Homo Ludens – vr 6 juli 2007

brandend zand

De stranddag van de Tweede Kamerfractie begon gelukkig pas rond een uur of twee. Ik kon dus enigszins mijn roes uitslapen voordat ik het hotel verruilde voor een wandeltocht naar het station. Mooi weer was het niet in Groningen, en in Kijkduin zou het niet beter zijn.

Wie buiten kwam werd gezandstraald, dus bleven we binnen. Waar niet veel meer te doen was dan het naar binnen werken van diverse dranken en spijzen en het leggen van een kaartje. Zodoende werd er aan de ene tafel geklaverjast, terwijl onze tafel zich verdiepte in de onderliggende tactiek die komt kijken bij een potje pesten.

Het is officiëel: ook in Den Haag is het reces begonnen.

Homo Admiratus – do 5 juli 2007

Rufus en nog iets moois.

Goed, Jaap en ik moesten in Gouda wel even uitstappen om in het voorste treinstel van de koploper terecht te komen, maar vanaf dat moment hadden we ruim voldoende plek. We hadden een lange reis voor de boeg, dus een mens kan maar beter een beetje ruimte hebben.

De lange reis smeekte bijna om een alcoholische versnapering. En aangezien de trein in Utrecht acht minuten zou stilstaan, wilden we wel een poging wagen binnen die tijd een slijterij te vinden. Aan de jaarbeurszijde van Hoog Catharijne vonden we ons doel. Met een fles twaalf jaar oude Cragganmore, twee halve liters bier en een paar Whiskey-glazen renden we terug naar ons perron. Met een marge van twintig seconden stapten we terug in onze trein.

Aangekomen in Groningen checkten we in bij het Schimmelpenninckhuys, liepen we naar het Brussels Lof voor een vegetarische maaltijd en pikten we onderweg Mickey en metgezel op, die zich op de Grote Markt al laafden aan een biertje.

Onze missie: Rufus Wainwright, die die avond zou optreden in de Oosterpoort. Aan concertrecensies doe ik niet, maar ondanks het feit dat we tijdens het zitconcert helemaal achter in de zaal stonden (het eten liet iets te lang op zich wachten), was het allemaal gewoon briljant. Iets wat ook gold voor de imiddels bijna traditionele travestie-act waarop Rufus aan het einde van zijn show zijn publiek fêteert.

Na afloop liepen we eerst nog naar een Ierse pub, maar eindigden we in de Golden Arm, een gay-club waar we, volgens Mickey, echt naar toe moesten. Het was zo rustig dat je er een kanon had kunnen afschieten. Dat had je trouwens sowieso wel kunnen doen, gezien de pompende beats die er ondanks het afwezige publiek op luid volume de zaal in werden geblazen. Enigszins gedesillusioneerd dronken we bier en aten we pringles*.

Halverwege de nacht besloot Mickey dat het tijd was om, samen met zijn bob, naar huis te rijden. ‘Hoe kom jij eigenlijk thuis?’, vroeg hij. ‘Niet’, antwoordde ik. ‘Ik heb een hotel.’ ‘Classy’, antwoordde Mickey, in de wetenschap dat het veel makkelijker is om een goede homo te zijn als je genoeg geld hebt.

*) op chips gelijkend zoutje dat gemaakt word van samengeperst aardappelmeel dat, ondanks het gegeven dat het feitelijk een afvalproduct van de aardappelverwerkende industrie is, toch voor een belachelijk hoge prijs verkocht wordt dankzij een succesvolle reclamecampagne die het product een zweem van exclusiviteit meegeeft.

Homo Visitans – wo 4 juli 2007

visie

Het reces mocht dan al begonnen zijn, oor de Bredase raad was er toch nog een laatste werkbezoek ingepland. Meerdere werkbezoeken zelfs. Sterker nog, een dagvullend programma.

En dus stapten we om een uur of tien met zijn allen in de bus, die ons op diverse locaties zou droppen. Het was namelijk een meerkeuze-werkbezoek. Zelf koos ik voor een werkbezoek aan jeugdgevangenis De Heyacker en ‘s middags aan het Amphia Ziekenhuis.

Dat we ‘s avonds ook nog op de zeventiende verdieping van de luchtmachttoren mochten dineren, maakte het af. Vanaf het dak keken we naar het panorama van onze stad. En raadsleden zouden raadsleden niet zijn als de één niet meteen wees op een potentiële bouwlocatie, de ander alle ecologische verbindingszones aanwees en een derde wees op alle leegstaande bedrijfspanden in de nabije omgeving. Want we zaten wellicht wel met ons hoofd in de wolken, de beide benen stonden ferm op de grond.

