Berichten van het onderhandelingsfront – wo 29 mrt

“Jullie zitten in Breda toch in college-onderhandelingen”. Zei de stem aan de andere kant van de telefoon. “Ja”, antwoordde ik met een eerlijkheid die je in de politiek niet zo vaak meer tegenkomt. Opluchting aan de andere kant van de draadloze draad. “Dan wil jij daar de komende weken vast wel af en toe een stukje over schrijven voor linkselente.nl.

Nu kun je inhoudelijk nooit zo veel over onderhandelingen vertellen. Doorgaans vindt dat soort processen alleen maar plaats achter driedubbel gesloten deuren op een geheime locatie. En in de wandelgangen natuurlijk, maar dat is officieus. En zo ging dat in Breda ook de eerste weken. Allereerst was er een radiostilte van maar liefst een week, waarin over en weer de beleefdheden konden worden uitgewisseld en mensen konden worden gefeliciteerd, bedankt of afgedankt. Pas een week later volgde een eerste vergadering, bijeengeroepen door de grootste partij, waarin werd afgesproken dat een informateur aan de slag zou gaan, die weer twee weken later een verslag uit zou brengen. En dat gebeurde dus gisteren. En nu weten we welke partijen met elkaar kunnen gaan onderhandelen. Het gaat nu eenmaal niet overal even snel als in Goes.

‘Het college gaat gewoon door’, merkten cynische gemeenteraads-watchers in Breda al meteen op. Maar niets bleek minder waar. De informateur presenteerde twee realistische mogelijkheden: een coalitie met PvdA, CDA, Breda’97 en GroenLinks en een coalitie PvdA, VVD, Breda’97 en GroenLinks. Op basis van inhoudelijke overeenkomst adviseerde hij te gaan onderhandelen met de partijen uit de eerste variant.

Nu is er geen onderwerp denkbaar, of de GroenLinks-achterban in Breda heeft er wel een mening over. En lang niet altijd is die mening eensluidend. Zo ook over het CDA. Een aanzienlijke groep GroenLinksers zou het toejuichen deze partij een keer aan de kant te schuiven en met de VVD in zee te gaan. Anderen vinden de inhoudelijke verschillen met de VVD welhaast onoverbrugbaar en zien op het onderwerp milieu een bondgenoot in het CDA. Al zij het een bondgenoot die de neiging heeft het pad van het rentmeesterschap nog wel eens uit het oog te verliezen en dus enige richting nodig heeft. En aangezien de leden er hier onderling al jaren niet uitkomen, bevind ik me in de makkelijke positie waarbij niemand uitgesloten hoeft te worden.

En dus waren we er snel uit, tijdens de openbare zitting gisterenavond. Ik ga aan de onderhandelingstafel zitten met Marja (PvdA), Janus (CDA) en Kees (Breda’97). En nog een stuk of wat financieel experts, controllers, ambtenaren, notulisten en bodes. Het gaan lange dagen worden. Ik verheug me er nu al op.

Informatie – di 28 mrt. 2006

De resultaten van de informatie werden eerst in een besloten vergadering teruggekoppeld aan de onderhandelingsdelegaties. Daarna volgde een openbare vergadering, waar diezelfde informatie openbaar gemaakt werd. Uitkomst: Breda gaat werken aan een coalitie tussen PvdA, CDA, Breda ’97 en GroenLinks.

Nadat de informateur de afgelopen twee weken de inhoudelijke punten van de verschillende partijen had geïnventariseerd en tevens had gevraagd wie wel en wie niet met elkaar wilden samenwerken, presenteerde hij zijn eindconclusie: er waren nog twee serieuze alternatieven over: een college tussen PvdA, CDA, Breda’97 en GroenLinks of een college tussen PvdA, VVD, Breda’97 en GroenLinks. Op basis van de inhoudelijke overeenkomsten adviseerde hij te kiezen voor de eerste optie. Daartoe werd dan ook besloten. Een bittere pil voor de VVD, die in de verkiezingen procentueel gewonnen had. Op zich kan ik me een samenwerking met de VVD prima voorstellen. Inhoudelijk waren de verschillen met het CDA gewoon domweg kleiner.

Voor SP en D’66 was het resultaat ook niet naar tevredenheid. Aangezien wij ze nooit hebben uitgesloten, zullen anderen dat gedaan hebben. Ieder mag zelf proberen te analyseren wie dat geweest zouden kunnen zijn.

