Homo Salvus – do 14 febr. 2008

stadhuis Breda

Ik mocht van de logopediste eigenlijk nog niet zoveel praten. „Doe maar alsof je in de ziektewet zit”, zei ze. Ik had dus besloten al mijn werkzaamheden dan maar op therapeutische basis op te pakken. Vanavond was het raadsvergadering.

Gelukkig hoefde ik, nog steeds zwak van stem, niet uitgebreid het word te voeren. Slechts twee punten hoefde ik te behandelen: de erfgoednota en het nieuwe volksgezondheidsbeleid.

In dat nieuwe beleid zijn de speerpunten onder meer het voorkomen van roken, overmatig alcoholgebruik en seksueel overdraagbare aandoeningen. Dat juist ik namens onze fractie voordvoerder was, was dan ook pure poëtische rechtvaardigheid.

Ik deed de wethouder het voorstel om van gemeentewegen maar gratis condooms uit te delen, bijvoorbeeld via scholen. Het is een typisch GroenLinks-punt dat ook in andere gemeenten en landelijk wordt uitgedragen. De bijna 78-jarige en vertrekkende wethouder Schoenmakers reageerde op dat voorstel opvallend positief.

Dat in tegenstelling tot de burgemeester, die mijn slotopmerking „als we dan toch dingen gratis maken, eerst rijen, dan fietsen”, refererend aan een eerder voorstel om de fietsenstallingen gratis te maken, iets te onparlementair vond.

Homo Condens – ma 11 febr. 2008

Fisherman's Friend

„Had je al eerder last van je stem”, vroeg de logopediste waar ik na de verwijdering van een poliep op mijn stembanden naar toe moest. „Nee, niet echt”, antwoordde ik, „hooguit anderen.”

Omdat de poliep mogelijk is veroorzaakt door verkeerd stemgebruik, moet ik opnieuw leren praten. Dus plant de logopediste mijn agenda helemaal vol. Ademhalingsoefeningen met woorden waarin vooral vaak de letters z, v en ng in voorkomen. Ik voel me weer helemaal kind, maar dan op een onprettige, licht gênante manier.

En het is ook beter als je nog even niet rookt, voegde ze me aan het einde van de sessie nog even toe. „En ik ruik dat meteen.” Niets bleek minder waar. Fishermen’s Friend is inderdaad sterk spul.

Homo Recuperans – zo 10 febr. 2008

Gaulioses

„En, mag je al weer praten?”, vroeg Joris enigszins retorisch nadat ik de telefoon had opgenomen met de woorden „hallo, met Selçuk.” Om vervolgens mede te delen waar ik die avond met mijn vrienden een biertje zou gaan drinken.

Ze wilden wel eens horen hoe helder mijn stem klonk na de verwijdering van de poliep. Sterker nog, daar hadden ze zich de hele dag al zo op verheugd, dat ze ‘s middags ook maar vast wat gedronken hadden. Althans, dat maakte ik ervan. De echte reden lag er waarschijnlijk in dat het gewoon gezellig was.

Ze kwamen bedrogen uit. Mijn zojuist geopereerde stembanden waren nog zwak en ik klonk vrijwel net zo hees en rasperig als eerder. Daarbij kon ik ongeveer net zo veel volume creëren als een transistorradio met vrijwel lege batterijen of een goedkoop merk shampoo.

„Je kan beter je mond houden”, kreeg ik te horen. Een opmerking die ik wel eens vaker te horen krijg, maar zelden zo goed bedoeld was als nu.

Homo Mutus – vr 8 febr. 2008

schrijfschriftje

„Biertje”, sms-te Piet Hein, die normaal nooit sms-t, donderdagavond. „Goed”, sms-te ik terug. Twintig minuten later arriveerde ik, niet vies van een experiment, met schriftje en pen in Café de Beyerd.

Piet Hein keek me enigszins verbaasd aan toen ik driftig begon te schrijven naar zijn welgemeende goedenavond. Hij was mijn stembandoperatie en de daaropvolgende stemrust die ik in acht moest nemen geheel vergeten.

Het viel alleszins mee. Het is soms snel schrijven, maar zelfs zonder stem is het best gezellig in de Beyerd. Het enige vreemde was dat mijn medestamgasten het idee hadden dat ze mij terug moesten schrijven. Wat natuurlijk vrij belachelijk is. Ik mag wel stom zijn, maar niet doof.

