Campagne – wo 23 sept. 2009

Ik mocht, nee sterker, ik moest in Eindhoven een presentatie geven over de gemeenteraadscampagne.

Leuke bezigheid met ook enthousiaste mensen en goede ideeën. Alleen jammer dat ik daardoor, en door een onverwacht veranderde dienstregeling mijn laatste trein naar Breda miste.

Waardoor er slechts één existentialistische vraag overblijft: betaalt de baas ook de taxi-rekening?

C2000 – do 17 sept. 2009

C2000
C2000

Of het nu de Schipholbrand is, de aanslag tijdens Koninginnedag, het gecrashte vliegtuig van Turkish Airlines of onlangs nog de rellen in Hoek van Holland, in alle gevallen heeft het vijf jaar geleden ingevoerde communicatiesysteem voor de hulpdiensten, C2000, gefaald. Dat terwijl juist bij calamiteiten, communicatie tussen de verschillende hulpdiensten, essentieel is.

Grofweg zijn er, vooralsnog, drie problemen aan te wijzen rond C2000. Allereerst valt in gebouwen of in druk bebouwde omgeving de verbinding van de portofoons of mobilofoons regelmatig weg. Ten tweede blijken de digitale masten die gebruikt worden voor C2000 de grote behoefte aan communicatie tussen hulpdiensten vaak niet aan te kunnen. Dit geldt met name in gebieden met een lage dekkingsgraad. Ten derde blijkt C2000 ook nog ‘weggedrukt’ te kunnen worden door ander gebruik van communicatieapparatuur, zoals mobiele telefonie. Tot slot blijkt het systeem dermate complex, dat er ‘verkeerd gebruik’ zou worden gemaakt van de mogelijkheden. Juist tijdens calamiteiten zou het systeem nodeloos omslachtig zijn in het gebruik?

Het is aannemelijk dat problemen die zich elders hebben gemanifesteerd, zich ook in Breda kunnen voordoen of wellicht al hebben gedaan. GroenLinks snapt eerlijk gezegd dan ook niet dat de rijksoverheid een dergelijk onvolkomen systeem op grote schaal heeft doorgevoerd. Ook in Breda is er een zeker risico op calamiteiten, bijvoorbeeld door het vervoer van gevaarlijke stoffen over de Brabantroute, de ingebruikname van de Hoge Snelheidslijn of vliegbeweginge van en naar vliegbasis Gilze-Rijen. Hoewel deze risico’s klein zijn, wil GroenLinks er zeker van zijn dat in het geval van calamiteiten een adequaat communicatiesysteem voor handen is. Zolang C2000 daarin tekort schiet, moet er een back-up systeem zijn, bijvoorbeeld het oude, analoge systeem.

Reden voor mij om de volgende vragen aan het college van Burgemeester en Wethouders te stellen.

  1. Hoe zijn vooralsnog de ervaringen met het C2000-systeem in Breda en verzorgingsgebied? Heeft er zich de afgelopen vijf jaar een moment voorgedaan waarop het systeem grootschalig ingezet moest worden?
  2. Is in Breda de bereikbaarheid en inzetbaarheid van C2000 getest? Zo ja, wat waren hiervan de resultaten? Zo nee, acht U het raadzaam om in kaart te brengen welke beperkingen in de verbinding het systeem in Breda kent?
  3. Zijn er in Breda momenten geweest waarop de inzet van het C2000-systeem niet naar behoren is verlopen? Zo ja, op welke momenten was dit en wat was de aard van de tekortkomingen? Welke invloed hebben deze gehad op het verloop van de hulpverlening?
  4. Hoe is in Breda de dekkings van het C2000-netwerk? Hoeveel gespreksgroepen kunnen er in Breda gelijktijdig gebruik maken van C2000? Hoe is dit in de gebieden met een lage dekking?
  5. Beschikken de hulpdiensten in Breda over extra, mobiele zendmasten die bij evenementen in een gebied met een beperkte dekking, kunnen worden ingezet? In het geval van een calamiteit, zou het mogelijk zijn snel extra mobiele masten op te richten?
  6. Is het bekend of het signaal in Breda voldoende sterk is om ook binnen gebouwen verzekerd te zijn van een optimaal bereik zonder uitval?
  7. Welke ervaringen en eventueel klachten hebben de hulpdiensten in de regio over C2000? Klopt het dat het systeem in het gebruik, met name tijdens calamiteiten, als complex ervaren wordt? Is het gebruikersprotocol rond C2000 voor de gebruikers voldoende helder?
  8. Is het nodig om, daar waar verkeerd gebruik de oorzaak is van het slecht functioneren van C2000, extra te investeren in cursussen in het gebruik van C2000? Bent U bereid dit te organiseren?
  9. Bent U met ons van mening dat, indien C2000 ook in Breda niet optimaal functioneert, het verstandig is om een back-up systeem te hebben? Is het oude systeem hiervoor inzetbaar? Is het mogelijk om beide systemen samen te voegen tot een hybride systeem?

