Homo Percutiens – di 12 aug. 2008

„Boem!”, galmde de harde klap luttele minuten na ons vertrek door de coupé. En vervolgens een ratelend „kletter, kletter, kletter”. De trein kwam tot stilstand. Voor het eerst was het volkomen stil in de stilte-coupé.

Nuchter pakte ik mijn telefoon om collega Patrick te bellen. „Ik ga negen uur niet halen”, meldde ik hem. „Mijn trein heeft zojuist een auto aangereden, dus het kan nog wel even duren.” Ik hing op, wendde me weer tot mijn scherm en accentueerde de stilte met het rustgevende getik van mijn toetsenbord.

Soit, het is misschien een beetje ongevoelig, maar nog altijd te verkiezen boven het hysterische gedrag van de vrouw aan de overzijde van het gangpad die, nadat mijn aanvankelijke inschatting door de omroepende conducteur werd bevestigd, het hele avontuur per telefoon uit de doeken trachtte te doen aan iemand die ze hopelijk kende en dat vergezeld liet gaan van snikbuien, proestgeluiden en ander huishoudbeursgedrag. Dat heb ik weer, Eline Veere in mijn stilte-coupé

Naderhand wist de conducteur ons nog te melden dat de auto die het slachtoffer was geworden van de tamelijk oneerlijke demonstratie van de derde wet van Newton vervolgens ook nog door een tegemoetkomende trein was geraakt. Wonder boven wonder was de bestuurder nog in leven, zij het in tamelijk kritieke toestand. Wat de conducteur ons niet wist te vertellen is hoeveel vertraging de goede man ons in zijn onoplettendheid had bezorgd.

Ik zou de ongelukkige graag de schuld geven van het gegeven dat de door mijn energieslurpende UMTS-verbinding zwak geworden batterrij-aangedreven schootcomputer, een NRC Handelsblad en het volledige arsenaal aan gratis kranten allen onvoldoende waren om me de daaropvolgende uren voldoende intellectuele afleiding te bieden, maar de bestuurder is uiteraard al meer dan genoeg gestraft. Iets dat de autist in mij overigens met klem probeert te ontkennen.

Homo Vanus – ma 2 juni 2008

Hibernate

Heel irritant. Je zit in de trein, klapt je laptop open en blijkt vergeten te zijn het rotding op te laden. Het is vast weer maandag.

Net nu ik bijna bijliep met mijn weblog. Net nu ik de stukjes van het weekeinde wilde schrijven. Net nu ik een unicum in de bloggeschiedenis wilde bereiken: actueel zijn en niet achter de feiten aanlopen. Niet de techniek, niet de witte vlekken (of beter, zwarte gaten) in het UMTS-netwerk van KPN rond Gilze Rijen, maar mijn eigen vergetelheid was de oorzaak. Te druk gehad om het stekkertje in de schootcomputer te stoppen.

Een treinreis zonder mail, zonder internet, zonder tekstverwerker. Ik voelde me teruggeworpen in de pré-historie. Uit verveling pakte ik één van de vele exemplaren van de treintabloid. Dat zul je dan altijd zien: geen ‘De Pers’ te bekennen.

Ik moest me behelpen met een Metro. Het moet wel maandag zijn.

Homo Observans – do 29 mei 2008

Treinspotter

De treincoupé zat weer eens vol lelijke mensen. Op één uitzondering na dan, dus leek het mij een goed idee om in de vierzitter tegenover de jongen in kwestie te gaan zitten. Roodbruin haar, vaalblauwe ogen en een quasi-nonchalant ongeschoren kin.

In Den Bosch stapten we beiden uit. Terwijl ik naar de rookzuil liep zag ik de jongen doorlopen naar de achterkant van het perron. Daar haalde hij een fototoestel uit zijn rugtas. Ik besloot nieuwsgierig te worden, drukte mijn peuk uit en liep dezelfde richting in.

Toen de DD-AR naar Breda arriveerde, zette de jongen zich schrap. De achter de trein gekoppelde mDDM loc werd zorgvuldig op de foto gezet. Een trainspotter. Op mijn beurt zette ik de jongen op de foto. De spotter gespot. Net voor het vertreksignaal stapte hij in.

Nu had ik dat natuurlijk als aanleiding kunnen gebruiken om een praatje met de jongen te maken. Zo van ‘heb je al een foto van jezelf, genomen uit de trein die je aan het fotograferen bent’. Maar dat deed ik niet.

In Breda stapte hij op zijn fiets en reed westwaarts.

Homo Vadens – do 17 apr. 2008

Station Den Bosch

Een gemiddelde werkdag is tegenwoordig een stuk vermoeiender dan enkele maanden geleden. Dat heeft niets te maken met het feit dat ik voor de tweede keer 29 ben geworden. Wel met de reis.