Homo Serotinus – di 3 juli 2007

Zware Wissel

Uiteraard was het een straf van God voor mijn ledigheid. Want als ik nu gewoon om vijf uur mijn nest was uitgekomen, was er niets aan de hand geweest. Maar ik moest er zonodig een uurtje of twee langer in blijven liggen. En daardoor ging alles mis.

Ik reis zo min mogelijk in de spits. Derhalve reis ik of met de eerste trein naar Den Haag, of pas na de spits. Alles daartussenin is een garantie op een coupé vol luidruchtig bellende mensen die alleen maar in de weg zitten op het moment dat ik een pagina van de NRC wil omslaan. Vandaag reisde ik na de spits. Of althans, dat was ik van plan.

Door een seinstoring reed mijn Intercity niet. En uiteraard was het weer eens volstrekt onbekend wanneer de eerste trein naar Den Haag weer zou gaan rijden. De stoptrein reed wel, maar, zo zou blijken, niet verder dan Dordrecht. Daar strandde ik. De NS had geen vervangend vervoer geregeld.

Gelukkig had ik nog net genoeg strippen op de strippenkaart in mijn verder lege portemonnee, want de pinautomaat op Dordrecht was ook uitgevallen. En dus stapte ik in de propvolle streekbus, die mij, in slakkentempo voortdralend door het Hollandse landschap in ongeveer zestig minuten naar Rotterdam Zuidplein bracht. Ik ging zitten op één van de weinige overgebleven lege plaatsen, naast PvdA-kamerlid Attje Kuiken, die met dezelfde vertraging werd geconfronteerd. Een krant lezen was er, gezien de gebrekkige ruimte om pagina’s om te slaan en de sociale verplichting met het desbetreffende kamerlid een gesprek aan te gaan, niet bij.

Eenmaal op Zuidplein reisden we per metro verder naar Rotterdam Centraal. Half zwart in mijn geval, aangezien ik nog maar één strip op mijn kaart over had. In Rotterdam stapten we op de eerste trein naar Den Haag. Toevallig de intercity uit de richting Breda. De eerste intercity uit die richting die weer reed.

Het zijn allemaal kleine probleempjes, onbeduidend zelfs, als je ze vergelijkt met het grote wereldleed. Toch vraag ik me op zulke momenten af waarom het leven soms zo’n lijdensweg is.

Homo Consciens – za 7 juli 2007

Je kunt je natuurlijk afvragen of je wel klimaatneutraal wilt leven, gezien het gebrek aan warme zomers in dit land. Desondanks wil ik ook mijn steentje bijdragen.

Ik heb mijn vliegreis naar Noorwegen eerder dit jaar gecompenseerd met de aanplant van bomen. Ik heb dat ook maar meteen voor mijn moeder gedaan. Daarnaast heb ik onlangs de waakvlam van de geiser in mijn keuken uitgedaan. Mijn videorecorders heb ik uit het stopcontact gehaald. Ik heb ze de afgelopen twee jaar dan ook nooit gebuikt. En straks is al mijn witgoed energieklasse A.

Op mijn computer zit een speciaal stopcontact die ook alle randapparatuur automatisch uitzet tijdens het afsluiten, de auto heb ik al geruime tijd geleden de deur uitgedaan en ik ben zelfs bereid minder lang te douchen. Maar spaarlampen? Dat nooit. Kom op zeg, ik heb wel een beetje smaak.

Homo Cantans – za 30 juni 2007

Zingende Zeelui

Het zou groots en meeslepend worden. Een grandioos spektakel. De heropening van de Bredase haven moest in het collectieve geheugen van Breda worden opgenomen.

Ons Strijdliederenkoor was gevraagd de openingsact van de opening te zijn. Voor de gelegenheid hadden we ons vaste repertoire aan de wilgen gehangen en onder de naam ‘De Turfschippers’ een aantal zeemansliederen ingestudeerd. Weinig verheffend, geef ik toe, maar het was allemaal ter meerdere eer en glorie van de Bredase haven.

Goed, de opening had wellicht niet de grootstedelijke allure die sommigen liever gezien hadden. En het geluid was ook bepaald beroerd ingeregeld en veel te zacht, waardoor het merendeel van de tienduizenden toeschouwers aan de beide kades ons amper kon horen. Gelukkig heeft de lokale omroep het optreden vereeuwigd. En hoe erg ik wellicht ook voor lul stond, ik ben het enige raadslid dat niet tussen de bobo’s in de afgehekte vip-ruimte stond, maar daadwerkelijk een bijdrage heeft geleverd aan de opening van de haven. Hoe klein ook.

