Piet Hein ging verhuizen. Ik heb eerst uitgeslapen, daarna ben ik hem gaan helpen. Was gezellig, er was bier in huis.
Categorie: dagelijks leven
Vrijmibo – vr 15 okt. 2004

De files zijn onberekenbaar. Vandaag kwam ik al voor half negen in een volstrekt leeg Net3-gebouw. Het was nogal rustig op de wegen. Aangezien het kantoor nog op slot zat en niemand mij verteld had waar ik de sleutel kon vinden, ben ik in de rokersruimte maar wat vakliteratuur gaan lezen.
Vaste rookpartner is Jesse, die verantwoordelijk is voor de productie van een aantal NPS-programma’s op Radio 4. Eigenlijk is hij gestopt, maar daar valt bar weinig van te merken. Roken, drank en koffie horen nu eenmaal bij Radiomakers als het katholieke geloof bij de paus. Overigens geld voor politici ongeveer hetzelfde, dus ik bevind me in een behoorlijke risicogroep. Op een dag gaan er met gemak minstens zo’n twee liter koffie naar binnen.
Het Net3-gebouw bestaat uit twee vleugels: het prachtige pand van de VPRO, rechts van de centrale receptie, en het gecombineerde NPS/VARA-gebouw. Samen delen ze een aantal voorzieningen, zoals de VPRO-kantine en het VPRO-knipselarchief. Over dat laatste later overigens meer, want dat is een verhaal apart.
Er was op deze vrijdag wat raars aan de hand. Vanuit mijn raam (ik zit aan een klein bureau dat nog net paste tussen het raam en het einde van de andere twee bureaus op een oorspronkelijk voor twee mensen bedoeld kantoor), kijk ik recht bij de VPRO naar binnen. Daarvoor ligt een soort parkeerdak, dat tevens de bovenkant van de gezamenlijke ingang is. En daar liepen die middag een tweetal superhelden annex monsters annex cyborgs op springveren rond. Waarschijnlijk weer een progressief kinderprogramma van de voorheen protestantse omroep.
Tot slot nog een laatste begrip van NPS Radio 4: de Vrijmibo. Wie het weet, mag het zeggen. Volgende week het antwoord.
Koffie – do 14 okt. 2004

Om op tijd in Hilversum te zijn, gaat mijn wekker om zes uur af. Dat is voor mij ongekend vroeg. Totnogtoe kwam ik alleen maar zo vroeg mijn bed uit tijdens verkiezingen, als voorzitter van een stembureau. Rond een uur of zeven stap ik in de auto en, afhankelijk van de files, ben ik dan ergens tussen kwart over acht en kwart over negen in het mediapark in Hilversum. Hoewel het morgenschema zich al heeft aangepast aan deze nieuwe realiteit, lukt me dat ’s avonds minder goed. Ik ga nog steeds net zo laat naar bed en heb de afgelopen nachten dus weinig geslapen.
Vanwege de staking onder het treinpersoneel waren de files vandaag wat heftiger dan normaal. Bovenal waren ze wat vroeger, waardoor ik ruim twee uur over mijn reis naar het Hilversumse deed. ’s Avonds stond ik wederom in een vervelende file maar kwam desondanks nog net op tijd (maar zonder avondeten) aan bij de vergadering van de commissie Algemene Zaken.
We waren met de voltallige fractie GroenLinks aanwezig, aangezien op deze vergadering ons voorstel voor het burgerinitiatief behandeld werd. Het hele voorstel is uitgewerkt door Rian en zij voerde dan ook het woord. Het burgerinitiatief betekent dat inwoners van Breda, mits met voldoende handtekeningen, zelf voorstellen aan de gemeenteraad kunnen voorleggen, die daar dan over moet vergaderen.
Het voorstel werd door velen positief ontvangen. Veel fracties vonden het echter te vroeg: ze hadden liever in een soort workshop meegedacht over het voorstel. Rian nam dat serieus, wat betekend dat we het voorstel niet meteen de eerstvolgende raadsvergadering op de agenda laten zetten. We gaan de verschillende punten van alle fracties verzamelen, na aanleiding daarvan het voorstel aanpassen en daarover nog een keer een informele workshop beleggen. Wel hebben we aangekondigd dat we het voorstel hoe dan ook nog dit jaar in de raad willen hebben.
Tweede punt van de agenda was de rekenkamer. Volgens de nieuwe gemeentewet moeten alle gemeenten een rekenkamer instellen. Dat is een groep mensen die onafhankelijk onderzoek doet daar de doelmatigheid (zeg maar het effect) van door de gemeente uitgegeven geld. Want je kan wel mooie plannen hebben en daar geld voor vrijmaken, als het geld niet de doelen bereikt waarvoor het bedoeld is, kun je het net zo goed niet uitgeven. Er zijn twee soorten rekenkamer: één die bestaat uit raadsleden en dus politiek gekleurd is, en een rekenkamer die onafhankelijk is en zelf mag bepalen welke uitgaven zij onderzoekt. In Breda is gekozen voor de meest onafhankelijke variant.
