Figurant – za 12 febr. 2005

Ik was gevraagd om figurant te zijn in een uitvoering van Rhythm and Sound Industries. Een bijzonder project van totaaltheater door een groep jongeren. De voorstelling speelde zich af in een café en om dat een beetje extra vulling te geven moest een zevental mensen gedurende de hele voorstelling dat café vullen. De rol behelsde dus niet veel meer dan roken en drinken aan een tafeltje of, in mijn geval, aan de bar. Voor mij een redelijk natuurlijke positie.

Het was een heel leuke voorstelling, ook al kon ik er vanaf mijn positie niet zo heel veel van zien. En de jonge acteurs, waar ik er een aantal van kende, waren, hoewel aanvankelijk nogal zenuwachtig (maar zo hoort at ook voor de voorstelling) erg in hun element.

Na afloop met een aantal mensen afgezakt naar een echt café: Dok19. Ook daar een unieke avond meegemaakt. Op zaterdag vinden daar sinds een aantal weken jamsessies plaats waarbij iedereen naar believen kan aansluiten. Zelf een aantal nummers meegezongen met gitarist Bram. Geweldige avond en zeker voor herhaling vatbaar. En dat komt goed uit, want morgen is er nog een uitvoering van de voorstelling ‘De Rode Draad’. En zo’n zaterdagavondse jamsessie komt ook wel weer een keer voorbij.

Demo – vr 11 febr. 2005

Nee, geen demonstraties. Want dat is het eerste waar een linkse jongen aan denkt bij het woord demo. Nee, demootjes van bandjes die mee willen doen aan de voorronden van Breda Barst. En ik zij de gek zit ook dit jaar weer in de vijfkoppige jury die al die inzendingen (ver over de honderd) binnen een tijdsbestek van drie weken beoordeeld moet hebben. En nadat ik me vanochtend had beziggehouden met het stageverslag van onze GroenLinks-stagiair, stortte ik me vanmiddag dus op de demootjes. En ook dit jaar zitten er weer hele goede dingen bij. Maar net als anders zitten er ook inzendingen bij waarvan je vreselijk depressief wordt.

Desondanks, het is een nobele en eervolle taak. Ik zal ‘m ook dit jaar weer naar behoren proberen te vervullen. Maar voor vanavond houd ik het even voor gezien. Ik heb er zes pakken zakdoeken doorheen geniest en voel me flauw. Ik ga douchen en naar bed. 36,9, niet ziek dus. Maar voor een gezonde jongen heb ik best een zware dag gehad.

Geen weer – do 10 febr. 2005

Bah, wat een rotweer. Ik heb nergens zin in. De vergadering van de nieuwsbriefredactie biedt uitkomst. Want nergens zin in hebben is het ergste als er geen verplichte nummers op de agenda staan. Dan ga je je namelijk zitten vervelen. Niet dat er niet nog genoeg dingen zijn die gedaan moeten worden. Maar ze lijken niet zo belangrijk als je toch nergens zin in hebt. Ik ben niet ziek. Ik had 36,4.

Lopende band – wo 9 febr. 2005

Het zou een drukke dag worden. Eerst thuis gewerkt aan de voormontage van een radiouitzending voor morgen over de Russische gitarist Yuri Naumov. Maar aangezien ik om halfeen in Hilversum moest zijn voor de opname van een andere uitzending, met als gast Michael Varekamp, had ik te weinig tijd om ‘m helemaal af te ronden. Dus heb ik daar de rest afgemonteerd, op apparatuur waarop, ironisch genoeg, dat allemaal langer duurt dan het spul dat ik thuis heb staan.

Er restte nog een hoop administratieve werkzaamheden die tegenwoordig helaas bij het radiomaken komen kijken (zoals het invullen van zeer gedetailleerde lijsten voor de Buma Stemra, waarvan de verwerking waarschijnlijk aanmerkelijk meer geld kost dan dat de muzikanten ooit voor hun gedraaide plaatjes krijgen), het documenteren en archiveren van enkele andere uitzendingen en het afhandelen van wat correspondentie. Al met al duurde het tot kwart voor negen, voordat ik in de auto stapte terug naar Breda. Met in mijn koffer wat huiswerk in de vorm van een DAT-bandje met daarop een optreden van Michael Franti, welke we (al vast voor de liefhebbers) op 9 maart in het programma 4fm gaan uitzenden. Het is maar dat je het weet.

