Theo – di 2 nov. 2004

Toen ik dinsdagochtend naar Hilversum reed hoorde ik op de radio dat er een schietpartij had plaatsgevonden in Amsterdam. Ietsje later bleek het slachtoffer Theo van Gogh te zijn. Binnen no-time waren de Amerikaanse presidentsverkiezingen een onbelangrijke gebeurtenis. Zelfs de nieuwssite van de BBC had het die middag als derde openingsartikel.

Ik hoef hier hopelijk niet uit te leggen hoe ik over de zaken denk. Ik ben enorm voor tolerantie. Waarmee ik in dit geval bedoel dat je in Nederland tolerant moet zijn naar mensen met een mening die jou misschien niet aanstaat. Dat betekent dat mijn tolerantie ophoudt wanneer andere culturen uiting geven aan hun intolerantie jegens verworvenheden in de Nederlandse samenleving, in dit geval de vrijheid van meningsuiting. Wie niet accepteert dat je in Nederland je eigen mening kenbaar mag maken (met als enige grens het aanzetten tot geweld), hoort in dit land niet thuis.

Voor de duidelijkheid: als moslims vinden dat homosexualiteit iets smerigs is waar ze niets mee te maken willen hebben, vindt ik dat prima. Dat mogen ze vinden èn zeggen. Wat ze niet mogen zeggen is dat het goed zou zijn als homo’s met hun hoofd naar beneden van een torenflat afgeduwd moeten worden. Overigens geldt hetzelfde voor de SGP, want dat stelletje Staatkundig Gereformeerden houdt er ook een flink aantal onfrisse ideeën op na. Maar zolang ze niet oproepen tot onderdrukking en haat (wat deze oernederlandse partij overigens met enige regelmaat wèl pleegt te doen) mogen ze van mij alles vinden. En ze mogen ook best zeggen dat ik in hun ogen een smerige flikker ben. Op mijn beurt vindt ik SGP-ers dan weer een stelletje imbeciele christenhonden. Ik zal ze echter niet ter dood veroordelen, noch zal ik oproepen dat iemand anders dat zou moeten doen. Saillant detail daarbij is overigens wel dat in Leviticus vrij duidelijk staat dat volgens het christelijke geloof homo’s wèl gedood moeten worden, maar dat ter zijde. Aangezien ik weinig verschil zie tussen extremistische chrsitenen en extremistische moslims of om het even wat voor extremisten, moge het duidelijk zijn hoeveel begrip ik heb voor de moordenaar van Theo van Gogh. Ongeveer net zo veel begrip als ik kan opbrengen voor een interplanetaire oorlog; namelijk géén.

Er wordt door extremisten al jarenlang gemorreld aan de vrijheid van meningsuiting. Het begon voor mijn gevoel met het fatwa dat Khomeini in 1989 uitsprak tegen schrijver Salman Rushdie. Rushdie had namelijk een (overigens prachtig) boek geschreven met de titel The Satanic Verses. Het boek neemt een loopje met een aantal belangrijke thema’s in de islam. Helaas waren er toen al mensen in Nederland die vonden dat het beter zou zijn als het boek niet in het Nederlands vertaald zou worden. Tot mijn grote spijt heeft zelfs GroenLinkser Rabbae een soortgelijke opmerking gemaakt. Maar ik geloof dat hij die later heeft teruggenomen.

Later kon een uitvoering van de musical Aïsha (over de vrouw van Mohammed) niet doorgaan, nadat acteurs waren bedreigt. Rger was echter dat toenmalig Amsterdams PvdA-raadslid Fatima Elatik (dezelfde die het bloed van Theo van Gogh wel kon drinken) vond dat het maar beter was dat die musical niet werd opgevoerd. En ook wij Nederlanders hebben er een handje van; honderden Feyenoord-supporters hebben in Rotterdam proberen te voorkomen dat daar de Ajax-film Toen hoorden zij engelen zingen werd vertoond.

