Besluiteloosheid – wo 6 okt. 2004

Ik zal de eerste zijn die toegeeft dat ik deze woensdagavond niet op mijn best was. Maar het algehele niveau van de commissie ECG liet op deze vergadering nogal te wensen over. Aangezien ook de op het laatste moment opgeroepen plaatsvervangend voorzitter geen tijd meer had gehad om de stukken goed door te lezen, en daardoor weinig lijn in de vergadering kon brengen, ging de discussie alle kanten op.

Eerste punt op de agenda: de ‘restauratie’ van Lunet B (rijksmunument). Het punt zou aanvankelijk niet eens besproken worden, maar is door mij op de agenda gezet (zie web-log ma 23 aug. 2004). Lunet B is een oude kruidopslag en tevens het laatste, nog bewaard gebleven onderdeel van de vestingwerken van de stad. Een mooi, maar lang verwaarloosde ruïne, die door de gemeente als opslagdepot werd gebruikt voor zout. En vooral dat zout heeft heel veel schade aangericht aan het gebouw.

Het plan was om over de Lunet een glazen stolp te bouwen. Daarin zou dan meteen weer een kantoor gevestigd kunnen worden, dat verhuurd moet worden aan een notaris-kantoor. Door het te overdekken blijft het monument behouden, zijn de restauratiekosten goedkoper, zijn de kosten laag en brengt de huur ook nog geld in het laatje. Er moest echter nog een paar euroton bijgelegd worden.

Hoewel ik altijd juich, wanneer een monument van de ondergang gered wordt, was ik over dit plan minder te spreken. De glazen stolp, die het monument zichtbaar moet houden, is eigenlijk een soort fabrieksloods met één glazen ‘muur’. Zo zichtbaar is het monument straks dus niet. Ten tweede is al aan het project begonnen, terwijl de raad nog geen beslissing heeft genomen over de subsidie. Men gaat er gemakshalve maar vanuit dat ze die toch wel krijgen. De commissie werd dus met de rug tegen de muur gezet (en dat is erg gevaarlijk bij een kruidopslag).

Het allerbelangrijkste argument was voor mij echter dat de Rijksdienst voor Monumenten niet blij was met het plan. Volgens de rijksdienst waren er twee andere opties: bedekken met bitumen en zand (maar dan kan niemand het monument nog zien) of fatsoenlijk restaureren en daarmee in de oude staat herstellen. En aangezien ik van mening ben dat de expertise over het onderwerp monumenten bij de daarvoor in het leven geroepen Rijksdienst ligt, volgde ik hun oordeel.

Tot mijn verbazing was ik de enige. Hooguit waren er wat kritische kanttekeningen bij het feit dat het project al is begonnen voor de vertrekking van de middelen, maar over de manier van restaureren was iedereen dik tevreden. Qua monumentenbeleid is er in de stad helaas nog weinig ten goede veranderd.

Het tweede onderwerp ging over het voortbestaan van buurthuis ’t Bakkeleijke. In een bespreekstuk werden 6 mogelijke opties genoemd. Taak van de commissie was om er daar één of enkelen van uit te kiezen. In plaats van een keuze te maken, klaagde eenieder over het feit dat de gegeven informatie gebrekkig was. Kennelijk had niemand zich van tevoren echt verdiept in de materie. Uitkomst van die ruim een uur durende discussie: de politiek neemt geen beslissing. En probeer dat maar eens uit te leggen aan de buurtbewoners die al jaren (!) wachten op duidelijkheid.

Barst – ma 4 okt. 2004

Ik had maandag geen fractievergadering. Wel een vergadering van Breda Barst. De eerste van het seizoen. In verband met de subsidieaanvraag wil de gemeente nu al zo precies mogelijk weten wat we volgend jaar gaan doen. Het was een nogal chaotische vergadering.

Daarna tot veel te laat doorgezakt in De Boulevard met allemaal Barsters die het niet al te laat wilden maken (vooruit, nog eentje dan). Om half vier naar bed met een net verorberd frietje tartaarsaus en een kaassoufflé.

