Er zijn als raadslid handige dingen die je kunt doen en er zijn minder handige dingen. Mijn actie van afgelopen weekeinde behoort duidelijk tot die laatste categorie.
Vrijdag was ik het grootste gedeelte van de dag aan het werk op het stadhuis. Die avond had ik een etentje bij een vriend en ben direct vanuit het stadhuis die kant op gegaan. Na de – overigens lekkere – maaltijd gingen we de stad in. En even langs het stadhuis om mijn laptop en een pond kaas, die ik eerder die dag op de markt had gekocht, op te halen. De vriend in kwestie ging mee en kreeg meteen een persoonlijke rondleiding door het stadhuis. Nu heeft dat stadhuis ook een kleine klokkentoren. En, het verhaal is niet zo moeilijk te voorspellen, we konden de verleiding om de klok een keer of wat te laten luiden, niet weerstaan. Een zeer adequaat politieteam maakte het verhaal af. Op verdenking van inbraak of lokaalvredebreuk werden we beide meegenomen voor verhoor.
Het is in dit soort gevallen meestal slechts een kwestie van tijd voordat de media er lucht van krijgen En dat moment was vandaag aangebroken. Vanaf vanochtend stond de telefoon roodgloeiend. De batterij van mijn N97 werd sneller leeggebeld dan mijn lader ‘m kon vullen.
En dus weet iedereen, of ze nu lezer zijn van GeenStijl, BN/DeStem, Breda Vandaag, Algemeen Dagblad, De Telegraaf, Elsevier, Trouw, De Volkskrant, dan wel luisteraar of kijker van Omroep Brabant, 3FM of het Radio 1-Journaal, wie die geheimzinnige klokkenluider van Breda toch is. Ik was het. Ik beken. En voor iedereen die vindt dat een dergelijke kwajongensstreek niet past bij een raadslid, mea culpa. Ik zal het nooit meer doen. Maar rock ‘n roll is het natuurlijk wel.
A propos, de pond kaas heb ik eigenlijk nooit meer teruggezien.
Het WK voetbal is voor de betuttelingsmaffia aanleiding om weer allerhande regels van stal te halen. En dus besluiten burgemeesters overal in den lande om de plaatsing van grote schermen op de terrassen aan banden te leggen. Onze eigen burgemeester Van der Velden vormde daarop helaas geen uitzondering.
De Burgo had echter geen rekening gehouden met de nieuwe liberale wind in de Bredase gemeenteraad. De vernieuwde negenkoppige VVD-fractie is er één van oerdegelijke, liberale inborst. Samen met de meer vrijzinnige fracties van D66 en GroenLinks is het progressief-liberale blok in de raad ineens 18 zetels groot. Met de drie zetels van de anti-autoritaire SP erbij is er dus een meerderheid van de raad die niet gediend is van al te veel dwingelandij vanuit het kabinet van de burgemeester.
Het was het kersverse VVD-raadslid Boaz Adank dat deze nieuwe realiteit als eerste doorzag. Na het door de burgemeester uitgevaardigde verbod op grote schermen stelde hij allereerst in de commissie en later in het vragenuur van de raad kritische vragen aan de Burgo. Om dat vervolgens te willen aftikken door een gezamenlijke motie van de VVD en GroenLinks.
Burgemeester Van der Velden reageerde als door een zwerm wespen gestoken. In een ellenlang betoog repte hij over zijn eigen verantwoordelijkheid voor de veiligheid en de inherente bedreiging voor de Openbare Orde die met grote schermen gepaard zouden gaan. Hij maakte zelfs de groteske vergelijking met Hoek van Holland. Alsof de Grote Markt spontaan in een strandrel zou veranderen als er een paar duizend mensen gezamenlijk naar een voetbalwedstrijd zou kijken. De burgo zette sans scrupule zijn hele politieke gewicht in om maar te voorkomen dat deze motie zou worden aangenomen.
Het was deze opstelling van de Burgemeester die hele kwestie opblies tot buitenproportionele grootte. Er restte Boaz Adank niets anders dan de motie in te trekken. Daar heeft hij de burgemeester een grote dienst mee bewezen. Anders was deze aangenomen en was de Burgemeester in zijn eigen val getrapt.
