Homo Pausans – vr 22 juni 2007

De Kroeg

Aangezien het de vorige avond nogal laat geworden was, of eigenlijk nogal vroeg (zeg maar totdat het buiten al weer erg licht was), kwam ik niet al te vroeg mijn bed uit. Het is reces, het werk zit er voorlopig even op. Dacht ik.

De keerzijde van het reces is dat ineens opvalt hoe groot de stapel werk is die ik de afgelopen maanden opzij geschoven had met het idee ‘daar kom ik tijdens het reces nog wel eens aan toe’. Maar daar laat ik me voorlopig nog even een paar dagen niet door afleiden.

Mijn eerste afspraak was vandaag pas om drie uur. Dat vond ik prima. Vervolgens ben ik eigenlijk meteen de kroeg ingegaan. Waar ik pas tegen sluitingstijd weer ben weggegaan. Met slechts enkele tosti’s als avondeten. Gelukkig ben ik nooit erg vervelend als ik dronken ben. Het kon me trouwens ook niets schelen.

Homo Narrans (slot) – do 21 juni 2007

Politieke Koers

De langste dag van het jaar. Letterlijk, maar vooral figuurlijk. De dag dat het Bredase equivalent van de Algemene Beschouwingen plaats vindt. Inspiratieloos klapte ik op het fractiekantoor mijn laptop open.

In de marathon-vergadering van vandaag wordt de Kadernota behandeld, één van de belangrijkste documenten van het Bredase politieke jaar. Hierin wordt in grote lijnen weergegeven hoe in het volgend jaar de financiën verleed worden. Als ik dit soort dingen moet voorbereiden, werk ik graag op het fractiekantoor in het Stadhuis. Daar heb ik alle archiefstukken bij de hand. Maar wellicht nog belangrijker, het is midden in het centrum van Breda en als ik de bodes lief aankijk, mag ik zelfs hun koffie jatten zodat ik niet zelf een hele pot hoef te zetten.

Inspiratieloos keek ik naar het lege WordPerfect-scherm op de laptop. Ik wist wat ik wilde vertellen, maar de rode draad schoot me niet te binnen. Het liefst houdt ik een mooi verhaal, dat alles aan elkaar verbindt. Algemene Beschouwingen moeten meer zijn dan het opnoemen van een wensenlijstje. Algemene Beschouwingen moeten context hebben.

Ik klapte mijn scherm binnen en begon aan een wandeling door het Stadshart. Langs de Kerk, langs de eeuwenoude straten, vol met moderne mensen. Ik sprak enkele bekenden aan, die ik tegenkwam onderweg naar de Haven, waar ik met vriend Marcel van café Dok19 een kop koffie dronk. Even een babbeltje, voordat ik weer terug naar het stadhuis zou lopen.

Het bleek voldoende inspiratie opgeleverd te hebben. Om drie uur begon ik te typen. Ondertussen kwamen enkele fractievoorzitters van andere partijen langs om nog één en ander kort te sluiten. Om exact één minuut voor vier was mijn verhaal klaar en rolde de velletjes uit de printer. Zestig seconden later liep ik met mijn dossiers onder de arm de raadszaal binnen. Een oude journalistieke onhebbelijkheid: je bent pas klaar als de deadline valt.

Voor diegenen die het echt willen lezen, heb ik het maar toegevoegd.
Lees verder “Homo Narrans (slot) – do 21 juni 2007”

Homo Narrans (4) – wo 20 juni 2007

Onderwijsvernieuwing

Nog een ingewikkeld dossier dat net voor het zomerreces nog even door de commissie heen moest: het Masterplan voor het voortgezet onderwijs. Of, om een even onbegrijpelijke term te gebruiken: de doordecentralisatie van de onderwijshuisvestingsgelden.