Ayaan Hirsi Ali neem ik als politica nogal eens kwalijk dat zij willens en wetens bevolkingsgroepen tegen elkaar opzet. Daarmee zal ze precies het tegenovergestelde bereiken van wat ze eigenlijk wil; een verdere verwijdering tussen verschillende groepen van de bevolking. Theo van Gogh kon ik daarentegen altijd wel waarderen. Hij was columnist, en die horen nu eenmaal in scherpe bewoordingen te zeggen hoe zij de dingen zien. Daarnaast kon ik altijd wel lachen om de manier waarop hij dat deed. Theo is gestorven in het harnas, en is nu een martelaar. Ik hoop dat hij daar niet te veel van baalt.

Breda Biert – ma 1 nov. 2004

De Breda Barst-vergadering viel weer eens samen met de fractievergadering. En hoewel de begroting er weer aankomt, besloot ik toch maar eerder te vertrekken op de fractie, om zo het staartje van de Breda Barstvergadering nog mee te kunnen maken.

Deze was voor de verandering verbazingwekkend snel afgelopen. Doorgaans begint de rondvraag pas rond tien over tien. Nu zaten we om half tien al in de kroeg. Ik had dus eigenlijk beter op de fractie kunnen blijven, maar een biertje, daar spuug ik ook niet in.

Opruiming – za 30 okt. 2004

Marlies is meubelmaakster. Onlangs kreeg ze een kast terug, die ze jaren geleden had gemaakt voor het Vrouwenhuis. Deze organisatie is onlangs opgeheven en de kast kreeg maar geen herbestemming. Totdat Marlies besloot ‘m in haar eigen atelier op te bouwen. Wellicht dat iemand ‘m dan toch nog een keer zou willen hebben. En trouwens, ze kon zelf eigenlijk nog best wat kastruimte gebruiken. Kastruime heb je immers nooit genoeg.

Het was een mooie gelegenheid om het hele meubelatelier ook eens flink op te ruimen. En aangezien dat vaak klussen zijn die behoorlijk tegenvallen, werden zoon en vrienden ingeschakeld om mee te helpen. Tot zover mijn vrije zaterdag.

Het resultaat mocht er uiteindelijk wel wezen: ineens ontstond er ruimte waarvan niemand wist dat íe bestond. En dat is veel prettiger werken. En de rotzooi van een ander opruimen, gaat om één of andere reden altijd veel efficiënter dan het opruimen van je eigen rotzooi. Bijna iedereen heeft namelijk de onverklaarbare neiging spullen te willen bewaren die geen enkel doel meer dienen. Mooie maar voor de rest lege whisky-flessen bijvoorbeeld, om maar eens een persoonlijk voorbeeld te noemen.

Het heeft me een beetje aan het denken gezet. Als ik weer eens een keer mijn eigen rotzooi moet opruimen, zal ik dan Marlies inschakelen? Zelfs als ik te veel onzin zou willen bewaren, dan kan ze er altijd nog een mooie kast omheen bouwen.

Amsterdam – vr 29 okt. 2004

Mijn werkdag speelde zich vandaag niet af in Hilversum, maar in Studio DeSmet in Amsterdam. Daar werden op deze aangename vrijdagmorgen twee interviews opgenomen, met Michiel Borstlap en met Candy Dulfer. Rond een uur of twaalf zat de 4fm-ploeg buiten in de Amsterdamse zon te genieten van witte wijn of, in mijn geval, Indian Tonic.

’s Avonds naar de DVD van The League of Gentlemen, derde seizoen gekeken. Zoals altijd kon ik geen maat houden: ik heb alle zes afleveringen achterelkaar bekeken en lag dus pas om een uur of drie in bed.

Yuri – do 28 okt. 2004

Hoewel de politiek deze week vakantie heeft, was het voor mij vandaag alles behalve een rustige dag. Allereerst moest ik de laatste voorbereidingen treffen voor een lang interview dat morgen gedaan wordt met Candy Dulfer. Het grootste gedeelte van de dag was ik echter bezig met voorbereidingen voor de plotselinge komst van Yuri Naumov naar de studio. En dat behoeft waarschijnlijk enige uitleg.

