Homo Philosophans – do 12 apr. 2007

...

Met een leeg gevoel werd ik wakker. Kennelijk had de crematie van Johan meer indruk gemaakt dan ik vooraf had verwacht. Terwijl ik Johan niet ga missen.

Dat laatste klinkt nogal bot, maar ik kwam Johan sinds de sluiting van Poppodium PARA, waar we beiden vrijwilliger waren, nog maar enkele keren per jaar tegen. Mensen die je niet vaak meer ziet, mis je niet snel. Op een gegeven moment valt ineens op dat ze er niet meer zijn. Zo was hij bijvoorbeeld ook al jaren vrijwilliger bij Breda Barst. Dat was niet genoeg voor hem. Johan wilde meer betekenen voor de mensen om hen heen. Pogingen om iets met kleinschalige ontwikkelingshulp te doen, waren mislukt en kennelijk, zo concluderen we achteraf, voelde dat voor Johan – geheel onterecht – als falen.

De dienst eindigde met een nummer van Placebo, Song to say Goodbye. You are one of God’s mistakes / You crying, tragic waste of skin / I’m well aware of how it aches / And you still won’t let me in. Wrang, maar raak.

Hoe verwrongen ook de argumenten, uiteindelijk heeft iedereen in mijn ogen het recht om zichzelf van het leven te beroven. ‘Maar je hebt toch ook rekening te houden met je omgeving’, wierpen anderen tegen. Ja, natuurlijk, maar rekening houden met wil niet zeggen dat je verplicht bent om ongelukkig en tegen je zin je leven te blijven leven. Het is euthanasie zonder medische, maar wel met geestelijke noodzaak. Samengevat: zelfdoding is voor mij een recht waarvan ik hoop dat niemand er gebruik van zal en hoeft te maken.

Na de crematie doken we met een klein groepje de kroeg in, in de wetenschap dat we anders toch ook niets productiefs meer gedaan zouden hebben die dag. Ik proostte op al de keren dat ik Johan niet meer tegen kan komen.

Homo Memorans – wo 11 apr. 2007

song to say goodbye 

Het was stil in het crematorium. Slechts het geluid van krassende pennen op de condoleance-kaartjes vulde de ontvangsthal, en het abrubte gesnotter van mensen die faalden in hun poging het intense verdriet voor zich te houden en te bewaren voor de dienst.

Men hoort te zeggen dat het een mooie dienst was, maar dat was het niet. Het verdriet van de familie, vrienden en kennissen was heftig. De voorgangster zat er echter volstrekt naast. Toon, intonatie, zelfs het zalvend bedoelde glimlachje, alles riep irritatie en verzet op. ‘Mens, donder op’, was mijn inwendige gevoel.

Wellicht is het wel het gebrek aan een dader, die dat oproept. Want wie kun je nu de schuld geven van een zelfdoding? De dader ligt op het kerkhof, letterlijk. En dus wordt de voorgangster mikpunt van alle woede. Zij, de buitenstaander, de beroepsverdrietige die aan de lopende band verhaaltjes afwerkt. Die wel zegt, maar niet voelt. Die er niet bij hoort.

Johan was dertig jaar en had al een heel leven achter zich.

Homo Finiens – di 10 apr. 2007

onder gaan

Het was een drukke dag. Terug op Schiphol direct door naar mijn werk, daarna thuis even mijn bagage achterlaten en daarna door naar de fractie en een Breda Barstvergadering. Net toen ik de deur achter me dicht wilde doen ging de telefoon.

„Hoi, met Julie.”
„Hé, Julie, hoe gaat het.”
„Nou ja. euhm, hé, jij kende Johan toch?”

Meestal weet je dan al ongeveer wat er daarna gaat komen. In dit geval bleek het zelfdoding.

Homo Culturalis – ma 9 apr. 2007

De Schreeuw - Edvard Munch

De laatste dag in Oslo was gereserveerd voor het Munch Museet. De Schreeuw en de Madonna hingen er helaas niet aangezien deze in 2004 gestolen en in 2006 zwaar beschadigd teruggevonden werken nog steeds in reparatie zijn.

Vrolijk wordt je niet van de schilderijen van Edvard Munch. De Noorse schilder moet een getergd leven hebben gehad, getuige zijn nalatenschap van schilderijen en tekeningen. Want hoewel zijn meest tot de verbeelding sprekende ‘Schreeuw’ ontbrak, hing het minstens zo indrukwekkende ‘Angst’ wel in het museum en ook het bekende ‘Avond op Karl Johan’ loopt niet bepaalt over van levensvreugde.

Desondanks, of misschien wel juist daardoor, was de permanente tentoonstelling prachtig om ook eens in het echt te zien. De intense kleurcombinaties grijpen je soms bij de keel. Andere schilderijen tonen een immense vaalheid, laten je leeglopen, zoals ‘Dood in de Ziekenkamer’.

Het enige nadeel van het Munch Museet is dat alle schilderijen beschermd worden door een glazen plaat. Jammer dat dat tegenwoordig nodig is.

