Breda Barst – 10 t/m 13 juni 2005

Het weekeinde van Breda Barst is elk jaar weer een behoorlijke aanslag op de fysiek. Maar het is ook altijd erg gezellig. En toen bleek dat de slechte weersvoorspellingen achterwege bleven en de bezoekers massaal naar het park kwamen, kon het weekeinde helemaal niet meer stuk

Voor iemand uit de organisatie begint Breda Barst eigenlijk al in de herfst, wanneer de eerste voorbereidingen al weer getroffen worden. Maar het echte werk begint vrijdag, als in het park de steigers gebouwd worden, het terrein wordt afgehekt, de podia worden neergezet en de kraampjes worden opgezet. En zaterdag overdag moet dan ook nog eens alles ingericht worden. Werk zat dus, voordat om vijf uur ’s middags het eerste bandje begint te spelen. En na de laatste noot moet er dan ook nog worden opgeruimd.

Zondag begint meestal relatief rustig. Ik kon dus genieten van de muziek. Maar het mooiste moment is toch de jaarlijkse rituele bardienst. Vanaf de eerste editie van Breda Barst, tien jaar geleden, ben ik als vrijwilliger betrokken bij de organisatie en ik heb ook elk jaar bardiensten gedraaid, en dat blijft wat mij betreft het leukste werk dat je tijdens zo’n festival kan doen.

Het echte afzien begint eigenlijk pas zondagavond rond half twaalf, als de muziek al weer een tijdje uit is en iedereen nog even heeft nagepraat. Dan komt de grote opruimklus en ik heb het pas één keer meegemaakt dat we daarmee klaar waren voor het krieken van de dag. En dan is er op de maandag ook nog een hoop werk te verrichten. De nacht daartussenin is dus wel heel erg kort.

Nu had ik op maandag ook nog een hoorzitting over de horeca-sluitingstijden in Breda (waarover ik later nog wel meer vertel), dus aan het einde van de middag glipte ik er een paar uurtjes tussenuit om in mijn vieze werkkleding tussen de in strakke kleding gestoken commissieleden van AZ te zitten. Een tweede vergadering in Utrecht paste logistiek niet meer in de agenda en de vraag was of het er fysiek nog in had gezeten. Na vier dagen sjouwen, lopen en ploeteren was de harde kern van Breda Barst toe aan een biertje. We hebben er in Dok19 heel wat Erdinger Weisse-bier naar binnen zitten kantelen.

Galderse Meren – do 9 juni 2005

De commissie ging op werkbezoek. Het was dit keer de commissie Algemene Zaken en de bestemming was het gebied rond de Galderse Meren. Een apart gebied, want de gemeentegrens tussen Breda en de gemeente Alphen-Chaam loopt daar nogal kronkelig. Met allerlei rare problemen als gevolg.

Tijdens ons bezoek was het vrijwel uitgestorven, maar op warme zomerdagen kun je bij de Galderse Meren over de hoofden lopen. Iedereen komt met de auto en er is dan ook een fors parkeerprobleem. Wat mij betreft wordt er betaald parkeren ingevoerd, alhoewel dat logistiek lastig schijnt te zijn. Maar Bredanaars die willen zwemmen, kunnen best op de fiets komen. Zo ver is het nou immers ook weer niet fietsen naar de Galderse Meren.

Want wat doe je met een weg die over de gemeentegrens heen kronkelt. Niets dus, zo blijkt. Gaten worden provisorisch gedicht en Breda heeft her en der wat lantaarnpalen neergezet, maar Alphen-Chaam dan weer niet. En de dienst Stadsbeheer maakt alleen maar schoon op de stukken weg die in Breda liggen. De oplossing is trouwens vrij simpel: grondruil tussen de gemeentes of, nog simpeler: de gemeentes gaan samen de hele weg repareren en delen de rekening.

