Klimmen – za 7 aug. 2004

Met een zelfgemaakt traditioneel engels ontbijt in de maag en een folder met wandelroutes plus kaart van de eigenaresse van de camping in de hand gingen we wandelen. Maar waar ik vooral een padenwandelaar ben, bleek Jaap zich vandaag in een recalcitrante klimgeitenbui te vinden. En dus bevonden we ons al snel niet meer op een pad, maar ergens in de dichtbegroeide bossen rond Strontian River. Onderweg heb ik mijn Breda Barst T-shirt verloren, en na twintig minuten backtracken weer gevonden. Het was een hele tocht, niet zozeer qua afstand, maar wel qua hindernissen.

’s middags rond een uur of twee arriveerden we in Strontian, waar we aan de brink van het dorp, vlak bij het Loch Sunart onze lunch genoten. Het was een hele tocht, niet zozeer qua afstand, maar wel qua hindernissen. Voor het tweede deel van onze reis besloten we de Beinn Resipol te beklimmen, volgens de folder een ‘long half day trip’. En hoewel we laat begonnen aan de klim, hadden we goede moed.

Nu is dit denk ik het moment waarop ik een en ander moet vertellen over het Schotse berglandschap. Stel je eens een stenen landschap voor met flinke hoogteverschillen. Op die rotsen groeit mos, dat weer gaat rotten en een goede voedingsbodem vormt voor gras en heide. De hele stenen berg wordt dus bedekt door een magisch groen laken van gras, heide en andere beplanting, met af en toe een scheur in het laken waar stenen rotspunten uitsteken. Deze bedekking werkt als een soort spons. Het leuke daarvan is dat zich op een heleboel plaatsen waar het laken ‘lek’ is, stroompjes vormen.

Onze tocht was soms modderig, maar over het algemeen goed te doen. We naderden de top sneller dan verwacht. Tot onze teleurstelling echter, ontdekten we dat de echte Beinn Resipol achter de top lag die we op dat moment bijna hadden bereikt. Die was niet alleen nog bijna de helft hoger, om deze te bereiken moesten we eerst weer een flink stuk naar beneden. Aangezien we dat niet gingen zonder in het donker terug te hoeven, besloten we dat maar te laten en ons te beperken tot het bereiken van wat later de Beinn al Al Albannaich bleek te zijn. Daarvan hierboven een panoramafoto (circa 180 graden).

’s Avonds op de camping samen met Jaap Spaghetti en sla klaargemaakt. Hoewel het lekker weer was, had ik een jas aan en een handdoek over mijn hoofd. Dit om te voorkomen dat ik geheel lek gestoken zou worden door de midgies, een agressief klein muggensoort dat met honderden tegelijk op je afvliegt om je helemaal lek te prikken. En dat deden ze dus ook bij mij, terwijl ik normaal nooit door muggen lastiggevallen word.

Het aparte van deze muggen is dat ze uitermate traag zijn. Zolang je in beweging bent, heb je er geen last van, pas als je stilstaat komen ze als een squadron F16’s op je af. Toen Jaap en ik op een bankje ons eten probeerden op te eten (inmiddels met regenjas en capuchon op), richtten de muggen zich op het enige stuk blote huid dat ze konden vinden: het gezicht. Dat was het moment waarop wij de auto invluchtten om daar ons avondeten te nuttigen.

Die avond naar de enige pub in het dorp, waar we de nodige Stella’s Artois hebben gedronken, en de foto’s van de vacantie van Jaap in Tsjechië hebben bekeken. A day well spent.

Lange rit – vr 6 aug. 2004

Wie denkt dat Schotland een klein stukje berg ten noorden van Engeland is, heeft het mis. Het grondgebeid beslaat ruim een derde van het Verenigd Koninkrijk, dat naast Engeland ook nog Wales en enkele eilanden, waaronder de Isle of Man bevat.

De rit van Kingston-upon-Hull naar de Schotse grens duurt sowieso al een uur of vier en dan begint het pas echt. De lange tocht op provinciale tweebaanswegen door de bergen, altijd rijdend achter een trage automobilist die niet harder durft dan driekwart van de toegestane maximum snelheid, wachtend op het moment dat de weg even recht genoeg is om een veilige inhaalmanoeuvre te maken.