Homo Percurrens – zo 8 apr. 2007

Noors Naaldbos

Het mooie van de woning van mijn oom in Oslo is, dat je binnen enkele minuten midden in het bos staat. Op eerste paasdag besloten we een paaswandeling te maken.

Het weer was geweldig, ook al was het alles bij elkaar een tikkeltje koud. Laagjes dus, een winterwandelaar kleed zich in laagjes. Wie wil weten waar we ongeveer liepen kan 59 53′ 49.61″N, 10 52′ 42.43″E intoetsen in Google Earth of Google Maps.

De wandeling en de frisse lucht deed me goed. De avond ervoor was ik met één van mijn achterneefjes, Timurhan, de oudste zoon van nicht Mirhiban, naar de Griekse eet- en drinkgelegenheid Zorbas afgereisd om proefondervindelijk te weten te komen hoe het in Noorwegen met de bierprijs gesteld is.

Dat laatste leverde overigens nog een kleine ruzie op tussen hem en zijn jongere broertje Oğuzhan. Van vloeiend Turks schakelden ze ineens over op vloeiend Noors en schakelde ik nicht Mirhiban in als vertaalster. Oğuzhan wilde die avond liever naar de verjaardag van een goede vriend. Timurhan, de meest ‘Turkse’ van de twee, vindt dat familie boven alles gaat. Oğuzhan is westerser en vond in dit geval de verjaardag belangrijker. Ik kon me dat – als mede-westerling- wel voorstellen, zeker nadat ik hoorde dat de vriend in kwestie best wel een moeilijke tijd doormaakte.

Ik moest denken aan de ruzies die ik vroeger altijd met mijn broer heb gehad. Familie-reünies kunnen best wel confronterend zijn.

Homo Gentilis – za 7 apr. 2007

Hikmet met dochter (l), ons mam en ik.

De reden van mijn reis naar Noorwegen was om een bezoek te brengen aan de Noorse tak van de familie Akinci. Daar wonen de oudste broer van mijn vader, zijn zoon, twee dochters en vier kleinkinderen wonen er. Het leek mijn moeder een goed idee om ze nog eens te bezoeken en ik ging met haar mee.

De familie Akinci is een rare familie, met een paar nare karaktereigenschappen. De Akinci’s zijn nogal driftig, zelfs voor Turkse begrippen. En vrijwel iedereen reageert die drift af op andere mensen, door te gaan snauwen, schreeuwen of schelden. Deze eigenschap is het meest extreem bij de mannen in de familie en mijn vader is daarvan het meest extreme voorbeeld.

Ook mijn oudste neef Hikmet kon er wat van. Al toen hij nog kind was, waren mensen bang voor zijn woedeaanvallen. Tegelijkertijd is hij altijd erg begaan geweest met andere mensen. Kennelijk komen emoties binnen onze familie alleen maar in extremen.

Zo’n jaar of dertien geleden kwam ik Hikmet voor het laatst tegen aan de keukentafel van de Turkse woning van mijn oom Memmet. Het was een week voor zijn huwelijk en hij had een zwaarmoedige bui. Hij zag het huwelijk niet zitten. Zijn aanstaande vrouw was veel te veeleisend en ook de schoonfamilie kon hij wel schieten. ‘Dan doe je het toch niet’, adviseerde ik hem na een uur of wat. Hij keek me indringend aan. Enkele dagen later volgde hij mijn advies op door spoorloos te verdwijnen.

Inmiddels is hij getrouwd met een Noorse vrouw en heeft twee schatten van dochters, een tweeling. Wel heeft hij er zijn handen vol aan. Telkens wanneer ze te veel herrie maken, of stout zijn, loopt hij naar zijn dochters en fluistert met de meest zachte stem dat ze rustig moeten zijn, of dat iets niet mag. Met immens geduld voedt hij zijn kinderen op. Het was indrukwekkend om te zien hoe hij al zijn woede heeft weten te sublimeren in iets positiefs. Er is nog hoop voor de Akinci’s.

Homo Nudus – vr 6 apr. 2007

Vigelandpark - Gustav Vigeland

Eén van de meest bijzondere bezienswaardigheid in Oslo is het Vigelandpark, een deel van het Frognerpark in het westen van de stad. Het park telt honderden beelden van mensen in allerlei houdingen of met allerhande bezigheden. Naakt, wel te verstaan.

Ik stel me zo voor dat dit iets weergeeft van de ruimdenkendheid van de Noren. Het Vigelandpark begon namelijk een eeuw geleden zijn vorm te krijgen, toen de gemeente Oslo een plek zocht voor een door de beeldhouwer Gustav Vigeland gemaakte vierkante fontein. Er volgden meer beelden en tot zijn dood in 1943 is het Vigelandpark geworden tot wat het is: een eerbetoon aan de mens.