Er is een probleem dat iets lastiger ligt: de Galderse Meren kennen een officiëel naaktstrand. Er is echter ook nog een aanpalend natuurgebeid dat dienst doet als homo-ontmoetingsplek, uiteraard niet officiëel. En de dingen die daar gebeuren, gaan, volgens buurt en politie, alle perken te buiten. Het probleem waar wij dan mee kampen: stel dat je hier gaat handhaven, waar verplaatst het probleem zich dan naar toe?

De meest creatieve ideeën kwamen naar boven, maar een echte oplossing had niemand voor handen. Dat wordt dus nog een interessante discussie in de vergadering van AZ waarin dit wijkbezoek binnenkort besproken zal worden.

Beeldvorming (3) – wo 8 juni 2005

Joepi, ik word genoemd. De grootste eer die je als politicus ten deel kan vallen is wanneer andere mensen over je praten. Het is net als met reclame. Het maakt niet uit hoe er over je geluld wordt, als er maar over je geluld wordt.

Vroeg of laat krijg ik het via via wel te horen wanneer er over me gepraat wordt. Zo schijnt vanmiddag mijn naam een keer of wat gevallen te zijn bij de hei-sessie tussen de fractievoorzitters.

Nu de gemeenteraadsverkiezingen dichterbij beginnen te komen, gaat elke partij speculeren over welke mensen voor de andere partijen lijsttrekker zouden kunnen worden. Ik ben weliswaar kandidaat, maar dat wil op zich helemaal niets zeggen. Er kunnen weet-ik-veel hoeveel andere kandidaten zijn. Het feit echter, dat mensen van andere partijen rekening houden met de mogelijkheid dat ik het wordt, is best wel grappig. Kennelijk wordt ik serieus genomen. En politiek brengt nu eenmaal een gezonde mate van ijdelheid met zich mee.

Ik heb al diverse keren meegemaakt dat anderen speculeren over mijn politieke carrière. Zelfs dingen als het Tweede Kamerlidmaatschap komen dan voorbij. De grap is dat ik daar zelf helemaal niet mee bezig ben. Het politieke landschap, zeker vandaag de dag, verandert met de dag en daarnaast koester ik helemaal geen ambities in die richting. Dingen lopen zoals ze lopen en zelf heb ik maar heel beperkte politieke ambities. Ik denk er serieus niet over na wat ik over vijf jaar doe, laat staan over tien jaar.

Ik ken ze wel, de carrière-jagers. Ik heb ook respect voor mensen die nu al bezig zijn met hun toekomst over tien of twintig jaar. Ik hoor er zelf alleen niet bij. Voordeel is dat ik dus ook niet constant rekening hoef te houden met wat voor beeld anderen van mij hebben. Als ze mij een klootzak vinden, prima. Ik ben in ieder geval eerlijk. Daarnaast heb ik een paar vrienden die me terugfluiten zodra ik het te hoog in mijn bol krijg. Wie weet, misschien ben ik over vijf jaar wel gewoon lijstduwer.

Beeldvorming – ma 6 juni 2005

Na een volle werkdag in Hilversum reisde ik af naar Utrecht voor een vergadering van het partijbestuur. Het raadslid was vandaag out-of-town, zullen we maar zeggen. De bijeenkomst ging over beeldvorming. Met de gemeenteraadsverkiezingen in het vooruitzicht, spitste ik mijn oren

Op zich hoeft GroenLinks helemaal niet zo ontevreden te zijn over het imago, alhoewel dat elitaire stempel er onderhand wel af mag. De presentatie mag echter beter en, zoals elke partij en elk bedrijf dat tegenwoordig professioneel aanpakt, doen wij dat ook.

Nee, dat betekent niet dat we een peperduur reclamebureau gaan inhuren voor onze campagnes. Dat werkt namelijk niet. Wat we wel gaan doen is veel meer over presentatie en stijl nadenken. Want als de boodschap goed is, wil je haar ook goed verpakken.