Eén van mijn vrienden uit de PARA-tijd is Mischa. En hoewel ik hem de laatste tijd vrijwel nooit meer zie, ben ik hem voor één ding erg dankbaar: voor het feit dat hij me heeft laten kennismaken met de Russische gitarist Yuri Naumov. Sinds mijn eerste ontmoeting met Yuri heb ik al zijn cd’s gekocht (en sommigen zelfs gekregen).

De eerste keer dat ik Yuri ontmoette was zes jaar en één dag geleden, tijdens een sessie bij de lokale omroep. Samen met Joris en Emiel had ik daar toentertijd een programma waarin we lokale en regionale bands een platform wilde bieden. Voor Yuri maakte ik toen een uitzondering. Hoewel alles behalve afkomstig uit de regio, was hij een dusdanig subliem gitarist dat hij een plek in het programma verdiende. Eigenlijk vond ik het platform van een lokale omroep beneden zijn waardigheid, maar in Nederland was zijn naam tot dan toe volstrekt onbekend. En aandacht is aandacht, zo vonden we allemaal.

De Nederlandse carrière van Yuri is nooit echt van de grond gekomen. In Rusland is hij sterrenstatus, in de Verenigde Staten, zijn huidige woonplaats sinds (op één dag na) veertien jaar, hoeft hij over erkenning ook niet te klagen en zelfs in Duitsland wint hij terrein. In Nederland echter, staat zijn cd helaas slechts in platenkasten van een beperkt aantal muzikale fijnproevers. Terwijl het publiek bij de paar schaarse optredens die hij hier heeft gegeven, toch echt onder de indruk was van zijn spel en zijn composities. Niet voor niets had ik in mijn achterhoofd de wens om ooit nog iets voor hem te kunnen betekenen. Hoe mooi dan ook het toeval dat hij net gedurende mijn stage een tournee door Rusland en Duitsland zou maken en daarbij via Schiphol zou vliegen.

Het kostte enige moeite om via via met hem in contact te komen. Maar gisterenavond laat kwam het telefoontje van zijn in Nederland wonende Russische vriend André. Dat Yuri graag een sessie plus interview wilde geven voor de Radio, maar dat dat eigenlijk alleen vandaag zou kunnen. En geloof me, het op het laatste moment regelen van een studio, een technicus en een presentator is tegenwoordig in het door bezuinigingen en studiotekort geteisterde Hilversum alles behalve makkelijk.

Het was fijn Yuri weer eens te ontmoeten. Nu hopen dat de uitzending voor Radio 4, die we met het materiaal van vandaag gaan maken, Yuri ook in Nederland een beetje op de kaart zet.

Leuke file – wo 27 okt. 2004

Ik ben echt niet van plan elke dag te gaan zeuren over de file naar Hilversum. Vandaag al helemaal niet. Ik hoopte stiekem zelfs een beetje op een extra langzame file. Gisteren had ik namelijk eindelijk de Tertiary Phase (Life, The Universe and Everything) van The Hitchhikers Guide to the Galaxy binnengekregen en daar wilde ik op de heenreis naar Hilversum al zo veel als mogelijk van horen.

Voor wie het werk van wijlen Douglas Adams niet kent: dit sublieme werk is ooit begonnen als hoorspel, het boeken volgden later. De Primary Phase werd voor het eerst uitgezonden in 1978. Helaas heeft Douglas, om redenen die interessant, maar ook weer niet heel erg interessant zijn, nooit voor de radio kunnen afmaken. Er volgde namelijk een televisieserie, boeken, ooit was (en is er nu opnieuw) sprake van een speelfilm en alle plannen voor een derde, vierde en vijfde serie bleven steeds maar weer steken. Totdat vorige maand de BBC ineens begon met het uitzenden van een nieuwe reeks, die dus nu op CD bij mij thuis ligt.

Gelukkig is 25 jaar na dato de originele cast nog steeds in leven en gelukkig waren ze opnieuw bereid hun medewerking aan het hoorspel te verlenen. Iedereen, behalve dan de eveneens overleden Peter Jones die de rol van ‘het boek’ had. Onvervangbaar als Peter Jones als verteller was, hebben de makers hem ook niet proberen te vervangen. Het electronische boek is in het verhaal simpelweg uitgerust met een nieuwe spraakchip.

