Homo Excludens – do 24 mei 2007

Stijle hellingbaan

In de commissie van gisteren ging het over ‘inclusief beleid’. Vandaag hoorde ik een aantal keren het begrip ‘maatwerk’ vallen. In plaats van algemene oplossingen proberen gemeentes steeds vaker individuele oplossingen voor individuele problemen te vinden.

Inclusief beleid wil zeggen dat je bij al je plannen in de uitvoering rekening houdt met zoveel mogelijk verschillende mensen. Lichamelijk gehandicapten bijvoorbeeld, door te zorgen dat bij de inrichting van de openbare ruimte gezorgd wordt dat ook zij zo zelfstandig mogelijk kunnen bewegen.

Dat blijkt nogal weerbarstig in de praktijk. Bij het ontwerp van de nieuwe haven is dat mis gegaan. De lage kade is voor mensen in een rolstoel onbereikbaar, omdat de hellingbaan te stijl is. Dat moet nu opgelost worden met een lift of iets dergelijks. Een dure oplossing, die voorkomen had kunnen worden als we op tijd hadden nagedacht.

Dat de problematiek weerbarstig is, bleek ook uit de buffetmaaltijd die de commissieleden deze dagen voorgeschoteld krijgen. Doordat de commissievergaderingen al om vier uur ’s middags begonnen, is er warm eten voor de dames en heren politici. Maar aan de vegetariër is niet gedacht. Nu ben ik gelukkig heel flexibel in mijn nieuwe overtuiging. Ik at mee met datgeen de pot schafte. Voor iemand die met een rolstoel voor een onbegaanbare hellingbaan staat is het een stuk lastiger om zich flexibel op te stellen.

Homo Oblitteratus – ma 14 mei 2007

Turkije

De provincie Brabant brengt een werkbezoek aan Turkije. En omdat het budget kennelijk nog niet op was, werden Brabantse raadsleden van Turkse komaf ook uitgenodigd. Namens onze gemeente zou CDA-raadslid Erkal Üçerler afreizen. Zo las ik enkele weken geleden in een brief van de Burgemeester aan de fractievoorzitters.

Mijn telefoon rinkelde. Aan de andere kant van de draadloze lijn een zenuwachtige medewerker van de griffie. Hij belde mij namens het college van Burgemeester en Wethouders. Dat ze helemaal vergeten waren mij ook uit te nodigen voor het werkbezoek aan Turkije. En, hoewel het bezoek volgende week al was, of ik wellicht toch meewilde. Ik heb voor de uitnodiging bedankt. Ik zag er niet direct de meerwaarde van in. Daarnaast vindt in diezelfde week in Breda de commissiebehandeling van de kadernota plaats. En bovenal heb ik eigenlijk niet zo’n zin om een hele week met Turkse raadsleden rondgereden te worden in een busje.

Ik kan me helemaal voorstellen hoe dit gegaan is. De Burgemeester maakt in een vergadering met zijn wethouders bekend dat als Turks raadslid De Heer Üçerler zal meereizen naar Turkije. Plots springt er iemand op: ‘En Selçuk dan?’ ‘Selçuk’ zegt de Burgemeester vragend, ‘wat heeft hij er mee te maken?’ ‘Nou, Selçuk Akinci, die is toch ook Turks?’ ‘Turks?’, roept de Burgemeester verbaasd uit, ‘maar hij spreekt zo goed en verstaanbaar Nederlands.’

Homo Nervosus – do 10 mei 2007

Stadhuis Breda

Het leek een heel onschuldige raadsvergadering te worden. Totdat na een ongelukkig geformuleerde en verkeerd geïnterpreteerde motie van een collega alsnog de pleuris dreigde uit te breken.

De dag kwam sowieso langzaam op gang omdat ik eerst thuis nog wat werkzaamheden had. Toen ik rond het middaguur eindelijk in Den haag aankwam, bleek het kamergebouw deels ontruimd vanwege een brand in de spoelkeuken. Niemand mocht erin of eruit. Waardeloos, vooral omdat de blokkade zo’n twee uur duurde, ondanks dat de hulpdiensten de brand na een kwartier al meester waren.