Zo’n openbaar vertoon van naakt zou in het Calvinistische Nederland in die tijd niet gekund hebben. En wellicht nu nog steeds niet. Maar de reactie van mijn inmiddels overleden Turkse grootmoeder, die decennia geleden het park eens bezocht, gaf nog het meest de botsing van culturen weer. Na het zien van al het naakt waste zij naar Islamitisch gebruik haar zonden weg, nog steeds in lichte shock van hetgeen ze had gezien.

Homo Perscrutans – do 5 apr. 2007

vlieg op!

Nu weet ik natuurlijk best dat de wereld sinds elf september niet meer hetzelfde is, maar dan ook alleen maar omdat iedereen dat de hele tijd zegt. Want even los van de politiek: in het dagelijks leven is vóór elf september en ná elf september een leuke oefening in zoek de verschillen.

Tot ik vandaag het vliegtuig wilde pakken naar Oslo. Toen kwam ik erachter dat de nationale coördinator terrorismebestrijding de afgelopen jaren stukje bij beetje onze nationale luchthaven heeft verandert in een Kafkaëske aaneenschakeling van detectiepoortjes en lange wachtrijen.

Het thuis inchecken mag dan tijd besparen; die besparing ben je voordat je de luchthaven goed en wel binnen bent al weer kwijt. Riemen en schoenen moesten in de meeste gevallen uit. Mensen hoefden, ten overstaande van de rest van de goegemeente, nog net niet poedelnaakt door de scanner heen, maar voor het overige deed het tafereel nog het meest denken aan een moderne variant van een slavenmarkt.

Hoe anders was dat anderhalf uur later, toen ik in Oslo aankwam. De bagage rolde binnen enkele minuten van de lopende band en er was zelfs geen paspoortcontrôle. Ik ben duidelijk meer fan van uitchecken dan van inchecken.

Homo Componens Hymen – wo 4 apr. 2007

verliefd, verloofd, verloren

Onderstaande Sonnet schreef ik – in een spontane opwelling van inspiratie – ter gelegenheid van het huwelijk van Solveig en Tadde in hun gastenboek, gemaakt van echte boomblaadjes. Tegen hun expliciete wens in overigens wel op een linkerpagina, maar ik blijf nu eenmaal eigenwijs.

Ik plaats het omdat Solveig enorm boos op me is dat ik op 24 februari geen aandacht aan hun huwelijk heb besteedt op mijn blog (zie gisteren). En omdat ze de moeite heeft genomen het gedicht over te tikken. En omdat het best wel mooi is natuurlijk.

De stad, zij ademt, alle dagen,
Elke straathoek vloekt en zucht,
Elke laan is op de vlucht,
En elke blinde muur heeft vragen;

Daar waar mensen samenkomen,
Daar waar warmte lonkt en wacht,
Hier, waar samen wordt gebracht,
Hier, waar nachten lang van dromen;

Op deze bladeren van papier,
Op deze avond van plezier,
Op een gelukkig leven uit zal monden;

Dertien regels slechts, nogal summier,
Voor liefde, want die toont zich hier,
Waar twee mensen zich hebben gevonden.

Homo Posterus – di 3 apr. 2007

foto: Cor Viveen-BN/DeStem

Er zijn drie manieren om Solveig tegen te komen. Tijdens een raadsvergadering, tijdens een feestje of als er weer eens iets mis is met de trein. Vanochtend was er iets mis met de trein. Geen feestje dus.

Het was opvallend druk in de stationshal voor de tijd van de ochtend. Dat is meestal geen goed teken en dat bleek inderdaad zo te zijn. Treinverkeer tussen Tilburg en Breda bleek onmogelijk vanwege een verkeerd aangesloten glasvezelkabel.

Ik twijfelde even of ik de stoptrein naar Dordrecht en Rotterdam van tien voor half zeven zou nemen, maar deed dat niet, omdat de eerstvolgende volgens het informatiebord wel gewoon zou rijden. Informatie die werd gerectificeerd toen de stoptrein net vertrokken was.

Dat was ongeveer het moment waarop ik Solveig tegenkwam. En hoewel zij vrolijk op de eerstvolgende intercity naar Den Haag van 7.09u wilde wachten, die volgens het informatiebord ècht zou komen, wist ik haar over te halen geen verder risico te lopen. Dat laatste bleek de verstandige keuze. In de trein hoorden we dankzij berichten om ons heen steeds duidelijker hoe er zich tussen Tilburg en Breda een ware spoorwegramp begon af te tekenen.

We spraken wat over de lokale politiek en over haar kersverse huwelijk. Solveig liet me weten teleurgesteld te zijn over het feit dat ik niets over haar huwelijksfeest (24 febr) had geschreven op mijn blog. Ik antwoordde haar dat ik nu eenmaal niets leuks over huwelijken weet te schrijven. Ik wist het goed gemaakt. Ze moest het Sonnet dat ik in hun gastenboek had geschreven maar eens overtikken en mailen. Dan zou kan ik dat nog wel eens publiceren.

Om tien voor negen kwam ik aan op mijn werk. Anderhalf uur later dan normaal en nu al moe.