In het kort: Breda ontvangt jaarlijks een bepaald bedrag voor de huisvesting van het onderwijs van de landelijke overheid. Aangezien dat niet voldoende is voor adequate huisvesting, doet Breda daar jaarlijks ook nog een bedrag bij. Nu kun je twee dingen doen: dat geld gewoon doorgeven aan de individuele scholen, of vragen of ze samen willen werken. Breda kiest voor dat laatste. Op zich niets aan de hand.

Alle scholen moeten in weze hun gebouwen onderbrengen in een corporatie. Die beslist vervolgens welke scholen aan de beurt zijn voor een opknapbeurt, uitbreiding of nieuwbouw. Maar het Masterplan legt de scholen nog meer verplichtingen op. Om het grootste bezwaar maar even op te noemen: in het Masterplan wordt gesproken over onderwijsdoelen en over profilering. Begint het al te jeuken?

De onderwijsdoelen bijvoorbeeld. In het Masterplan staat op welke ontwikkelingen het onderwijs moet inspelen: „De kenniseconomie, de informatiemaatschappij, de mondialisering, de multiculturele samenleving en de vergrijzing zijn daarbij de meest in het oog springende onderwerpen. Het zal niet meer zo lang duren dat de scholen uitsluitend blijven werken volgens een landelijk vastgesteld eindexamenprogramma. De scholen kunnen in de toekomst meer inspelen op de ontwikkelingen in de maatschappij.”

Over profilering schrijft het Masterplan onder meer: „De HAVO- en VWO-scholen zijn van mening dat zij het best op de ontwikkelingen kunnen inspelen door het versterken van hun profilering, zodanig dat daaruit een complementair onderwijsaanbod voortvloeit en de versterkte profielen een betere aansluiting op de maatschappelijke ontwikkelingen en op het vervolgonderwijs waarborgen.” Vervolgens noemt de notitie de profielen op waarop de verschillende scholen zich zouden moeten richten.

Wat mij betreft hoort de gemeentelijke politiek zich niet te bemoeien met de inhoud van het onderwijs. Zolang wij vrijheid van onderwijs hebben in dit land is het aan de scholen zelf om hun profiel te bepalen. Dat geld ook voor het onderwijsprogramma. Naast een landelijk vastgesteld curriculum staat het elke school vrij om de resterende ruimte naar eigen inzicht in te vullen. Want hoewel de bovenstaande dingen allemaal onschuldig en positief lijken, is hier sprake van in mijn ogen een verkeerde inmenging.

De meeste scholen zijn derhalve toch positief over het masterplan als geheel. Dat komt omdat er verder overwegend positieve dingen in het Masterplan staan. Maar wellicht ook een beetje omdat de wethouder heeft gedreigd het extra bedrag dat Breda toevoegt aan de onderwijshuisvestingsgelden in te trekken, wanneer de onderwijsinstellingen niet accoord gaan met het plan.

Al met al geen erg sjieke gang van zaken. Maar de overgrote meerderheid van de scholen heeft te kennen gegeven dat ze graag zouden willen dat er met dit plan wordt ingestemd, zodat zij verder kunnen gaan met de uitwerking. En aangezien het uiteindelijk allemaal om hen gaat, heb ik dan ook maar ingestemd. Met de voorwaarde dat alle scholen straks instemmen met de verdere uitwerking en ook de voorwaarde dat de gemeentelijke overheid zich verder niet mag bemoeien met de gang van zaken op de individuele scholen.

Homo Narrans (3) – di 19 juni 2007

Niet mauwen maar bouwen

Wat doe je als er inspraakreacties op een notitie op de agenda staan als je de notitie zelf niet verbijsterend goed vindt, maar de verantwoordelijk wethouder ook niet teveel wilt beschadigen. Dan ga je punten opnoemen die in de definitieve notitie nadrukkelijker aandacht verdienen.

De woonvisie is allereerst een belangrijk document, omdat de bouw van meer betaalbare woningen een belangrijk punt is van onze coalitie. Wat dat betreft was het al rijkelijk laat te noemen toen de eerste notitie enkele maanden geleden voor het eerst in de commissie werd besproken. En die commissie was behoorlijk kritisch. Terecht: nergens werd goed duidelijk hoe Breda de lovenswaardige doelstellingen wilde gaan halen.