Met voldoende pauzes, ontbijt, de eerste zes afleveringen van The Hitchhikers Guide to the Galaxy en meerdere lunches op parkeerplaatsen langs de weg, inkopen in Sterling en als avondeten fish ’n chips (met rode-wijn-azijn) in een sleezy fast-foodtent in Fort William, volgde het laatste en wellicht spannendste deel van de reis: in het pikkedonker over een eenbaansweg (maar desondanks wèl tweerichtingsverkeer) naar eindbestemming Strontian (inderdaad, hier is in de mijnen voor de eerste keer het naar de plaatsnaam vernoemde element Strontium gevonden). Ondanks het late moment van arriveren (het was al ver over tienen) konden we probleemloos op de camping terecht, waar we, tijdens het opzetten van de tent, het opblazen van de luchtbedden en het drinken van een welverdiende pils, kennis maakten met één van de meest vervelende dingen aan de westkust van Schotland: the midgies. Maar daarover later meer.

Inpakken – do 5 aug. 2004

Ik kon lekker uitslapen. De boot naar Hull zou pas ’s avonds om 21.00 uur vertrekken. Dus heb ik ’s middags de auto nog eens goed uitgemest, de laatste cassettebandjes en cd’s in de daarvoor bestemde doos en map geordend (alfabetisch-chronologisch), nog wat laatste vakantiebenodigdheden aangeschaft en tegen de avond naar de ouders van Jaap gereden om hem daar op te halen. Uiteraard ben ik daarna nog eens langs huis gereden (ik had mijn oude groene kaart meegenomen die toevallig vandaag verliep) en daarna nog een bezoek aan de supermarkt gebracht (bier). Een kwartier voor de uiterste inchecktijd reden wij met de auto de boot in.

Nu ben ik een beetje een luxe-paard, dus bij de reis op de ferry waren slaapcabines inbegrepen. Daarnaast konden we aanschuiven in van te voren gereserveerde ‘all-you-can-eat-restaurant’ van de Pride of Hull. Niet voordat we echter hadden uitgewaaid op het dek, met een supermarktblikje bier in de hand.

Na het eten wederom met de blikjes Dommelsch naar het dek gegaan. Ik had Jaap immers al een paar weken niet meer gezien en we hadden heel wat bij te praten. Tot mijn ongenoegen kregen we echter al snel gezelschap van een dame uit Zwitserland, die we de rest van de avond, die we na een uurtje of wat aan één van de bars van de boot hebben doorgebracht, niet zonder onfatsoenlijk te worden van ons af hebben kunnen schudden. Geheel intentieloos kon ik aan het eind van de avond echter wel concluderen dat deze dame meer dan haar deel van de drankrekening had betaald. Elk nadeel heb z’n voordeel.

Tot later – wo 4 aug. 2004

Gezelligste werkplek van Gent

Vandaag bij de begrafenis van Jacqueline geweest. Zij was onze vroegere overbuurvrouw en stond letterlijk altijd voor ons klaar. Ze heeft met haar vorig jaar overleden man Frans onnoemelijke keren op ons gepast en we waren altijd welkom. Ik ben zelf niet gelovig, maar Jacqueline zou ervan overtuigd zijn dat ze nu weer herenigd is met haar man. Daar zal ze de laatste dagen van haar leven troost uit geput hebben. Het zijn nu de kinderen en kleinkinderen die haar moeten missen.

Mocht je je zorgen gaan maken: ik ben niet kwijt. Maar vanaf morgen wel zo’n 18 dagen weg. Eerst naar Schotland (wandelen), daarna naar Engeland (Cropredy Folk Festival) en daarna naar Hasselt (Pukkelpop). Daarna zal ik waarschijnlijk nog even moeten recupereren, dus verwacht de komende drie weken even geen updates op dit log. Vanaf nu ben ik niet alleen politiek, maar ook log-technisch op reces.

Quelle pannage? – di 3 aug. 2004

Het was drie keer knipperen, maar het stond er toch echt: ‘heet en vers’. En ook nog gratis thuisbezorgd. Bij nadere inspectie bleek het niet de etalage van de Gentse escort-service, maar gewoon die van een pizza-boer.