Met de gemeenteraadsverkiezingen in het vooruitzicht, de eerste grote afrekening van het kabinet Balkenende, beginnen sommigen al een beetje ongedurig te worden. Want verkiezingen zijn niet alleen spannend, de campagnetijd daaraan voorafgaand is vooral ook erg leuk. Je ziet nu al de eerste tekenen: coalitiepartijen die af en toe schuiven, oppositiepartijen die net wat feller zijn en partijleden die weer wat actiever worden. Het wordt een rustige zomer, maar daarna waarschijnlijk weer een hete herfst.

Stijfburgerlijk – zo 5 juni 2005

Het is mij een raadsel waarom de Belgische minister van Buitenlandse Zaken Karel de Gucht niet mag zeggen dat Balkenende stijfburgerlijk is. Stijfburgerlijk en een Harry Potterfiguur. Er wordt altijd beweerd dat politici niets anders doen dan liegen. Nu zegt er eens één de waarheid, is het weer niet goed

Toegegeven, het is niet handig om dit soort uitlatingen te doen over je collega over de grens. Maar de opmerking dat Balkenende een stijf burgermannetje is, kun je moeilijk een belediging noemen. Balkenende is nu eenmaal een burgermannetje. Als het kon, had ‘ie waarschijnlijk 2.1 kinderen.

Het is misschien flauw om drie jaar naar dato nog steeds te mekkeren over het volstrekte gebrek aan stijl en allure van onze premier. Maar hij maakt het er dan ook zelf naar. Weinig politici kunnen zo consequent de verkeerde dingen op het verkeerde moment zeggen. Zoals de opmerking ‘ik sta in Europa in m’n hemd als de grondwet niet wordt aangenomen’. Het is voor enkele van mijn vrienden de reden geweest om toch maar ’tegen’ te stemmen bij het referendum. Dat wilden ze wel eens zien.

Het is wel een slimme zet van de regering om van deze zaak een rel te maken. Want dat leidt de aandacht af van waar het werkelijk om gaat. Dat dit kabinet de ene blunder na de andere gemaakt heeft in de voorlichting over de Europese ‘grondwet’. Zelfs Hans Wiegel heeft dat dit weekeinde ruiterlijk toegegeven. En overigens vindt ook hij Balkenende een stijfburgerlijk mannetje. Alleen durfde hij het weer niet te zeggen. Dan zou hij immers ook op zijn kop krijgen van Den Haag, liet hij weten voor de camera van het NOS-journaal. Typische vent, die Wiegel. Wel rechts, niet stijfburgerlijk.

Bont en Blauw – vr 3 juni 2005

Het is zaterdag eind van de ochtend als ik uit het bed klauter. Alles doet zeer. Elke stap die ik verzet kost energie. Eén onbehoedzame beweging en een pijnscheut trekt door mijn hele lijf. Elk spiertje, maar dan ook elk spiertje, trekt aandacht. En hoe later het werd, hoe erger.

Het was geen kater, waar op zich, gezien de overmatige alcoholconsumptie van de avond ervoor, alle reden voor was, maar het rugby-toernooi van de vorige middag. Ik wist helemaal niet dat je op rugby zat”, zul je denken. Dat klopt ook, en wellicht was het beter geweest als ik me niet had laten overhalen mee te doen aan een amateur-toernooi.

Joost, één van de leden van de Jongerenfractie van Dwars, de groenlinkse jongerenorganisatie, zit wel op rugby. En aangezien zijn club jaarlijks een toernooi voor amateurs organiseert, kwam hij op het idee om met een team van Dwars aan dit toernooi mee te doen. En aangezien ik ooit had beloofd dat ik best mee wilde doen als hij zonder mij niet aan genoeg mensen kon komen en dat laatste inderdaad het geval bleek te zijn, mocht ik vrijdagmiddag met de geleende voetbalschoenen van mijn broer en een nieuw gekochte sportbroek op de velden van het Eindhovense studentenrugbyteam ‘The Elephants’ verschijnen.