Met 2000 groeten,

Selçuk Akinci
Fractievoorzitter GroenLinks Breda

Drugscene – wo 16 sept. 2009

 

Familie-zak wiet
Familie-zak wiet

 

Op de agenda van de commissie bestuur stond een rapport over de Bredase drugsscene. Koren op de molen van CDA-raadslid Erkal Uçerler om weer eens alle repressieve maatregelen uit de kast te halen, variërend van een pasjessysteem tot – zijn ultieme droom – sluiting van alle shops.

Al jarenlang gaat het CDA ervan uit dat wanneer de toegang tot coffeeshops wordt ontzegt, de behoefte aan soft-drugs verdwijnt. Telkens komt de fractie daarom met repressieve ideeën, hetzij de sluiting van coffeeshops, hetzij nu weer de invoering van een pasjessysteem. Het blokkeren van de ingang leidt echter in geen enkel geval tot vermindering van soft-drugsgebruik. Nu is het de vraag welk doel het CDA voor ogen heeft. Voert de partij een ideologische oorlog tegen alles wat met drugs te maken heeft, of wil zij de overlast en ongewenste gevolgen van druggebruik zoveel mogelijk beperken? Laat ik uitgaan van het laatste. In dat geval moet Breda vier stappen zetten naar een vrijer drugsklimaat.

1. De Bredase coffeeshops zijn vrij toegankelijk voor iedereen boven de 18
Hoe gek het ook lijkt, er is weinig verband tussen het bestaan van coffeeshops enerzijds en het gebruik van drugs anderzijds. Ik heb zelf een jaar in Engeland gewoond, waar geen shops waren. Het was geen enkele belemmering voor mijn huisgenoot, een student filosofie, om elke dag weer aan voldoende ‘splifs’ te komen. Het enige verschil, hij kocht zijn spul via straathandelaren, die naast hasj en weed ook tal van andere, minder onschuldige drugs op voorraad hadden. De coffeeshops in Breda verkopen uitsluitend softdrugs. De verleiding om van soft-drugs over te stappen naar andere drugs is hier dus minimaal.

Wanneer mensen niet in een coffeeshop terecht kunnen, zoeken ze automatisch naar alternatieven. Dat is ofwel een andere gemeente, ofwel de straathandel. Die illegale handel brengt extra overlast met zich mee en is oncontroleerbaar. Daarnaast beperkt de illegale handel zich niet tot de verkoop van hash en weed. Met hetzelfde gemak kan de klant ook aan xtc, ghb, crack en cocaïne komen. Drugs die de illegale handelaar maar wat graag verkoopt, vanwege de hogere winstmarges en de in sommige gevallen grotere verslavingskans. Een uitermate onwenselijk stukje ‘klantenbinding’. Een pasjessysteem wat voorziet in verkoop aan alleen de eigen bevolking leidt tot een toename van de illegale handel en het ontstaan van drugspanden. Wie dat wenst is niet goed wijs.