Stadhuis – ma 27 mrt. 2006

“Selçuk, je weet toch dat wij een afspraak hebben om tien uur”. Het was drie minuten over tien toen de telefoon ging. ‘Shit’, dacht ik bij mezelf. Mijn eerste afspraak stond pas voor drie uur later in mijn agenda. “Ik ben er over tien minuten”, antwoordde ik. Met ongekamde haren fietste ik als een speer naar het stadhuis.

Het was mijn eigen slordigheid, waardoor ik te laat was. We hadden al een week eerder met vijf fractievoorzitters afgesproken. Aangezien ik toen als eerste gebeld werd, was nog niet helemaal zeker of de afspraak ook daadwerkelijk doorging. Een bevestiging heb ik nooit meer gehad en zelf was ik het al weer helemaal vergeten, waardoor ik er ook niet meer achteraan gegaan was.

De hele dag bleef ik zo’n beetje rondhangen in het stadhuis. Enkele uren later kwam de campagnecommissie langs op de fractie om de afgelopen verkiezingscampagne te evalueren, ik had zelf nog enkele andere werkzaamheden en ’s avonds was er al weer een fractievergadering. En ondertussen allerlei ontmoetingen met andere raadsleden die om hun moverende redenen ook op het stadhuis waren en allemaal een beetje gespannen waren over de college-informateur die een dag later zijn resultaat zou presenteren.

Barst – zo 26 mrt. 2006

Tussen de politiek door heb ik zo nu en dan nog wel eens activiteiten voor popfestival Breda Barst, dat dit jaar plaats vindt op 16 en 17 september. Voor de selectie van de lokale en regionale talenten zijn er drie voorrondes. Hoewel niet gepland, zat ik dit jaar toch weer in de jury.

Voor de vijfkoppige jury hadden zich maar liefst drie mensen met de naam Tom aangemeld. Daarvan kregen Tom en Tom daadwerkelijk een plaats in de jury. Tom kwam op de reservelijst te staan. Alleen dachten Tom en Tom beiden dat zij reserve-Tom waren, en waren de beide Tommen dus niet aanwezig. Waardoor de jury overbleef met nog maar één Tom en een in allerijl ingevallen reserve-Selçuk. Duty calls.

Inhaaldag – za 25 mrt. 2006

Het was een inhaaldag. Waarop het toilet werd schoongemaakt, waarop ik eindelijk die vervelende kalkplekken in de douchebak heb verwijderd en waarop intensief werd gestofzuigd. En, feest der feesten, waarop ik heb besloten dat de combi-ketel weer op stand ‘0’ gezet kon worden. Verhip, nu ik dat zo opschrijf, heb ik eigenlijk mijn mini-voorjaarsschoonmaak gehad.

Ik heb dat nooit helemaal begrepen: de obsessie van mensen met de voorjaarsschoonmaak. Je huis schoonhouden is toch een wekelijks terugkerende taak, zou je denken. Of, in mijn geval, bij ernstige drukte, minimaal om de veertien dagen. ‘Voor een homo ruim je slecht op’, vertelde iemand me laatst. Ik haalde mijn schouders op. Als linkse rakker vertoon ik nou eenmaal niet zeer rolpatroonbevestigend gedrag.

Taalverloedering – vr 24 mrt. 2006

Voor we er erg in hadden, was het gebeurd. Het Nederlands is beroofd van weer een mooi woord: de negerzoen is niet meer. We zullen hem missen. Net als de turkestreek, het flikkerlicht en de brillenjood.

Ophef over zogenaamd discriminerende zaken vindt ik altijd ontzettend vermoeiend. Er zijn namelijk op dat gebied nog zoveel echte problemen. Zoals discriminatie in de horeca, of op de werkvloer en tijdens sollicitaties. Dat is nog steeds een groot probleem waar na jaar en dag nog steeds geen adequate oplossing voor is. Ondertussen gaat één of andere politiek correcte klootmongool dan zeiken over de naam van een snoepje.

