Homo Languens – zo 16 juni 2007

DWARS

Als ik dit schrijf, zit ik in de laatste trein naar Breda. Voor me een opengeklapt luikje waar mijn laptop op staat. Achter me een week die me meer energie gekost heeft dan de meeste maanden. Naast me een 125 grams geel pakje M&M’s van 516 kilojoule, voor één euro vijftig uit de automaat. Dat kan nooit genoeg zijn.

Eigenlijk heb ik vandaag een heel leuke dag gehad. Moe mijn bed in gestapt, de vorige avond, en bewust geen wekker gezet. Mijn mobiele telefoon met lege batterij had ik semi-onbewust niet in de oplader gezet. Al zou ik het willen, ik had de oplader onder de papieren rotzooi ook nooit kunnen vinden.

Om half zes werd ik voor het eerst wakker. Twee uur later opnieuw, en twee uur later nogmaals. Ik besloot dat dat het moment was om op te staan. Voor me een ontbijt, nog enig te verrichten werk voor mijn broodheer en de wetenschap dat ik een maanden eerder gedane belofte moest inlossen een workshop een debatteren te geven aan de leden van DWARS, groenlinkse jongerenorganisatie. Daarmee was de zaterdag een relatief rustige dag.

Ik laat me wel inspireren door geëngageerde, enthousiaste jongeren, ook al was de informele borrel na afloop wat korter dan normaal. Voor de zoveelste keer heb ik kennis gemaakt met nieuwe gezichten die wellicht de toekomst zullen zijn van een jongerenorganisatie waar ik al dertien jaar lid van ben. De workshop was dan ook zoals men had mogen verwachten: vrolijk en speels.

Toen ik terugliep ging de telefoon. Het was congresscharrel, die mij langs de Stairway to Heaven had zien lopen. Of ik nog even een biertje kwam doen, alvorens hij naar het PAN-feest zou gaan. Waarvoor hij desgewenst best nog wel een extra kaartje had. Ik gaf toe en liep terug naar de kroeg die dienst deed als tussenstation tot aan het PAN-feest en dronk. Tot de laatste trein, die me nu terugbrengt naar Breda. Ik ben moe, vreselijk moe, en toe aan reces.

Homo Reclamans – 12 t/m 14 juni 2007

axie

De ‘week of hell’. In ieder geval agenda-technisch. In de week van de presentatie van het 100-dagen-plan van het kabinet hield CoolClimate een klimaatvierdaagse. En daarnaast waren er ook nog tal van bijeenkomsten, overlegjes en vergaderingen. Dat moest wel fout gaan.

Dinsdag ging eigenlijk prima: ik stond na een korte nachtrust ’s ochtends vroeg bij het americain-hotel, waar Mirjam de Rijk en Ruud Lubbers pleitten voor het gebruik van tweede generatie biobrandstoffen in de Rotterdamse Haven. Woensdag was al wat lastiger. Om op tijd in het Bulderbos te zijn, zou ik om kwart over zeven opgehaald worden in Haarlem. En daar kun je vanuit Breda met de trein zo vroeg niet komen, dus bleef ik crashen op de bank bij Jaap in Delft, waar ik om vijf uur gewekt werd door de wekker op mijn mobieltje.

Donderdag ging het mis. De vorige avond kreeg ik een SMS-je of ik, dit maal als chauffeur van een camper die nodig was voor de actie van donderdag, om acht uur in plaats van tien uur in Den Haag kon arriveren. Hoewel ik al een paar nachten te kort had geslapen, zei ik desondanks ja. Maar sliep vervolgens, ondanks het irritante geluid, de volgende ochtend keihard door het electronische en doorgaans zeer irritante geluid van mijn wekker. Met als gevolg dat ik niet voor, maar midden in de spits naar Den Haag reed. En als bijkomend probleem dat het nog eens extra druk was op de wegen. En dus zelfs de oorspronkelijke tijd van tien uur niet eens haalde.

Die ochtend was ik eigenlijk al helemaal gesloopt. Desondanks wachtte donderdagavond ook nog een lange raadsvergadering, met onder andere het voor onze achterban gevoelige dossier Bouvigne op de agenda.