2. Breda handhaaft minimaal negen coffeeshops
Hoe kleiner het aantal shops, hoe groter de klantenkring. Daardoor verdwijnt de rust uit de coffeeshops en vindt er een monopolisatie plaats van de ‘achterdeur’. Die criminele achterdeur is een gedrocht dat de Haagse politiek zelf geschapen heeft dankzij het tweeslachtige gedoogbeleid. Soft-drugs mag legaal verkocht worden aan klanten, maar de kweek en toelevering van de voorraad is nog steeds illegaal. Zolang de achterkant niet gelegaliseerd is, moeten machtsconcentraties in het criminele circuit, zoveel mogelijk worden voorkomen.

3. Breda gaat lankmoedig om met kwekers
Elk zakje weed dat verkocht is, is ergens gekweekt. In sommige gevallen gebeurt dat in woonhuizen. Criminele bendes verleiden mensen, vaak in financiële problemen, tot het kweken van weed op zolder. Vaak met ondeugdelijke installaties en illegaal afgetapte stroom. Vanwege de brandgevaarlijke situaties moet hier actief worden opgespoord en vervolgd. Grootslalige thuiskwekers moeten, ongeacht of het hier een koop- of een huurwoning betreft, vervolgd worden op gevaarzetting. Een ander verhaal is het wanneer met professionele organisaties gekweekt wordt op loodsen en schuren in het buitengebied. De installatie is dan relatief veilig. Door lankmoedig om te gaan met controles buiten de woonwijken, wordt de gevaarlijke thuisteelt, met alle overlast die erbij hoort, ontmoedigd.

4. Breda vangt haar drugtoeristen op aan de rand van de stad
Nu Roosendaal en Bergen op Zoom hun shops hebben gesloten, zijn er voor de bewoners in West-Brabant weinig alternatieven meer buiten Breda. Hetzelfde geldt voor de drugtoeristen in België en Frankrijk. Nu zijn er twee soorten drugtoeristen: degene die behalve een coffeeshop ook de stad bezoeken. Voor hen is een bezoek aan de coffeeshop slechts een onderdeel van hun programma. Deze toeristen zijn, net als elke andere toerist, meer dan welkom. De andere groep komt hier alleen maar om hasj of weed in te kopen. Deze toeristen rijden hier naar toe, doen hun inkopen, nemen een blowtje en rijden vervolgens onder invloed terug. Dat bezorgt overlast. En kan daarom het best worden bediend met een coffeeshop buiten het centrum, aan één van de toegangswegen van onze stad. De burgemeester heeft dat onderwerp inmiddels taboe verklaard. Kennelijk neemt hij de toestroom van drugtoeristen die niet meer in België en Frankrijk terecht kunnen op de koop toe.

Het is uiteindelijk Den Haag waar de keuze gemaakt moet worden om soft-drugs te legaliseren. Alleen dan kan er een echt consistent beleid gevoerd worden tegen vermenging van soft- en harddrugs, het tegengaan van overlast en het voorkomen van illegale thuisteelt. Elke andere richting die Den Haag aangeeft, maakt het voor de lokale overheid lastig om grip te houden op de drugscene. Tot het zover is, zal Breda zelf zijn eigen, vrijere drugsklimaat moeten scheppen om de overlast zo goed mogelijk te beteugelen. Een pasjessysteem hoort daar in ieder geval niet bij.

De Defibrillator – do 10 sept. 2009

defibrollator-alert
defibrollator-alert

In de commissie Mens en Maatschappij stond het AED-netwerk in Breda op de agenda. AED’s zijn auomatische electrische defibrillatoren, een soort externe startmotor voor je hart.

De reden dat het onderwerp op de agenda stond, was omdat er geklaagd was over de beperkte aanwezigheid van defibrillatoren in openbare gebouwen. Of, zoals je dat dan ambtelijk zou moeten omschrijven: het AED-netwerk is niet in heel Breda dekkend. Idealiter bevindt zich binnen een fietsafstand van maximaal drie minuten zo’n ding. Immers, zes minuten na een hartstilstand heeft reanimeren geen zin meer.