Vroeger ging ik met de intercity naar Den Haag. Tegenwoordig moet ik naar Utrecht. Qua reistijd scheelt het iets meer dan tien minuten heen (en weer terug). Het verschil zit ‘m in de overstap.

Met de nieuwe dienstregeling van december 2006 is het aantal treinen tussen Breda en Utrecht verdubbeld. En de treinen rijden ook nog eens sneller. Helaas is de wachttijd van enkele minuten nu ineens meer dan tien minuten. En dat is meer dan vervelend. Daarnaast valt er met de kwartiersdienst nog maar bar weinig vertragingsgeld te claimen bij de NS.

Den Bosch is op zich best een mooi station, ook al gaan de winkels ‘s avonds zo vroeg dicht dat je na achten amper meer een vervelingsaankoop kunt doen. Dat laatste is voor de portemonnee op zich trouwens wel weer prettig. Maar overstappen is gewoon vervelend, zeker als je ook nog eens zo lang moet wachten.

Jaja, beter iets langer wachten dan je overstap missen. Ja, da’s ook weer waar. Maar mogen wij treinreizigers ook ‘ns een keer klagen. Sodeju.

Homo Aestivus – ma 31 mrt. 2008

treinreis in het donker

Het is weer pikdonker als ik de deur achter me dichttrek om de trein te halen. Zomertijd mag over het algemeen dan een grote zegen zijn, op maandagochtend voelt dat anders. Gelukkig is het droog.

Niet veel later staat de intercity richting Den Bosch ter hoogte van Dorst stil. Klem tussen een kapotte passagierstrein voor ons en een goederentrein achter ons. De conductrice doet somber en kil haar mededelingen. Als na een kwartier het eerste licht de hemel langzaam grijsblauw kleurt, komt de trein in beweging en glijdt hij stapvoets verder. Het is een bewolkte dag.

Homo Instaurans – zo 27 jan. 2008

Verkadefabriek

Zaxxon draait electro. Zijn alter-ego Gekke Gerrit draait alles. En omdat hij dat zaterdag in de Verkadefabriek in ‘s Hertogenbosch deed, gingen Liesbeth, Joris en ik die kant op. Met overdagnet. We kwamen terug met nachtnet.

De sober ingerichte hal in de Verkadefabriek sprak met wel aan. Sowieso ben ik wel gecharmeerd van het cultureel hergebruik van mooie, in onbruik geraakte industriële gebouwen. Voor de rest had de avond een beetje een getrouwde-stellenkarakter. Dat spreekt me dan weer iets minder aan. Maar goed, Den Bosch staat nu ook niet bekend om zijn uitgesproken hipheid.

De terugreis naar Breda was dan ook net zo enerverend als het feestje dat eraan voorafging. Nachtnet is een dorpsgemeenschap in het groot. Iedereen spreekt elkaar aan en doet net alsof hij elkaar kent. Eigenlijk hoef je niet eens meer uit. De Nachtnetervaring is op zichzelf al zo leuk dat je net zo goed met een paar blikjes de trein in kunt stappen om de hele nacht rondjes door Nederland te rijden.

Homo Sodalis – zo 13 jan. 2008

Nachtnet

De nieuwjaarsborrel, zaterdagmiddag, van DWARS, de jongerenorganisatie van GroenLinks, was enigszins uit de hand gelopen. Aan het inkoopbeleid van DWARS zelf lag dat alles behalve. Het bier was na enkele uren al op.

De wijn bood gelukkig enige soelaas, maar vervolgens moesten we ons heil elders zoeken. En dus verplaatsten we ons naar een pizzatent, vervolgens nog een Ierse pub en, op initiatief van überhetero Joost, naar één of andere gay-bar.

Het zal een uur of drie geweest zijn toen Joost mij naar het station droeg en ik mijn eerste nachtnetervaring opdeed. Nachtnet, zo ondervond ik, kent geen rookverbod en geen stiltecoupés. En dus zongen en rookten we met de gehele coupé onze weg naar Breda.

Homo Remissus – wo 12 dec. 2007

Traan Laten

Het langer doorwerken in Den Haag wreekt zich niet omdat het ten koste gaat van de vrije avond. Dat is immers een eigen keuze. Het wreekt zich wel omdat er altijd een kans bestaat dat de avonddienstregeling weer eens in de knoop raakt.

Enkele minuten voordat de Intercity van 21.51 uur naar Breda diende te vertrekken, staarde ik nog steeds naar een leeg perron. Totdat de al gevreesde mededeling van de stationsomroepster over het perron schalde. Op last van de politie was tussen Delft en Schiedam geen treinverkeer mogelijk. Of ik maar wilde reizen via Gouda.