Homo Valedicens (2) – ma 11 juni 2007

Lege stoel

Regelmatig moeten we aan het begin van een raadsvergadering gaan staan, omdat er weer eens een oud raadslid is overleden. Meestal zijn dat relatief onbekende figuren die jaren geleden ooit eens in de raad hebben gezeten. De burgemeester leest dan een in memoriam voor. Daarna gaat iedereen over tot de orde van de dag.

Vanavond was een speciale vergadering belegd om het veel te vroege overlijden van Joep Augenbroe te herdenken. Op de eerste ring zijn naaste familie en zijn partijgenoten. Op de tweede ring bleef de stoel van Joep leeg. Op de publieke tribune vrienden, familie, partijgenoten. Volle bak.

Twee anekdotes nog over Joep. In de vorige periode ging een groot deel van de gemeenteraad na een vergadering altijd nog wat naborrelen in café Publieke Werken. Fractiegenoot Piet Hein en ik gaan echter altijd naar De Beyerd. Op één zo’n avond stapte Joep, samen met fractiegenoot en inmiddels fractievoorzitter André Lips De Beyerd binnen. „En vandaag drinken jullie op onze kosten”, riep Joep en bestelde een rondje.

Een ander moment, wederom na een raadsvergadering. Piet Hein en ik fietsen gezamenlijk naar huis. Een grote en dure auto rijdt, tot onze schrik, met behoorlijke snelheid recht op ons af. De auto stopt vlak voor ons. Joep stapt gul lachend uit en zegt „hoe voelt het nou om eens bijna geschept te worden door een echte auto”.

Joep was soms een kwajongen. Iedereen kent wel een paar van zijn streken. Ze zullen gemist worden.

Homo Spatians – zo 10 juni 2007

Markdal

Om het Markdal, één van de mooiste stukken natuur in Breda, wat meer onder de aandacht te brengen, had GroenLinks een natuurwandeling georganiseerd. Als fractievoorzitter mocht ik natuurlijk niet ontbreken bij deze educatieve tocht.

De wandeling werd begeleid door een gids van het Instituut voor Natuureducatie. Die, toegegeven, werkelijk alles wist over de blaartrekkende boterbloem, de dwergbies en de Canadese gans. Nadeel daarvan was dat we om de tien meter moesten stoppen om weer een ander wonder van de natuur te bestuderen. En ik ben dan toch iemand die liever flink doorstapt.

Voor andere deelnemers gold dat niet. Bewapend met verrekijkers en vergrootglazen werd door enkele oudere dames elke vierkante centimeter nauwkeurig geobserveerd. ‘Wat is dit voor plantje?’, vroeg de één aan de ander. De ander noemde de naam van het paarsige plantje. ‘Interessant’, reageerde de vrouw, ‘het is alleen zo jammer dat ik het vanavond allemaal weer vergeten ben’.

Homo Valedicens (1) – vr 8 juni 2007

Joep

Het was ongekend druk op het voorplein van de Sacramentskerk. Het duurde nog even voordat de kerkdeuren open gingen. Daar maakten velen gebruik van door nog snel even een sigaret op te steken.

De kerk puilde uit. Familie, vrienden, politici en collegae, parochiegenoten. Mensen met wie Joep vanuit één van zijn functies wel eens te maken had gehad. Joep was een onvermoeibaar mens.

Een jaar geleden werd Joep een beetje ziek. Maar geen dokter die toen wist waar hij last van had. Dat werd pas een maand geleden duidelijk. Maar toen was het al te laat.

Als prominent raadslid stond Joep regelmatig in de krant. Maar in alle jaren had hij vrijwel nooit een krantenknipsel bewaard. Daar had hij nu spijt van. Vanwege zijn driejarige zoontje. Die had hij graag een tastbaar bewijs van zijn politieke drive nagelaten. En dus had de politiek redacteur van BN/DeStem een hele stapel artikelen uit het archief opgezocht en bij Joep afgeleverd.

Van alle sprekers wist directeur Heerema van het Havenbedrijf waar Joep werkte, hem misschien nog wel het meest treffend te typeren. Je moest stiekem wel lachen, de manier waarop hij de inzet, het karakter maar vooral ook de humor van Joep neerzette. ‘Dat volgende biertje, dat pakken we nog wel, daarboven’. Het moment dat het zoontje van Joep één van de kaarsen rond de kist aanstak, was ontegenzeggelijk het meest aangrijpend. Om te janken.

Het was een klamme, drukkende dag. Geen wolkje aan de hemel, maar een loodzware lucht.