De vraag is of de Burgemeester nog veel ruimte heeft voor het restrictieve veiligheidsbeleid dat hij de afgelopen jaren heeft gevoerd. Als hij het gevoelen van de raad naast zich neer blijft leggen, zullen er in de toekomst nog meer gelijksoortige aanvaringen volgen. En hij hoeft er niet vanuit te gaan dat de raad altijd de keutel intrekt wanneer de burgemeester met een dik aangezet verhaal over opkomende hel en verdoemenis weer een nieuwe set te restrictief of zelfs betuttelend beleid probeert door te drukken.
„Heeft de gemeente eigenlijk haar eigen twitter-account?”, vroeg VVD-onderhandelaar Klaas Dijkhoff ergens gedurende het onderhandelingsproces. Het werd nagevraagd bij het ambtelijk apparaat. Het antwoord was ‘ja’.
We hadden de vraag zorgvuldiger moeten formuleren. Want hoewel de gemeente inderdaad wel een eigen twitter-account had, luisterde deze niet naar de naam @Breda, maar naar het aanzienlijk minder sexy klinkende @Gemeente_Breda. De twitter-account @Breda was in handen van een Ierse schoonheidsspecialiste die luisterde naar de naam Breda O’Neil.
Navraag bij mevrouw O’Neil leerde dat zij best bereid was om haar account af te staan. Een actief twitteraar was het, met een historie van 0 tweets, ook niet. Ze was alleen het wachtwoord, dat ze ooit had ingesteld, al lang vergeten. Net zoals ze inmiddels ook al niet meer het e-mailadres had, waarmee ze destijds de account had geopend. Geen goed uitgangspunt voor een snelle overdracht van de account.
En zo geschiedde het dat we op 2 April, Goede Vrijdag, de stad een accoord presenteerden met de naam @Breda, zonder dat we de bijbehorende twitter-account in bezit hadden. Enigszins pijnlijk was dat wel, alhoewel de nieuwe coalitie alle flauwe grappen over Ierse schoonheidsspecialisten gelukkig bespaard bleef.
Vorige week kwam eindelijk het verlossende bericht: de overdracht was alsnog gelukt. Nu nog een strategie van de nieuwe coalitie om deze account te gaan gebruiken als één van de manieren om te communiceren met de stad.
„Conclusies: constructieve sfeer” en „over veel dingen eens”. Dat staat er bovenin de dertiende bladzijde geschreven van het notitieblok dat samen met de rest van de onderhandelingsdocumenten inmiddels veilig opgeborgen is. Om in de kantlijn daarop dreigend te vervolgen met de opmerking „waar moeten we het nog over hebben? Knopen.”
Die knopen stonden in de twee daaropvolgende pagina’s opgesomd. We mochten het dan over veel dingen eens zijn, er stonden nog genoeg inhoudelijke discussiepunten op de agenda. Duurzaamheidsagenda en klimaatbeleid onverkort handhaven, behoud en versterking van het groene buitengebied, het uitvoeren van de nota ‘Sociaal Kompas’, waarin de opvang van daklozen beschreven staat, het handhaven van het cultuurbudget, voortgang van de wijkontwikkeling, een moderne visie op het woningmarktbeleid met nadrukkelijke aandacht voor starters en sociale woningbouw, het handhaven van het ruimhartige Bredase armoedebeleid en een stevige ambitie op het punt van Brede Scholen. Dat waren de harde punten die GroenLinks tijdens de onderhandelingen inbracht.
Nu was er op het groene gebied weinig onenigheid met de overige partijen. GroenLinks trok ook de afgelopen periode al vaker op met VVD en D66 als het ging om het behoud van het groene karakter van het buitengebied. Over het klimaatbeleid moest wat langer onderhandeld worden voordat dit overeind gehouden bleef. En ook het armoedebeleid zorgde voor een stevige discussie. Net als de vraag of de OZB nu wel met de inflatie omhoog mocht, of dat de explosief stijgende rioolrechten voor burgers gecompenseerd moesten worden.
