On Tour – wo 23 febr. 2005

Een drukke, geheel politieke dag, te beginnen bij de werkvergadering van de fractie. Veel besproken en gedaan. Klokke twaalven volgde het beoordelingsgesprek met onze stagiair Martijn. Hij kreeg uiteindelijk een ruime voldoende.

Volgde om twee uur de presentatie van het jaarprogramma van ‘De Ontdekking’. De Ontdekking is een cultuureducatief project voor de basisscholen. Dat betekent, in normaal Nederlands, dat aan basisscholen een pakket aan activiteiten wordt aangeboden die met kunst en cultuur te maken hebben. En hoewel ik altijd al vreselijk groot voorstander dan De Ontdekking geweest ben, wist ik nooit hoe het programma er exact uitzag. Dat weet ik nu dus wel en ik was er erg tevreden over.

Daarna naar poppodium MeZZ gegaan. Het bestuur had de cultuurspecialisten van de fracties uitgenodigd voor een gesprek over de financiële situatie bij het poppodium. Kort gezegd komt het erop neer dat het podium structureel te weinig subsidie krijgt om aan haat culturele doelstellingen te voldoen. Wel lullig dat de coalitiepartijen collectief hadden besloten niet op de uitnodiging in te gaan, omdat zij vonden dat dat een probleem was wat de wethouder maar moest oplossen. En ik snap ook wel dat raadsleden niet direct een extra subsidie willen toezeggen (daarvoor weten we op dit moment nog te weinig en mochten de horeca-openingstijden in Breda binnenkort verruimd worden, wat erg waarschijnlijk is, kan MeZZ haar podium ook winstgevender exploiteren), maar dat betekent niet dat je je niet door het MeZZ-bestuur kunt laten informeren over de situatie. Goed, de coalitiepartijen hadden afgezegd, de rest van de oppositie had besloten zich daarbij aan te melden en ik was dus in mijn eentje in MeZZ. En laat ik nu toch al weten hoe de vork in de steel zat, omdat de bestuursvoorzitter me al eerde, tijdens een toevallige ontmoeting aan de bar, had bijgepraat over de financiën

Tot slot de commissievergadering ECG, waar de wethouder tot mijn grote verbazing (dus vast van te voren afgesproken met de collegepartijen) zelf begon met een verhandeling over diezelfde MeZZ, met als conclusie dat de exploitatie met de huidige subsidie simpelweg niet sluitend kan zijn. Met volgens hem vier opties: de tent verpatsen (en dus het einde van de culturele programmering), het aantal culturele activiteiten terugschroeven of de subsidie structureel verhogen. Hij liet ook al weten dat de eerste twee oplossingen wat hem betreft geen optie waren en dat de raad hem zou moeten vastbinden om die erdoor te krijgen (dat is bijna dreigen met opstappen). Ofwel: de MeZZ krijgt straks extra subsidie.

Stond er verder nog op de agenda: het vernieuwde horeca-beleid. Goed stuk, maar over een aantal belangrijke zaken stond er niets in, zoals de al jarenlange discriminatie van mensen met een kleurtje en het beleid van de sluitingstijden. En daarmee was het stuk wat mij betreft incompleet.

Het tweede agendapunt was het bespreken van een notitie met de titel Het Bredase Medialandschap. Dat Bredase Medialandschap bleek in het stuk zelf niets meer te zijn dan de door de gemeente gesubsidiëerde lokale publieke omroep. Centrale vraag leek tijdens de commissie in hoeverre de lokale overheid zich mag bemoeien met de programmering van de lokale omroep. Mijn antwoord is simpel: niet. Hooguit mag als voorwaarde voor de subsidie een minimum eis gesteld worden aan de aantallen uren televisie en radio. Ook het hebben van een redactiestatuut dat de onafhankelijkheid van de redactie garandeert kan zo’n eis zijn, maar daar zal het toch echt bij moeten blijven. Frans Jackson van de PvdA dacht daar heel anders over. Juridisch is het mogelijk invloed uit te oefenen en dat moeten we dus ook maar doen, leek de conclusie van zijn betoog. En wanneer socialisten controle willen gaan uitoefenen op de media, gaat het bij mij altijd een beetje jeuken.

