Homo Optimisticus – do 31 jan. 2007

inspraakbijeenkomst

De gemeenteraad kreeg een cursus ‘waarderend vernieuwen’. Dat klink een beetje new-age en boeddhistisch en eigenlijk was het ook wel een beetje soft. Maar ik moet positief blijven.

Nee, zonder gekheid. Ik kan natuurlijk vrij makkelijk een cynisch stukje schrijven over een cursusleidster die koste wat kost wil dat wij aardig blijven tegen lastige burgers met vervelende problemen, maar daarmee zou ik de cursusavond te kort doen. Allereerst ervaar ik de inwoners van onze stad, één uitgezonderd, niet als lastig. Ten tweede is het voor raadsleden inderdaad soms best wel lastig om vrolijk te blijven als er tijdens een wijkbezoek weer een bak problemen wordt leeggestort. Hoe terecht dat overigens ook is.

Maar daar ging de cursusavond niet over. Daar oefenden we namelijk vooral hoe je een heel gesprek een positieve draai kunt geven. Om een voorbeeld te geven: iemand komt met een probleem, maar ook al meteen met een oplossing. Nu is het met oplossingen nog wel eens zo dat deze niet altijd te realiseren zijn, bijvoorbeeld om financiële redenen of omdat de oplossing andere plannen in de weg staat. Nu betekent dat vaak nog einde verhaal: burger teleurgesteld in de politiek en de politicus in de put omdat hij weer nee heeft moeten verkopen.

Eén van de centrale ideeën van ‘waarderend vernieuwen’ is dat je samen met je gesprekspartner probeert de verschillende opties en mogelijkheden te verkennen. Maar om dat te kunnen, moet je eerst vertrouwen winnen, een band opbouwen. En dat allemaal in een tijdsbestek van enkele minuten, want veel langer duren de gesprekken met de gemiddelde burger tijdens een bezoek of een openbare avond niet.

Het klinkt allemaal ontzettend logisch. Maar tijdens de rollenspellen bleek overduidelijk dat het lang niet altijd even makkelijk is. En dat komt niet omdat politici halve autisten zijn. Als ik dat zou zeggen, wordt het alsnog een cynisch stukje. En dat was niet de bedoeling.

Homo Demens – di 29 jan. 2008

Gemeenteraadsvergadering Breda in de periode 1966-1970

„Ga je die column nou nog een keer schrijven?” De verantwoordelijk redacteur van het E-zine voor GroenLinks-kader had me al wel vijf keer gevraagd of ik nog voornemens was aan mijn redactionele verplichtingen te voldoen. Maar gebrek aan tijd, gebrek aan inspiratie en voornamelijk een gebrek aan gevoel van urgentie hebben mij niet eerder aan het schrijven kunnen zetten.

Tot deze avond. Ik zat met mijn laptop in de commissie Onderwijs en Economie te luisteren naar een discussie over bedrijventerreinen. Iedereen deed zijn woordje, maar niemand luisterde naar elkaar. Na drie uur vergaderen was de aandacht verslapt en de interesse verdwenen. De wethouder Economische Zaken las het financieele dagblad, de fractievoorzitter van Leefbaar tekende abstracte figuurtjes op zijn papier en de voorzitter trok verveelde gezichten. En ik had dus mijn laptop opengeklapt.

Commissievergaderingen zijn vaak oefeningen in geduld. Ellenlange bijdragen van anderen waar de collegae zuchtend en steunend naar luisteren. Slechts een enkele keer is een bijdrage interessant genoeg om de rug te rechten. Slechts op spaarzame momenten tikt de wijsvinger ongeduldig tegen de knop van de interruptiemicrofoon. Zelden is er een interessant interruptiedebat.

Wat ik me afvraag, is of al die saaie bijdragen, meestal voorgelezen vanaf papier en vol met herhalingen van zaken die door anderen ook al zijn genoemd, nu zinvol zijn. Draagt dit nu bij aan een goede besluitvorming? Gaat de wethouder een letter veranderen aan zijn notitie? Gaat hij nu dingen doen die hij eerst niet wilde doen, of juist andersom? En als hij al nota wil nemen van de opmerkingen die gemaakt zijn in de commissie, hoe gaat hij van die brei aan informatie dan een coherente communis opinio destilleren?

De politiek verslaggever op de perstribune zat letterlijk met de hand in het haar. Ik had medelijden met hem. Wij, politici, doen het in ieder geval nog zelf aan. Hij heeft geen keuze. Een gevangene van het systeem, murw van alle martelingen die hij in zeswekelijkse cycli moet ondergaan. Eigenlijk nog verwonderlijk dat hij na alle commissievergaderingen die hij al heeft meegemaakt, nog steeds in staat is positief over de politiek te schrijven in zijn wekelijkse column.

