Zion – zo 4 jan. 2009

 

Perlita, ikzelf, Sebi en Salo

 

De familie van Sebi heeft van een deels Joods-Lithouwse achtergrond. Via de mannelijke lijn overigens. Toch noemen zij zich joden, zij het van het meest seculiere soort.

Drie dagen eerder zong ik voor Sergio het enige Jiddische lied dat ik uit mijn hoofd kende. Het ontroerde hem. En vervolgens belde hij zijn eveneens joodse zwager op en moest ik over de telefoon het lied opnieuw zingen. Joden hebben gevoel voor melancholie.

De voortdurende strijd in Israël boeit ze doorgaans nauwelijks. Het zijn geen zionisten. Er werd zeer genuanceerd over de Israëlisch-Palestijnse zaak. Maar nu Ernesto werd opgeroepen, komt een strijd waar ze niets mee van doen hebben, ineens toch heel dichtbij. En voor het eerst dacht Ernesto er over na om samen met vrouw en kinderen Israël te verlaten en te verruilen voor Uruguay. Niet omwille van de Palestijnse raketten die hij, woonachtig vlak bij de gazastrook, dagelijks over zich heen krijgt, maar vanwege de Israëlische overheid die nu van hem vraagt om zijn leven te riskeren voor een militaire actie in Gaza.

Pan de Azúcar – zo 4 jan. 2009

Wenteltrap aan de binnenkant van het kruis

Het was niet gepland, maar we hadden geen betere dag uit kunnen zoeken om de Pan de Azúcar en het daarop gebouwde, 35 meter hoge betonnen kruis te beklimmen: de dag des heres.

De klim is ongeveer 423 meter en daarmee, enkele steilere stukken daargelaten, zeer goed te doen.

Ook mooi: tijdens de verkenningstocht door Piriàpolis vonden niet alleen Sebi (een korte broek) en Perlita (een nieuwe bikini) maar ook ik wat ik zocht. Twee knoopcelbatterijen voor de belichtingsmeter van mijn camera in een, nota bene op zondag geopend horlogewinkeltje in Piriàpolis, voor de voor deze speciale gelegenheid geheel op Europese toeristen afgestemde prijs van niet minder dan 240 pesos. Wat omgerekend toch al gauw zo´n 7,5 euro is. Het kon me niet deren. Ik kon foto´s maken. Echte foto’s. Op een fotorolletje.

Die middag hoorde Salo dat zijn broer Ernesto, woonachtig in Israël, was opgeroepen om dienst te doen in het leger. Terwijl wij aan de Rio de Plata genoten van het uitzicht van de ondergaande zon, was de Israëlische overheid bezig met de voorbereidingen van een oorlog in Gaza, met het leven van de inwoners van Gaza en het leven van de opgeroepen Israëlische burgers, als inzet. Lees verder “Pan de Azúcar – zo 4 jan. 2009”

Mosqui-bar – za 3 jan. 2009

Het was inmiddels de vierde dag van de vakantie en nog steeds kon ik geen foto´s maken. De twee knoopcelbatterijen van de belichtingsmeter van mijn  Nikon F2 waren leeg.

Eerder had ik al tevergeefs op de winkelpromenade op vliegveld Zaventem, de fotoshop in Montevideo en bij de kiosk van Sergio gevraagd om knoopcelbatterijen (een woord overigens waarvan niemand ons kon vertellen wat dat in het Spaans zou kunnen zijn). Ik weet dus ook niet zeker (op het moment dat ik dit schrijf ben ik op het vliegveld van Belèm de tien uur tussen twee vluchten aan het overbruggen) of de foto van de Mosqui-bar op de camping in Piriapolis die ik zonder belichtingsmeter heb gemaakt, is gelukt. Desondanks is het de moeite waard om enige woorden aan dit etablissement te wijden.