Om maar een bekende uitspraak te parafraseren: de wereld bestaat uit twee soort mensen, zij die THGTTG hebben gehoord en zij die het nog moeten horen. Luister ze echter in de goede volgorde af, tenzij je tot het ras van de Harag Harag behoort. Zet je stereo aan, schakel de improbability-drive in, neem twee of drie Pangalactic Gargleblasters en, het allerbelangrijkste, be sure to know where your towel is.

Sport – di 26 okt. 2004

Dinsdagavond, zwemavond. Joris en ik hadden die traditie vorige week ingezet en Joris hing al aan de telefoon toen ik amper thuiskwam om weer af te spreken. En hoewel mijn hele lichaam vandaag nog meer protesteerde tegen elke beweging, dit alles als gevolg van een anderhalf uur durend snowboard-avontuur op zondag, ging het zwemmen best goed. Ik heb de twee kilometer in ieder geval uitgezwommen en dat lijkt mij een mooie afstand om de komende tijd vol te blijven houden.

Het hele zwemavontuur is begonnen toen anderen constateerden dat ik een zeer bescheiden buikje begon te krijgen. Tot mijn grote frustratie, begrijpelijkerwijs, want dat zou betekenen dat ik vanaf heden qua drank en spijzen niet meer consequentieloos alles naar binnen kan werken waar ik zin in heb. Minder drinken is natuurlijk slechts een tijdelijke, want op de lange termijn niet vol te houden oplossing, en restte mij weinig anders dan wekelijkse vetverbranding in chloorwater. Alles om jong en slank te blijven. Mijn zestienjarige zelf zou zich plaatsvervangend schamen, had hij die uitspraak gehoord.

Beurs – ma 25 okt. 2004

Het opstaan verliep moeizaam. Deels kwam dat door de korte nacht, maar bovenal lag het aan het feit dat mijn lichaam stijf en blauw was van het vele vallen de dag ervoor. Al mijn bewegingen gingen traag en moeizaam. Snowboarden is erg stoer en leuk, maar vooral op het moment zelf. Wie hip wil zijn, moet pijn lijden.

Het verkeer van Delft naar Hilversum reed aanmerkelijk langzamer dan ik had verwacht, ook na half negen. Ik kwam dan ook later aan dan gepland, moest derhalve ook weer langer blijven en stond op die terugweg ook weer in de file, kon daardoor niet eten alvorens ik naar de fractie ging, alwaar Piet Hein constateerde dat hij het toch allemaal wel erg druk had. Ik voelde met hem mee, maar had nadat hij al zijn activiteiten van het afgelopen weekeinde had opgesomd, niet de behoefte om aan die klaagzang me te doen. Daarnaast had ik het zondag dan wel ruk gehad met snowboarden en aan de bar hangen, maar ergens voelde ik dat dit toch niet het soort drukte was die Piet Hein bedoelde.

Gelukkig was De Beyerd deze maandag dicht. Ze moesten nog even bijkomen van de drukke bierweek die ze vorige week georganiseerd hadden. Dat betekende automatisch dat ik het die avond lekker rustig had.

Bots – zo 24 okt. 2004

De avond ervoor was ik doorgezakt met een aantal vrienden. Joris en Liesbeth moesten draaien in Dok19 en daar was het erg gezellig. Dirk, het broertje van Joris, was er ook met een aantal vrienden die ik ken al hardwerkende vrijwilligers voor Breda Barst. Anyway, de vraag was of ik de volgende dag mee wilde gaan Snowboarden in de kunstskibaan bij Rucphen. Ik had in mijn alcoholische overmoedigheid meteen ja gezegd.

Dat viel dus nogal tegen. Ik had nog nooit eerder geskied, laat staan op een snowboard gestaan. Ik had er ook niet zo bij stil gestaan dat het verstandig geweest zou zijn een regenbroek over mijn spijkerbroek aan te trekken of om handschoenen mee te nemen. Die laatste omissie kon met enig gezoek in de bak gevonden voorwerpen nog wel rechtgezet worden. Maar dat bij gebrek aan een ski- of regenbroek mijn jeans helemaal doorweekt zouden raken, was onafwendbaar.