De inspraakreacties van de burgers en instellingen, waaronder de woningbouwcorporaties, waren op punten ook behoorlijk kritisch. En op zich viel daar niet zo heel veel meer over te vertellen. Het is daarna gebruiklelijk dat de wethouder de opmerkingen die eerder al in de commissie waren gemaakt en de inspraakreacties verwerkt in een definitieve nota. Om echter te benadrukken dat er nog heel wat zaken uitgewerkt moeten worden, herhaalde de commissie nog eens wat er allemaal ontbrak. Dat deed ik ook. Met daarbij de opmerking dat de wethouder met het uitwerken van zijn woonvisie het nog heel druk zou krijgen deze zomer.

Homo Narrans (2) – ma 18 juni 2007

Kasteel Bouvigne

De laatste week voordat het reces in Breda zou aanbreken, was de ergste. Nu wegen de laatste loodjes van het politieke jaar sowieso altijd redelijk zwaar, maar dit maal was de uitputtingsslag voor mij zwaarder dan normaal.

Dat komt enerzijds vanwege de drukke werkzaamheden in Den Haag. Maar een veel belangrijkere factor is ongetwijfeld de nieuwe politieke situatie in Breda geweest die een jaar geleden is ontstaan. Niet alleen ben ik voor het eerst fractievoorzitter in Breda, vorig jaar trad GroenLinks in Breda voor het eerst sinds twaalf jaar toe tot de coalitie. Het speelveld waarin ik moest opereren, was een totaal andere dan ik gewend was.

De afgelopen maanden gingen daarnaast ook nog eens gepaard met een toenemende spanning binnen de fractie. Grofweg is onze fractie verdeeld in realo’s en fundi’s, een oude benaming van de twee vleugels binnen GroenLinks die al bestaat sinds de oprichting. Dat verschil kwam vorige week ineens bijzonder duidelijk bloot te liggen bij de behandeling van de kwestie Bouvigne (zie ook Homo Custodiens), vorige week tijdens de raadsvergadering.

Om kortheidshalve de kwestie te introduceren: een oud kasteel, waarvan de eerste vermelding in een officiële akte dateert uit 1554. In de loop der tijd is het kasteel diverse malen verbouwd, totdat het in de jaren ‘70 van de vorige eeuw in vervallen staat in handen kwam van het Waterschap. Zij knapten het op, bouwden een aantal gebouwen bij op het terrein en vestigden daar hun kantoor. Na een fusie enkele jaren terug, werd de ruimte te klein en wilde het waterschap nieuwbouw plegen. De tamelijk lelijke gebouwen uit de jaren ‘70 moesten plaats maken voor nieuwbouw.

Hier ontstond vervolgens de rel: het landgoed Bouvigne heeft een monumentenstatus en bevindt zich ook nog eens in een natuurgebied. Anderzijds biedt het bestemmingsplan alle mogelijkheid om nieuwbouw te plegen: door de sloop van de bijgebouwen uit de jaren ‘70 komt er netto nauwelijks extra bebouwing bij.

Aangezien het landgoed een monumentenstatus heeft, moet de gemeente behalve een sloop- en een bouwvergunning ook een monumentenvergunning afgeven die toestemming geeft iets aan het landgoed te veranderen. Daarvoor worden adviezen ingewonnen bij de Rijksdienst voor Monumentenzorg en de Provincie. Na een aanvankelijk negatief advies werd het ontwerp door het Waterschap aangepast en volgden alsnog twee positieve adviezen. Dat gaf de gemeente nauwelijks nog de mogelijkheid de vergunning af te wijzen. Een bestuursrechter zou de gemeente dan immers in het ongelijk stellen, waarna de vergunning alsnog afgegeven moet worden en het Waterschap een schadeclaim bij de gemeente kan en zal indienen vanwege de opgelopen bouwvertraging.