Cut – zo 3 okt. 2004

Ik ben besneden. Ik was toen 9 jaar. Zelf heb ik nooit echt inspraak in die beslissing gehad en het kon me op dat moment ook niet veel schelen, geloof ik. Mijn vader is moslim (gelukkig van het vrijzinnige soort dat drinkt en varkensvlees eet en dus hypocriet is) en het hoorde nu eenmaal bij de traditie. Daarnaast geloof ik dat er ook hygiënische argumenten genoemd werden. Ik heb het hem nooit gevraagd en aangezien we de laatste tijd niet meer op erg goede voet met elkaar leven, zal het er vast ook nooit meer van komen.

Ik heb me achteraf wel eens afgevraagd of ik daar eigenlijk wel blij mee was. Maar aangezien het ook in het westen als iets vrij normaals beschouwd wordt, heb ik er altijd mijn schouders bij opgehaald. Het zal wel aan mij liggen, heb ik altijd gedacht.

Totdat ik vanavond een documentaire op tv heb gezien van Michael Schaap. Hij is joods (althans, de vader van zijn moeder was joods, dus strikt genomen is hij het niet) en dus ook besneden, maar heeft nu vraagtekens bij het hele ritueel. In die documentaire hoorde ik voor het eerst dat er veel meer mensen zijn die het allemaal onzin vinden, of zelfs faliekant op tegen zijn. Ayaan Hirsi Ali constateerde zelfs dat mannenbesnijdenis een ernstigere verminking is dan sommige milde vormen van vrouwenbesnijdenis (om precies te zijn: incisie, wat inhoudt dat een kleine snee in de clitoris van de vrouw wordt aangebracht; hierbij worden dus niets weggesneden en heeft de procedure geen invloed op de sexualiteit van de vrouw).

De documentaire rekende af met een aantal vooroordelen, als zou mannenbesnijdenis hygiënischer zijn. Dat is het misschien wel, maar met datzelfde argument kun je dus ook iemands oor afhakken. Immers, je kunt een oorontsteking oplopen op het moment dat je je oren niet goed wast. Ook de mythe dat besneden mannen langer kunnen vrijen, schijnt niet op feiten gestoeld te zijn. Sterker nog: volgens sommigen genieten besneden mannen juist minder van sex. Uiteraard kan ik dat niet meer proefondervindelijk testen. Ik kan wel melden dat ikzelf ondanks alles nog best kan genieten van een flinke vrijpartij met één of andere mooie man.

Moeten we rituele besnijdenis nu maar verbieden? Moeilijk. Als ze bij mij gewacht hadden tot mijn achttiende, en ik dus zelf had mogen beslissen, had ik het in ieder geval niet laten doen. Ik ben allang overtuigd atheïst en daarnaast huldig ik het standpunt dat als de voorhuid geen functie had gehad, deze al lang weggeëvolueerd zou zijn, net zoals de staart. Net als amandelen en milt hebben de mannen ook niet voor niets een voorhuid.

Als ik al in goden zou geloven, zou ik kiezen voor het Griekse model. Met als alle andere godsdiensten hebben ook de oude Grieken een aantal belachelijke rituelen voortgebracht, maar dat ging zelden gepaard met verminking van het lichaam. Hooguit met grote hoeveelheden alcohol. Qua lichaamsverminking staan de monotheïstische godsdiensten op de eerste plaats. Want hoewel in de koran met geen woord gerept wordt over mannen- of vrouwenbesnijdenis, wordt er in het oude testament (en dus de joodse TNCH) wel degelijk geboden een zoon op de achtste dag na geboorte te besnijden (Leviticus 12:3). En de TNCH geldt voor alle drie de monotheïstische godsdiensten.