Nazorg – di 8 febr. 2005

De spierpijn en de enorme kater die me vorig jaar op carnavalsdinsdag ten deel vielen, bleven me dit jaar gelukkig bespaard. Alhoewel een aloverheersend gevoel van duf- en lusteloosheid zeker de eerste helft van de dag mijn werklust onderdrukten. Hoewel het contrast van mijn flatpanel altijd al op de laagste stand staat afgesteld, bleek zelfs dat op deze dag te fel. Een zonnebril was niet voor handen.

Het grootste gedeelte van de dag heb ik besteedt aan het bijwerken van mijn weblog (ik weet het, guys, ik liep hopeloos achter en het is een schande en eigenlijk ben ik het medium web-log niet waardig) en het luisteren naar demootjes van bandjes die willen meedingen naar een plaats op de voorronden van Breda Barst. Carnaval heb ik gelaten voor wat het was. Aan het eind van de avond belandde ik nog heel even aan de bar van MeZZ, waar de normaliteit ook al weer was teruggekeerd. Het grote voordeel van slechts één dag carnaval vieren is dat de Duitse krokodil Schnappi helemaal aan me voorbij gegaan is en de confrontatie met SpongeBob Squarepants tot een minimum beperkt is gebleven.

Carnaval – ma 7 febr. 2005

Maandag, de dag van de optocht. Met een groep vrienden stonden we traditiegetrouw op het eindpunt van de route op de Boschstraat, tegenover café de Beyerd. Peter filmde het geheel op zijn ‘nieuwe’ 8 milimeter-camera.

De sfeer op de Boschstraat is altijd erg gezellig en er staan dan ook altijd veel bekenden op dat punt. Zo kwam ik onze vorige fractievoorzitter, Wim Schröder tegen en bleek ook de vorige burgemeester van Breda, Chris Rutten, deze plek te hebben uitgekozen om de optocht te bewonderen. Ik stond een tijdje naast hem. Diverse malen werd hij gevraagd even mee te doen met één van de kleine groepen die aan de optocht deelnamen.

Het was dan ook een vreemde situatie toen twee buurtgenoten uit mijn straat met uitgestoken hand in onze richting liepen. Dit maal was de hand namelijk niet voor de oud-burgervader bedoeld, die al helemaal klaarstond om hem in ontvangst te nemen, maar voor mij. Nog gekker werd het toen twee vrienden, die ook deelnamen aan de optocht met een kar die met dikke touwen door de deelnemers zelf werd voortgetrokken, mij vroegen hun taak even over te nemen. Uiteraard deed ik dat, met als gevolg dat deze groep de burgemeester als trekker van de kar er gratis bij kregen. En dat is het leukste aan carnaval: dat er even geen rangen en standen zijn en dat iemand als een (oud-)burgemeester net zo makkelijk voor dit soort rare acties te porren is als ieder ander.

Het werd een latertje, met allereerst opwarmen in het Hijgend Hert, vervolgens de prijsuitreiking in het Chassé Theater, een lang bezoek aan café Hoegaarden, sjans bij een first-timer uit Rotterdam in Café De Colonie, een politiek gesprek in aangeschoten toestand met collega-raadslid Yvonne Hak in De Beyerd, een bord met daarop iets wat leek op iskender kebab bij het Turkse eettentje Ayasofia en uiteindelijk, rond een uur of vier, de thuiskomst, waarbij de laatste resten confetti op mijn lichaam de vloerbedekking een feestelijke uitstraling gaven.

Jonge politiek – za 5 febr. 2005

Terwijl mijn stadsgenoten zich stortten in het carnavalsgebeuren, vertrok ik richting Utrecht, waar ik eerst een 78-toeren pick-up afleverde bij een collega van de radio en daarna doorging naar het partijbureau in Utrecht. De amendementen voor het congres van 19 maart werden besproken en ik mocht namens de afdeling Breda onze amendementen op de migratievisie van GroenLinks bespreken met andere afdelingen en werkgroepen.

Na de middag verkaste ik naar de overkant van de Oude Gracht, waar het kantoor van de groenlinkse jongerenorganisatie Dwars zich bevindt, voor de algemene ledenvergadering van deze club. Hoewel ik de afgelopen jaren eigenlijk alleen een slapend lid van deze organisatie was, ben ik de laatste tijd weer wat vaker bij dergelijke bijeenkomsten aanwezig.