Het duurde uiteindelijk zo’n twee weken voordat alle inhoudelijke meningsverschillen uitonderhandeld waren. En vervolgens nog een kleine week om tot een mooi geformuleerd en prettig vormgegeven document te komen. Dankzij de ’track changes’-functie in Word hoefden we daar niet telkens voor bij elkaar te komen. En die flexibele werkhouding van de vier hoofdonderhandelaars kenmerkte de moderne werkwijze die dit college er op na houdt. ‘@Breda’, was dan ook de titel van het accoord.
De avond van 17 maart. Informateur Helmi Huijbregts vindt dat er wel genoeg is gepraat over de financiële problemen van de stad. „De problemen worden niet minder naarmate we meer detailinformatie opvragen.” Sterker nog, het tegendeel bleek eerder waar.
We hadden twee dagen eerder al specifiek doorgevraagd naar de tekorten op het Grondbedrijf van een slordige 45 miljoen euro. Of dat nog positief uit kon pakken. Sommige planresultaten wel. Maar het zware verlies op de bouw van De Bouverijen, om maar een voorbeeld te noemen, was al ‘geoptimaliseerd’. Wat dat optimaliseren dan precies inhield, vroeg ik. Onder andere dat van de dertig procent sociale woningbouw er in de geraamde opbrengst twintig procent was geschrapt.
Verbazingwekkende gezichten alom. Dat een beleidsmatige keuze waartoe slechts de raad bevoegd is, het schrappen van sociale woningen, nu al financieel was ingeboekt, was onbegrijpelijk. „Ja”, probeerde het Grondbedrijf van toezicht van toen nog demissionair wethouder Heerkens zich nog te verdedigen, „maar dit doen we alleen onder de strikte voorwaarde dat dit elders wordt gecompenseerd”. Aan mijn hoela. Die compensatie elders kost minstens zo veel als wat in het geoptimaliseerde plan boekhoudkundig wordt bezuinigd. Een sigaar uit eigen doos dus.
Daar gingen we het allemaal niet meer over hebben. Het ging vanaf nu om de inhoudelijke ‘knopen’, zoals formateur Huijbregts deze noemde. En die waren er wel een aantal.
Uitslagenavond 3 maart: Klaas Dijkhoff (VVD) en ik
Het is 13 maart als de PvdA-onderhandelaars Marja Heerkens, Mirjam Haagh en Arend Hardorff de onderhandelingstafel in de commissiekamer in het stadhuis, voor het laatst verlaten. Dat GroenLinks aan die tafel bleef zitten om verder te onderhandelen met VVD, CDA en D66 was geen vanzelfsprekende keuze. Maar wel één waar we achter staan.
Breda staat voor een forse bezuinigingsoperatie. Juist dan moet het stadsbestuur niet exclusief in de handen van rechts gelaten worden. Er valt op sociaal en groen terrein genoeg te beschermen. Die verantwoordelijkheid heeft GroenLinks genomen door aan de onderhandelingstafel te blijven zitten.
De formatiegesprekken begonnen met een sessie over de financiële situatie van Breda. Om maar even de schokkende cijfers te geven: Er moet een bedrag van minimaal 30 miljoen structureel (dus op de jaarlijkse uitgaven) bezuinigd worden. In de mei- en novembercirculaire van het ministerie van Financiën zou dat bedrag zelfs nog een stuk meer kunnen worden. Daarnaast had de gemeente nog 5,4 miljoen euro aan ongedekt beleid uitstaan. Een totale opgave dus van een slordige 35 miljoen. En als klap op de vuurpijl kregen we de actuele cijfers van het Grondbedrijf, waaruit we niet anders dan konden concluderen dat dit bedrijfsonderdeel van de Gemeente Breda volledig failliet is achtergelaten. Het totaal aan negatieve planresultaten: 45 miljoen euro, waarvoor slechts voor elf miljoen euro voorzieningen zijn getroffen.