Drie pluimen voor Garage Nuitermans op het Spinveld. Niet alleen was hij a) open, b) niet onderbezet en c) niet helemaal volgeboekt tot september, ook was hij d) bereid diezelfde middag nog even te kijken naar mijn probleem. En wat gisteren (zie web-log ma 2 aug. 2004 en zo 1 aug. 2004) nog leek op een lekke koppakking bleek na drie kwartier inspecteren en olie wegsluiten een prop in de luchtleiding te zijn. De luchtleiding? Ja, de luchtleiding!

Snakkend naar adem probeerde mijn motor al dagenlang lucht te krijgen via alternatieve kanalen, daar zijn luchtwegen verstopt zaten. Die lucht had die uiteindelijk wel gevonden, maar moest daarvoor wel de olie in het systeem alle kanten op blazen en zuigen. Met een huis-tuin-en-keukentang werd de prop verwijderd. Een ingrijpende operatie met bijbehorend snijwerk van zo’n 650 euro was gereduceerd tot een kijkoperatie van twee tientjes. En ik kan gewoon op vakantie!

Quelle dommage – ma 2 aug. 2004

Gent is aangesloten op het World Wide Web

Probeer in deze tijd maar eens een Garage te vinden die a) niet gesloten is, b) niet kampt met onderbezetting, c) niet de komende weken zit volgeboekt met klussen van klanten van garages die niet voldoen aan categorie a en/of b. En dus kon de Garage waar mijn eigen garage (want met vakantie) me naar had doorverwijzen niet veel doen aan mijn olielek (zie web-log zo 1 aug. 2004). Het diesellek, de eigenlijke reden van mijn vorige week gemaakte afspraak was wel verholpen. Maar die lekke koppakking die ik afgelopen weekeinde had opgelopen, daar had hij echt niet de mensen voor (want onderbezet).

‘Lekke koppakking’, bonkte het op en neer tussen de binnenkant van mijn schedel. Ik kon wel janken. Niet alleen zijn dat iets te dure reparaties, ze zijn meestal ook niet binnen drie dagen klaar. En dat is vakantietechnisch toch eigenlijk wel de bedoeling.

Net niet Parijs – zo 1 aug. 2004

Rare jongens, die Belgen. Peeters: kaas en wijnboer annex colporteur in sokken en ondergoed

Aangezien Florance voorlopig is uitgesteld om gezondheidsredenen (zie web-log za 24 juli 2004) had ik bedacht dat we dan maar moesten lunchen in Parijs. Het is een gek idee dat ik wel vaker heb, even naar Parijs gaan. “You rock my weekend”, was het antwoord van Cb en dus gingen we.

Voorbij Antwerpen werd het zicht door de achterruit al erg belemmerd door een modderachtige substantie tegen de ruit, en voorbij Kortrijk ging ineens het olielampje branden. De motor stond helemaal droog. Gelukkig heb ik altijd olie bij me en al was het nog maar een kwart liter, we kwamen ermee tot de volgende pomp, waar ik er nog een litertje heb bij gegooid.

Het mocht niet baten: nog geen uur en 100 kilometer later ging het lampje opnieuw branden en, na het bijvullen weer honderd kilometer verder gereden te hebben, herhaalde zich het ritueel voor een derde keer. Zo’n 160 kilometer voor Parijs en al te laat voor de lunch (een diner kon natuurlijk nog wel) stonden we voor de moeilijke keuze: door gaan of omkeren. Het is omkeren geworden, mede aangezien ik altijd nog iets meer gehecht ben aan m’n Ford Escort dan aan een croissant in Parijs.

Het werd dus Gent (voor niets 6,80 aan tol betaald). Waar we naar een wandeling door de binnenstad belandden in een aardig restaurantje waar Cb zich heeft gewaagd aan een Gentse Stoverij en ik een Tournedos kreeg voorgesteld met een niet te versmaden roquefort-saus. Na nog een lange stadswandeling (altijd onthouden waar je auto geparkeerd staat maar vooral hoe je er weer geraakt) vervolgden we onze reis terug naar Breda, in de parkeergarage in Gent een vervelende plas olie achterlatend.