Ja, uiteraard, de raad moet onderwerpen kunnen uitdiepen. Een mening of opvatting behoort onderbouwd te worden en zaken moeten op alle facetten beoordeeld worden. Maar ellenlange verhalen van vijftien minuten of meer zijn simpelweg niet zinvol en dragen niet bij aan betere besluitvorming. Lange monologen beperken het debat. In plaats van een uitwisseling van gedachten en een politiek debat rest slechts het afratelen van meningen en het berijden van stokpaardjes.

In management-vergaderingen was het korte tijd mode om bullshit-bingo te spelen. Iedereen ging de vergadering in met een papier met daarop een vijftal veelgebruikte maar loze management-termen. Wanneer één iemand vervolgens alle vijf de woorden had uitgesproken, riep je heel hard ‘bullshit’. Zoiets zou je ook met de politiek kunnen doen. Misschien is het wel een aardige uitdaging om daar met z’n allen een aantal geschikte woorden te vinden.

We kunnen natuurlijk spreektijden invoeren, maar zo’n bullshit-bingo is wellicht ook wel een aardig idee. En als dat niet werkt, kunnen we misschien voortaan staand te vergaderen in ijskoude, onverwarmde ruimten. Iedereen heeft de ruimte om eindeloze bijdragen te leveren. Alleen loop je dan het risico door je collegae gelyncht te worden.

Ben ik cynisch? Welnee. Ik had er deze avond gewoon niet zoveel zin in.

Homo Effitiens – wo 21 november

Bisschopstoren van Butzelaar Architecten

„Waarom heeft Uw toren geen rond dak?”. Mijn mond viel open van verbazing. Er wordt een 80 meter hoge toren in de wijk gebouwd en de enige vraag die het edelachtbare raadslid kan bedenken is over de architectonische afwerking van de immense woontoren.

De vraag illustreerde overigens ook meteen dat de woontoren weinig omstreden was in de wijk. Veel meer zorgen maakte men zich over de 70.000 vierkante meter kantoorruimte ertegenover, op de plaats waar nu Hotel Brabant staat. Gelukkig kondigde de ontwikkelaar al aan dat de grootte naar beneden was bijgesteld tot 58.000 vierkante meter met een gemengde bestemming.

De wijk Heusdenhout heeft andere zorgen. Bijvoorbeeld de bouw van nog een groot kantoorpand aan de Bergschot. Of de geluidsoverlast van het spoorverkeer die enorm is toegenomen nadat de gemeente in al haar onmetelijke wijsheid de groene houtwal bij het spoor had vervangen door te lage geluidsschermen. Of de bouw van het Digipark, een klimaatneutrale bedrijvenlocatie die een nu agrarisch maar rommelig hoekje van Breda tussen spoor en rondweg zal gaan vullen.

Blij was de wijk met de geplande verbouwing van de school en de invulling van een aantal leeg te komen terreinen in de wijk. Ambitieus waren de in de ijk gevestigde huisartsen, die met een beetje hulp het buurtcentrum wilde uitbreiden met een gezamenlijke huisartsenpost. En ook was er alom tevredenheid voor de uitbreiding van het wijkwinkelcentrum, de Bisschopshoeve.

„Bent U niet bang dathet winkelcentrum gaat concurreren met het in de aangrenzende wijk gelegen winkelcentrum Brabantpark?”, vroeg een ander raadslid aan de eigenaar van het centrum. De eigenaar bleef in de plooi. Maar ongetwijfeld had hij in zijn hoofd het antwoord al klaar. „Concurreren, ik hoop het wel mevrouw van de VVD. Daar is ons bedrijf groot mee geworden.”

Homo Inquirens – vr 2 nov. 2007

Stadhuis Breda

De dag na de begrotingsbehandeling vond ik het maar weer eens tijd om uit te slapen. Het was, voor de vergadertijgers onder ons, namelijk een alleszins leuk en spits debat.

Nog even los van het succesje dat GroenLinks het voor elkaar heeft gekregen om in de zeer gemêleerde wijk Brabantpark een multifunctioneel trapveldje te realiseren voor de jongeren van het jongerencentrum aan de Elandstraat, waren er namelijk een aantal opzienbarende dingen gebeurd.

Meest bijzonder was een aangenomen amendement van 250.000 euro extra voor de reconstructie en ontwikkeling van het groene buitengebied. Het amendement kwam van D’66 en deed een behoorlijke extra greep in de vrije investeringsruimte die de stad nog heeft. Opvallend was vooral hoe de motie werd aangenomen. Aanvankelijk was er, in ieder geval bij de coalitie, een stilzwijgende afspraak bij de voorjaarsnota van 2008 alle grote wensen integraal tegen elkaar af te wegen. GroenLinks was ook vast van plan dan flink in te zetten in onder andere zaken als natuurontwikkeling.