De Mosqui-bar is een zelfgebouwd openluchtbarretje van hout op een camping in Piriapolis die wordt geexploiteerd door de vakbond van personeel dat werkzaam is in het bankwezen. Het is een keurige gezinscamping met goede voorzieningen, waar Salo, de neef van Sebi, met zijn hele familie de gehele zomer vertoefd. Anderen zijn net iets minder extreem en blijven slechts enkele weken. In in de weken dat ze er niet permanent verblijven, zijn ze er ook, maar dan alleen in de weekeinden. Piriapolis, voor alle duidelijkheid, ligt aan het strand. En de Mosqui-bar, voor alle duidelijkheid, ligt dus op de camping en is de uitvalsbasis van de groep vrienden die elkaar door het jaar heen in Montevideo, en in de zomer op de camping in Piriàpolis terft.

Zo rond tweeën, enkele uren nadat we Montevideo hadden verlaten en ook al een duik in de rivier (Piriapolis ligt nog net voor het punt waar de Rio de la Plata verandert in de Atlamtische Oceaan) hadden genomen, vervoegden wij ons bij de rest van de mensen in de Mosqui-bar. Hier werd ook het gelegenheidstrio gevormd van Sebi op gitaar en Pertila en ik op stem en, waar voor handen, allerhande voorwerpen die dienst konden doen als percussie. Ons repertoire van liedjes die we steeds zo ongeveer voor de helft kenden (en wij waren derhalve genoodzaakt waren de andere helft er ter plaatse bij te verzinnen, iets dat prima gaat aangezien er nauwelijks Uruguayanen zijn die voldoende Engels beheersen om door te hebben dat je onzin loopt uit te kramen en ook nog eens de halve liedjes kennen die wij vol overtuiging zongen voor ona publiek).

Na de zoveelste roep om meer (autre, autre), wist Sebi dan ook niets beters dat het inzetten van Het Kleine Café aan de Haven, dat voor de gelegenheid („hoe heet deze tent hier?”) werd omgedoopt tot ‘daar in de Mosquito-bar op de camping.’

El Café – vr 2 jan. 2009

Op een Montevideaans terras met Perlita en Sebi

Sebi had me van te voren al gewaatschuwd en hij had gelijk. Het vinden van een lekker bakje koffie is in Uruguay niets minder dan een queeste.

In Uruguay heeft men de onhebbelijke gewoonte ´s ochtends een pot koffie te zetten en deze vervolgens in de koelkast te bewaren om deze koude koffie vervolgens, wanneer iemand zin heeft in koffie, over te schenken in een mok en op te warmen in de magnetron. Wat overigens verklaart waarom men in Uruguay standaard grote hoeveelheden melk en suiker in de koffie doet.

De Asado – do 1 jan. 2008

Asado

Wellicht is dit een goed moment om te vertellen dat ik doorgaans min of meer vegetariër ben, maar nu even niet.

Toen ik ruim anderhalf jaar geleden besloot vlees te mijden, had ik – mij is kennelijk een vooruitziende blik gegeven – een uitzonderingsclausule ingebouwd voor vakanties. In het buitenland geld voor mij het credo `when in Rome, do like the Romans do´. Of, in dit specifieke geval, de Uruguayanen. En wellicht is het dan ook een goed moment om uit te leggen dat Uruguayanen niets anders – en dan overdrijf ik werkelijkwaar slechts nauwelijks – eten dan vlees.

Dus had ik op de valreep van 2008 bij Roberto en Sergio al meer vlees op dan de rest van het voorbije jaar. En aangezien er van dat vlees nog een heleboel over was, werd daar de volgende middag, na een forse wandeling over de Rambla, ook nog gezamenlijk gelunchd. Uruguayanen gooien ´s avonds al hun vlees op de barbecue, en eten het vlees dat overblijft de middag daarop alsnog, maar dan koud. En, toegegeven, dat is ook koud best lekker.

Bienvenido Montevideo – wo 31 dec. 2008

Sebi en ik op een dakterras in Montevideo
Sebi en ik op een dakterras in Montevideo

Het vliegveld in Sao Paulo heeft een bar waar gerookt mag worden. In de rest van de luchthaven is roken strikt verboden. Helaas ging de bar pas om negen uur ´s ochtends open. Wat jammer was, aangezien wij toen al uren in transitmodus op het vliegveld vertoefden.