“Maar ik wil weten of U mij verantwoordelijk houdt voor eventuele politieke uitspraken op de publieke omroep”, jammerde wethouder Adank. Nee natuurlijk niet, was mijn reactie, hoe kunt U nu verantwoordelijk zijn voor de uitlatingen van of op een onafhankelijk radio- en televisiestation. Hij had het kennelijk niet begrepen.

Verhalenvertellers – ma 21 febr. 2005

Maandagochtend stond de opname van een Spotlight op de planning met als gast Cherry Duyns, een begenadigd maker van televisiedocumentaires en daarnaast een verhalenverteller pur sang. Tijdens het luisteren naar zijn stem bedacht ik me wat voor geweldige radioprogramma’s hij had kunnen maken als hij niet voor het visuele medium televisie had gekozen. Anderzijds hadden we dan een hoop mooie televisie moeten missen.

Ze zijn er niet zo veel meer, verhalenvertellers. Mensen die van nature de juiste melodie, intonatie en emotie in een verhaal kunnen leggen. Zoals predikanten dat vroeger konden, maar inmiddels ook zijn verleerd. Mensen hebben geen geduld meer voor het vertellen van een mooi verhaal. In die zin had Socrates gelijk. Hij vond de uitvinding van het schrift de gevaarlijkste uit zijn tijd. Hoe kon je woorden vertouwen als ze niet uit iemands mond kwamen. Leerling Plaot had er minder moeite met het schrift, maar schreef al zijn teksten als dialogen, in feite dus nog steeds een mondeling gesprek. Nu, bijna twee-en-een-half duizend jaar verder, kunnen we geen fatsoenlijk verhaal meer vertellen, geen coherent betoog meer voeren, of geen vlammende redevoering meer houden zonder een uitgeschreven verhaal op papier en een powerpointpresentatie op de achtergrond. Wij vertellen geen verhalen meer, wij lepelen voorgekookte lappen tekst op. Doorgaans ook nog eens gespeend van elke melodie, intonatie en emotie. En meestentijds ook met de meest walgelijke en onnavolgbare grammaticale constructies die alleen maar achter een pc bedacht kunnen zijn.

Ik weet er alles van, ik hoor ze namelijk dagelijks. Ik zit in de politiek en die zit vol met mensen bij wie de liefde voor de taal en het debat al lang geleden heeft plaatsgemaakt voor machtsdenken en egotripperij. Ik mis de vlammende betogen. Red ze, voordat ze, net als de Korhoender, vrijwel helemaal zijn uitgestorven.

Music is my Aeroplane – za 19 febr. 2005

Dok 19, kortweg ‘De Dok’ is de nieuwe kroeg van Marcel, die een jaar geleden het muzikantencafé ’t Klapcot noodgedwongen moest sluiten omdat eigenaar NV Stadsherstel het op instorten staande monumentale voormalige klooster wilde opknappen om daarna te kunnen exploiteren als luxe sushi-kroeg. Op zaterdagen is er de gelegenheid om samen muziek te maken: een ouderwetse jamsessie dus, met muzikanten als Joris (ik doe de deur dicht) en (altijd present, ook als barman) Bram (Delychees, ex Oude2Us). En hoewel zaterdag misschien een wat rare dag is om zoiets te organiseren, is de sfeer er vaak niet minder om. En verhip, vriendin Janneke was er ook, als zangeres.

Ik zou niet te lang blijven, maar wanneer er muziek gemaakt wordt willen avonden nog wel eens akelig lang uitlopen. En nadat De Dok helemaal was leeggeveegd, opgeruimd en aan de kant geschoven, ging het praten en maken van muziek nog tot diep in de nacht door. De ochtend zelfs. Om een uur of zeven zette ik Bram en Janneke toch echt op straat. Ik had me voorgenomen om er de volgende ochtend namelijk vroeg uit te gaan. Het is er uiteindelijk niet van gekomen.