Uiteraard zijn er best een paar motieven om de nieuwbouw er liever niet te hebben. Helaas staat het Waterschap in haar volste recht om te doen wat zij willen. En je mag als overheid nu eenmaal niet lukraak een vergunning weigeren als je daar geen juridische basis voor hebt. En juist op dat punt was er binnen de fractie nogal wat discussie. Uiteindelijk hebben we besloten niet te stemmen voor een twee moties van VVD en SP, die de gemeente opdroegen de monumentenvergunning niet af te geven, maar daar ging een ongekend pittige discussie aan vooraf (meer info hier).

De sfeer in de fractie was deze maandagavond dan ook niet optimaal. En dat is niet per definitie productief als je ook nog de kadernota moet voorbereiden. Aan de andere kant: er stond zoveel op de agenda dat we, om alles af te handelen, behoorlijk efficiënt moesten vergaderen. En dan komt een beetje spanning soms ineens weer goed van pas.

Homo Languens – zo 16 juni 2007

DWARS

Als ik dit schrijf, zit ik in de laatste trein naar Breda. Voor me een opengeklapt luikje waar mijn laptop op staat. Achter me een week die me meer energie gekost heeft dan de meeste maanden. Naast me een 125 grams geel pakje M&M’s van 516 kilojoule, voor één euro vijftig uit de automaat. Dat kan nooit genoeg zijn.

Eigenlijk heb ik vandaag een heel leuke dag gehad. Moe mijn bed in gestapt, de vorige avond, en bewust geen wekker gezet. Mijn mobiele telefoon met lege batterij had ik semi-onbewust niet in de oplader gezet. Al zou ik het willen, ik had de oplader onder de papieren rotzooi ook nooit kunnen vinden.

Om half zes werd ik voor het eerst wakker. Twee uur later opnieuw, en twee uur later nogmaals. Ik besloot dat dat het moment was om op te staan. Voor me een ontbijt, nog enig te verrichten werk voor mijn broodheer en de wetenschap dat ik een maanden eerder gedane belofte moest inlossen een workshop een debatteren te geven aan de leden van DWARS, groenlinkse jongerenorganisatie. Daarmee was de zaterdag een relatief rustige dag.

Ik laat me wel inspireren door geëngageerde, enthousiaste jongeren, ook al was de informele borrel na afloop wat korter dan normaal. Voor de zoveelste keer heb ik kennis gemaakt met nieuwe gezichten die wellicht de toekomst zullen zijn van een jongerenorganisatie waar ik al dertien jaar lid van ben. De workshop was dan ook zoals men had mogen verwachten: vrolijk en speels.

Toen ik terugliep ging de telefoon. Het was congresscharrel, die mij langs de Stairway to Heaven had zien lopen. Of ik nog even een biertje kwam doen, alvorens hij naar het PAN-feest zou gaan. Waarvoor hij desgewenst best nog wel een extra kaartje had. Ik gaf toe en liep terug naar de kroeg die dienst deed als tussenstation tot aan het PAN-feest en dronk. Tot de laatste trein, die me nu terugbrengt naar Breda. Ik ben moe, vreselijk moe, en toe aan reces.

Homo Confligens – vr 15 juni 2007

gemeenteraad van Breda

Al enige jaren woedt in Bredase raad een discussie over het vergader- en werkschema van de raad. Daarbij tekenen zich steeds duidelijk twee kampen af: het kamp overdag en het kamp ’s avonds. Tijdens de hei-sessie vandaag laaide de discussie weer eens op.