Er zijn, zo heb ik ontdekt, twee manieren om rugby te spelen. De eerste is op snelheid en wendbaarheid en vereist een behoorlijke conditie, iets wat ik niet heb. De tweede manier is simpelweg: de beuk erin. Maar ook een portie gezond beukvermogen zit er bij mij, met m’n schamele 69 kilo, niet in. Derhalve wilde het tackelen niet zo goed lukken. Het getackeld worden, daarentegen, ging des te beter. Volgens mij ben ik een aantal malen op spectaculaire wijze op mijn muil gegaan. Dat het een amateurtoernooi betrof, wilde namelijk, zo bleek, niet zeggen dat er geen ervaren rugby-spelers mee mochten doen. Slechts twee per team weliswaar, maar genoeg om je er een paar keer flink van langs te geven.

Rugby en politiek gaan duidelijk niet samen. Het Dwars-team leed de ene glorieuze nederlaag na de andere en met welgeteld nul gewonnen wedstrijden (en één discutabel gelijkspel) eindigden we op de zesde plaats: onderaan dus. Een ander team dat halverwege was uitgeschakeld, eindigde zelfs nog hoger.

Politiek en drank gaan echter wèl samen. Het tempo in de rugby-kantine, waar het bier standaard werd geserveerd in drie-liter-kannen, konden we beter bijhouden. En ook het stappen in Café de Schoen, waar speciaal voor de Rugbyers het bier voor één euro per vaasje over de bar ging, beviel uitstekend. Het was dan ook al licht voordat we bij Joost op de boerderij aankwamen om daar te pitten. Natuurlijk pas na nog een laatst biertje en een bord vers gebakken friet.

Men zegt, de kater komt later. Dat bleek voor het bier niet echt te kloppen. Maar wat het rugbyen betreft heeft de man met de hamer alsnog toegeslagen. Zelden, zo niet nooit, heb ik zoveel last van spierpijn gehad. Niet alleen het fietsen en lopen, zelfs het typen gaat niet geheel zonder pijn.

De Kadernota – do 2 juni 2005

De behandeling van de kadernota nam traditiegetrouw twee avonden in beslag. Want als er over het beleid van het komende jaar gepraat moet worden, is dat een gewichtige zaak, die foorgaans uitgedrukt wordt in de kilo’s papier die fracties nodig hebben om hun eerste reactie te geven.

De eerste termijn, zoals het officieel heet, wordt al jarenlang schriftelijk afgehandeld. De fractievoorzitters sturen hun bijdrage, die ze in een ver verleden altijd monotoon voorlazen in de vergadering, nu een dag van te voren op aan alle andere raadsleden. Tijdens de eerste vergadering krijgt elke fractievoorzitter dan nog kort de gelegenheid om te reageren (kort, voor de duidelijkheid, is in politieke termen nog altijd een dikke vijf minuten), waarna het college van burgemeester en wethouders de vragen kan beantwoorden. En aangezien alle vragen al een dag eerder op papier stonden, hebben de ambtsdragers aan de bestuurstafel hun antwoord al klaar.

Dan komt de tweede termijn. De fracties reageren dan op elkaar en dienen ze moties en amendementen in op de kadernota, over de dingen die ze graag nog veranderd willen zien. Dat was dus allemaal op dinsdag.

Op donderdag wordt door de raadsleden gereageerd op de beantwoording van het college, die voor de zekerheid ook op papier is gezet en rondgestuurd. Het college reageert dan ook op de ingediende moties. Meestal gaat dat als volgt: een motie van de coalitiefracties wordt overgenomen, een motie van de oppositiepartijen wordt afgewezen. Zo werd de motie van GroenLinks, mede ondertekend door SP, Breda ’97 en D’66, waarin stond dat het opknappen van de Ginnekenweg nu onderhand maar eens voorbereid moest gaan worden, ontraden. Hetzelfde gold voor een motie over een volwaardig jeugdhonk in de Haagse Beemden. Ook een gezamenlijke motie over het opknappen van de Dintelstraat in de wijk Westeinde van SP en GroenLinks, kon op weinig bijval rekenen, behalve dan dat de wethouder beloofde dat hij nog eens een keer zou gaan kijken.