Ik ben er sceptisch over. Niet zozeer omdat ik het eng vindt dat de AED door leken bediend wordt: het ding is zo automatisch dat het weigert dienst te doen als het apparaat constateert dat de persoon in kwestie helemaal geen hartstilstand heeft. Ik heb moeite met het gegeven dat iedereen er maar meteen van uitgaat dat mensen met een hartstilstand ook altijd gered willen worden.

Er zijn mensen met een niet-reanimeerkaartje in hun portemonnee. Maar begrijpelijkerwijs is er in een crisissituatie waarbij de patiënt binnen zes minuten gereanimeerd dient te worden geen tijd om in andermans portemonnee te zoeken. En dus leiden de defibrillatoren tot ongewenste reanimaties.

Het is de maakbaarheid in de gezondheidszorg. We eten ongezond en bewegen te weinig, maar een hartaanval, die defibrilleren we wel weg. Als het moet zelfs met een perperduur, dekkend AED-netwerk. De moderne mens lijkt soms niet meer in staat te accepteren dat een enkeling het onfortuinlijke lot ondergaat midden op straat in te zakken vanwege een hartstilstand.

Wil dat zeggen dat ik tegen die AED’s ben? Nee. Op zich kan ik prima indenken dat met name op drukke openbare plekken naast een verbandtrommel ook een AED aanwezig is. En ook dat je binnen Breda altijd zo’n apparaat in de buurt hebt. Maar laten we elkaar geen illusies aanpraten: een netwerk waarbij je nooit drie minuten van zo’n ding verwijderd bent, is niet te realiseren. En zelfs als we dat zouden hebben, is de dood niet de wereld uit.

De Gekraakte – do 13 aug. 2009

Ontruiming. Foto: BN/DeStem
Ontruiming. Foto: BN/DeStem

Eergisteren is in de binnenstad van Breda het pand Grote Markt 29 gekraakt. Volgens de berichtgeving ging het hierbij om een pand dat al twee jaar leeg stond en waarvan de eigenaar weliswaar verbouwplannen had, maar deze niet kon uitvoeren aangezien het pand officieel nog verhuurd werd. Aan ondernemers die evenwel geen huur betaalden.

Volgens de berichtgeving heeft de afdeling Bouw- en Woningtoezicht vastgesteld dat het pand bewoonbaar is en er geen gevaar dreigt voor bewoners en omwonenden. Diezelfde berichtgeving stelt ook dat het OM geen acute actie voorziet. Desondanks is gisterenochtend overgegaan tot ontruiming. Vervolgens blijkt uit een verklaring van de politie dat het Openbaar Ministerie alsnog heeft geoordeeld dat er sprake is van een ‘wederrechtelijke kraak’ aangezien de eigenaar volgens het OM kon aantonen dat hij van zins was snel tot verbouwing over te gaan.

Opvallend is verder dat voor de ontruimingsactie Militaire Eenheden uit Utrecht zijn ingeroepen. Het ging daarbij om de speciale Brand- en Traangaseenheden die oorspronkelijk zijn opgericht om in actie te komen bij grootschalige voetbal- en krakersrellen en tegenwoordig alleen nog worden ingezet bij het verwijderen van actievoerders uit moeilijk toegankelijke plaatsen zoals bomen.

Ik zou mij niet zijn als ik het college er gisteren niet direct een paar vragen over gesteld zou hebben.