En ja hoor, daar was hij weer. De opmerking van de burgemeester dat de raadsleden van Breda er toch echt aan zullen moeten geloven: de raad van de negende stad van Nederland kan het zich niet veroorloven om alleen ’s avonds te vergaderen. Net toen wij, de avondvergaderaars, dachten de steeds weer terugkomende discussie in ons voordeel beslecht te hebben, leek de oproep van de Burgemeester ineens op weerklank te kunnen rekenen.
De scheidslijn tussen avondvergaderaars en de overdag-vergaderaars loopt grofweg gelijk aan het verschil in werkzaamheden en het soort dienstverband dat mensen hebben. Zelfstandig ondernemers of types uit het bedrijfsleven zijn, samen met mensen die buiten de stad werken, vooral voorstander van de avondvergaderingen, terwijl huisvrouwen (Breda kent geen vertegenwoordigers van huismannen in de raad), pensionado’s en (semi-)overheidsdienaren doorgaans tot het kamp van de overdag-vergaderaars behoren.

De laatste groep gebruikt telkens weer als argument dat werkgevers verplicht zijn hun werknemers vrij te geven voor politieke activiteiten. In de praktijk geldt dat echter alleen voor overheidsdienaren en een enkele werknemer in een bedrijfstak met een goed uitonderhandelde CAO. Ook beroepen de overdagjesmensen zich op het feit dat iedereen tegenwoordig nog maar 32 of hooguit 36-urige werkweek heeft. Ook dat geldt helaas voornamelijk in overheidsland. In het echte leven wordt 40 uur weer steeds meer de norm.

In mijn onverwoede strijd tegen het overdag vergaderen, heb ik trouwe bondgenoten bij de VVD. Want behalve de manager en de ondernemer houden in die fractie ook de huisvrouwen, de pensionado en de overheidsdienaar stevig vast aan het ’s avond vergaderen. Met daarbij een even simpele als elegante verklaring: het vergadertijdstip van de raad kan van invloed zijn op de politieke kleur van de raad.

Ik liet de opmerking even op mij inwerken, maar zag de logica er wel van in. Laten we stellen dat op een enkele werknemer met avonddiensten na, iedereen wel ’s avonds kan vergaderen. Verplaats je het vergadertijdstip naar overdag, zouden zelfstandig ondernemers en werknemers in het bedrijfsleven het al behoorlijk lastig krijgen met hun agenda. Ook studenten zullen het vergaderritme niet altijd kunnen combineren met hun collegerooster. Dat kan leiden tot een afnemende politieke participatie van de jongeren in onze onlangs flink verjongde raad, of tot studievertraging. En fabrieksarbeiders zullen ongetwijfeld ook lastig vrij kunnen krijgen voor een vergadering van de commissie Sociale Zaken. Blijft over: een gemeenteraad van huisvrouwen en huismannen, van uitkeringsgerechtigden, leraren, ambtenaren en vakbondsmensen. Ik stel me een raad voor met veel tijd, maar helaas weinig innovatief vermogen.

Nu de gemeenteraad van Breda is opgedeeld in twee onwrikbare kampen, verkeert de discussie in een impasse. Daarom wil ik een alternatief voorstel doen: de gemeenteraad vergadert alleen nog maar in het weekeinde, bijvoorkeur op zondag. Bijkomend voordeel is dat familiemensen, zondagsrusters, dagjesmensen, orthodox gereformeerden en andere conservatieve krachten dan buiten de boot vallen. Breda gaat progressieve tijden tegemoet.

Homo Reclamans – 12 t/m 14 juni 2007

axie

De ‘week of hell’. In ieder geval agenda-technisch. In de week van de presentatie van het 100-dagen-plan van het kabinet hield CoolClimate een klimaatvierdaagse. En daarnaast waren er ook nog tal van bijeenkomsten, overlegjes en vergaderingen. Dat moest wel fout gaan.

Dinsdag ging eigenlijk prima: ik stond na een korte nachtrust ’s ochtends vroeg bij het americain-hotel, waar Mirjam de Rijk en Ruud Lubbers pleitten voor het gebruik van tweede generatie biobrandstoffen in de Rotterdamse Haven. Woensdag was al wat lastiger. Om op tijd in het Bulderbos te zijn, zou ik om kwart over zeven opgehaald worden in Haarlem. En daar kun je vanuit Breda met de trein zo vroeg niet komen, dus bleef ik crashen op de bank bij Jaap in Delft, waar ik om vijf uur gewekt werd door de wekker op mijn mobieltje.