Het zou aanvankelijk waarschijnlijk geen discussie opgeleverd hebben, totdat het CDA ineens vond dat de rekenkamer te onafhankelijk zou worden. Dat had het CDA zich niet gerealiseerd, aldus fractievoorzitter Dubbelman. Ze kwamen ook meteen met een aantal voorstellen om de Rekenkamer, de financiële waakhond van de gemeente, meer afhankelijk te maken van de gemeente. Het riep bij alle fracties ergernis op, niet op de laatste plaats bij mij.
Wat het alles nog vreemder maakte, was een fractiegenoot van CDA’er Dubbelman in de voorbereidende werkgroep had gezeten. Die werkgroepen zijn er juist voor bedoeld om de ideeën van de verschillende politieke partijen in de voorbereiding mee te nemen, zodat er uiteindelijk een breed gedragen voorstel komt te liggen. Dat wil natuurlijk niet zeggen dat je als partij geen eigen mening meer mag hebben nadat je in zo’n werkgroep hebt gezeten, maar de houding van Dubbelman was nota bene als enige partij) zo anti, dat je je afvraagt wat het CDA in die werkgroep heeft zitten doen. Daarnaast strookte de mening van Dubbelman ook niet met de bijdrage van fractiegenoot Augenbroe in de Rekeningcommissie, waar het onderwerp ook al eens ter sprake was gekomen. Het moge duidelijk zijn, ik kon weinig waarderiong opbrengen voor het standpunt van Dubbelman, inhoudelijk niet, maar vooral ook de manier waarop niet. En dat schoot Dubbelman weer in het verkeerde keelgat. Daarnaast heb ik wel eens het idee dat het CDA mij ook niet moet. Politiek gezien dan, want de persoonlijke verhoudingen zijn volgens mij best in orde.
Stage – wo 13 okt. 2004

Naast gemeenteraadslid, wat geen full-time baan is en ook niet als zodanig wordt betaald, ben ik ook nog student. Althans, op papier, want de afgelopen jaren heb ik niet veel aan mijn studie gedaan. Na mijn eerste stage bij Omroep Brabant ben ik daar blijven hangen als freelancer en ging er weg toen ik gemeenteraadslid werd. Afgelopen jaar ben ik parttime aan de slag gegaan bij de academie voor journalistiek als begeleider van een nieuw project voor radiostudenten (nota bene zelf niet afgestudeerd) en kwam er ook niet bijster veel van studeren terecht. Ik had dit jaar maar besloten de draad weer op te pakken. En daar hoorde ook nog een tweede stage bij.
Allereerst: de stage is strikt noodzakelijk niet meer nodig. Ik had waarschijnlijk ook wel een vrijstelling kunnen krijgen, maar een stage is nu net het leukste en leerzaamste van de studie journalistiek, die voor de rest bar weinig voorstelt. En voor ik het in de gaten had, kon ik kiezen uit twee mogelijkheden. De eerste was een lang gekoesterde wens om bij het Radio 1 journaal aan de slag te gaan. De tweede optie was een stage bij het NPS-programma 4fm op Radio 4. Uiteindelijk heb ik, tot mijn eigen verbazing, gekozen voor het tweede.
Voor het programma 4fm ben ik in eerste instantie verantwoordelijk voor het voorbereiden van de wekelijkse rubriek ‘Spotlight’, een lang interview met iemand uit de wereld van jazz, wereldmuziek, folk, cross-over of wat dies meer zij. Niet een lullig interviewtje van drie minuten dus, maar een diepgaand gesprek van een uur. Waarschijnlijk zal ik er nog wel wat taken bij krijgen, maar dat zie ik allemaal nog wel.
Vandaar ook mijn keuze voor dit programma: eindelijk eens een keer de diepte in, met een gedegen voorbereiding. Want een telefonisch interview met Lodewijk de Waal kan ik inmiddels zonder voorgesprek ook wel binnen twee minuten op papier zetten, met de antwoorden van hem erbij. Juist aangezien ik geen muziekencyclopedie op twee benen ben, is mijn huidige stage een uitdaging.
Nieuwsbrief – di 12 okt 2004

Aangezien ik binnen de Bredase afdeling van GroenLinks zo’n beetje als enige kan Quark-Expressen ben ik de Sjaak als het gaat om het opmaken van de nieuwsbrief. En aangezien ik ook nog een journalistieke achtergrond heb, wordt het redigeren ook maar aan mij overgelaten. Dat ik niet zo goed ben in het spotten van taalfouten, vooral niet op een beeldscherm, op papier lukt het meestal nog wel, wordt daarbij voor lief genomen.