  1. Welke motieven en overwegingen hebben er binnen de driehoek toe geleidt dat de aanvankelijke opstelling dat van acute ontruiming geen sprake zou zijn is losgelaten en er alsnog tot ontruiming van Grote Markt 29 is overgegaan?
  2. Waarom is, gezien het gegeven dat er geen sprake was van enig spoedeisend belang, niet gekozen in deze zaak via de kortgedingrechter tot een oordeel te komen?
  3. Waarom is er, in tegenstelling tot eerdere uitspraken van de burgemeester dit niet te doen, voor gekozen om eenheden van buiten Breda in te zetten bij de ontruiming van Grote Markt 29?
  4. Welke aanleiding was er om de ontruiming door Militaire Eenheden te laten uitvoeren? Welke noodzaak was er om daarbij de speciale Brand- en Traangaseenheid van de ME in te zetten?
  5. Hoe verhoudt zich de inzet van bovengenoemde troepen tot de uitspraak van de Burgemeester en de meerderheid van de commissie Bestuur om, los van de gehuldigde standpunten omtrent kraken, te kiezen voor een ‘Bredaas Model’, waarin dialoog en de-escalatie centraal staan in het optreden van de politie in dergelijke gevallen?

De Behartiger – ma 3 aug. 2009

Autism Awareness Ribbon
Autism Awareness Ribbon

Ik kreeg een mailtje binnen van iemand met een autistische stoornis. Een heel beleefd en vriendelijk mailtje, met de vraag waarom Breda toch geen autisme-centrum had.

Nederland kent 22 Autisme Informatie Centra. Deze AIC’s zijn informatie- en documentatiecentra, bedoeld voor mensen met autisme, hun ouders, partners en andere familieleden. Ze bieden daarnaast gelegenheid voor lotgenotencontact. De AIC’s worden gerund door vrijwilligers, professioneel ondersteund door mensen van MEE en de Nederlandse Vereniging voor Autisme.

In Brabant zijn er AIC’s in Tilburg en Eindhoven. Ook in Breda wordt er al een tijdje aan gewerkt, maar desondanks wil het maar niet van de grond komen. Dat terwijl de gemeente Breda een centrumfunctie vervult en een AIC voor de doelgroep een welkome aanvulling zou zijn. Ter illustratie: alleen in Breda wonen al circa 2000 mensen die een vorm van autisme of aan autisme gerelateerde stoornis hebben. De AIC’s dragen bij aan het verspreiden van kennis over en begrip voor autisme en bieden mensen die zelf of in hun omgeving te maken hebben met autisme de gelegenheid om ervaringen uit te wisselen.

Ik deed wat een politicus in dergelijke gevallen altijd doet. Ik stelde er vragen over om het punt op de politieke agenda te krijgen. En zelden heb ik zoveel positieve reacties ontvangen. Waaruit maar één conclusie te trekken valt: het onderwerp leeft.

De Vragensteller – di 21 juli 2009

guldens
guldens

Niets te doen tijdens het reces? Welnee. Er zijn altijd wel journalisten te vinden die iets willen weten. En er is de Tour de France die ik de hele middag kan volgen op de televisie die normaal de hele dag op pagina 101 staat. En als je dan toch nog tijd over hebt, kan ik altijd nog een set schriftelijke vragen stellen aan het Bredase college.

Geacht college,

Het aantal aanvragen bij de gemeentelijke kredietbanken zal vanaf het derde kwartaal naar alle waarschijnlijkheid fors gaan stijgen als gevolg van de economische crisis en de daarmee gepaard gaande toename van de werkloosheid. Dit staat te lezen in het VNG-magazine nr. 17 van afgelopen weekeinde. Veel kredietbanken kampen nu al met toenemende werkdruk, niet als gevolg van de crisis, maar omdat het aantal klanten dat als gevolg van een scheiding in de problemen komt, toeneemt en doordat de financiële constructies die mensen aangaan steeds ingewikkelder worden en de gevolgen daarvan vaak nu pas zichtbaar worden.