Toen ik eenmaal het kamergebouw binnen kon, duurde het niet zo gek lang voordat het hele telefooncircus, dat nu eenmaal gebruikelijk is op de middag voor een raadsvergadering, goed en wel op gang kwam. Aanleiding waren twee moties die uiteindelijk tijdens de raadsvergadering niet zijn ingediend. Het ging om een motie van D’66, over het oprichten van een werkgroep uit de raad die binnenkort de communicatie tussen de gemeente en de inwoners van Breda tegen het licht moest gaan houden, en een aanvankelijk wat onhandig geformuleerde maar later herschreven motie van GroenLinks, met als doel informatie over de kosten te verkrijgen van aanpassingen die nog gedaan konden worden aan het ontwerp van de tunnel in het nieuwe stationsgebouw om het comfort voor fietsers te verbeteren. De moties zijn niet ingediend, omdat in beide gevallen de verantwoordelijk wethouder de opdracht in de motie aan de raad had toegezegd.

Much to do about nothing, dus eigenlijk. Toch is het goed om voorafgaande aan de raad nog even met elkaar te bellen om precies te begrijpen wat er nu eigenlijk bedoeld wordt. Maar het zou prettig zijn als iedereen (wij dus ook) dergelijke moties eens een dag of wat eerder zouden verspreiden. Dan hoeven al die telefoontjes niet op het laatste moment plaats te vinden.

Homo Malitiosus – wo 26 apr. 2007

CCTV is watching you

Het voor GroenLinks gevoelige punt van Camera-toezicht stond op de agenda. Enkele maanden eerder had ik voorkomen dat de burgemeester carte blanche zou krijgen bij de keuze om camera’s te plaatsen en via een amendement zijn raadsvoorstel zo gewijzigd dat de gemeenteraad altijd het laatste woord zou hebben. Gisteren lag het eerste verzoek voor uitbreiding voor bij de commissie bestuur.

Ooit was GroenLinks faliekant tegenstander van elke vorm van camera-toezicht. Maar nu blijkt dat in sommige gevallen camera-toezicht wel degelijk een positief effect heeft, maken we voor elk verzoek een aparte afweging. In dit geval ging het om het toepassen van cameratoezicht op bedrijventerreinen, waar ‘s avonds regelmatig bedrijven worden leeggeplunderd, met alle schade van dien.

Voor mij was dat acceptabel zolang aan de volgende randvoorwaarden voldaan zou worden:

  • de camera’s moeten live worden uitgekeken, zodat de politie direct kan ingrijpen. Aangezien de boeven meestal gestolen auto’s gebruiken zijn de beelden niet bruikbaar om de daders achteraf nog op te sporen;
  • de camera’s mogen de privacy niet onnodig aantasten, dat wil zeggen dat ze niet gericht mogen zijn op wegen die redelijkerwijs gebruikt worden voor doorgaand verkeer of verkeer dat veelvuldig een andere bestemming heeft dan de bedrijven op het bedrijventerrein, op woningen op of nabij bedrijventerreinen. Eventuele woningen (of panden die in het kader van anti-kraak worden bewoond) moeten op de camera worden afgeplakt;
  • de camera’s mogen tijdens de gebruikelijke kantooruren niet ingeschakeld zijn. Ze zijn dan ook niet echt nodig omdat er dan genoeg mensen zijn en er doorgaans ook alleen ‘s avonds ingebroken wordt;
  • de camera’s op de bedrijventerreinen mogen niet leiden tot een forse toenam van criminaliteit elders in de stad, dus geen verspreidingseffect (waterbedeffect);
  • camera’s mogen alleen worden ingezet op plaatsen waar sprake is van overmatige criminaliteit en wanneer er een positief effect van te verwachten valt;
  • het camera-toezicht moet sober en doelmatig worden toegepast. Dus de openbare ruimte niet volhangen met camera’s, zoals in Engeland;
  • het mandaat geldt zolang het gebied dienst doet als bedrijventerrein. Als de functie verandert in bijvoorbeeld een woongebied, dient het camera-toezicht beëindigd te worden.