Homo Narrans (1) – 4 t/m 7 juni 2007

Koorkamp in de Ardennen 

De maandag begon opmerkelijk vrolijk. Met het zaterdagse drankgelag in de Ardennen inmiddels uit mijn systeem, maar de zondagse middagwandeling door de Ardennen nog enigszins in de benen, stapte ik ’s ochtends uit de trein en wierp ik een euro in de gitaartas van straatmuzikant Chuck Deely.  Het was het begin van wat een lange, drukke en inspannende maand beloofde te worden. Met de afwezigheid op dit web-log als – letterlijk – stille getuige.

De fractievergadering van de maandagavond was een behoorlijk inspannende, vanwege de voorbereiding op de Kadernota 2008, die aanvankelijk later die week in de gemeenteraad behandeld zou gaan worden. Op dat moment wisten we nog niet wat we de volgende ochtend te horen kregen, namelijk dat het ernstig zieke collega-raadslid Joep Augenbroe die avond was overleden. Er was al afgesproken dat als dit zou gebeuren – het gebeurt immers gelukkig niet zo vaak dat een zittend raadslid overlijdt – alle activiteiten zouden worden opgeschort. Dat gold ook voor de behandeling van de kadernota. Ik kom later op dit weblog nog terug op Joep. Die aandacht verdient hij.

Dinsdagavond eten bij Bart, een goede vriend in Den Haag. Ik had beloofd hem te helpen met het installeren van zijn laptop, alhoewel ik achteraf niet begrijp waarom ik daar uitgerekend deze drukke week voor had uitgekozen. Anderzijds is het in mijn leventje de laatste tijd altijd druk, zij het in verschillende tinten, dus deze avond was zo goed als elke andere.

Woensdagavond naar het koor. Er moest nieuw repertoire ingestudeerd worden. Shanties, om precies te zijn. Niet dat we ineens een zeemanskoor zijn geworden, maar ons koor is gevraagd om bij de heropening van de Bredase haven een deel van het programma te verzorgen. En dus moeten er in een maand tijd een achttal nieuwe nummers ingeramd worden. Meerstemmig, ook dat nog.

En toen was het donderdag. Eigenlijk zou die avond de Kadernota behandeld worden, één van de belangrijkste financiële documenten van het jaar. Maar die vergadering was dus opgeschort vanwege het overlijden van collega-raadslid Joep Augenbroe van het CDA. Nu wil het dat diezelfde avond ook het begeleidingspanel Organisatie van de Commissie van Ojik bij elkaar kwam op het landelijk bureau van GroenLinks. Die bijeenkomst had ik eerder al afgezegd, maar nu de raadsvergadering was opgeschort, kon ik er toch naar toe. Ergens volde het een beetje morbide: toch bij een bijeenkomst kunnen zijn omdat er iemand is overleden. Maar ik ben toch maar gegaan. Een avond verplicht voor de buis hangen of de kroeg induiken leek mij minstens zo dubieus.

Homo Cantans – zo 3 juni 2007

Cup-a-Soup?

Het voorheen socialisties koor ‘Tegen de Wind Mee’ viert haar jubileum-koorweekeinde in de Ardennen. Het kan niet anders of er worden liedjes gezongen die geen enkel koorlid nog al te letterlijk durft te nemen.

In de afgelopen dertig jaar hebben veel socialistiese kaskrakers plaatsgemaakt voor meer eigentijdse liederen tegen armoede, oorlog en milieuvervuiling. Er is eigenlijk maar één groep liederen waar we nooit afscheid van hebben kunnen nemen: dat is het Zuid Afrika-repertoire. Ons koor heeft zich altijd geïdentificeerd met de strijd van de onderdrukte zwarten onder het apartheidsregime. We zingen ze nog steeds regelmatig. Ik ken het Nkosi Sikeleli, het volkslied van Zuid Afrika, dan ook beter dan het Wilhelmus, waarvan ik alleen de eerste strofe ken. Eerlijkheidshalve: het Nkosi zingt ook een stuk lekkerder.