Het grappige doet zich voor dat Paulus later in zijn ‘brief’ aan de Phillipenezen (Phillippenezen 3:2.16) op een werkelijk onnavolgbare wijze (en met veel draaikonterij) heeft proberen te bewijzen dat de besnijdenis van de voorhuid moest worden gezien als de besnijdenis van het hart (Leviticus 26:41, een passage die dan ook werkelijk niets met de voorhuid te maken heeft), waarmee hij, weliswaar op valse voorwendselen, de besnijdenis grotendeels uit het christendom heeft weten te bannen. Hoewel dat een goede zaak is, is zijn bewijsvoering minstens net zo gammel als die van George W. Bush, toen hij claimde dat Irak massavernietigingswapens had. Christenen zien kennelijk nogal eens bewijzen die er niet zijn (het bestaan van God voorop).

Er staan in het bijbelboek Liviticus wel meer gruwelijke dingen (onder meer dat homo’s ten dood gebracht moeten worden), maar daarmee wil ik nog niet beweren dat alle christenen verwerpelijke mensen zijn. Hetzelfde geld voor al die ouders die hun zoons laten besnijden. Ik wil zelfs nog wel geloven dat ouders die hun dochters laten besnijden, dit doen omdat ze daadwerkelijk geloven dat ze daarmee een goede daad verrichten, hoe verwerpelijk, barbaars en mensonterend het allemaal ook is. Ik ben bang dat we dit soort barbaarse rituelen niet kunnen verbannen door ze simpelweg te verbieden. Op één of andere manier moeten we mensen die zich met dit soort achterlijke praktijken bezighouden, duidelijk maken dat het nergens op slaat. Desnoods met net zulke kromme redenaties als Paulus gebruikte bij de Phillipenezen. Dat er tot die tijd jongensbesnijdenisklinieken in Nederland zijn is misschien maar goed: liever door een kundige dokter dan door een kwakzalver. Maar dat een dergelijke rituele (en dus niet medisch noodzakelijke) ingreep wordt vergoed door het Ziekefonds is absurd. Kortom: kunnen ouders nu voor eens en voor altijd met hun poten van hun kinderen afblijven.

Simon – za 2 okt. 2004

De dag van de grote demonstratie was aangebroken. Sinds drie jaar ben ik trouw elke landelijke demonstratie tegen het asociale beleid van deze regering bezocht. Maar tot mijn eigen droefenis kon ik vandaag niet.

Ik was gevraagd om als lokale politicus aanwezig te zijn bij een trainingsdag voor jongeren. Nota bene georganiseerd door GroenLinks. En dat had ik al weken geleden toegezegd. Hoe is het mogelijk dat onze moederpartij uitgerekend op die datum een trainingsdag organiseert, zou je denken, en dat dacht ik ook. Maar toen de trainingsdag werd voorbereid stond 2 oktober nog helemaal niet in de agenda als een grote en belangrijke demonstratie. En toen het belang en de massaliteit van die dag duidelijk werd, was het al te laat om alle gemaakte afspraken nog terug te draaien. En ik had beloofd te komen en dat maakt schuld.

Wonder boven wonder was het overgrote deel van de mensen dat zich voor de training had opgegeven ook daadwerkelijk op komen dagen. Slechts een handjevol had zonder afmelding toch besloten (althans, dat vermoedden wij) naar Amsterdam af te reizen. De trainingsdag, onder andere over debating-technieken, was voor iedereen erg leuk, concludeerde ik. En ik was ook erg tevreden over mijn rol: het uitleggen van de lokale realiteit en het geven van feedback.

Het leuke van dergelijke bijeenkomsten is het feit dat je altijd weer leuke mensen tegenkomt. Sommigen kende ik al van eerdere bijeenkomsten, anderen alleen van gezicht, velen helemaal niet. Eén van die mensen was Simon. Die overigens de dag erna naar Amerika zou afreizen om daar mee te helpen bij de verkiezingscampagne.

Van Kerry, zul je denken. Nee, hij ging helpen bij de Amerikaanse groenen. Toen hij dat vertelde, maakte blijdschap voor zoveel actiebereidheid op onze gezichten plaats voor droefenis. Hoe kan iemand nu, terwijl Bush en Kerry in de peilingen zo dicht bij elkaar liggen, campagne voeren voor een kleine linkse partij die misschien wel net genoeg stemmen van Kerry afpakt om Bush aan de macht te helpen. Tsja, hij ging voor zijn idealen, niet voor de minst slechte kandidaat.