Na de vergadering was het tijd voor de borrel. En daar deed zich een interessante situatie voor, die tijdens de discussie over de sexuele diversiteitscampagne die Dwars binnenkort wil lanceren aan het licht kwam. Onder de circa twaalf overgebleven mensen waren drie stelletjes, vijf homos, twee bisexuelen en één lesbo. Een gegeven waar je allerlei interessante sociologische denkbeelden op kunt loslaten.

Leon en ik bleven in Utrecht slapen omdat we de volgende dag bij de eerste bijeenkomst van het multi-culti werkgroepje van Dwars wilden zijn.

Oranjesingel – vr 4 febr. 2005

Ik moest nog wat werk doen en ging daarvoor naar de fractie. Heb onder meer vragen gesteld over de Oranjesingel, waar eigenaar Interbrew een groot deel van de bebouwing gaat platgooien. Onvoorstelbaar dat het college daar een vergunning voor heeft afgegeven. Hoewel ik bang ben dat de sloop van de gebouwen aldaar niet meer valt te voorkomen, heb ik toch wat vragen over de zaak gesteld. Ik blijf het namelijk uitermate vervelend vinden dat zowel de buurt als de politiek niet over de verleende vergunning is geïnformeerd.


BN/DeStem van dinsdag 8 februari

Aan het college van Burgemeester en Wethouders
van de gemeente Breda
verzending per fax

Breda, 4 februari 2005
Betreft: vragen ex. Artikel 41 RvO ‘Sloop Oranjesingel’

Geacht college,

Vanochtend mochten we in de krant vernemen dat een groot deel van de Oranjesingel binnenkort tegen de vlakte gaat. Kennelijk heeft Uw college besloten tot het verlenen van een sloopvergunning voor deze panden. Dit ondanks het feit dat deze raad nog in 2003 heeft besloten tot het uitbreiden van het aantal gebieden dat is aangewezen tot het beschermde stadsgezicht. “Het gaat om de oorspronkelijke uitvalswegen van de stad (richting Den Bosch, Princenhage en Ginneken), de 19e eeuwse uitbreiding van de binnenstad, de bebouwing langs de Singels en de historische structuren van de Baronielaan en Ginnekenweg”, citeer ik uit Uw eigen persbericht van 2 juli 2003. Het was dan ook erg vreemd te moeten constateren dat de panden gelegen aan de Oranjesingel, met uitzondering van huisnummers 2 en 10/11, ontbreken op de ”lijst met monumenten gelegen in beschermde stadsgezichten’ dd. 27 juli 2004 van de afdeling WAM. Overigens geldt de zelfde constatering voor het merendeel van de panden aan de andere singels, welke, getuige het eerder genoemde persbericht, ook benoemd zijn tot beschermd stadsgezicht.

Uit de Monumentenverordening 1994, welke in werking trad op 1 januari 1995 staat duidelijk aangegeven welke bescherming de panden die vallen onder het beschermde stadsgezicht genieten. Daaruit blijkt heel duidelijk dat net als bij gemeentelijke monumenten voor de sloop van panden die vallen binnen een beschermd stadsgezicht een vergunning dient te worden aangevraagd. Kennelijk hecht Uw college weinig waarde aan het monumentale karakter van de Oranjesingel, getuige het feit dat U de aanvraag heeft gehonoreerd.

Wat we kwijtraken in de stad is duidelijk. Wat we er voor terugkrijgen vooralsnog allerminst. Wel mogen we uit het genoemde artikel in BN/DeStem uit de mond van een uwer ambtenaren vernemen dat het historiserende nieuwbouw zal worden. Nog minder dus dan een façade, waarbij in ieder geval de voorgevel nog blijft behouden. Breda wordt verrijkt met een historische leugen.

We kennen genoeg voorbeelden van situaties waarin de gemeente onzorgvuldig is omgesprongen met haar erfgoed. Een recent voorbeeld is Smederij van Iersel, welke zo lang ”dakloos’ is geweest dat het pand door verpaupering wel gesloopt moest worden. Hier lijkt de gemeente, ondanks het feit dat we ook hier te maken hebben met een beschermd stadsgezicht, weinig werk gemaakt te hebben van haar actieve aanschrijvingsplicht. Onze fractie had de hoop dat met de nota Gekoesterd Karakter het stadsbestuur zorgvuldig met haar erfgoed zou omgaan. Helaas moeten we constateren dat er sinds Sunny Cottage toch niet zo heel erg veel is veranderd aan het monumentenbeleid van de stad.

