heeft hij altijd voor de partij verzwegen. Toen de beschuldigingen van HP/DeTijd door een intern onderzoek van GroenLinks grotendeels werden bevestigd en Sam Pormes niet bereid was duidelijkheid te verschaffen over waar hij dan wel was in zijn vermeende Jemen-periode, besloot het bestuur om Sam Pormes te vragen zijn Eerste Kamerzetel op te geven. Toen hij dat niet deed, heeft het bestuur hem geroyeerd.

Pormes ging in beroep tegen die beslissing bij de partijraad. Deze heeft, met 30 stemmen voor en 26 tegen, dit beroep gegrond verklaard. Een verregaande en totaal onbegrijpelijke beslissing. De partijraad lijkt de consequenties van deze beslissing niet te overzien en het roept zelfs vraagtekens op bij de deskundigheid van de partijraad. De structuur van dit orgaan, dat de mening van de leden van GroenLinks zou moeten vertegenwoordigen, moet nodig worden herzien. Ik geloof namelijk niet dat van de 56 aanwezige partijraadsleden er meer dan een handjevol zijn geweest die hun opstelling eerst hebben besproken met de GroenLinks-afdeling die zij op papier zouden moeten vertegenwoordigen.

Het partijbestuur heeft aangekondigd zich nu te beraden op zijn positie. Wie de taal van de politiek een beetje begrijpt, snapt precies wat daarmee bedoeld wordt. Deze beslissing is voor ons als partijbestuurders onacceptabel, en daar dienen consequenties aan verbonden te worden.

Binnenkort zal dus een extra congres moeten worden georganiseerd, waarbij een nieuw partijbestuur wordt gekozen. Wat mij betreft spreken de leden van GroenLinks zich op dat congres ook uit over deze beslissing van de partijraad. Als het congres verstandig is, beslissen zij op dat congres tevens dat de beslissing van de partijraad teruggedraaid wordt en dat Pormes alsnog zijn Eerste Kamerzetel moet opgeven. Dat zou wat mij betreft de enige juiste keuze zijn.

Übersexueel – vr 31 mrt. 2006

Marian Salzman heeft begin deze week de meterosexueel afgeschaft. Terwijl haar vorig jaar met veel poeha gelanceerde metro-man een verademing was in het straatbeeld en in het maatschappelijk functioneren. Voor homo’s in ieder geval.

Sinds de introductie van de metro-man konden homo’s ongestoord poeders, crème’s en moisturizers kopen bij dure drogisten die tot voor kort nog enkel het bastion van vrouwen en mode-nichten waren. Een homo kon ongestoord met een bonte verzameling aan fag-hags over straat: de metro-man had immers ook een vrouw als beste vriend. Eindelijk nam het percentage fatsoenlijk geklede mannen in het straatbeeld toe. Massaal trok de Bredase metro-man naar Tilburg omdat H&M daar ook een fatsoenlijke mannenafdeling heeft. En ongestoord kon ik mijn eigen spiegelbeeld in sprankelende etalage-ramen bekijken om te zien of mijn haar nog goed zat. Dankzij de metro-sexueel kon de homo eindelijk onopvallend zichzelf zijn.

Het had ook wel een nadeel: de bij mij toch al niet optimaal functionerende gaydar kreeg het moeilijk. Maar tegen een metro-man mag je best zeggen dat je hem leuk vindt. Hij is namelijk gevoelig genoeg om je niet meteen in elkaar te slaan.

Het is voorbij. De metro-man is vervangen door de übersexueel. Een man die een halve kilo vlees prefereert boven twee ons groente en twee stuks fruit. Een man die Bavaria drinkt, een buikje heeft en borsthaar. En, worst of all, een snor. ieeuw! De hermafrodiet moet terug in de kast.

Achter gesloten deuren – do 30 mrt. 2006

“Je bent net zo stoffig en arrogant geworden als de rest”, zei de chef van de stadsredactie van het plaatselijk dagblad in de kroeg. Hij wilde weten hoe het ging met de onderhandelingen. Ik had hem niets te vertellen.

GroenLinks heeft in Breda altijd een groot punt gemaakt van openbare onderhandelingen. Dat was vaak ook de reden dat we tijdens de onderhandelingsvergaderingen na een half uur vaak al mochten vertrekken. Zo niet dit keer. Openbaarheid mochten geen breekpunt meer zijn, want met openbaarheid verdwijnen de voedselbanken niet uit de stad en met openbaarheid wordt het groen om de stad niet beschermd.

Eén keer waren de onderhandelingen in Breda wel ‘openbaar’, in 1994. Althans, de voorbereidende werkgroepen besloten achter gesloten deuren wat er in het programma-accoord moest komen te staan en de delegaties van de partijen tikten dat tijdens een openbare vergadering af. Dat was toen door GroenLinks afgedwongen symboolpolitiek: het onderhandelingsproces was nog steeds net zo onzichtbaar voor de burgers als anders. Feitelijk kwam het erop neer dat het uiteindelijke program-accoord niet in één keer achteraf, maar per pagina tussentijds werd ‘onthuld’. Best een goede mediastunt, maar met het verzilveren van belangrijke idealen heeft het allemaal weinig te maken.

En dus kwamen we donderdagavond voor het eerst bij elkaar. Met broodjes en een bord soep. Geen overbodige luxe, maar wel een fatsoenlijke maaltijd. Twee afgevaardigden per partij, in ons geval was ik dat samen met de afdelingsvoorzitter. We werden bijgepraat over de financiële ruimte in de stad, of het gebrek daaraan en filosofeerden vrijelijk over de consequenties dat dat zou kunnen hebben. De sfeer was in alle opzichten ontspannen te noemen, maar het maken van moeilijke keuzes moet dan ook nog gaan beginnen. Desondanks is er vertrouwen en dat biedt goede perspectieven.

Bijna parallel aan de onderhandelingen was elders in de stad een ledenvergadering van GroenLinks gepland. De informatieperiode is afgerond en er was behoefte om de resultaten daarvan met de leden te bespreken. Halverwege de ledenvergadering schoof ik, samen met de afdelingsvoorzitter, aan. De ledenvergadering was misschien wel de belangrijkste vuurproef tot nu toe. Hadden de leden vertrouwen in hun delegatie, waren ze tevreden met het resultaat tot nu toe? En, het allerbelangrijkste, waren ze bereid de onderhandelingsdelegatie enige ruimte te geven in het proces? Tot mijn grote vreugde werden al die vragen positief beantwoord en ging de discussie voornamelijk over inhoudelijke punten die we graag willen binnenhalen. Naast het vertrouwen tussen de onderhandelingsdelegaties is het vertrouwen dat de leden hebben in hun onderhandelaars namelijk cruciaal voor een program-accoord dat straks, als het er eenmaal is, breed gedragen wordt.

En zo konden we om half twaalf eindelijk naar onze stamkroeg, De Beyerd. En daar stond, toeval of niet, de chef stadsredactie aan de bar. Die natuurlijk alles wilde weten over de stand van zaken. Ik kon zijn nieuwsgierigheid niet bevredigen. Een openingsartikel zat er naar aanleiding van ons korte gesprek voor hem helaas niet in.