Het doet me een beetje denken aan die hele discussie rond de naturalisatie van Kalou. Persoonlijk kan het me niet schelen of die gast straks nu wel of niet in het ‘Nederlands’ elftal speelt. Waar ik me wel aan stoor, is dat daar een nationale discussie over losbarst, terwijl diezelfde Verdonk ondertussen massaal homo’s naar Iran terugstuurt, naar Sudan deporteert of naar Kongo verscheept, inclusief dossier. Het zijn immers allemaal ‘veilige’ landen.

Woorden die ook op de nominatie staan uit te sterven: moorkop en nichtenkit. Of gezegden zoals ‘aan de Turken overgeleverd zijn’ of ‘rijden als een Turk’. Overigens: volgens Van Dale bestaat die eerste ook in een Joodse variant: ‘aan de joden overgeleverd zijn’. Tuurlijk zijn die uitdrukkingen niet netjes. Maar ze zijn onderdeel van onze taal, onze geschiedenis. Wellicht moeten we deze uitdrukkingen juist in ere herstellen: om ons een spiegel voor te houden en te laten herinneren dat er een tijd was waarin we alleen negatief dachten over minderheden. Om ons daarna oprecht af te vragen: is er in werkelijkheid nu wel zoveel veranderd.

Ingewerkt – do 23 mrt. 2006

‘Vreemd dat jij naar de inwerkbijeenkomsten gaat. Je bent de afgelopen periode toch ook al raadslid geweest?’ Shit, ze hadden me door.

Er waren gisteren twee inwerkbijeenkomsten: de eerste over veiligheid, de tweede over de electronische dienstverlening van de gemeente. De eerste bijeenkomst omvatte ook een bezoek aan het onlangs geopende Veiligheidshuis. Omdat ik toentertijd niet bij de opening aanwezig kon zijn, zag ik mijn kans schoon om alsnog het Veiligheidshuis te bezoeken.

Mooi werk doen ze daar, in dat huis. Daar werken het openbaar ministerie, de politie en gemeenteambtenaren samen in een kantoortuin zonder muren. Ofwel: korte lijnen, goede samenwerking en elkaar versterken in plaats van langs elkaar heen werken. Door die samenwerking kunnen dossiers worden samengevoegd.

Bij een probleemjongere bijvoorbeeld, die door de politie wordt opgepakt voor diefstal, kan de aanwezige gemeenteambtenaar meteen een leerplichtambtenaar aan het werk zetten en kan het openbaar ministerie een deal sluiten. Iets in de trant van ‘je gaat nu naar school of een baan zoeken, en als je dat niet doet zetten we je alsnog vast’. En zo’n zelfde soort ketenaanpak geldt ook voor daders van huiselijk geweld, verslaafden, veelplegers enzovoorts. Ook bemiddeld het Veiligheidshuis tussen daders en slachtoffers. Voor dergelijke slachtofferbegeleiding was enkele jaren geleden nog veel te weinig aandacht.

Deze vorm van samenwerking lijkt logisch, maar was er tot voor kort nauwelijks. Totdat iemand ineens op het idee kwam om mensen van verschillende instellingen samen in één gebouw te laten werken. Het mooie is dat het kantoor zo is ingericht dat iedereen op het netwerk van zijn eigen baas werkt. Dus de gemeenteambtenaar zit op het netwerk van de gemeente, terwijl de politieagent die ernaast zit, op het politienetwerk zit aangesloten. Iedereen heeft dus toegang tot z’n eigen dossiers. Door al die informatie over één persoon samen te voegen, kun je heel gericht te werk gaan en voorkomen dat iemand daarna weer de fout ingaat. Alles is dus gericht op preventie, zonder dat een dader zijn straf ontloopt.

De tweede bijeenkomst over electronische dienstverlening was voor mij achteraf wat minder interessant. Maar het was wel een goede gelegenheid om de nieuwe raadsleden en commissieleden te ontmoeten. En ook die missie was geslaagd te noemen.

Beurs – wo 22 mrt. 2006

De waarde van mijn totale aandelenportefeuille is gelijk gebleven. Dat terwijl de omzet van het bedrijf flink is toegenomen. Gelukkig is er altijd nog de dividenduitkering.

Sinds een jaar ben ik de trotse bezitter van één aandeel. Een aandeel in de brouwerij van één van mijn stamkroegen. Gisteren was de tweede jaarlijkse aandeelhoudersvergadering. In De Beyerd. Daar werd tevens bekendgemaakt dat er een nieuwe emissie van 50 aandelen werd gelanceerd. ‘Ons aandeel verwatert’, riepen de aandeelhouder-van-het-eerste-uur verongelijkt.