Genootschap – vr 18 febr. 2005

Van werken kwam weinig terecht die middag. We hadden dan ook een lunch met de redactie van 4fm gepland, nota bene bij een Indisch restaurant. Pikante kip, rijst en een aantal andere heerlijke gerechten waarvan ik niet zou weten hoe ze heetten. Het geheel werd voorafgegaan door een linzensoepje. Een middag met lekker eten met leuke anekdotes, heerlijke wijn.

Na afloop reed ik samen met presentator Vincent van Engelen naar Breda. Vanaf daar moest hij nog verder met de trein, maar het stuk Hilversum Breda is per spoor een absolute ramp. Twee keer overstappen en zo’n zeven kwartier onderweg. Dat had veel korter kunnen zijn als de door de Tweede Kamer jaren geleden aangenomen motie van Paul Rosenmöller een spoorverbinding tussen Breda en Utrecht aan te leggen door de minister ook daadwerkelijk was uitgevoerd. Maar niet dus, waardoor reizigers uit het zuiden nog steeds via Den Bosch naar Utrecht en Amsterdam moeten reizen. Overigens was het hele HSL-project ook onnodig geweest als deze verbinding er was geweest, omdat de tijdswinst van de peperdure HSL dan echt letterlijk nog maar enkele minuten zou bedragen.

Eenmaal in Breda aangekomen ging ik naar de Beyerd, waar de oprichtingsvergadering van Het Genootschap der Liefhebbers van de Zuivere Tweede Stem van Pierre Kartner zijn oprichtingsvergadering hield. Ik was ook uitgenodigd om in dit illustere gezelschap van Kartner-liefhebbers toe te treden. Voorlopig einddoel van het genootschap is het brengen van een eerbetoon aan Kartner, die op onnoemelijk veel platen van anderen een prachtige, tweede stem vertolkt. Ik weet nog niet zeker of ik daadwerkelijk wil toetreden. Ik heb een wat dubbele houding jegens Dhr. Kartner en een Genootschap van Liefhebbers moet natuurlijk voor 100% achter zijn idool kunnen staan.

White man – do 17 febr. 2005

Na de commissie MSO, die vanavond alleen maar ging over de nieuwe buitenruimteverordening die winkeliers iets meer mogelijkheden geeft om voor hun gevel een uitstalling neer te zetten en waarin voor de rest een aantal zinloze of te gedetailleerde regeltjes is geschrapt en waar dus ook eigenlijk iedereen het mee eens was (de één nog meer dan de ander), heb ik de VPRO-documentaire over de oorsprong van AIDS gezien.

Ooit, zo’n tien jaar geleden, maakte ik kennis met een groep mensen uit Zimbabwe. Toen het gesprek over AIDS ging, zei één van de mannen het volgende: “In Europe Aids is brought by a black man. But in Afrika, they believe Aids is brought by a white man.” Ik deed het af als onzin. Het was toch immers bewezen dat de AIDS-epidemie in Afrika was begonnen.

Desondanks leerde de documentaire dat de man uit Zimbabwe meer gelijk had dan ik tien jaar had durven denken. De onbeantwoorde vraag is namelijk altijd geweest hoe het HIV-virus ooit van de mensapen is overgegaan op de mens. Dat blijken we te danken te hebben aan de Belgen, die in Stanleyville in toenmalig Belgisch Kongo vaccinaties maakten tegen polio. Dat ging ongeveer zo: Poliovaccinaties bestonden in Europa, maar logistiek was het moeilijk om die op grote schaal naar Afrika te sturen. In plaats daarvan werd een monster gestuurd, een kleine hoeveelheid. Deze werd, op de plaats van bestemming, opgekweekt, zodat er voldoende was om iedereen, miljoenen kinderen, in te enten. En de gebruikelijke methode om dat te doen, was met behulp van oorgaanweefsel van chimpansees. En van alle honderden chimps, waarvan de nieren zijn gebruikt om het vaccin mee op te kweken, is het statistisch gezien vrijwel onmogelijk dat er niet één of meer exemplaren besmet waren met de aap-variant van HIV, die juist in dat gebied onder de apen heerste.