Gelukkig gaat hij campagne voeren in de staat New York. En daar staat Kerry zo ver voorop (New Yorkers moeten niets hebben van Texaanse conservatieven met een godscomplex) dat een paar stemmen voor de Amerikaanse Groenen niets uitmaakt. Vooruit dan, dacht ik. Stiekem ben ik namelijk ook wel jaloers op zoveel actiebereidheid.

Willem – vr 1 okt. 2004

Er zijn grofweg twee soorten journalisten: vrolijke en sacherijnige. De chef van de stadsredactie van BN/DeStem hoort duidelijk bij de eerste groep. Het is typisch één van die mensen die ik wel mag. Willem Reijn is Likable, zoals ze dat in het Engels noemen.

We hebben in de fractie wel eens discussie over hoe wij in de media overkomen (zie web-log ma 20 sept. 2004). Sommigen vinden soms dat we niet goed begrepen worden. Ikzelf huldig het standpunt dat de pers beter kan beoordelen hoe we ons manifesteren dan wijzelf. Daarnaast krijg ik jeuk op het moment dat politici tegen de pers gaan ageren. Dat doet het kabinet op dit moment ook. Sterker nog, zij beschuldigen pers, vakbonden en oppositie van ‘ophitsen’. Hoe blind kun je als politicus zijn?

Tijdens de receptie in de kerk ter gelegenheid van de installatie van de nieuwe burgemeester (zie web-log do 30 sept. 2004) was Willem Reijn ook aanwezig. Ik vroeg me af hoe hij de bijeenkomst had ervaren. Niet als journalist en beroepsmatige receptieganger, maar als persoon. Iedereen kent Willem namelijk en iedereen heeft ook een mening over de lokale journalistiek. Daarnaast is Willem ook nog wel eens op de lokale televisie te zien als een soort opinie-leider.En daar hebben zo mogelijk nog meer mensen een mening over. Zou iedereen daarover praten met hem? Of gaat het over koetjes en kalfjes?

Willem is een BB-er, dat schijnt te staan voor Bekende Bredanaar. En dat betekent dat hij een heel ander soort journalist is dan zijn collegae van enkele decennia terug. Het vak van journalist gaat tegenwoordig gepaard met glamour, het vak heeft aan standing gewonnen, zelfs nadat ten tijde van Fortuyn ‘iedereen’ riep dat ook journalisten behoorden tot de linkse maffia. Misschien komen daar die afkeurende blikken uit de politiek wel vandaan. Want de politieke arena is soms ook een beetje glamourland. Alleen zijn wij, lokale politici, niet zo goed in dat spelletje. Willem heeft geen moeite met zijn rol. Maar dat komt natuurlijk ook omdat het een vreselijk charismatische persoon is. Als hij het echt naar z’n zin heeft, heeft ‘ie kuiltje in zijn wangen. Zoveel openheid gaat menig politicus veel te ver.

Burgemeester – do 30 sept. 2004

Dat PvdA-er Peter van de Velde het bij de burgemeestersbenoeming in de raad van 28 juni gewonnen heeft van de kandidaten Van Beek (VVD) en Kaiser (CDA) dankzij strategisch stemgedrag van de PvdA en de gezamenlijke oppositie minus Lefbaar, is natuurlijk strikt geheim, net als het feit dat de hele CDA-fractie tijdens die vergadering tegen hem gestemd heeft. Het is allemaal geheime informatie uit een besloten raadsvergadering, waarover een ieder die daarbij geweest is voor 75 jaar lang zijn of haar mond dient te houden. Dat ondanks het feit dat een slimme journalist van BN/DeStem al die informatie daags erna al in de krant publiceerde. Ik kan bovenstaande informatie dan ook noch bevestigen, noch ontkennen (zie ook weblog ma 28 juni 2004).