Donderdag ging het mis. De vorige avond kreeg ik een SMS-je of ik, dit maal als chauffeur van een camper die nodig was voor de actie van donderdag, om acht uur in plaats van tien uur in Den Haag kon arriveren. Hoewel ik al een paar nachten te kort had geslapen, zei ik desondanks ja. Maar sliep vervolgens, ondanks het irritante geluid, de volgende ochtend keihard door het electronische en doorgaans zeer irritante geluid van mijn wekker. Met als gevolg dat ik niet voor, maar midden in de spits naar Den Haag reed. En als bijkomend probleem dat het nog eens extra druk was op de wegen. En dus zelfs de oorspronkelijke tijd van tien uur niet eens haalde.

Die ochtend was ik eigenlijk al helemaal gesloopt. Desondanks wachtte donderdagavond ook nog een lange raadsvergadering, met onder andere het voor onze achterban gevoelige dossier Bouvigne op de agenda.

Homo Valedicens (2) – ma 11 juni 2007

Lege stoel

Regelmatig moeten we aan het begin van een raadsvergadering gaan staan, omdat er weer eens een oud raadslid is overleden. Meestal zijn dat relatief onbekende figuren die jaren geleden ooit eens in de raad hebben gezeten. De burgemeester leest dan een in memoriam voor. Daarna gaat iedereen over tot de orde van de dag.

Vanavond was een speciale vergadering belegd om het veel te vroege overlijden van Joep Augenbroe te herdenken. Op de eerste ring zijn naaste familie en zijn partijgenoten. Op de tweede ring bleef de stoel van Joep leeg. Op de publieke tribune vrienden, familie, partijgenoten. Volle bak.

Twee anekdotes nog over Joep. In de vorige periode ging een groot deel van de gemeenteraad na een vergadering altijd nog wat naborrelen in café Publieke Werken. Fractiegenoot Piet Hein en ik gaan echter altijd naar De Beyerd. Op één zo’n avond stapte Joep, samen met fractiegenoot en inmiddels fractievoorzitter André Lips De Beyerd binnen. „En vandaag drinken jullie op onze kosten”, riep Joep en bestelde een rondje.

Een ander moment, wederom na een raadsvergadering. Piet Hein en ik fietsen gezamenlijk naar huis. Een grote en dure auto rijdt, tot onze schrik, met behoorlijke snelheid recht op ons af. De auto stopt vlak voor ons. Joep stapt gul lachend uit en zegt „hoe voelt het nou om eens bijna geschept te worden door een echte auto”.

Joep was soms een kwajongen. Iedereen kent wel een paar van zijn streken. Ze zullen gemist worden.

Homo Spatians – zo 10 juni 2007

Markdal

Om het Markdal, één van de mooiste stukken natuur in Breda, wat meer onder de aandacht te brengen, had GroenLinks een natuurwandeling georganiseerd. Als fractievoorzitter mocht ik natuurlijk niet ontbreken bij deze educatieve tocht.

De wandeling werd begeleid door een gids van het Instituut voor Natuureducatie. Die, toegegeven, werkelijk alles wist over de blaartrekkende boterbloem, de dwergbies en de Canadese gans. Nadeel daarvan was dat we om de tien meter moesten stoppen om weer een ander wonder van de natuur te bestuderen. En ik ben dan toch iemand die liever flink doorstapt.

Voor andere deelnemers gold dat niet. Bewapend met verrekijkers en vergrootglazen werd door enkele oudere dames elke vierkante centimeter nauwkeurig geobserveerd. ‘Wat is dit voor plantje?’, vroeg de één aan de ander. De ander noemde de naam van het paarsige plantje. ‘Interessant’, reageerde de vrouw, ‘het is alleen zo jammer dat ik het vanavond allemaal weer vergeten ben’.