Ingepropt tussen te veel reizigers op het te krappe balkon van de te korte Koploper probeerde ik nog een telefoongesprek te voeren, maar rustig bellen was er niet bij. De trein vanuit Gouda naar Rotterdam bood vervolgens wel en zitplaats, maar helaas geen rust, aangezien een zwerffiguur meende ons te moeten fêteren op het nummer Redemption Song van Marley. Er schoot me maar niet te binnen voor welke zonde deze lijdensweg een aflaat moest zijn

Uiteraard was het op Rotterdam nog wachten op de intercity van 23.16 uur, die wel klaar stond, maar geen locomotief had. Gelukkig was er nog wel de sneltrein van 23.26 uur, die klaar stond op spoor zes, waarna vervolgens werd omgeroepen dat er ook een intercity reed op spoor 13, wat daar aangekomen toch niet zo bleek te zijn en waarna ik gelukkig nog net op tijd terug was bij spoor 6 om alsnog in de inmiddels uiteraard vertraagde sneltrein naar Breda te zitten, die vanwege de grote treinuitval voor het gemak nog maar een paar stationnetjes extra pakte, waarmee zij feitelijk een onvervalste stoptrein was geworden. Overigens had een groot deel van de ten onrechte naar spoor 13 gestuurde reizigers die trein niet meer gehaald, maar dat ter zijde. Treinreizen is overleven.

Overigens werd de hele vertraging deze keer niet veroorzaakt door een springer, maar door een gek met een nepwapen. Kennelijk kostte het de politie uren voordat in de trein, die ze had laten stilstaan op Delft Zuid, het neppistool in een prullenbak gevonden was. ‘Nederland tegen Terrorisme’ heet dat ongetwijfeld. ‘Nederland tegen Vertraging’ zou aanmerkelijk meer maatschappelijke onrust voorkomen.

Homo Mechanicus – ma 3 nov. 2007

Ook herrie

De zelfverkozen eenzaamheid werd in Dordrecht al verstoord toen een medereiziger net mijn coupé uitkoos om tijdens de reis in door te brengen. Ze was gelukkig wel stil.

In Rotterdam vervoegde zich een potige dame bij ons in de coupé. Die heeft moeten rennen, dacht ik even, toen ze snuivend en ademend binnenstapte. Om onduidelijke redenen bleef de trein vervolgens tien minuten stilstaan, waardoor het geluid van de ademstroom door haar luchtwegen al snel een onwelkome aanwezigheid werd in de in mijn beleving toch al veel te volle treincoupé.

Toen de vrouw na vijf minuten nog steeds een voor dat tijdstip onverdraaglijke herrie maakte, begon ik te vermoeden dat er iets anders aan de hand was. Het was geen gebrek aan conditie, maar een defect aan de neusvleugels dat debet was aan deze nietsontziende akoestische ordeverstoring die zich tot overmaat van ramp ook weigerde aan te passen aan de cadans van de rijdende trein.

‘Dit is verdomme een stilte-coupé’, wilde ik de mevrouw toeschreeuwen, maar een fatsoenlijke opvoeding weerhield me daarvan. Geheel volgens de boeddhistische leer probeerde ik de mevrouw te overtuigen door zelf nog zachter en stiller te ademen. Het was tevergeefs. Nog vijfentwintig minuten was ik veroordeeld tot het aanhoren van de Rotterdamse mevrouw die net zo goed een luchtcompressor had kunnen zijn.

Homo Vagans – ma 19 nov. 2007

haar

Ik was net te laat om nog in te stappen in de intercity van 6 uur 39. En aangezien zitten in een langzame trein met verwarming nog altijd te verkiezen is boven een half uur staan op een tochtig perron, besloot ik in de sneltrein (een ander woord voor stoptrein) naar Amsterdam te stappen.

Comfortabel zittend in de bank van de DD-AR las ik de krant, onderwijl af en toe uit het raam starend of om me heen kijkend. Totdat, het zal ergens in Rijswijk geweest zijn, tegenover me een jongen kwam zitten. Rood, sluik haar, halflang, met bijkleurende sproeten op het ietwat smalle gezicht.

De jongen droeg zwarte handschoenen zonder vingertoppen. In het rechterexemplaar zat een veiligheidsspeld. Ik kon niet zien of dit functioneel was, of een fashion-statement. Hij ging zitten en nam de rugtas op schoot. Vervolgens pakte hij een verloren exemplaar van één van de gratis dagbladen en begon te lezen. Zijn ogen werden ondertussen verborgen door het voor zijn gezicht vallende haar.

In de spiegeling van het glas volgde ik de schijnbare onverstoorbaarheid waarop de jongen verder las. Ik probeerde er achter te komen welke kleur ogen hij had, tevergeefs.

Pas toen de trein in Leiden arriveerde, kreeg ik weer enig besef van tijd. Ik stapte uit, haalde diep adem en zag hoe de trein de jongen verder meenam, naar Haarlem, misschien wel Amsterdam. Volmaaktheid op de maandagmorgen.

Enkele minuten later zat ik in een stoptrein terug naar Den Haag.