Na een te korte nachtrust had ik ’s middags mijn eerste afspraak in Hilversum: de beoordeling van mijn stage bij de NPS. Aangezien mij aangeboden was voorlopig twee dagen in de week te blijven werken, wist ik al met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid dat ik hiervoor een ruime voldoende voor zou halen. Ik had gelijk, een negen was mijn lot, waar ik verder niet over zal opscheppen.
’s Avonds de commissie Algemene Zaken, met als voornaamste punt de donatie van 168.000 euro aan Giro 555 voor de slachtoffers van de vloedgolf in zuid-oost Azië. Nu is de mening van onze fractie doorgaans dat een gemeentelijke overheid niet aan ontwikkelingshulp moet doen. Dat is een taak voor de landelijke overheid. Die doet immers ook de buitenlandse zaken. De enige gelden die Breda jaarlijks reserveert voor ‘ontwikkelingssamenwerking’ is niet meer dan het subsidiëren van een tweetal instellingen (COS en SOB) die werken aan educatieve projecten en bewustwording over de ontwikkelingsproblematiek en de ondersteuning van lokale initiatieven uit Breda. Dit geld gaat dus niet direct ‘naar Afrika’, om het maar populair uit te drukken.
Nu is geld voor een ramp iets anders dan ontwikkelingshulp. Het voornaamste verschil zit ‘m in het feit dat ontwikkelingshulp een structureel karakter heeft en rampenbestrijding een eenmalig karakter. Daarnaast is ontwikkelingshulp deels het afkopen van de schuld die het rijke westen zelf heeft aan de oneerlijke verdeling in de wereld (onderliggende oorzaken zijn onder meer oneerlijke handel door handelsbarrières, subsidiëring van de eigen industrie en exploitatie van grondstoffen en arbeiders door westerse bedrijven en door het westen getolereerde corrupte regimes en dictators, maar ik wil hier geen exposé over de onvrije wereldhandel houden dus laat ik het bij deze ietwat ongenuanceerde voorbeelden), terwijl bij de ramp in zuid-oost Azië geen enkele schuldige is aan te wijzen, simpelweg omdat het natuurgeweld betrof.
Genoeg reden dus om als GroenLinks volmondig ja te kunnen zeggen op de één euro per inwoner aan zuidoost Azië. En dat vonden alle partijen, waarbij collega Frank van Overveld (VVD) nog de mooiste argumentatie had: “hier moet je niet over debatteren, dit moet je gewoon doen”.
Slechts het CDA had bezwaren en gaf nog geen oordeel over het voorstel. Grofweg gebruikte het CDA dezelfde kanttekeningen als die ik hierboven plaatste en kon dus niet het onderscheid maken tussen structurele ontwikkelingshulp en een eenmalige uitgave voor (internationale) rampenbestrijding. Wel stelde fractievoorzitter Cees Dubbelman voor dat als we het echt allemaal zo belangrijk vonden, we collectief een deel van onze raadsvergoeding konden inleveren. En dat vond ik weer een brug te ver. Ik reserveer jaarlijks ruim voor de goede doelen. Welk percentage van mijn inkomen dat is en waar ik dat aan wil schenken is mijn eigen zaak, niet die van de heer Dubbelman. Dat wil ik ook graag zo houden. Ik probeer als atheïst schenkingen aan kerkelijke hulporganisaties zo veel mogelijk te vermijden. En daar denkt Dubbelman vast heel anders over.