Vandaag werd Peter van de Velde officiëel geïnstalleerd. Zo’n installatie is een plechtige, maar voor de rest louter ceremoniële aangelegenheid, waarbij ik voor de verandering maar eens een driedelig pak had aangetrokken inclusief stropdas, waarvan het omknopen altijd minstens twintig minuten kost vanwege de statige, maar vooral moeilijke dubbele Windsor-knoop die ik in mijn ontembare enthousiaste in dat ding probeer te frunniken.

Bij de installatie van een nieuwe burgemeester is het de bedoeling dat wij, simpele raadsleden, vooral onze mond sluiten terwijl andere, belangrijke mensen gewichtige toespraken houden. Het spits werd daarbij afgebeten door wethouder en loco-burgemeester Janus Oomen (loco in deze context, betekent overigens niet ‘krankzinnig’, maar plaatsvervangend). Zijn speech was een niemendalletje over wat voor mooie stad Breda wel niet is (mee eens, maar moeten we dat telkens weer benadrukken) en dat iedereen zo blij is dat de uiteindelijke keuze op Peter van de Velde gevallen is (de tegenstemmers noemde hij gemakshalve dus maar niet).

Veel interessanter was de toespraak van plaatsvervangend raadsvoorzitter (doorgaans is dat namelijk de burgemeester) Joep Taks. Joep is niet alleen nestor van de raad (boze tongen beweren dat hij al raadslid was toen Johanna van Polanen trouwde met Engelbrecht I van Nassau), hij is ook een begenadigd debater en bovenal een persoon die af en toe iets zinnigs te melden heeft. In kort tijdsbestek tekende hij het Bredase politieke landschap, de verhoudingen in de raad en de rol die een burgemeester (zelfs wanneer die niet van VVD-huize is) daar volgens hem in zou moeten spelen.

Het meest opzienbarende was echter de maiden-speech van Van de Velde zelf. Toegegeven: het was een taaie toespraak, zonder humor. Maar zijn toespraak was geen aaneenrijging van open deuren, cliché’s en andere loze opmerkingen die het mooi doen in de bloemlezing ‘one-liners uit de Bredase politiek, deel 17’. Soms helder, dan weer omzichtig, zette hij uiteen hoe hij dacht dat er in Breda geopereerd moest worden, stapte af en toe over de grenzen van zijn bevoegdheden als burgemeester heen, herpakte zich door zijn eigen rol weer te relativeren en deelde een kleine speldenprik uit naar de huidige bewindvoerders in het Haagse. De half uur durende uiteenzetting was prima te pruimen.

Daarna volgde voor de kersverse burgemeester het plichtmatige handjeschudden met de hotemetoten in de trouwzaak en nog later het handjeschudden met de Bredase burgers in de Grote Kerk, die massaal waren afgekomen om hun nieuwe burgervader te ontmoeten, dan wel om zich te laven aan de gratis consumpties. Opperhotemetoten Wim van Fessem en Tjesk Westerterp (vast niet met de auto, want aan het bier) waren ook aanwezig. Ik had een beetje medelijden met Van de Velde en echtgenote. Ruim drie uur lang heeft hij handjes moeten schudden. Het is een zwaar beroep.

Stemming – wo 29 sept. 2004

Ik heb er de laatste tijd wel vaker last van. Eén schijnbaar onschuldige nies en ik ben mijn stem kwijt. Niet meteen: ik kan altijd nog ongeveer vijf zinnen uitspreken voordat mijn stem definitief besluit van klankkleur te veranderen tot iets dat het meest overeenkomstig heeft met schuurpapier. Deze woensdagmorgen, een half uurtje voor aanvang van de wekelijkse werkvergadering van onze fractie, was het weer zover.

Nu hadden we maandag al aangekondigd het vragenuur van de raadsvergadering op woensdagavond te gebruiken om de kwestie rond de ID-banen aan de orde te stellen (zie web-log vr 17 sept. 2004). We hadden nog niet besloten of Piet Hein of ik het onderwerp zou behandelen, maar aangezien mijn stem het niet meer deed (of, zoals Piet Hein het omschreef: “Selçuk is de gave van het woord kwijt”), leek het ons de meest verstandige beslissing om Piet Hein dit maar af te laten handelen. “Tenzij je je stem op miraculeuze weer terugkrijgt”, voegde hij eraan toe.