Homo Delirus – do 7 febr. 2008

stilte

In onleesbaar handschrift schreef ik op een briefje dat ik zin had in een sigaret. Ik was zojuist ontwaakt uit een narcose en had werkelijk gedroomd dat ik op het schoolplein van mijn oude middelbare school een sigaret had opgestoken.

Waar het hart van vol is. Want de komende 2 à 3 dagen is het voor mij strikt verboden ook maar iets te roken. Zelfs rokerige ruimtes zijn taboe. En praten mag ook niet. Zelfs hoesten en kuchen is uit den boze. Zojuist heeft de KNO-arts een levensgrote poliep van mijn stembanden verwijderd.

Mijn moeder, wier zorginstincten weer helemaal boven kwamen drijven bij het bericht dat ik geopereerd moest worden, heeft me nu in haar huis opgenomen om me te verzorgen. Niet dat ik enige verzorging nodig heb, maar goed, ik laat het maar gebeuren.

Overigens leek de KNO-arts het allemaal wel grappig te vinden. Een politicus die drie dagen stemrust in acht moet houden. En hij heeft gelijk, het is natuurlijk ook allemaal ontzettend grappig. Een Selçuk die niet mag roken, niet mag praten en niet de kroeg in mag.

Gelukkig is het maar voor een paar dagen. Anders had ik liever een been laten amputeren.

Homo Canorus – wo 6 febr. 2008

gitaar

Aangezien ik de volgende dag aan mijn stembanden geopereerd moest worden om een reusachtige poliep te verwijderen, leek het me een goed idee om nog maar een laatste avond in de kroeg te zitten. Er kan immers zoveel fout gaan in een operatiekamer.

Omdat ik na de operatie enige tijd stemrust in acht zou moeten nemen en het ook zeer wel mogelijk is dat mijn stem daarna bij lange na niet meer zo rauw zal klinken, besloot de voltallige cliëntèle van de Boulevard dat het wellicht een goed idee was om de huidige klank van mijn stem voor het nageslacht te bewaren. En dus fietst ik even op en neer naar huis om een gitaar en een bandrecorder te gaan halen.

Hierbij het resultaat: een wat krakkemikkige opname van het lied ‘I’ll hope that I don’t fall in love with you’ van Tom Waits. Maar dan door mij gezongen en door barman Pascal Waisapy gespeeld. Zeg nu zelf, vrijwel niet van het origineel te onderscheiden.

Homo Iacens – ma 21 jan. 2008

Het was achteraf niet zo verstandig om na de nieuwjaarsreceptie van GroenLinks nog te blijven hangen. En al helemaal niet om vervolgens ook nog een fles whiskey open te trekken. Ik kon mijn alcoholische escapade voor de KNO-arts dan ook niet verhullen.

Ik had expres een vroege afspraak gemaakt, in de veronderstelling dat de wachtkamer om negen uur nog niet vol zit. Het tegenovergestelde bleek waar. Pas na een kwartier of drie was ik aan de beurt. Ik vertelde hem ver mijn permanente heesheid en dat mijn huisarts niet veel nuttigers kon zeggen dan dat ik moest stoppen met roken. „Ach ja”, antwoordde de KNO-arts nonchalant, „dat kan natuurlijk nooit kwaad”.

De medische stand blijft zich doorontwikkelen, zo ondervond ik. In plaats van een houtje kreeg ik een ijzeren staafje in mijn mond en moest ik niet ‘aaa’ maar ‘iiii’ zeggen. Vervolgens ging de KNO-arts met een glasvezelkabeltje mijn neus in om zo mijn stembanden eens goed te kunnen bekijken. Sowieso al niet een echt fijn gevoel, maar al helemaal niet als je drie uur eerder nog een laatste glas whiskey op hebt.

De dokter had het snel bekeken. De poliep was, als ik de arts mag geloven, dan ook moeilijk te missen. Te vergelijken met Jantje Smit, zei de arts, waarna ik me af begon te vragen of het ding even groot was als de poliep van Jan Smit, of misschien wel Jan Smit zelf.

Over enkele weken ben ik er vanaf.