Het wordt natuurlijk door vrijwel alle betrokkenen ontkent dat 45 jaar geleden catastrofale fouten zijn gemaakt die nu vele honderden miljoenen mensen bedreigt. En het is ook onvoorstelbaar dat er toen niet beter is getest, voordat het vaccin op grote schaal werd toegediend. Maar de man uit Zimbabwe had gelijk: “Aids was brought by a white man”. Een blanke man uit België die werkte in een laboratorium in Stanleyville.

Misselijk – wo 16 febr. 2005

De dag kon niet slechter beginnen. Ik had namelijk prima op tijd op de fractie kunnen zijn, ware het niet dat ik geconfronteerd werd met enkele onverwachte tegenslagen. Dat begon met de printer die een kleine 450 adreswikkels moest uitprinten voor de nieuwsbrief. Normaal gaat dat altijd zonder problemen. Deze ochtend leek het echter onmogelijk om de adressen op de juiste plaats van de wikkel geprint te krijgen. Het kostte me, in tegenstelling tot voorgaande keren, bijna drie kwartier om de verschillende computers simpelweg de juiste opdracht te laten uitvoeren.

Ik was dus al te laat, maar toen ik met de auto de molenstraat inreed (ik had redelijk wat spullen te vervoeren, niet alleen de adreswikkels, ook enkele pakken nieuwsbriefpapier moesten worden bezorgd), slechts 100 meter verwijderd van het stadhuis, stond ik stil achter een vrachtwagen die het nodig vond om de hele weg te blokkeren tijdens het uitladen van zijn vracht. Dit duurde (ik overdrijf hier niet!!) bijna drie kwartier. Ik ontplofte! En bij gebrek aan een object om mijn, gelukkig redelijk zeldzame, woedeaanval op bot te vieren, voelde ik mezelf in de cabine van de Ford letterlijk misselijk worden van woede. Ik ben volstrekt tegen geweld, maar op dat moment had ik de betreffende vrachtwagenchauffeur wel kunnen wurgen. In plaats daarvan vroeg ik hem of hij [krachttermen] kon opschieten. Wat hij overigens niet deed. Ik kon slechts lijdzaam sjekkies roken terwijl ik droef constateerde dat mijn hele planning voor woensdag al voor aanvang van de eerste afspraak met de fractie volstrekt, maar dan ook volstrekt in duigen was gevallen.

Tegen de avond, we hadden commissie sociale zaken, was de woede allang weer gedaald. De gehele commissie werd bijgepraat over de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (zie web-log wo 22 dec. 2004), die vanaf 2006 (als dit kabinet dat haalt) de AWBZ en de Welzijnswet moet gaan vervangen. Een hoop taken die de rijksoverheid nu nog doet, moeten straks door de gemeente ingevuld gaan worden. Maar omdat dit kabinet net zo traag is als dikke stroop, is het nog onduidelijk hoe die wet er precies gaat uitzien. De gemeente is dus nog niet zo ver in haar voorbereiding. Ondertussen tikt de klok en lijkt de vraag steeds meer of de wet überhaupt nog wel voor 2006 in werking treedt.

Verkiezingen – di 15 febr. 2005

Ik zei het gisteren al: de verkiezingen komen eraan. En daar ging vanavond de ledenvergadering van de afdeling Breda ook over. Hoe ziet het tijdspad eruit naar de komende verkiezingen. Een enigszins procedurele vergadering, met enkele aardige wendingen ten opzichte van het verleden.