Nu heeft mijn stem de eigenaardige eigenschap om soms net zo spontaan weer terug te keren als dat zij was verdwenen. En zo ook deze keer. Op de racefiets terug naar huis, trilde hij door het gebrek aan vering onder mijn zadel als het ware weer goed. Dit, later op de avond, in de rookruimte van het Stadhuis vlak voor aanvang van de raadsvergadering, tot grote verbazing van Piet Hein, die niets anders kon doen dan het hele dossier weer terug aan mij te geven.

Waar het dus om ging: het ontslag van 33 ID-banen (de vroegere Melkertbanen) bij de Bredase welzijnsorganisatie Vertizontaal (wat een naam trouwens). Deze mensen werken onder meer bij scholen, waar ze belangrijk werk doen. Maar dankzij dit asociale kabinet wordt de geldkraan voor deze banen dichtgedraaid. Vertizontaal zegt dat ze daardoor de ID-ers niet langer in dienst kan houden en dus, dat ze, jammer maar helaas, niets anders kunnen doen dan deze groep collectief te ontslaan.

Niet alleen GroenLinks was hier nogal boos over, ook wethouder Marja Heerkens had al laten weten aan Vertizontaal hier absoluut geen genoegen mee te nemen. In het vragenuur vroeg ik haar om de exacte financiële cijfers van de in Breda werkzame ID-ers (allemaal, niet alleen die bij Vertizontaal), de functies die zij vervullen en hoeveel er door het kabinet het afgelopen jaar op is bezuinigd. Ik ben namelijk van mening dat als wij vinden dat die ID-ers allemaal belangrijk werk doen in de stad (en dat doen ze in veel gevallen absoluut), we die mensen maar op een andere manier moeten betalen om dat werk te kunnen blijven doen. Dat wil de wethouder volgens mij ook wel, al zegt ze dat niet hardop in de raadsvergadering om CDA en VVD niet tegen de haren in te strijken. Ze heeft in ieder geval toegezegd al die gegevens zo snel mogelijk op tafel te leggen. En dat is alles wat ik wilde horen.

Hersenspinnen – di 28 sept. 2004

Het los-vaste avondje drinken in de kroeg met vrienden ging niet door. Gert-Jan was moe, Joris had geen zin en ik had vergadering met fractie en bestuur. Althans, het was eigenlijk een ‘brainstormsessie’. Wat zijn goede thema’s om met burgers over te praten?

Na anderhalf uur vergaderen was het lijstje niet bijster origineel. Dus gaan we politieke café’s organiseren rondom thema’s als ‘multi-culturele samenleving’, ‘kunst en cultuur in Breda’, ‘mobiliteit’ en ‘de toekomst van de stad’. Veel van het succes van zo’n politiek café hangt uiteindelijk af van de invulling en de genodigde sprekers. Ofwel: binnenkort, in dit theater…

Hilversum 4 – ma 27 sept. 2004

Ik ben altijd al verliefd geweest op radio. Mijn eerste wekkerradio was van het obscure merk Asahi, maar desondanks prima geschikt om zaterdag naar Rabarbara (NCRV) en zondag naar de Ko de Boswachtershow (AVRO) en later Heksennest (KRO) te luisteren. Inmiddels ben ik de gelukkige eigenaar van vijf werkende radio’s, waarvan vier antieke buizenmodellen (één met korte golf), een draagbare wereldontvanger en een op de kabel aangesloten receiver. Het niet-werkende radiomeubel-met-buizen dat verbannen is naar de zolder reken ik voor het gemak niet mee. Het zal duidelijk zijn dat ik derhalve geen voorstander ben van digitale radio.