Allemaal zinloos dus? Nee. Want onze motie over de Ginnekenweg haalde desondanks een meerderheid. En mede dankzij onze felle kritiek op het cultuurbeleid, werd ook op dat terrein een motie aangenomen, ook al was deze dan niet door ons ingediend (zie web-log wo 18 mei 2005). De inhoud van die motie was dat de raad nog maar eens over de bezuinigingen op cultuur moest gaan praten. Het benodigde geld is er echter niet, dus of die discussie ook zin zal hebben, is nog maar de vraag.

Twee redelijk lange avonden dus, met veel gepraat. Los van een enkel interruptiedebatje, houdt ieder normaal raadslid tijdens de kadernota-bespreking zijn mond. De kadernota, die is voor de fractievoorzitters.

Inhaalslag – ma 23 mei 2005

Aangezien ik nogal wat tijd verloren had met de hele heisa rond mijn gestolen en later weer teruggevonden auto en met de computerproblemen van gisteren, was maandag een inhaaldag. Dat levert zelden spannende verhalen op.

E-mail beantwoorden, stukken schrijven, weblog bijwerken, bureau opruimen, stukken lezen, fractievergadering voorbereiden, koffie zetten, sjekkie rollen, koffie opdrinken, agenda updaten, stofzuigen, telefoontjes plegen, post behandelen, eerste reactie kadernota op papier zetten, GroenLinks-website bijhouden: het zijn zo van die klussen waar je weinig zinnigs over kunt zeggen. Laat ik dat dan ook maar niet proberen.

Gaga – zo 22 mei 2005

De dag begon met een radio-uitzending vij de lokale omroep. Een interview van een uur in het programma Gastvrij. ’s Middags ging ik aan de slag met de lay-out van het plaatselijke afdelingsblad van GroenLinks. Op een onbewaakt ogenblik heb ik toen per ongeluk het bestand nltdr.sys van mijn harde schijf gewist. Problemen gegarandeerd.

Hoewel ik doorgaans toch geen sukkel ben op de computer is het wissen van het bestand nltdr een behoorlijk imbeciele actie. Want hoewel de pc in eerste instantie gewoon blijft doorwerken, is het doem-scenario onafwendbaar. De eerstvolgende keer dat je de computer wil opstarten, hapert deze al na twee seconden.

Aangzien mijn C-schijf NTSF-geformatteerd is, heb ik weinig aan een ouderwetse boot-floppy met daarop MS-Dos. Vroeger kon je met behulp van zo’n opstartdiskette en een beetje verstand van MS-Dos nog een heel eind komen in het ‘repareren’ van je systeem. Maar met Windows XP behoort dit soort oplossingen duidelijk tot de verleden tijd. Er was geen enkele mogelijkheid het missende bestand terug te kopiëren. En probeer op zondag maar eens een help-desk te bellen.

Het enige dat ik kon doen is naast mijn bestaande versie van XP nog een extra, tweede versie van dit besturingssysteem op de pc installeren, een zogenoemde dual-boot. Maar aangezien de fabrikant van mijn pc nooit een installatie-cd heeft bijgeleverd behoorde dat ook niet tot de mogelijkheden. Alhoewel, ergens had ik nog een illegale kopie van zo’n installatie-cd liggen.

En zo kwam het dat ik met behulp van een illegale kopie mijn legale besturingssysteem kon repareren. Dat ging ongeveer zo: installeer een illegale versie van Windows naast je legale versie, zodat je de pc wèl kunt opstarten. Zorg dat het missende bestand teruggezet is en verwijder daarna weer de tweede installatie, zodat je een werkende versie van je eerste Windows-installatie overhoudt. Het duurt even, maar het werkt wel. Ik werk dus weer vrolijk op de computer met een legale windows-versie. Alleen de kopie van het bestand nltdr.sys is niet helemaal kosjer. Ik ga er maar vanuit dat Bill Gates het niet zo erg vindt. En als hij er wel problemen mee heeft? Dan is hij gewaarschuwd. Na dit belachelijk omslachtige Windows-avontuur zit ik langzamerhand serieus te denken aan een overstap naar Linux. En met Open Source is niets illegaal.