De schellen vielen van onze ogen. Allereerst vanwege de boekhoudkundige risico’s die genomen zijn en uiteindelijk tot dit mega-tekort hebben geleid. Toekomstige winsten waren veel te positief ingeschat. En die winsten waren niet alleen al ingeboekt, ze waren zelfs al volledig uitgegeven. Een zelfde soort boekhouding die op mondiale schaal tot de kredietcrisis heeft geleidt eigenlijk. Maar minstens zo geschokt waren we omdat we niet begrepen waarom deze cijfers niet eerder bekend waren. Er hadden al veel eerder alarmbellen moeten gaan rinkelen op het Stadskantoor. De verantwoordelijk wethouder had naar de raad moeten komen met deze cijfers, die ook in december al bekend hadden kunnen en moeten zijn. Waarom is dat niet gebeurd?
Gek genoeg werd de onderlinge sfeer tussen de onderhandelingsdelegaties beter naarmate er meer financiële en beleidsmatige tegenvallers op ons af kwamen. De uitdaging werd groter, onoverzienbaar welhaast, maar de wil om daar samen uit te komen en het financiële huishoudboekje van deze stad op orde te brengen, groeide navenant. En dus worden de tekorten van het grondbedrijf in één keer afgeboekt, zodat Breda niet jaar op jaar de rentelasten van deze schulden me zich mee hoeft te dragen. En zorgen we in 2014 dus ook voor een sluitende begroting. Zonder doorlopend beleid waarvoor geen dekking meer is.
En zo verliepen de eerste dagen van de formatiebesprekingen zonder echt onderhandelen over de inhoudelijke meningsverschillen. Pas op de avond van woensdag 17 maart, na de avondmaaltijd, kwamen de eerste inhoudelijke punten op tafel.
En zo won GroenLinks er tijdens de gemeenteraadsverkiezingen van 3 maart in Breda een vierde zetel bij. Van 7,2 procent naar 9 procent. En daarmee behoorden we ineens tot het rijtje winnaars, samen met de VVD, die van zeven naar negen zetels steeg, en D66, dat haar zetelaantal meer dan zag verdubbelen: van twee naar vijf.
De VVD, de grootste partij, liet er geen gras over groeien. Nog hetzelfde weekeinde mochten de partijen aanschuiven bij de kersverse door hen benoemde informateur Helmi Huijbregts, de oud-burgemeester van Oosterhout. De uitkomst van die gesprekken: er moet een vier-partijencoalitie geformeerd worden, met daarin in ieder geval de drie winnende partijen. Ook werd duidelijk dat de lokale partijen Breda’97 (2 zetels), Leefbaar Breda (1 zetel) en Trots op Nederland (1 zetel) zelf aangegeven hadden vooralsnog niet aan de onderhandelingen deel te nemen. Eveneens duidelijk was dat de SP door niemand behalve zichzelf als mogelijke coalitiepartner genoemd werd.
De SP verliet noodgedwongen de onderhandelingstafel. Maar geheel verwonderlijk is dat niet. De partij is zelf vurig pleitbezorger van de linkse coalitie. Die wens is getalsmatig echter niet mogelijk: PvdA, GroenLinks en SP zijn samen goed voor vijftien zetels, bij lange na niet voldoende voor een raadsmeerderheid, die op steun van minimaal twintig zetels moet kunnen rekenen. Na de verkiezingen behoorde D66, bij monde van de SP, ineens ook tot die gedroomde linkse coalitie. Maar ook die coalitie zou slechts een te krappe meerderheid van slechts één zetel hebben. En daarnaast was D66 absoluut niet te porren voor deze op Maoïstische leest geschroeide combinatie.
En zo gingen de gesprekken verder met vijf partijen: het rijtje winnaars plus de PvdA en het CDA. In de daarop volgende week werd inhoudelijk afgetast waar de overeenkomsten zaten en welke verschillen er overbrugd moesten worden. Een soort Robinson-Island, waarbij iedereen wist dat er aan het einde van de week een partij weggestemd zou worden. De grote vraag was wie?