Gescheiden – do 29 juli 2004

Niet dat ik er veelvuldig aan gedacht heb, de afgelopen twintig jaar, en het was ook niet de meest memorabele dag uit mijn leven. Maar ruim twintig jaar geleden, geachte lezer, ben ik getrouwd.

Mijn vrouw heet Christa en zij was één van de begeleidsters van de ZoVaac. ZoVaac stond voor Zomer Vakantie Activiteiten. Knutselmiddagen, bostochten, theaterstukjes, playbacken en wat dies meer zij; alles om de jeugd van de wijk Brabantpark tijdens de vakanties bezig te houden. Toen ik zo’n vijf jaar oud was ben ik, tijdens één van die middagen getrouwd met Christa.

Dat werd nog best serieus aangepakt: er kwam weliswaar geen ambtenaar van de burgerlijke stand langs, maar voor de rest was het een officiële ceremonie met getuigen en een door het Maatschappelijk Cultureel Jongerenwerk ingezworen huwelijksvoltrekker.

Christa heeft inmiddels twee kinderen (!) en is getrouwd (!) en ik ben inmiddels homoseksueel ‘geworden’. Het leek ons een goed moment om te scheiden. Aldus geschiedde, op het terras van Café de Beyerd, waar wij elkaar toevallig tegenkwamen. Het is waarschijnlijk de meest gezellige scheiding ooit geworden.

H&M – wo 28 juli 2004

Die broek kon echt niet. En dus nam Soof het op zich om deze dag mijn persoonlijke mode-adviseuse te zijn. Dat werd shoppen in Tilburg, want in Breda heeft de H&M geen Devided-collection, laat staan een mannenafdeling.

Kleding kopen met Soof is een bezigheid die iets weg heeft van een militaire operatie. Bij voorkeur bewapend met een voorraad Evian (maar die waren we vergeten) stort Soof zich vol overgave op het eerste rek kleding. Truitjes vliegen letterlijk in het rond, het ene na het andere kledingstuk wordt meegenomen en drie kwartier en een hele winkel later komt Soof aan bij de paskamer met ruim twee keer het aantal kledingstukken dat je de paskamer in mag nemen. Voor de duidelijkheid: daar zitten dan alleen nog dingen voor haar bij.

Pas nadat ik over een aantal dingen mijn mening had mogen geven (en eerlijk is eerlijk, die ene roze-rode jurk die ze had uitgezocht stond haar echt ge-wel-dig), kwam ik aan de beurt. Wat blijkt: mijn taillemaat (29 of 30) is al uitzonderlijk, laat staan in de lengtes 34 of 36, want de rest is allemaal te klein.

Desondanks zijn we erin geslaagd om twee broeken te vinden. Bij Forecast kwamen we de derde tegen en daarmee was de missie voor ons beide geslaagd. Of ik ook geen nieuwe schoenen wilde. Maar ik schudde mijn hoofd: modieus zijn is leuk, maar van mijn bergschoenen blijft iedereen af.

Het resultaat werd gevierd met een ijsje van de Australian en respectievelijk een cola en een tonic voor Soof en mij bij Café Brandpunt. Ik hoef het komende jaar geen broeken meer te hebben.

Bacchus – di 27 juli 2004

We gingen wat drinken, Tom en ik. Eerst in het park bij de zomeravondconcerten, daarna in de Beyerd. Tom is ongeveer negen jaar jonger dan ik en toch kunnen we best goed met elkaar opschieten. Ik ga graag met jongere mensen om, geloof ik. Al is het maar omdat ik mezelf voorhoud dat ik dan ook jonger blijf.

Net voor sluit vonden we het welletjes geweest en wilden we naar huis. In het naastgelegen café het Hijgend Hert kwamen we echter bekenden tegen. Waaronder iemand waar ik nog eens een tijdje tevergeefs verliefd op ben geweest. Beide in kennelijke staat, vonden we dat we elkaar maar eens innig moesten begroeten.

Ineens was de avond nog helemaal niet om. Allen namen nog een witbiertje, besloten nadien dat het feest bij weer een ander in de huiskamer door zou gaan en zo geschiedde. Rond een uur of half zes, toen de vogeltjes al weer driftig aan het fluiten waren, keerden we allen huiswaarts.