Nogal wat fracties snapten onze randvoorwaarden niet. ‘Wie niets te verbergen heeft, heeft geen last van de camera’s’, was hun argument. Onzinnig. Ik heb thuis ook niets te verbergen. Desondanks heb ik vitrage hangen, zodat niet iedereen binnen kan kijken. En ik durf te wedden dat de raadsleden van CDA, VVD, Breda’97 en Leefbaar, die zonder enige kanttekeningen accoord gingen met het camera-toezicht, ook maatregelen hebben tegen inkijk, gewoon omdat niet iedereen hoeft te zien wat ze de hele dag zoal doen. Of zouden er bij hun thuis dan toch dingen gebeuren die het daglicht niet kunnen verdragen?

Homo Custodiens – di 17 apr. 2007

Kasteel Bouvigne

Op verzoek van GroenLinks stond het onderwerp ‘Bouvigne’ op de agenda van de commissie Bouwen en Wonen. Ik ging op de publieke tribune kijken hoe mijn fractie het deed.

Kasteel Bouvigne is een prachtig kasteeltje in het Mastbos, grenzend aan het achterliggende Markdal. De vroegste delen van het kasteel dateren van eind vijftiende eeuw, waarna het vele malen is verbouwd en uitgebreid en kreeg pas aan het begin van de vorige eeuw zijn huidige vorm. Nadat het in zwaar vervallen toestand leegstond heeft het Waterschap 35 jaar geleden besloten het landgoed te kopen en zich in het kastel en de bijgebouwen te huisvesten.

Nu het waterschap is gefuseerd, voldoet de huidige bebouwing niet meer. En aangezien een deel van de bijgebouwen ronduit lelijk is en geen monumentale status heeft, besloot het Waterschap op de plaats van deze gebouwen nieuwbouw te plegen.

Daar ging het mis. Het eerste ontwerp kon op enorm verzet onder de bevolking rekenen en ook het aangepaste ontwerp is nog steeds doelwit van veel kritiek. De één vindt een modern hoog gebouw niet thuishoren in dit monumentale landgoed. Een ander vindt dat er überhaupt niet meer gebouwd mag worden in dit gebied, ook al is het op de plek van bestaande bebouwing. En eerlijk is eerlijk, een locatie in het buitengebied zonder fatsoenlijke busverbinding is nu niet de meest geschikte plaats voor een waterschapskantoor.

De voorstanders wijzen erop dat het Waterschap altijd zo goed voor het gebouw gezorgd heeft en dat de bebouwing in plaats van andere gebouwen komt. En sommigen vinden het ontwerp ook mooi.

Over een dergelijke zaak moet de politiek debatteren. Maar veel mogelijkheden om het plan tegen te houden, heeft de gemeenteraad eigenlijk niet. Het nieuwbouwplan valt waarschijnlijk helemaal binnen het bestemmingsplan en de Rijksdienst voor de Monumentenzorg en de provincie hebben de plannen ook goedgekeurd.

Dus restte de commissie niets anders dan een beroep op het waterschap de plannen nog eens goed tegen het ligt te houden. Een oproep die dijkgraaf Joseph Vos ongetwijfeld naast zich neer zal leggen. ‘Ik mag daar toh gewoon bouwen?’, is zijn reactie en daar heeft ‘ie natuurlijk ook wel weer gelijk in.

Wat er nu gaat gebeuren. Waarschijnlijk zal de gemeente binnenkort de sloop- en bouwvergunning afgeven. De actiegroep die tegen de nieuwbouw strijdt, zal daarna ongetwijfeld naar de rechter gaan. Zo’n zaak eindigt uiteindelijk altijd bij de Raad van State, die één van de twee partijen gelijk zal geven. Maar voor het zover is, zijn we al weer jaren verder.

Al die tijd moet het Waterschap een kantoor huren, omdat ze in Bouvigne nu niet kan werken. Dat kost handen vol met geld, miljoenen per jaar. De vraag is of het waterschap er niet verstandig aan doet om de plannen toch nog eens te bespreken met de betrokkenen. Het zou een hoop tijd en geld kunnen besparen.

Homo Profans – do 22 mrt. 2007

Praathuis

Eigenlijk stond er op de raadsagenda niet eens zo veel bijzonders. De Economische Impulsnota, waar iedereen redelijk positief over was, de wijziging van de Buitenruimteverordening en de enigszins omstreden aankoop van de Turfschipgarage. Toch duurde de vergadering uren en uren.