De voorkeur van GroenLinks is van meet af aan duidelijk geweest. Vier jaar geleden streefde ik als lijsttrekker al voor een paars-groene coalitie. De toenmalige winnaar, de PvdA sloot elke samenwerking met de VVD toen echter uit. Resultaat: geen paars, maar een coalitie met PvdA, CDA en GroenLinks. En eerlijk is eerlijk, de samenwerking met het CDA is in die jaren meer dan plezierig geweest. Nu stond ik gesteld voor de keuze tussen PvdA en CDA. Dan mag het voor iedereen duidelijk zijn dat voor GroenLinks tussen die twee de PvdA de meest logische inhoudelijke bondgenoot is. Dat geldt niet voor de VVD, die inhoudelijk meer op een lijn zit met het CDA. En het gold ook niet voor D66, die te weinig vertrouwen had in de financiële onderbouwing van de PvdA-voorstellen. En zo werd het op die bewuste zaterdagmiddag ook exit PvdA.
De grote vraag is voor velen waarom GroenLinks toen ook niet is opgestapt. GroenLinks heeft altijd vastgehouden aan de eigenstandige positie. De PvdA is een inhoudelijke bondgenoot op veel sociale thema’s. Maar we zijn niet de bijwagen van de PvdA, die mag aanschuiven aan de onderhandelingstafel wanneer de PvdA dat schikt. We hebben immers ook andere bondgenoten: op milieuthema’s trekken we makkelijker op met D66 en als het gaat om de landschappelijke kwaliteit van het buitengebied is naast D66 ook de VVD een goede bondgenoot. Dus GroenLinks bleef zitten. Om te ontdekken of er in de onderhandelingen genoeg groene en linkse punten binnen te halen waren. Als we weglopen, doen we dat om de inhoud, niet om de poppetjes aan de tafel.
Sommigen denken dat als de GroenLinks-delegatie het maar hard genoeg had gespeeld, de PvdA nog steeds aan tafel gezeten had. Dat is niet zo. Een coalitie VVD, D66 en CDA heeft een nipte meerderheid van twintig zetels. Deze rechtse coalitie kon echter op voorhand rekenen op gedoogsteun van de twee rechtse splinters: Leefbaar en Trots. Ze zouden hun rechterbeen er voor geven om links buiten het bestuur te houden.
En zo werd de informatie de formatie. Met nog vier partijen aan tafel en een PvdA die de komende jaren de oppositiebankjes zal bezetten. Dat is niet zoals GroenLinks het zelf op dat moment het liefste had gezien. Het beeld dat GroenLinks de PvdA ‘gewipt’ zou hebben, zoals de sociaal-democraten de afgelopen weken schetsen, is dan ook volstrekte kul. Nu gun ik het deze partij dat ze publicitair hun pijlen even op GroenLinks richten. Maar de PvdA zou zich ook eens kunnen afvragen waarom zij voor een aantal andere partijen zo een ongewenste gesprekspartner blijkt te zijn.
Het gaat tijdens de verkiezingsdebatten al weken lang over lijstjes. Bezuinigingslijstjes. Want de gemeente Breda heeft een structureel tekort van 4,9 miljoen. Daar komen nog tien tot dertig miljoen Rijksbezuinigingen bovenop, afhankelijk van de mate waarin het volgende kabinet haar financiële tekorten gaat verhalen op de gemeenten van Nederland.
Het was VVD-lijsttrekker Klaas Dijkhoff die als eerste een lijstje presenteerde met daarop 24 miljoen aan structurele bezuinigingen. Vervolgens heb ik namens GroenLinks ook een pakket maatregelen gepresenteerd met een geïndiceerde besparing van 34 miljoen. Ten slotte maakte ook D66 haar complete lijstje openbaar, met in totaal 30,5 miljoen aan besparingen.
Het CDA hield zich tamelijk afzijdig in de discussie, de PvdA koos zelfs de frontale aanval. Lijstjesfetisjisme, noemde lijsttrekker Marja Heerkens het, maar kon niet verhullen dat ze zelf geen enkel idee had om de begroting weer op orde te krijgen. Daarbij, zo zei Heerkens, vond zij het angstzaaierij om nu al bedragen te noemen terwijl de exacte hoogte van het totaal aan noodzakelijke bezuinigingen nog volstrekt onbekend was.