Allereerst gaat de selectiecommissie die de kandidaten voor de lijst moet beoordelen, geen concrete voordracht meer doen. Zij beperken zich tot een blokvoordracht. Er komen dus verschillende blokken. Hoe die er precies uit komen te zien is onduidelijk, maar om uit te leggen wat dat precies betekent noem ik hier even enkele fictieve aantallen: er komt een blok voor de plaatsen tien en verder, een blok voor de plaatsen zes t/m tien, één voor de plaatsen vier en vijf en één voor de plaatsen twee en drie. Voor de lijsttrekker wordt waarschijnlijk een apart blok gemaakt. Het leuke van zo’n procedure is dat er per blok meerdere kandidaten kunnen worden voorgedragen (dus ook voor het lijsttrekkerschap!) waarbij de ledenvergadering de definitieve keuze maakt. Vroeger kon de ledenvergadering natuurlijk ook al zelf bepalen hoe de uiteindelijke lijst eruit kwam te zien. Nu is de ledenvergadering daar echter vrijer in. Er valt nu dus ècht wat te kiezen. De selectiecommissie krijgt een andere rol. Zij moet immers niet meer de volgorde van de lijst voorleggen aan de leden, maar de geschiktheid van kandidaten. Want er zijn natuurlijk altijd meer geschikte kandidaten voor een plaats dan slechts eentje. De afdeling Breda heeft daarbij al vast een voorschotje genomen op hoe GroenLinks landelijk over enkele jaren waarschijnlijk haar lijst gaat bepalen.

Maar er zijn natuurlijk meer beslissingen genomen. Zo is er een werkgroepje geselecteerd dat aan de slag moet voor het volgende verkiezingsprogramma (drie keer raden wie daar in zit, gelukkig deze keer niet in zijn eentje), gaat het bestuur op zoek naar nieuw talent en wordt er een aparte procedure opgesteld voor een eventuele wethouderskandidaat, die niet per definitie ook kandidaat hoeft te zijn voor het raadslidmaatschap. Ik moet nog even geduld hebben, maar het kan nooit lang duren voordat er iemand gaat roepen dat de campagne voor de verkiezingen is begonnen.

Telefoon – ma 14 febr. 2005

’s Morgens ging de telefoon. Het ging over mijn kandidatuur voor het landelijk partijbestuur van GroenLinks (zie weblog wo 5 jan. 2005). “Gefeliciteerd”, klonk het aan de andere kant van de lijn, “Je wordt door de kandidatencommissie voorgedragen”. En dat was leuk nieuws. Gevraagd worden om je kandidaat te stellen voor een plaats in het algemeen bestuur van de partij is natuurlijk al een hele eer, maar dan ook nog daadwerkelijk voorgedragen worden is, beschouw ik als groot compliment. Er zijn namelijk voor zo’n positie meer kandidaten dan dat er plaatsen zijn in het bestuur. Het is aan een selectiecommissie om die mensen voor te dragen die samen het meest afgewogen team vormen.

Nu is er in dit leven niets zeker, behalve de dood en de belastingaanslag dan, en dat geldt ook voor deze voordracht. Uiteindelijk, en zo hoort het in een democratische partij, beslist het congres van de partij hierover. En een aantal kandidaten die niet zijn voorgedragen door het bestuur (maar door die zelfde commissie in bijna alle gevallen overigens wel geschikt geacht wordt voor een bestuursfunctie) heeft besloten de kandidatuur desondanks te handhaven. Een beslissing die ik ook toejuich: interne partijdemocratie werkt pas echt als er wat te kiezen valt. Het congres van 19 maart wordt dus nog een spannende dag.

Heus, ik val niet in een diep zwart gat, mocht ik in dat democratische proces alsnog afvallen. Enkele maanden geleden, voordat ik gevraagd werd mij kandidaat te stellen, had ik niet kunnen voorspellen dat ik nu voorgedragen zou worden. Nu het echter zover is gekomen, lijkt het me wel een vreselijk leuke functie om een tijdje te vervullen. In het algemeen bestuur kun je deels namelijk zelf invulling geven aan je werkzaamheden. Het dagelijks bestuur houdt zich bezig met de dagelijkse gang van zaken. De bestuursleden uit het algemeen bestuur staat wat meer op afstand en heeft een minder vastomlijnd takenpakket. Ikzelf wil me daarbij richten op de versterking van de relatie tussen afdelingen, werkgroepen en individuele leden en de landelijke organisatie. Daarnaast, want dat doe ik immers ook als raadslid, volg ik de ontwikkeling van de partij met argusogen. Kritisch dus, maar positief kritisch.