Op zaterdag hadden we nog twee andere koren uitgenodigd: het Brussels Brecht-Eislerkoor en het Omroerkoor uit Hasselt. Ook bij hen een combinatie van oude liederen in vaak verbazingwekkende arrangementen en koorzettingen (uiteraard veelal van Bertol Brecht of Hanns Eisler). Echter ook enkele verschillen. Volgens mij zijn de Vlaamse koorleden meer geëngageerd dan de meeste leden van Tegen de Wind Mee. En dat geeft dan wel weer een aardig beeld van de Vlaamse politiek. Wie in Vlaanderen lid is van de SP.a is eigenlijk een gematigde sociaal-democraat. Wie in Vlaanderen dan weer lid is van de PvdA, is een straffe communist, vergelijkbaar met de SP in Nederland, zo’n tien jaar geleden.

Verschillen zijn er om te overbruggen. Een pintje lusten we allemaal en het werd dan ook een aangename zaterdagmiddag. En avond. Het kortstondige middagdutje onder de Belgische zon moet me dan ook maar vergeven worden.

Homo Desponsans – za 2 juni 2007

Tegen de Wind Mee

Vanwege het heuglijke feit dat het voorheen socialisties koor Tegen de Wind Mee dit jaar zijn dertigste verjaardag viert, werd het traditionele koorweekeinde dit maal niet opnieuw in Wuustwezel, maar in de Belgische Ardennen gevierd. Koor en aanhang trok er carpoolend heen.

Het zal niet alleen aan ons gelegen hebben dat de doorgaans filevrije Vlaamse wegen deze vrijdagnamiddag verstopt zaten. Desondanks zal de stilvallende voiture van Josje daar een bijdrage aan geleverd hebben. Het was dan ook pas na zevenen dat we compleet genoeg op de plaats van bestemming waren, dat er met pan naar het plaatselijke frietkot liepen om het hele gezelschap van frieten te voorzien. Echter niet voordat het ganse koor bij aankomst van Josje speciaal voor haar uit volle borst het file-lied hebben gezongen.

Bizar waren onze buren in het huis naast ons, een groep Christelijke jongeren uit Aalsmeer die in hun gedrag soms meer weg hadden van een groep baldadige, maar verder vrij ongevaarlijke hangjongeren met een redelijke voorraad bier. En heuglijk was het feit dat er op de vrijdagnacht in het koor plotseling nog een verloving plaats had.

En laat ik eerlijk bekennen, ik ben daar deels verantwoordelijk voor. Het begon namelijk allemaal met de onschuldige opmerking dat ik, als raadslid, beëdigd kan worden als Buitengewoon Ambtenaar van de Burgerlijke Stand. En toen ik op mijn knieën aan beide dames vroeg of ik hen mocht trouwen, en het antwoord twee maal ‘ja’ was, werd de verloving bezegeld met twee inderhaast bij elkaar gezochte citroenschijfjes die dienst deden als verlovingsring. Waaruit geconcludeerd mag worden: liefde is een organische zaak.

Homo Miratus – di 29 mei 2007

geld

‘Jullie hebben een probleem’, zei ik tegen de administrateur van mijn baas. Ze keek op van haar boekhouding en trok een vragend gezicht.

‘Volgens mij is mijn salaris deze maand dubbel overgemaakt’. Even bleef ze stil en wierp nog een blik op haar ordner. Daarna keek ze me indringend aan, haalde adem en antwoordde: ‘volgens mij ben jij de laatste Nederlander die nog blij te maken is met vacantiegeld’.

Homo Amicus – zo 27 mei 2007

Biertje?

Michiel is een oude vriend van me met wie ik het grootste deel van mijn middelbare schooltijd ben opgetrokken. Onze wegen zijn echter uiteengegaan, al was het maar omdat hij in Engeland ging wonen en ik niet. Althans, niet permanent.

Er zijn nog enkele belangrijke verschillen. Michiel houdt zich bezig met vastigheid, zoals het kopen van een huis en trouwen. Ik moet er niet aan denken. Ik zit nog stevig aan het bier, hij nog maar zelden. En zo is er nog wel een rijtje te noemen.

Er zijn echter ook overeenkomsten. Nog steeds zijn er mensen die ons op elkaar vinden lijken. Uiterlijk althans. Ik heb dat zelf nooit gezien, maar we hebben het ooit voor elkaar gekregen om zijn oma uit Engeland enkele minuten voor de gek te houden. Het zijn anekdotes waar we hard lachend aan terug denken.

Hij was voor enkele dagen in Nederland. Het leek een goed moment voor mij om hem weer eens aan het bier te krijgen.