Ik leg de lat volgens mij nogal eens te hoog. Sommige stukken die worden aangeleverd, zijn voor de schrijvers soms bijna onherkenbaar veranderd, wanneer ze in de nieuwsbrief verschijnen. Terwijl ik eigenlijk maar drie regels heb: 1) Schrijf niet in de ik-vorm; 2) spreek de lezer niet direct aan met je of U; 3) Schrijf een duidelijk verhaal waarbij de meest belangrijke dingen aan het begin staan en de details op het einde.
En de oplettende lezer denkt nu: “maar dat doet’ ie in zijn web-log zelf ook niet”. En dat klopt. Maar mijn web-log is dan ook geen journalistiek product. Allereerst is het zo gekleurd als de regenboog. Ten tweede heeft het een vrij beperkte onderwerpkeuze, namelijk mijzelf. Tot slot kent mijn web-log geen deadlines, formats en vaste lengtes waarbinnen één en ander gezegd moet worden. Voor de statistici onder jullie: regel 1 breek ik vrijwel dagelijks en regel 3 met grote regelmaat. Regel 2 probeer ik zoveel mogelijk overeind te houden. Verreweg de meeste keren dat het woord in mijn logs voorkomt, is het vervangbaar door ‘men’. In veel andere gevallen is het een persoonlijk voornaamwoord. Maar, toegegeven, ook die regel treed ik bij tijd en wijle met voeten.
De nieuwsbrief was af, echter te laat om nog naar de drukker te brengen. Dat gebeurde pas de volgende dag, via een ingewikkelde procedure waarin ik de 16 megabyte aan data op internet moest zetten vanuit mijn werkplek in Hilversum, aangezien de grootte van de attachments op mijn e-mailaccount aldaar gemaximeerd is, ik thuis slechts beschik over een 56k6 modem en ik geen tijd had om de volgende dag persoonlijk nog iets af te leveren.
Hart – ma 11 okt. 2004
Had een onverwachte vrije dag en het grote genoegen van onverwachte vrije dagen is dat je de avond ervoor zo ongenadeloos lang in de kroeg kunt blijven hangen. Ik kwam gewoontegetrouw dus maar weer eens niet te vroeg uit bed. Ik heb het grootste gedeelte van de dag gebruikt om thuis eens wat puin te ruimen en oude dossiers weg te gooien. Ik heb ooit eens beloofd van zo’n actie een ‘before’ en ‘after’ foto te maken, maar dat ben ik opnieuw vergeten. Troost je met de gedachte dat het nog wel een keer gebeurt: hoewel ik me telkens weer voorneem om het nooit meer een rotzooi te laten worden, gebeurt het op de een of andere manier toch altijd weer.
Die avond was ik, althans, dat vond ik zelf, ongekend opgewekt. Heleen Westhoff van de Stichting Behoud Heilig Hartkerk kwam langs om te praten over de stand van zaken rond dit op het nippertje geredde monument. In het kort is die als volgt: het pand blijft staan, maar niemand houd zich op dit moment bezig met het inlopen van het achterstallig onderhoud van de laatste vijftien jaar. Want hoewel het pand al die tijd gekraakt is door een aantal goedwillende krakers die kleine reparaties zelf uitvoeren, het fatsoenlijk repareren van een twee jaar geleden weggewaaid dak lukt ook deze handige jongens niet. Daarnaast wil iedereen nu onderhand ‘ns weten wat er met het pand moet gaan gebeuren. We hebben er schriftelijke vragen over gesteld.
Bier en Rock ‘n’ Roll – zo 10 okt. 2004
De taken van de organisatie van Breda Barst zijn enigszins herverdeeld. Mijn facilitaire zaken neemt Tom voortaan waar. De portefeuille ‘publiciteit’ is naar mij toe verschoven. Ik had met Henry afgesproken om het draaiboek publiciteit met hem door te nemen.
De Bredase band Greendive presenteerde die middag ook hun debuutcd in de plaatselijke poptempel MeZZ. Samen met Jeroen, nog een lid van de Breda Barst-familie, togen wij die kant op.
Zondagmiddagconcerten hebben één groot nadeel: eenmaal de smaak van het bier geproefd te hebben, loop je een groot risico de rest van de dag door te willen blijven drinken. En zo geschiedde dus ook. Tot een uur of één in de MeZZ, daarna naar de Boulevard, een late-night dinner bij de Ayasofia met Guido en dus vreselijk laat naar bed. Het grote voordeel was dat ik de volgende ochtend niet om half negen in Hilversum hoefde te zijn voor de eerste dag van mijn stage. Dat vanwege een spontane keelontsteking van mijn begeleider.