Het aandeel in de brouwerij is eigenlijk geen ècht aandeel. Want het geeft geen recht op inspraak en is alleen aan de bar van het café terug te verkopen. Het aandeel stijgt nooit in waarde, maar daalt ook niet. Het aandeel vertegenwoordigt eigenlijk alleen de hechte band tussen de Beyerd en zijn vaste klanten. Het dividend wordt dan ook uitbetaald in de vorm van een fles Beyerd-bier, gebotteld met de bottelmachine die met de opbrengst van de aandelen is gekocht.

Het dividend was dit keer een Beyerd Hefe Weisse. Laat het dus maar snel een paar graadjes warmer worden.

Geheim – di 21 mrt. 2006

Coalitie-onderhandelingen zijn geheim en strikt vertrouwelijk. Ik kan dan ook niet vertellen dat ik deze avond bij de informateur langs moest. Het had immer net zo goed zaterdagochtend kunnen zijn.

De onderhandelingen in Breda bevinden zich nog steeds in het informatie-stadium. Dat houdt in dat een externe informateur alle partijen afgaat om de verschillende wensenlijstjes met elkaar te vergelijken. Op basis daarvan geeft hij een oordeel over de partijen die het beste bij elkaar passen en welke coalities er dus mogelijk zijn. Daarbij moet hij rekening houden met partijen die niet met elkaar willen samenwerken.

Het komt in dit leven op drie dingen neer: met wie kan ik het, met wie wil ik het en met wie doe ik het. Onderhandelen is dus eigenlijk net sex. Als je het goed doet, duurt het heel lang, maar is het resultaat ontzettend bevredigend.

En na een jaar of vier ga je uit elkaar. Dat vindt ik dan wel weer een beetje lang eigenlijk.

Nep-blogger – ma 20 mrt. 2005

Oke, fair enough. Jullie hebben gelijk gekregen. Ik ben niet gediciplineerd genoeg om mijn weblog dagelijks bij te houden. Veelvuldig kom ik in de problemen, vertoont mijn leven op internet digitale hiaten, loop ik zelfs weken achter. Ik beken, ik ben een hopeloze blogger, slechts een schaduw van überbloggers als bw14 en Wereldpeer die nooit een dag overslaan.

Het was dan ook nogal naïef van zo’n kwart van de bezoekers van dit log om te denken dat ik serieus mijn leven zou kunnen beteren. Iets minder naïef was dat andere kwart, dat dacht dat ik het een maandje vol zou houden, alvorens ik zou recidiveren. Het was de 29,2% die zei dat ik vriojwel meteen weer de fout in zou gaan, die uiteindelijk gelijk gekregen heeft.

Een feitenrelaas: op 31 oktober 2005 werd de pol geïntroduceerd. Op 1 november heb ik netjes een log geschreven, hetzelfde op 2 november. Vanaf dat moment duurde het zes dagen voordat nieuwe levenstekenen op mijn log verschenen, namelijk op 9 november. Op elf november volgde een nieuwe inhaalslag, waarna het eerstvolgende logs pas weer verscheen op 16, 23 en 30 november, maar dat laatste had ongetwijfeld met mijn vacantie in Kenya te maken. Het optekenen van de gehele vacantie duurde zo’n tien dagen, zodat het Kenya-verhaal pas op 13 december daadwerkelijk werd gepubliceerd. Een zo’n lange log overigens, dat de server de laatste alinea niet meer aan kon. Iets dat niemand heeft gemerkt, omdat niemand een log van -uitgeprint- twintig pagina’s gaat lezen. vervolgens weer een inhaalslag op 22 en 24 december. In januari schreef ik mijn inhaalblogs alleen op de 9e en de 16e. De maand erna alleen op 6, 9, 17, 26, 27 en 28 februari. Overigens had ik op 28 februari mijn leven ingehaald tot de 18e. In maart waren de data 1, 19 en 20 gereserveerd voor blogactiviteiten. Met de mededeling dat ik op 20 maart de achterstand daadwerkelijk had ingehaald.

Er is maar één conclusie mogelijk. Ik heb het niet in me. Ik wil er wel bij horen, maar het lukt me niet. Ik beken, ik ben een salon-blogger.