Homo Cruciabilis – vr 29 juni 2007

I've only got eyes for you

Ik was toe aan een nieuw pakket halfjaarslenzen. Half slapend stapte ik ‘s ochtends in de stoel van de opticiën, die me aan de reguliere oogcontrôle zou onderwerpen.

Het was de vorige avond een beetje laat geworden in de kroeg. Ik voelde me dan ook niet helemaal fruitig toen ik ‘s ochtends in allerijl de slaap uit mijn rooddoorlopen ogen wreef en haastig mijn tanden poetste om nog op tijd bij mijn lenzenleverancier te zijn. ‘Ik had niet zoveel moeten drinken’, dacht ik, toen tijdens de oogcontrôle van de letters op het scherm tegenover me niet veel meer te ontwaren viel dan onherkenbare grijze vlekken. Vervolgens werden mijn ogen nog aan een marteling onderworpen door met een fel lichtstraaltje op de oogbol te stralen. Ik ben echt geen watje, maar dan houd zelfs ik het niet droog.

‘Je ogen zijn niet verder achteruitgegaan’, zei de opticiën. ‘Alleen het oogwit is wat roder dan normaal.’ Tsja, dacht ik, daar heb ik wel eens vaker last van. Maar ik hield wijselijk mijn mond.

Homo Ebrius – zo 24 juni 2007

Rosé

Eerst voor de laatste keer dit jaar asperges gaan eten bij ons mam. Halverwege de zaterdagavond afgereisd naar Tilburg. Cbi was verhuisd naar een anti-kraakpand in Tilburg en vierde zijn house-warming.

Het gaat goed met Cbi. Na zijn beenmergtransplantatie zit hij nog steeds aan meer medicijnen dan in een gemiddelde stadsapotheek te vinden en begint zo langzamerhand weer in de buurt van een redelijk gewicht te komen. Hoewel hij nog steeds niet mag drinken, weerhield dat de rest er niet van om redelijk te slempen. Na het bier volgde n vele flessen rosé. Cbi hield het bij tonic.

Cbi was wel zo slim om het niet te laat te maken. Dat gold uiteraard weer eens niet voor mij. Ik behoorde bij de laatsten, die ver na zonsopgang onze slaapplek opzochten. Toen om negen uur ‘s ochtends mijn telefoonwekker ging, ben ik daar dan ook glorieus doorheen geslapen. Wel vond ik mijn mobieltje enkele uren later in één van mijn schoenen, met vervolgens enkele sokken daarin gepropt. De verjaardag van mijn grootmoeder, die zij ‘s ochtends in Terheijden vierde, heb ik dus behoorlijk gemist.

Nadat ik pseudo-wakker was geworden, bleek Cbi al weer super-actief. Hij had de hele woonkamer al opgeruimd en bakte daarna voor iedereen omeletten. Zelf was ik nog zo duf als een planeet. ‘Je moet blij zijn dat je niet mag drinken’, zei ik cynisch tegen Cbi, die me een vriendelijke mep verkocht met een opgerolde krant.

Rond een uur of drie was ik in Breda. Ik had beloofd Joris en Liesbeth te helpen verhuizen. Daar werd opnieuw duidelijk hoe slecht een bachanaal voor je conditie is. Al bij het de trap op tillen van de eerste doos, brak bij mij het koude zweet uit. Het werd een zware dag.

Homo Pausans – vr 22 juni 2007

De Kroeg

Aangezien het de vorige avond nogal laat geworden was, of eigenlijk nogal vroeg (zeg maar totdat het buiten al weer erg licht was), kwam ik niet al te vroeg mijn bed uit. Het is reces, het werk zit er voorlopig even op. Dacht ik.

De keerzijde van het reces is dat ineens opvalt hoe groot de stapel werk is die ik de afgelopen maanden opzij geschoven had met het idee ‘daar kom ik tijdens het reces nog wel eens aan toe’. Maar daar laat ik me voorlopig nog even een paar dagen niet door afleiden.

Mijn eerste afspraak was vandaag pas om drie uur. Dat vond ik prima. Vervolgens ben ik eigenlijk meteen de kroeg ingegaan. Waar ik pas tegen sluitingstijd weer ben weggegaan. Met slechts enkele tosti’s als avondeten. Gelukkig ben ik nooit erg vervelend als ik dronken ben. Het kon me trouwens ook niets schelen.