Het was de onhandigheid van verantwoordelijk wethouder Janus Oomen die er toe leidde dat het amendement werd aangenomen. Hij zei namelijk dat het geld dat D’66 wilde inzetten voor het buitengebied uit zijn eigen portefeuille kwam en het dus voor hem een sigaar uit eigen doos zou zijn. Op basis van alleen die redenering ontraadde hij het amendement. Pas bij de daaropvolgende schorsing kon hem duidelijk gemaakt worden dat het geld niet uit zijn portefeuille kwam, maar uit de investeringsruimte.

Vervolgens kon de wethouder niet veel meer dan het amendement positief beoordelen. Zijn enige tegenargument was immers onderuit gehaald en een nieuw tegenargument verzinnen zou te doorzichtig zijn geweest. En vervolgens kon niemand met een groen hart nog zonder gezichtsverlies tegen het amendement stemmen, zij het wellicht na enig aanjagen mijnerzijds in een volgende schorsing.

Een ander opvallend punt was het stemgedrag van de SP. Zij stemden tegen de aanleg van het eerder genoemde sportveldje. Zij stemden ook tegen een eenmalige extra subsidie aan poppentheater Muzipo, dat zich specifiek richt op de allerkleinste Bredanaars. Vervolgens stemden zij wel voor een extra subsidie aan het bobo-evenement Breda Hippique. Ik kon de socialistische lijn in dit op zijn minst opmerkelijke stemgedrag niet terugvinden en, nadat ik hem om uitleg had gevraagd, SP-fractievoorzitter Vergroessen eigenlijk ook niet. Kennelijk is de slogan van de SP niet langer ‘brood op de plan en een dak boven je hoofd’, maar ‘boord op de plank en een paard onder je kont’.

Er waren nog wat andere kleine interruptiedebatjes die voor ons erg leuk waren, maar voor niet-raadsleden waarschijnlijk teveel uitleg vragen om nog leuk gevonden te worden. Sommige spitsvondigheden gaan namelijk terug op zaken van jaren geleden, toen Paars nog in de mode was. En dat is eigenlijk al lang politieke pré-historie.

Homo Contionens – do 1 nov. 2007

Stashuis

Zwaar geïnspireerd door mijn avonturen als forens, zocht ik de rode draad van mijn algemene beschouwingen bij de begrotingsbehandeling dit jaar bij het fenomeen treinen. Ik vond het een zeer geslaagde rode draad, al zeg ik het zelf.

«Voorzitter,

zoals U weet reis ik voor mijn werk regelmatig ‘s ochtends met de trein naar het Haagse. Ik loop dan altijd helemaal door naar het voorste treinstel om plaats te nemen in één van de zespersoons coupé’s van de oude ICK. En het liefst zit ik dan bij het raam met mijn rug in de rijrichting.

Dat doe ik om een aantal redenen.
Allereerst is het altijd prettig om als eerste op de plaats van bestemming aan te komen. Ten tweede is het ook erg prettig om vanuit het raam te zien waar je vandaan komt. Dat brengt rust. En overigens ook de gelegenheid om nog enkele minuten lang te kijken naar de prachtige toren van de Onze Lieve Vrouwekerk.
En ten derde, mocht de trein onverhoopt een botsing maken, dan is het een fijne gedachte dat je niet door de coupé gelanceerd wordt maar stevig tegen de eigen zetel aangedrukt wordt. Lees verder “Homo Contionens – do 1 nov. 2007”

Homo Solvens – wo 16 okt. 2007

begroting

In de commissie bestuur werd, nadat het document in alle andere commissies ook al was besproken, de begroting nog maar weer eens een keer behandeld. De meningen waren niet echt positief.

De onvrede, en daarmee ook het debat, concentreerde zich net zo zeer op de inhoud, als wel om de wijze waarop de begroting was weergegeven. In de commissie Bestuur doen namelijk veelal de financiëel woordvoerders het woord.

Wat is er aan de hand: bij de begroting zit al enkele jaren geen exploitatie-overzicht meer. Namens onze fractie heb ik daar al vaker tegen geprotesteerd en dat vindt steeds meer weerklank bij andere collegae. Een exploitatie-overzicht is namelijk belangrijk als je de uitgaven van een gemeente integraal wil afwegen.

Wat is nu een exploitatieoverzicht: eigenlijk is het een grote tabel, waarin vrij gedetailleerd staat aangegeven waar jaarlijks alle gelden aan worden uitgegeven. Het gaat dan specifiek om de structurele geldstroom, niet zozeer de eenmalige investeringen. En waarom willen we dat zo graag weten? Omdat je dan bijvoorbeeld kan zeggen: er is een tekort op A en dat vind ik belangrijker dan B, dus haal maar zoveel geld weg bij B om A te kunnen betalen.