En toen kreeg ik gisterenavond ineens de cijfers in handen. Drie scenario’s voor de stad. De toekomst bleek nog veel donkerder te zijn dan we al dachten. In het meest gunstige geval 25 miljoen bezuinigen, in het ergste geval zelfs 60 miljoen. Ruim anderhalf keer meer dan wij voor mogelijk hielden. Cijfers die bij diezelfde PvdA-leider al lang bekend waren maar om politieke redenen niet naar buiten mochten komen.
Ik ben niet in de politiek gegaan om om opportunistische redenen belangrijke informatie achter te houden. Ik ben de politiek ingegaan om te doen wat in het belang is voor de stad. Het is in belang van de stad om met open vizier te praten over de moeilijke keuzes en zware tijden die we tegemoet gaan. En het is in het belang van de kiezer om te weten wat voor scenario’s de partij waar hij of zij op wil stemmen, klaar heeft liggen.
Voila, U kunt kiezen. GroenLinks, met een pakket dat gericht is op versobering, mensen naar werk geleidt daardoor wel bespaart op sociale zekerheid, maar deze niet afbreekt. Of de VVD en D66, die inzetten op een veel kleinere en minder actieve overheid. Dat zijn allebei duidelijke keuzes.
Of U kunt kiezen voor de partij die al weken weet dat het probleem veel groter is dan iedereen vermoed, die al die tijd niets gedaan heeft – geen plan, geen ingrepen, niets – behalve de informatie over de omvang van de tekorten angstvallig tegen de borst gedrukt te houden.
De Partij van de Aanpak, noemen ze zich. Partij van de Achterkamertjes lijkt me meer geschikt.
U zult begrijpen dat ik de informatie die ik kreeg – en die kennelijk tot de dag na de verkiezingen geheim moest blijven – direct gedeeld heb met mijn collega-lijsttrekkers en met de pers. Ik zit in de politiek in het belang van de stad. En niet voor welk ander belang ook.
Soms zit het leven even niet mee. Bijvoorbeeld als je je algemene beschouwingen aan het voorbereiden bent en je vergeet ‘m vervolgens op te slaan. Het zijn kleine ongemakken, maar desondanks ongemakken.
En dus liep ik de Raadszaal in met slechts een half a4-tje, een notitieblok en een vulpen. Ik was gelukkig pas de vijfde spreker. Dus een dik uur en een lamme hand later kon ik alsnog een volwaardige bijdrage leveren. Ware het niet dat ik soms wat moeite had met het lezen van mijn eigen handschrift.
Maar dat is dan ook geen 14-punts Verdana met regelafstand van anderhalf.
Het was raadsvergadering. Met een nieuwe inrichting van de raadszaal, een geluidssysteem dat maar niet wilde werken en ook nog eens een drukke agenda. Er stonden immers bezuinigingsmaatregelen op de agenda.
Bezuinigingen leveren altijd discussies op. Het is immers niet goed, of het deugt niet. De één vindt dat er te weinig weggestreept wordt, de ander vindt dat het juist te veel is, of op zijn minst op de verkeerde zaken. En weer een derde vindt het too little, too late en ook nog eens ongeloofwaardig. Zoveel partijen, zoveel smaken.
Wat me opviel was dat juist de collega-coalitiepartijen allemaal beweerden dat de bezuinigingen voor de burger niet merkbaar zouden zijn. Onzin, vond ik, bezuinigingen doen pijn en laten we daar nu ook eerlijk in zijn. Bezuinigingen waarvan niemand iets merkt bestaan niet, tenzij je al jaren geld over de balk smijt. En dat idee heb ik in ieder geval niet.
Er was op het einde nog ruimte voor het Vragenuur. Ik kwam nog even terug op vragen die ik al eerder gesteld had over het Autisme Informatie Centrum. Ik was aanvankelijk niet zo tevreden met de schriftelijke beantwoording. Het nieuwe antwoord van de wethouder beviel me al een stuk beter.