Uiteraard is er voor beginners een cursus. Die zat echter al helemaal vol en daarnaast had ik ook niet zo n behoefte om een uur lang voorzichtige remoefeningen te doen. Dat is mij nu eenmaal te suf. Maar eenmaal bovenop de helling (althans, halverwege, wat me en goed beginpunt leek voor een beginneling) duurde het toch nog een minuut of vijf voordat ik het aandurfde met snowboard en al naar beneden te sjezen. Mijn angst bleek echter niet gegrond: het ging helemaal zo slecht nog niet. Behalve dan dat ik niet fatsoenlijk kon remmen. Vallen leek me derhalve wel een goede oplossing. Wat ik dan ook vrijwel elke keer dat ik onderaan de skihelling kwam maar deed.

’s Avonds naar Delft gegaan. Jaap deed met een paar vrienden van zijn opleiding mee aan een soort Robot-wars, georganiseerd door de Technische Universiteit. Doel was echter niet het elkaars robots proberen te vernietigen. De met beperkte middelen in de dagen ervoor zelfgemaakte robots moesten het in een afvalrace tegen elkaar opnemen in een behendigheidsspel: welke robot krijgt de meeste pingpongballen in een 80 centimeter hoge koker.

Hoewel aan de robot van het team van Jaap een slim en handig concept ten grondslag lag, ging het bij dit team (toepasselijk genaamd de ‘Ouwe Hoeren’, vanwege het hoge kletsgehalte van de teamleden) in de uitvoering beduidend minder goed. Zij lagen er helaas bij de eerste ronde al uit. Voordeel daarvan is dat er relatief meer tijd rond de in de hal van het IO-gebouw opgestelde bar te hangen.

Het werd een latertje, nadat we na de bar in het IO-gebouw nog een afzakkertje of zes namen in de Delftse kroeg Tango, en nog later, bij Jaap thuis nog een dubbele islay casked Famous Grouse naar binnen werkten. Overigens heb ik het laatste restje van die nacht wonderwel goed geslapen.

Onder de leden – za 23 okt. 2004

De vrije zaterdag was minder vrij dan ik gehoopt had. Maar anderzijds leek de nieuwe ledendag van het landelijk bureau van GroenLinks, waarvoor mij gevraagd was aanwezig te zijn om iets te kunnen vertellen over het raadswerk, mij ook wel een leuke bijeenkomst. Al was het maar om weer eens wat bekende gezichten te zien. Sommige mensen noemen dat netwerken, ik noem het liever weer eens wat bijpraten. Dat klinkt ten eerste veel gezelliger, ten tweede dekt het ook veel meer de lading. Netwerken, zeg maar handjeschudden om te laten weten dat je er bent, vind ik een beetje een zinloze bezigheid als je mekaar verder toch niets te melden zou hebben.

Als raadslid moest ik als vraagbaak optreden bij drie hemd-van-je-lijf-sessies . De nieuwe leden konden zich inschrijven voor een aantal van dit soort sessies, met leden van lokale afdelingsbesturen, met raads- of statenleden en landelijke kopstukken. De vragen die ik als raadslid kreeg, waren soms nog behoorlijk pittig. Al was het maar omdat ik als Bredaas raadslid niet precies kan uitleggen hoe de zaken in, ik noem maar wat, Amsterdam geregeld zijn. Elke gemeente heeft zo weer een beetje zijn eigen manier om dingen te regelen. Hetzelfde geldt voor lokale afdelingen van GroenLinks. De vraag hoe wordt je raadslid is niet eenduidig te beantwoorden. Sommige afdelingen staan te springen om nieuwe mensen, andere willen je liever eerst wat beter leren kennen. Eén ding geld denk ik altijd: je moet in ieder geval laten zien dat je actief wilt zijn voor de partij. Actieve partijleden, die kunnen we altijd wel gebruiken.