Herfst – za 9 okt. 2004
Het was een mooie herfstdag. Ik had die dag afgesproken met Jaap. Hij kwam echter pas aan het eind van de middag in Breda aan, een stuk later dan ik had verwacht. We hebben slechts een uurtje of twee kunnen wandelen in de bossen tussen Rijsbergen en Etten-Leur.
Hij had de uitzending van B&W over jongensbesnijdenis (zie web-log do 7 okt. 2004) niet gezien en dus moest de video opgezet worden. Een groot gedeelte van de rest van de avond ging dan ook over dat mysterieuze stuk lichaam dat voorhuid heet. Daarbij kreeg ik zelfs nog enig inzicht in al die dingen die je met een voorhuid kunt doen. Op de een of andere manier gaan dat soort gesprekken altijd heel makkelijk na een paar biertjes in de maag en een Guinness in je hand.
Parkeren – vr 8 okt. 2004
Het was laat geworden de vorige avond. Pas rond half twee reed ik weg in Amsterdam (zie web-log do 7 okt. 2004). Ik kwam de volgende ochtend dan ook een beetje moe aan op de fractie. Waar uiteraard eerst even over mijn tv-optreden gepraat werd.
Belangrijkste onderwerp was echter de nota parkeren en stallen. Voor de rest is me van die dag niet veel bijgebleven. Ik geloof dat ik ’s middags ook even naar bed gegaan ben. Ik begin toch niet oud te worden, hè?
Cut (2) – do 7 okt. 2004

Zie ook web-log zo 3 okt. 2004.
Het onderwerp van het VARA-programma B&W was jongensbesnijdenis. Allemaal naar aanleiding van de door Michael Schaap gemaakte aflevering van ‘Het Geluk van Nederland’ en de aandacht die Ayaan Hirsi Ali daarna in de pers kreeg. Resumé: Michael Schaap (joodse vader, joodse opa van moeders kant en zelf besneden) maakt een televisie-pamflet als aanklacht tegen de jongensbesnijdenis. Ayaan heeft daarin een bijrolletje, meent daags erna actie te moeten ondernemen met als doel het verbieden van jongensbesnijdenis en de mediahype is geboren.
Het nadeel van mediahypes is dat discussie (uiteindelijk volgens mij het primaire doel van Schaap) snel plaats maakt voor ondoordachte one-liners. Positief neveneffect: juist door die onde-liners zijn moslims en joden verbroederd in de strijd voor het behoud van het recht op een besneden piemel.
Donderdagavond zaten we met z’n allen in B&W-café Plantage te Amsterdam: Nathan en Mobine, beide besneden en uitermate pro, Michael Schaap zelf en nog twee artsen. En ik was dus, als tegenstander van rituele besnijdenis bij kinderen, ook uitgenodigd, naar aanleiding van het log van afgelopen maandag. Nu is een half uur eigenlijk veel te kort voor zo’n onderwerp. We gingen na afloop van de uitzending dan ook nog tot één uur ’s nachts door met de discussie (waarbij overigens tal van andere onderwerpen de revue passeerden).
Een opmerkingen van Michael Schaap: het gebod op de besnijdenis staat in het oude testament in Genesis beschreven (Gen. 17:10.14: Dit is Mijn verbond, dat gijlieden houden zult tussen Mij, en tussen u, en tussen uw zaad na u: dat al wat mannelijk is, u besneden worde. En gij zult het vlees uwer voorhuid besnijden; en dat zal tot een teken zijn van het verbond tussen Mij en tussen u. Een zoontje dan van acht dagen zal u besneden worden, al wat mannelijk is in uw geslachten: de ingeborene van het huis, en de gekochte met geld van allen vreemde, welke niet is van uw zaad; De ingeborene van uw huis, en de gekochte met uw geld zal zekerlijk besneden worden; en Mijn verbond zal zijn in ulieder vlees, tot een eeuwig verbond. En wat mannelijk is, de voorhuid hebbende, wiens voorhuids vlees niet zal besneden worden, dezelve ziel zal uit haar volken uitgeroeid worden; hij heeft Mijn verbond gebroken.). Weliswaar wordt het ook in Leviticus genoemd, maar het gebod staat dus in Genesis.
Het was een bijzonder leuke en leerzame avond met bijzondere lieden. Michael Schaap heeft al aangekondigd een vervolg op zijn documentaire te maken en daarbij onder andere te filmen in het Besnijdenispaleis van Kemal Özkan, de ‘sultan van de besnijdenis’. Laat dat toevallig de man zijn die ook mij besneden heeft. Ik heb daar nog ergens een Betamax-videoband van liggen die ik zelf niet kan afspelen. Met Michael heb ik al afgesproken die band een keer met hem te gaan bekijken. Tegen die tijd wellicht nog wat mijmeringen over de deerniswekkende verpretparkisering en de commerciële uitbuiting van de rituele voorhuidverwijdering door Kemal Özkan.
Met groet,
zonder voorhuid,
Selçuk