En voor de collega-raadsleden van de andere partijen in de Bredase gemeenteraad die nu wellicht denken dat ik mijn aandacht minder op de Bredase politiek ga richten: fat chance! De verkiezingen komen er aan en ik zie dus geen enkele reden om niet keihard bezig te blijven voor de goede zaak. Het CDA is nog niet van mij af!

Staat van Recht – zo 13 febr. 2005

Wat we in Breda doen met de APV (zie weblog do 20 jan. 2005), doen ze landelijk op veel grotere schaal. Als het aan dit kabinet ligt, gaat ons strafrecht danig op de schop. Compleet zinloos, ineffectief, in essentie gevaarlijk en voornamelijk voor de bühne.

Tot mijn grote vreugde zijn inmiddels rechters zich met de zaak gaan bemoeien. Niet dat ik zit te wachten op rechters die zich met politieke processen gaan bemoeien, maar in dit geval was ik erg blij met het feit dat zwaargewicht Corstens zijn opinie niet onder stoelen of banken stak. Als ik zijn kritiek in mijn eigen bewoordingen mag versimpelen: het basisprincipe dat de schuld van de verdachte moet worden bewezen voordat deze wordt gestraft en het principe dat de rechter alle bewijzen daarvoor moet kunnen toetsen, wordt onderuit gehaald.

In Buitenhof was CDA-Tweede Kamerlid en Bredanaar Wim van Fessem uitgenodigd om de verwerpelijke ideeën van de op momenten gevaarlijke gek Donner te verdedigen. Nu heb ik zelf niet zo’n hoge pet op van het hoogedelgestrenge Tweede Kamerlid. Als cultuurwethouder in Breda is hij verantwoordelijk gehouden voor de financiële strop rond de bouw van het Chassé Theater. Veel saillanter in dit geval vind ik echter zijn voormalige carrière als Officier van Justitie. Bronnen binnen de Bredase rechtbank menen namelijk dat hij helemaal niet zo’n geweldige officier was.

En dan is het natuurlijk niet zo gek dat je als justitiewoordvoerder van de grootste partij in de Tweede Kamer probeert de mogelijkheden voor justitie om een verdachte langer vast te houden zonder afdoende bewijs, flink te verruimen. Want dat gebeurt er nu, in het kader van de anti-terrorismemaatregelen. Het wordt straks mogelijk iemand zo’n twee-en-een half jaar vast te houden in voorarrest. Nu kan dat ook, maar moet een rechter steeds opnieuw beoordelen of het nog langer te rechtvaardigen is dat iemand zo lang in voorarrest wordt gehouden. Straks vervalt die controle door de rechter.

Ik vind het een zwaktebod. Als justitie niet binnen een paar maanden het bewijs tegen een crimineel of een terrorist kan rondbrijen, dan doet justitie haar werk niet goed of is de verdachte onschuldig. Zo moeilijk kan het voor justitie, waar (op een enkeling na die zijn pc bij het grof vuil zet) toch professionals werken, niet zijn om bewijzen te verzamelen? Of vond Van Fessem dat in zijn vorige functie echt zo moeilijk?

Ondertussen moet ik uitkijken wat ik in dit log allemaal zeg. Als ik hier zou beweren dat ik de acties tegen Shell, destijds door Rara, waarbij benzineslangen werden doorgesneden uit protest tegen de activiteiten van de benzinegigant destijds in het Zuid-Afrika van de apartheid, eigenlijk best wel oké vond, staat dan binnenkort Van Fessem bij mij op de stoep om me te arresteren voor het feit dat ik een terroristische daad heb verheerlijkt. En stel dat ik een soortgelijke actie tegen Heineken, dat in het door militairen geregeerde Burma actief is, zou willen plegen, maar daar op het laatste moment toch maar vanaf zie, zou Donner me dan in de boeien slaan vanwege het overwegen van een terroristische daad? We leven in rare tijden, waarin het land geregeerd wordt door een stelletje pufnukkels dat van de door Thorbecke zo zorgvuldig opgebouwde democratische rechtstaat een derderangs bananenrepubliek wil maken. En het ergste is dat zelfs het kontje van Wouter Bos daar niet tegen in het geweer komt. Gekken zijn het, allemaal!