Door de ongekend hard oplopende werkloosheid zal na de zomer het aantal mensen dat een aanvraag doet voor schuldhulpverlening ongetwijfeld nog verder toenemen. De vrees is dat daarmee de wachttijden ook fors zullen oplopen. Een wachttijd van enkele maanden is te lang en zorgt ervoor dat mensen onnodig veel verder in de problemen raken. Bij schuldhulpverlening is het van belang om zo snel mogelijk in te kunnen grijpen en mensen te begeleiden om te voorkomen dat de schuldenproblematiek verder toeneemt. Derhalve de volgende vragen:

  1. Is het aantal aanvragen voor schuldhulpverlening in het eerste halfjaar van 2009 toegenomen t.o.v. dezelfde periode in 2008? Zo ja, hoe groot is de toename?
  2. Hoe lang zijn de wachttijden bij de Kredietbank vanaf het moment van aanmelding?
  3. Is er voldoende bezetting om de te verwachten extra aanvragen voor schuldhulpverlening te kunnen behandelen?
  4. Is het mogelijk en bent U bereid (tijdelijk) extra personeel in dienst te nemen om de te verwachten hausse aan aanvragen tijdig te kunnen behandelen en mensen te begeleiden met hun financiën. Zo ja, op welke termijn kunnen deze mensen aan het werk gaan?

Met kredietwaardige groet,

Selçuk Akinci

De Archivaris – ma 20 juli 2009

Piet Hein plus twee dozen voormalig archief
Piet Hein plus twee dozen voormalig archief

En toen was het reces echt begonnen, ook in Breda. Geen lange maandagavonden op de fractie meer, maar op het terras. Of althans, dat zou je verwachten.

Ik had nog zo’n halve meter dossiers thuisliggen die ik kwijt wilde op de fractie. En fractiegenoot Piet Hein, die eens in de zoveel tijd een willekeurige stapel uit zijn werkkamer meeneemt had ook nog zoiets bij. En van al die dossiers moest gecheckt worden of ze al in het fractiearchief zaten.

Daarnaast werd het ook tijd om het flink uitgedijde archief ‘ns goed op te schonen. En hadden we die avond ongeveer elk belangrijk dossier uit twintig jaar politieke geschiedenis nog even vast. Honderden, duizenden pagina’s, elk met een eigen historie, een eigen verhaal. Die vervolgens zonder pardon bij het oud papier gesmeten werden.

De Wanbeslissing – di 14 juli 2009

Ridders van De Drie Hoefijzers
Ridders van De Drie Hoefijzers

Ik heb weleens gezegd dat een compromis de ergste vorm van besluitvorming is. Ten minste, als het een compromis betreft tussen twee totaal verschillende visies. Het uiteindelijke besluit kan immers niets anders zijn dan visieloos.

Er zijn drie manieren om tot een besluitvorming te komen. De consensus, het compromis en de concessie. Naar een consensus kan gezocht worden wanneer de verschillende partijen het redelijk eens zijn met elkaar. De concessie staat daar recht tegenover. De twee partijen verschillen diametraal met elkaar van mening, maar de één legt zich neer bij de mening van de ander in de hoop of verwachting dat de ander dit ook zal doen bij een volgend dossier waarover de twee van mening verschillen. Als laatste optie is er het compromis. Aan het besluit wordt net zo lang gesleuteld totdat beide kampen ermee kunnen leven.

In de praktijk blijkt echter dat het voorstel zo veranderd wordt dat geen enkele van de twee partijen zich er nog in kan herkennen. De enige reden dat een compromis-voorstel het haalt is omdat er een politiek proces aan voorafgegaan is waaraan de verschillende spelers zich gecommitteerd hebben. Het compromis is in veel gevallen dan ook het lelijkste wat de politiek kan voortbrengen.

De uiteindelijke uitkomst in het debat rond de horecatijden was zo’n compromis. Een lelijk misbaarsel. Een wanbesluit. Een gedrocht dat nooit het licht had mogen zien. Het heeft geleid tot een beleid waar zowel de voorstanders als de tegenstanders van verruimde openingstijden zich niet in kunnen herkennen. En achteraf snap ik niet meer om welke reden ik zo hard voor dat dossier gelopen heb. Behalve, behalve dan omdat het een proces was waar ik me aan gecommitteerd had.

Ik trek mijn handen ervan af. Ik wil geacht worden hier niets mee te maken gehad te hebben.