Bovenstaande brengt ons tot de volgende vragen:

1. Welke status heeft de bebouwing aan de singel thans? Valt dit wel of niet binnen het beschermde stadsgezicht? Waarom is er een discrepantie tussen de ”lijst met monumenten en panden gelegen in beschermde stadsgezichten’ van de afdeling WAM dd. 27-7-2004 en Uw persbericht dd. 2-7-2003? Indien deze bebouwing geen bescherming geniet, wanneer is Uw college dan voornemens de aanwijzing tot beschermd stadsgezicht te bekrachtigen?

2. Op basis van welke criteria is het college gekomen tot de beslissing een ontheffing te verlenen voor de bescherming die de panden aan de Oranjesingel op basis van het predikaat ”beschermd stadsgezicht’ zouden moeten genieten?

3. Is er al een bouwvergunning verleend voor de kavels Oranjesingel 3 t/m 9? Zo nee, klopt het dan dat de eigenaar pas kan overgaan tot sloop nadat deze is verleend, met inbegrip van de geldende bezwaartermijn van zes weken? Ergo, wordt de sloopvergunning binnen een gebied dat valt onder het beschermd stadsgezicht pas effectief wanneer ook een bouwvergunning van kracht is?

4. Het verlenen van een sloopvergunning is thans een bevoegdheid van het college. Welke mogelijkheden zijn er om de raad actief te informeren en wellicht te betrekken bij de verlening van sloopvergunningen voor rijksmonumenten, gemeentelijke monumenten en panden die staan in een gebied dat valt binnen het beschermd stadsgezicht?

5. Van welke overige singelbebouwing is bekend dat zij op de nominatie staat voor sloop of valt redelijkerwijs te verwachten dat de eigenaar sloopplannen heeft? Welke gebouwen staan zichtbaar te verpauperen met als doel makkelijker in aanmerking te komen voor een sloopvergunning? Welke voortvarendheid betracht Uw college in de in de nota Gekoesterd Karakter beschreven actieve aanschrijvingsplicht?

6. Zijn er Breda Berichten verspreid over de verleende sloopvergunning? Zo ja, zijn hierop zienswijzen ingediend? Zo nee, waarom is de gemeente niet tot verspreiding overgegaan?

Met vriendelijke groet,
namens de fractie GroenLinks,

, Selçuk Akinci

Raad – do 3 febr. 2005

Ik had er zin in, in de raadsvergadering van deze avond. Er stonden een paar mooie onderwerpen op de agenda, waaronder de aanpassing van de APV en de donatie van één euro per inwoner voor zuidoost Azië. En ook de artikel 19-procedure (zeg maar het aanpassen van het bestemmingsplan om nieuwbouw mogelijk te maken) voor complex De Zon in de wijk oud-Boeimeer stond op de agenda. En hoewel dit eigenlijk het dossier van Piet Hein is, mocht ik hierop het woord voeren. Piet Hein bleef namelijk met griep thuis.

De discussie over de aanpassing van de APV verliep in grote lijnen zoals in de commissie ven twee weken geleden (zie weblog do 20 jan. 2005). Hoewel een aantal aanpassingen onze instemming had, waren we toch tegen de APV als geheel, omdat er te veel in onze ogen onnodige en repressieve maatregelen instaan. De meerderheid ging accoord.

Wat betreft de hulp aan zuid-oost Azië was een vrij grote meerderheid voor het voorstel één euro per inwoner over te maken (zie weblog do 13 jan. 2005). Alleen binnen het CDA was weerstand. Het leidde er toe dat van de 9 aanwezige CDA-ers er zes voor het voorstel waren en drie (waaronder fractievoorzitter Cees Dubbelman) tegen. Het gebeurt de laatste tijd wel vaker dat het CDA verdeeld stemt en het geeft in mijn ogen aan hoe de verhoudingen binnen die partij liggen: uiterst moeizaam. Soms lijkt het erop dat het CDA het dualisme vooral binnen de eigen fractie tot uiting laat komen.