Hoe kan dat nu. Dat komt omdat politici niet in de gaten hebben dat ze zo ontzettend lang praten. Dat je dingen genuanceerd over het voetlicht wil tillen, da’s logisch. En dat je daar dan ook wat extra tijd voor neemt, da’s ook logisch. Maar een bijdrage van twintig minuten om de loftrompet over de economische impulsnota te blazen en een motie toe te lichten, dat gaat te ver.

De vergaderingen moeten korter. En als dat niet snel gebeurd door zelfdiscipline van de raadsleden zelf, dan ga ik pleiten voor spreektijden. Wat mij betreft een vast aantal minuten per onderwerp en niet – zoals soms gebruikelijk is – naar grootte van de fractie. De stemming in de raad is door het verschillende zetelaantal per partij gewogen, maar de discussie moet op basis van argumenten en inzichten worden gevoerd. En argumenten laten zich nu eenmaal niet leiden door de macht van het getal.

Homo Analyzans – vr 16 mrt 2007

Denkend aan Holland zie ik lange vergaderingen traag door oneindige woordenbrij gaan.

De pré-kadernotavergadering was een verdeeld succes. Sommige fracties kwamen met wensenlijstjes, anderen, waaronder ik namens GroenLinks, hadden juist een meer thematische aanpak.

Het was voor het eerst dat de gemeenteraad van Breda gaat praten over de hoofdlijnen van de kadernota voor het komende jaar, nog voordat het college ook maar een eerste letter op papier heeft gezet. Maar wie het heeft over hoofdlijnen van beleid, moet je geen wensenlijstjes gaan indienen met een paar duizend euro hier en een half tonnetje daar. Hoofdlijnen gaan niet over geld, maar over prioriteiten.

Dat is misschien teleurstellend voor voornamelijk de dorps- en wijkraden, die een maand eerder in een vier uur durende hoorzitting al hun wensen en ongenoegens op tafel legden. Inderdaad, zij hoorden niets van hun eisenpakket terug in mijn bijdrage. Maar op dat detailniveau wilde ik het debat dan ook simpelweg niet voeren.

Er is in Breda heel wat aan te merken op de manier waarop dorps- en wijkraden behandeld worden. De politiek is enerzijds ontzettend bang voor ze en proberen hooguit op de meest poeslieve toon wel eens duidelijk te maken dat voor bepaalde wensen geen geld is. Anderzijds zijn vrijwel alle raadsleden het met elkaar eens dat de dorps- en wijkraden lang niet alle Bredanaars vertegenwoordigen en zeker ook niet alle problemen verwoorden.

Wie zich in het beginstadium van het debat al laat leiden door de wensenlijstjes van de dorps- en wijkraden en de beperkte spreektijd gebruikt om op detailniveau het beheer en de inrichting van de openbare ruimte, is niet bezig met het formuleren met uitgangspunten voor beleid, maar met uitvoeringskwesties. Ik ben er van overtuigd dat de Kadernotabehandeling daar in eerste instantie niet voor bedoeld is.

Homo Orans – do 15 mrt 2007

wijze raad?

Een novum in de Bredase politiek: de pré-kadernotabehandeling. Vroeger kon de raad alleen maar reageren op de kadernota, die op het moment van de behandeling al vrijwel helemaal was dichtgetimmerd door ht college. In de pré-kadernotabehandeling geeft de raad het college van Burgemeester en Wethouders de kaders mee waarbinnen de Kadernota moet worden opgesteld. Hieronder mijn bijdrage.

De bespreking van de kadernota is in Breda vaak een postzegelbespreking geweest, waarbij hier of daar nog een klein bedrag wordt binnengehaald voor een bepaalde buurt of wijk. Een jaarlijkse dans waarbij na een uren durende vergadering duidelijk werd welke stoeptegel er het komende jaar recht gelegd zou worden.

Klimaat
De Pré-kadernota is een wat andere vergadering. Zij vraagt, on onze ogen, om een wat meer thematisch verhaal, waarbij het college onderwerpen meekrijgt die de raad nader uitgewerkt wil zien. Waar de raad accenten verwacht in de Kadernota. Verwacht dus van mij hier op dit moment geen verhaal op de vierkante millimeter. Daar is deze vergadering niet voor bedoeld.