De ontvangst, enkele vlieguren later, in Montevideo was ongeveer net zo warm als het weer. Sergio, de vader van Sebi, stond samen met zijn vriendin Alicia klaar om ons mee te nemen naar zijn huis. Want, dat moet gezegd, hoe klein ze ook wonen en hoe onhandig het ook was, er was geen sprake van dat wij drieën niet in hun huis zouden verblijven.

De middag bezochten we Tia Dora en daarna de moeder van Sergio. Om vervolgens naar de kiosk van Sergio te gaan. Een kiosk die vooral dienst doet als ontmoetingsplek van vrienden en kennissen van Sergio en waar maar zelden iets verkocht wordt. Macro-economisch gezien is het voortbestaan van de kiosk volstrekt onmogelijk, maar wie maalt daar in een tijd van omkiepende banken nog om.

De jaarwisseling werd gevierd in de penthouse (heel klein huis, heel groot balkon) van Roberto en Sergio, waarbij voor de duidelijkheid even vermeld moet worden dat het hier een andere, jongere en dientengevolge ook veel knappere Sergio betreft dan de eerdergenoemde. Roberto en Sergio zijn samen een stelletje en dat is in Uruguay net ietsje bijzonderder dan in Nederland. Zo was dit niet alleen mijn eerste jaarwisseling buiten Nederland, maar ook meteen mijn eerste jaarwisseling bij twee homo´s thuis.

Homo Destingans – vr 1 aug. 2008

Belém - PA, Brazilië, (c) Google
Belém - PA, Brazilië, (c) Google

Het is geboekt. Er valt niets meer aan te veranderen. Geen annuleringsverzekering, het is definitief. Al stapelen de sterfgevallen zich binnen de familie op, ik ben in januari in Zuid-Amerika.

Vandaag kwam het verlossende telefoontje van Sebi: we vliegen vanaf Brussel naar Frankfurt en stappen daar over op de vlucht naar Sao Paulo. Daar wacht dan, als het goed is, de vlucht naar Montevideo. Totale reistijd: 25 uur en 40 minuten, waarvan 17 uur en veertig minuten vliegend, en acht uur wachtend.

Met deze ticket van een kleine duizend euro waren we er overigens nog niet. Er moest ook nog een interne vlucht naar Belèm in Brazilië. Ook een kleine zeshonderd euro. En misschien zit een bezoekje aan Buenos Aires er ook nog wel in.

Ik heb er zin in. En eigenlijk, zeker als ik op mijn werk moet aanhoren naar welke vakantiebestemmingen mijn collegae binnenkort allemaal vertrekken, zou ik morgen al willen vertrekken. Maar ik ben geduldig. Want wat is er nu heerlijker om op dertig december op het vliegtuig te stappen en ruim drie weken later gebruind terug te komen in een door de winter geteisterd Nederland.

Nu nog even kijken hoeveel het kost om mijn vlucht klimaatneutraal te maken. En hopen dat het niet zo koud wordt dat ik de elfstedentocht van januari 2009 ga missen.

Homo Vadens – ma 21 juli 2008

Amazone-rivier

Ik had na lange tijd weer eens met Sebi afgesproken. Het werd hoog tijd ons jarenoude plan eens naar zuid-Amerika af te reizen nu eens te concretiseren.

Brazilië, ergens midden in de Amazone, en Urugay, daar waren we het snel over eens. En eind december of begin januari. Daar kwamen we ook wel uit. En dat Sebi via internet op zoek zou gaan naar de goedkoopste tickets, dat eigenlijk ook wel. „Dus we doen het?” „Ja! We doen het.”

Dat ik daarna nog een aantal trekjes van zijn joint nam en vervolgens, ik heb een lage tolerantie voor thc, apestoned in de tram naar zijn huis zat, kon ook al niet deren. Ik moest de volgende morgen toch weer in Utrecht zijn, dus ik kon net zo goed op zijn logeerbed crashen.