Het punt van De Zon was uiteindelijk het spannendst. De buurt is faliekant tegen het plan van een woontoren in hun wijk. En de enige reden waarom het punt besproken werd, was omdat we het bestemmingsplan ervoor moesten wijzigen. Nu mag je in oud-Boeimeer namelijk niet zo hoog bouwen. De bouwer heeft wat concessies aan de buurtbewoners gedaan, zoals het bouwen van een speelgelegenheid in het nieuwe complex, maar de buurt neemt er geen genoegen mee. Dankzij het CDA, die de rug deze keer eens wel recht hield, is de artikel 19-procedure verworpen en kan de bouwer zijn huidige plan niet uitvoeren. En overwinning voor de buurt, alhoewel het nog maar de vraag is of de projectontwikkelaar nu niet een alternatief plan gaat maken dat binnen de regels van het bestemmingsplan past en waar dus geen aparte toestemming voor nodig is. Of ze er in de wijk oud-Boeimeer nu dus daadwerkelijk op vooruit gaan?

Stadsdichter (2) – wo 3 febr. 2005

Ik had het enkele dagen geleden al over VVD-collega Olaf Douwes Dekker, die tot stadsdichter was verkozen (zie weblog vr 28 jan. 2005). Het leverde een klein relletje op, toen dagblad BN/DeStem besloot wat raadsleden van de oppositie te bellen om te vragen wat die vonden van de combinatie raadslid en stadsdichter.

Vandaag stuurde Olaf Douwes Dekker een verklaring rond, waarin hij meldde afstand te doen van zijn stadsdichterschap. Althans, de bijbehorende formele benoeming daartot. Op informele wijze zou hij de komende twee jaar invulling proberen te geven aan die voor Breda zo nieuwe functie. Aangezien ik één van de raadsleden was die in de krant, na een nieuwsgierig telefoontje van journalist Leo Nierse, mijn kritiek op de combinatie van functies had gegeven, vond ik dat Olaf Douwes Dekker een mailtje van mij verdiende.

Beste Olaf,

Allereerst mijn felicitaties met je verkiezing tot stadsdichter. Los van de politieke discussie daarover mag je het als compliment beschouwen dat je dichtwerk zowel kwalitatief als qua toegankelijkheid zo positief is beoordeeld. Toen enkele weken geleden de genomineerden in de krant vermeld werden en zeker toen een week later jij was uitverkozen tot de stadsdichter, heb ik mij afgevraagd in hoeverre het gepast is om die functie te combineren met het raadswerk en je televisiewerk. Vooral de combinatie raadslid/stadsdichter vond ik moeilijk om een oordeel over te vellen. Enerzijds zijn kunst en politiek twee gescheiden disciplines. Anderzijds wachtte de stadsdichter een officiële benoeming door de gemeente en mocht van hem verwacht worden gedichten te schrijven bij belangrijke gebeurtenissen in de stad die ook een politieke lading (kunnen) hebben. Ondanks de bestaande kanttekeningen had ik geen behoefte om er een politieke zaak van te maken. Geen open brieven, verwijten van belangenverstrengeling en wat dies meer zij: daar vond ik de zaak politiek gezien niet gewichtig genoeg voor. Er zijn, dat zul je met me eens zijn, grotere noden in de stad dan de nevenfuncties van de stadsdichter.

Dat ik toch negatief heb geoordeeld in de pers, was dan ook niet ingegeven door eigen initiatief, maar door een wakkere journalist van BN/DeStem die in het kader van de eigen nieuwsgaring bedacht had te polsen hoe er binnen de politiek (en dan met name de oppositie) gedacht werd over jouw stadsdichterschap. Daarbij heb ik mijn mening gegeven, zoals deze in BN/DeStem verwoord werd, ware het niet dat ik er ook de kanttekening bij gemaakt had de zaak niet zelf politiek op de agenda te zetten. Mijn kritische kanttekeningen zijn immers niet van dusdanige aard dat ik er een politieke kwestie van wilde maken. Echter, door de publicaties in BN/DeStem, waarop ik vanuit journalistiek oogpunt overigens niets aan te merken heb, heeft de hele kwestie haar eigen dynamiek gekregen, met de verklaringen van jou en het college als eindpunt.

Want, en laat daar geen enkel misverstand over bestaan, nu je afstand hebt gedaan van de officiële benoeming door het stadsbestuur tot stadsdichter en het daarbij behorende honorarium, is wat mij betreft de kous af. Ik vertrouw erop dat je officieuze dichten net zo mooi zijn als hadden ze geweest wanneer ze door jou als officiëel benoemde stadsdichter waren gedicht. De hele zaak is nu definitief geen politieke meer, de kanttekeningen die er waren, zijn wat mij betreft uitgegumd. Was vorige week het gedicht geopend, inmiddels is de kloof gedicht.

Met hartelijke groet,
Selçuk