De klimaatverandering staat internationaal eindelijk weer hoog op de agenda. Dat gevoel van urgentie wordt gevoed door alarmerende rapporten in opdracht van de VN, waarin geconcludeerd wordt dat het niet meer zozeer de vraag is of het klimaat veranderd, maar hoe ernstig die veranderingen zullen zijn. Dat die klimaatverandering aan de mens is toe te schrijven, wordt door de wetenschap ook nauwelijks meer in twijfel getrokken.

De gevolgen van de klimaatcrisis zijn niet eenzijdig af te wentelen op de landelijke overheid of de internationale gemeenschap. Ook op gemeentelijk niveau moet een krachtige extra inspanning geleverd worden om de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen. Door energiezuinig te bouwen. Door nieuwe wijken zo in te richten dat ze qua energieverbruik nagenoeg zelfvoorzienend zijn. Er is in Breda een streven om te komen tot een energie-neutrale of klimaat-neutrale stad. Willen we dat doel halen, dan is het noodzakelijk om daar een helder beleid op te voeren en hiervoor ook voldoende middelen voor te reserveren.

Qua luchtkwaliteit, maar ook de kwaliteit van bodem en oppervlaktewater wordt Breda geconfronteerd met nieuwe, strengere Europese regels. Willen we aan onze verplichtingen voldoen, zal ook daar extra geld voor beschikbaar gesteld moeten worden.

Wat GroenLinks betreft wordt dit thema van duurzaamheid, naast de bestaande thema’s uit het programacoord leidend in de kadernota 2008. Daarbij gaat het om meer dan alleen maar geld. Het gaat evenzeer om toekomstgericht denken op alle beleidsvelden.

Solidariteit
Dit college heeft zich een jaar geleden duidelijk uitgesproken voor een sociale en solidaire stad. Dat betekende in eerste instantie voortzetting van het armoedebeleid. Zonder daar iets aan af te doen, weten we dat er desondanks groepen zijn die moeite hebben om de eindjes aan elkaar te knopen. Dat vraagt vooral creativiteit van het college. Het voorstel van de PvdA om het armoedebeleid op te rekken en daarmee de problematiek van de armoedeval te dempen, wordt door ons van harte ondersteund.

Ook op mondiaal vlak heeft deze coalitie verdergaande ambities getoond. Allereerst door met elkaar af te spreken dat de middelen in deze periode konden worden opgehoogd tot 1 euro per inwoner. Afgelopen maand heeft de commissie bestuur die ambitie nog eens herhaald. Breda gaat werk maken van mondiale samenwerking. Nu er een beroep gedaan gaat worden op die extra middelen, is het van belang dat deze in de kadernota 2008 ook als zodanig gereserveerd worden.

Jeugd / cultuur
Een opmerking wil ik nog maken over het cultuurbeleid in de stad. De stedelijke discussie staat in de startblokken en GroenLinks is benieuwd naar de uitkomsten. In de culturele sector zijn de voornaamste knelpunten eindelijk opgelost. Maar er blijven pijnpunten die binnen de huidige geldstromen moeilijk zijn op te lossen. Dat geldt met name ook op het gebied van jeugd- en jongerencultuur. Hier moet in geïnvesteerd worden.

Extra aandacht verdient op dat punt Danstheater De Stilte. Dat zij kwaliteit leveren staat buiten kijf en dat dat een zware wissel trekt op een eigenlijk te beperkt aantal medewerkers is ook bekend. In het net verschenen rapport van de raad van cultuur wordt dat onderkend. De raad pleit voor extra middelen voor de jeugddans. Het is aan een gezamenlijke verantwoordelijkheid van politiek, bestuur en De Stilte zelf om er zorg voor te dragen dat De Stilte kan meedelen in de ruif en dat hoe dan ook de professionalisering van De Stilte niet tot stilstand komt door gebrekkige financiële middelen.

Homo Mundanus – do 1 mrt. 2007

iedereen is van de wereld

Telkens wanneer het mondiale beleid aan de orde komt, verloopt de discussie in Breda ongeveer als volgt.

Het CDA vind mondiaal beleid belangrijk. Maar liever geen extra geld. Want we doen genoeg. Genoeg was in de vorige periode 45 eurocent per inwoner, een ouderwetse gulden. Nu GroenLinks in de coalitie zit is de kwantiteit van voldoende één euro per inwoner.