Als kind heb ik menigmaal mogen rondhuppelen in het oude KRO-gebouw aan de Emmastraat 52 in Hilversum (uitstappen op Hilversum Sportpark). Dit gebouw bood onderdak aan de vele radiostudio’s van de Katholieke. Centraal in elke studio stonden steevast twee zware platenspelers en drie of vier grote bandrecorders, waarop gemonteerd werd en uitzendingen werden opgenomen. De CD-spelers hadden nog een niet-prominente plaats bovenop het hierop niet berekende meubel.

Ik was onderweg naar Hilversum. Ik had een afspraak voor een stage-plaats bij NPS Radio 4. De omroepen huizen al lang niet meer in statige panden verspreid over de stad Hilversum. Tegenwoordig zit alles wat met omroepland te maken heeft samengepakt op het Mediapark in soms onooglijke kantoorpanden van befaamde architecten. Er is structureel te weinig parkeerruimte en sinds de moord op Pim Fortuyn is het mediapark een bijna onneembaar Bastion geworden. Het journaille zit veilig weggestopt in een afgehekt stukje Hilversum, ver van het ‘gewone’ volk. De bandrecorders hebben al jaren geleden plaatsgemaakt voor digitale opnamesystemen als Dalet en Pro-Tools.

Ik ben de laatste die wil beweren dat ‘vroeger alles beter was’. Maar de walging van het Mediapark is een breed gedeeld gevoelen. Het is waarschijnlijk de fysieke uiting van de toenemende macht van omroepbureaucraten en de heerschappij van formats.

Gelukkig heeft ook het Net3-gebouw van VPRO, VARA, NPS en RVU naast grote, fel verlichte kantoortuinen ook stille, achterafgelegen hoekjes. Daar zitten ze verstopt: de grofgebekte radio-makers met hart voor het medium. Misschien is het maar verbeelding, maar volgens mij beramen ze daar stilletjes een coup. Een fluwelen revolutie in radioland met het symbolisch verbranden van formats als ultieme verzetsdaad. De herwaardering van de gezonde anarchie in radioland. En ‘Het Gebouw’ van de VPRO weer terug op de zender.

All in the Family – zo 26 sept. 2004

Eén keer per jaar is er geen ontsnapping mogelijk. Dan komt de hele familie bijeen voor de familiedag, een relatief jong begrip in onze familie. Het was dit jaar de derde editie. En aangezien we elkaar allemaal niet vreselijk veel te melden hebben, wordt zo’n dag volgepland met dingetjes om te doen.

Mijn moeder komt uit een nest van negen. Het overgrote merendeel daarvan heeft Terheijden nooit verlaten en komt elkaar dus regelmatig tegen in De Zevende Hemel. Zo’n familiedag begint dan ook altijd met een verslag van de avond ervoor, bij voorkeur met de daarbij behorende aantallen biertjes die zijn genuttigd. Lijdzaam hoor ik deze verhalen aan.

Voor de 2004-editie van de familiedag was een bus gehuurd die de Van Teteringetjes van plek naar plek zou vervoeren. Hoogtepunten van dit jaar: schieten bij Café Oud Strijbeek, een bezoek aan het Wuustwezelse cowboy-dorp El Paso en tot slot schransen in Hoeve Galderzicht, waar ook nog een keur aan oud-Brabantse spelletjes stond uitgestald (zelfs oma van 84 waagde een poging bij het kopspijkerspel). Ik was zowel de zaterdageditie van NRC als mijn boek vergeten mee te nemen.

Onze familie heeft weinig overeenkomstig. Op één onderdeel na: als het om alcohol gaat spugen we er niet in. De enige manier waarop zo’n familiedag is te overleven, is dan ook met het drinken van in de begroting van de familiedag niet te verdoezelen hoeveelheden bier. Het is voor mij de manier om niet te verveeld te geraken en voor de rest van de familie waarschijnlijk de enige manier om mijn cynische opmerkingen te dulden. Zo tegen het einde van de dag, als het echt gezellig dreigt te worden, wordt de familiedag beëindigd. Drank redt meer families dan je lief is.