GroenLinks, maar ook PvdA, SP en D’66 benadrukken het belang van mondiaal beleid. De VVD als enige partij niet. Ontwikkelingshulp, zoals zij mondiaal beleid noemen, is iets voor het rijk, zo redeneren de rechts-liberalen.

Telkens als de VVD haar punt heeft gemaakt, ontstaat een interruptiedebat tussen mij en de VVD-woordvoerder van dienst, in dit geval nestor Joep Taks. Dat gemeentes een belangrijke speler zijn, hebben instanties als de VN al vele malen benadrukt en hebben 189 regeringsleiders al lang geleden onderkent in de ‘Lokale Agenda 21’. Daarnaast hebben we ook nog zoiets als millenniumdoelstellingen, die we overigens nooit gaan halen als er niet als de sodemieter iets aan gedaan gaat worden. En mondiaal beleid is meer dan alleen ontwikkelingshulp, het gaat ook om duurzaamheidsbeleid. Logisch, want de armste landen worden als eerste de dupe van het veranderende klimaat.

Ook om praktische redenen is er voor de gemeenten een rol weggelegd: we hebben een hoop kennis in huis die men in ontwikkelingslanden prima kan gebruiken. Via kleinschalige partnerschappen kan er dus heel efficiënt resultaat behaald worden. Maar Mijnheer Taks schud heftig het hoofd en concludeert dat wij met elkaar van mening verschillen. Geen argumenten, geen tegenwerpingen.

Zolang het gaat om het multinationale bedrijfsleven en het aantrekken van werkgelegenheid is er geen VVD-er die ook maar iets tegen mondiaal beleid heeft. Jammer dat ze op dit punt niet ook een internationalistische bril kunnen opzetten.

Homo Audiens – vr 9 febr. 2007

Kadernota-Hoorzitting in 2005

De behandeling van de kadernota wordt in Breda altijd voorafgegaan door een hoorzitting. Maatschappelijke organisaties, wijk- en dorpsraden krijgen dan tien minuten de tijd om hun wensen en ongenoegens kenbaar te maken.

De kadernota is het document waarin in hoofdlijnen wordt aangegeven hoe in het komend jaar de financiën verdeeld zullen worden. Wie ergens nieuw geld voor wil hebben, moet dus bij de hoorzitting komen inspreken. Dat stelt de politiek voor een dilemma: er zijn altijd aanmerkelijk meer wensen dan dat er geld beschikbaar is.

Vanwege de overweldigende belangstelling was de aanvangstijd van 15.00 uur met een uur vervroegd. Daar had ik helaas geen rekening mee gehouden, en kwam dus pas om drie uur binnen. Maar aangezien er een schriftelijk verslag volgt en de hele zitting ook nog herhaald wordt op de lokale televisie, kan ik dat wat ik gemist heb, nog makkelijk terugzien.

De setting van de hoorzitting is een nogal formele. Een carré-opstelling, waarbij burgemeester en griffier aan het hoofd zitten en aan weerszijden de raadsleden. Aan de overzijde mogen dan telkens de vertegenwoordigers van de organisaties plaatsnemen om hun verhaal te doen. De raadsleden hebben de gelegenheid om enkele korte aanvullende vragen te stellen aan de insprekers, maar meer ook niet. Ik kan me niet anders voorstellen dan dat zowel insprekers als raadsleden het een vreselijk saaie bijeenkomst vinden. Een kijkcijferkanon heeft de lokale omroep hier in ieder geval niet mee in handen.

Mijn late aankomst had één voordeel. Ik kon tussen de burgers gaan zitten. Ik houd namelijk helemaal niet van die formele gang van zaken. Wat mij betreft gaan we het volgend jaar dan ook anders doen. Geen plenaire bijeenkomst meer, maar een soort speeddate-bijeenkomst met raadsleden. Interactief met elkaar praten over de wensen en verlangens, in plaats van geformaliseerd eenrichtingsverkeer. En dan kunnen de raadsleden ook gewoon ‘nee’ zeggen, wanneer iets geen prioriteit heeft. Dan weten de insprekers ook gelijk waar ze aan toe zijn.

Politiek is keuzes maken, vooral als het op geld aankomt. Dat kun je beter open en transparant doen, dan in een ouderwetse formule die afstand schept. Weg met de hoorzitting.