Om een afweging tussen uitgaven te kunnen maken, moet je inzicht in de geldstromen hebben. Dat kan niet zonder een gedetailleerd overzicht. Daaruit kan een raadslid dan bijvoorbeeld lezen dat het Chassé Theater de stad jaarlijks meer dan vier miljoen euro kost terwijl poppodium Mezz nog geen tiende  van dat bedrag krijgt.

De wethouder sputterde aanvankelijk nog even tegen. „Hoe gedetailleerd wilt U het dan hebben?”, vroeg hij, bang dat hij elke potlood dat men verwacht in 2008 te moeten schaffen apart moest gaan begroten. Daar is natuurlijk geen sprake van. Maar een tamelijk gedetailleerd overzicht, waarin uitgaven en subsidies per taakveld zijn geordend, lijkt me geen overbodige informatie.

Ik vraag de wethouder niet om de huidige concept-begroting op dat punt helemaal aan te passen. Maar volgend jaar hoop ik dat de dan voorliggende begroting zo’n vier tot acht kantjes dikker zijn. Voor dat prachtige exploitatieoverzicht wat de wethouder dan voor ons zal maken.

Homo Expediens – do 11 okt. 2007

regelwoud

In de commissie Onderwijs en Economie kwam het onderwerp deregulering aan de orde. Snijden in het woud van vergunningen.

Deregulering is een onderwerp dat veel mensen aan het hart gaat: ondernemers, vooral de kleintjes, ondervinden soms veel last van de veelheid van vergunningen die ze moeten aanvragen. Anderzijds is het voor de gemeente veel werk om al die aanvragen te behandelen en te verwerken. Het college had dan ook een flink aantal voorstellen van vergunningen die vervangen konden worden door algemene regels. De ambtenaren die dan geen vergunningen hoeven uit te schrijven, kunnen vervolgens hun tijd besteden aan het handhaven van de algemene regels.

Eén van de vergunningen die het college expliciet niet af wilde schaffen, was de exploitatievergunning voor de droge horeca. En terecht, want droge horeca zijn niet alleen restaurants, maar ook snackbars, broodjeszaken en friettenten. En dergelijke tenten zijn vaak ‘s nachts, tot de kroegen sluiten, open. Dergelijke zaken zijn soms -lang niet altijd- eigendom van mensen die niet helemaal kosjer zijn. Helaas in enkele gevallen ook in Breda. En juist omdat je ook voor het uitbaten van dergelijke tenten een vergunning nodig hebt, is het voor de overheid mogelijk om criminelen, als zij een strafblad hebben, zo’n vergunning te weigeren (wet Bibob). Daardoor lukt het in Breda redelijk om in ieder geval de ergste criminelen buiten te houden en de binnenstad ook een beetje veilig te houden.

Toen gebeurde er iets raars in de commissie. Raadslid Irène Verkuijlen CDA vroeg om de exploitatievergunning voor de broodjeszaken ook maar af te schaffen. En PvdA-er Henk Leenders, zelfgekroond koning van de deregulering, ging met haar mee. Al jaren roept het CDA het hardst als het om veiligheid gaat, het liefst met repressieve maatregelen. Nu is er een regel die ervoor zorgt dat we criminelen buiten de horeca kunnen houden, willen meneer en mevrouw die af gaan schaffen.

„Wellicht kunnen we overlastgevende droge horeca onderscheiden van de niet overlastgevende horeca”, probeerde Leenders nog. Nee Henk, dat kan niet. Tussen een friettent en een kebabzaak zit nu eenmaal geen juridisch verschil. Daarom vallen ze allemaal onder dezelfde exploitatievergunning. Je kan geen uitzondering maken omdat het hoofd van iemand je niet aanstaat. We noemen dat één van de fundamenten van onze rechtstaat.

De echte beslissing over de deregulering wordt pas maanden later in de raad genomen. Ik ben benieuwd wat er dan gebeurd en of er dan nog steeds een raadsmeerderheid voor het afschaffen van de exploitatievergunning voor de droge horeca is. Ik hoop het niet, net zoals ik verwacht dat op dit punt het college voet bij stuk zal houden. Wie wil er nu witgewassen frieten

Homo Visitans – di 25 sept. 2007

Op wijkbezoek

De raad was op wijkbezoek. En, eerlijk, het was één van de leukste wijkbezoeken ooit. Dat had waarschijnlijk alles te maken met het enthousiasme waarmee we ontvangen werden.

Het bezoek was aan de wijk Brabantpark en het nabijgelegen Driesprong. In de volksmond ook wel de Molukkenwijk genoemd. En in beide wijken staat heel wat te gebeuren. Brabantpark krijgt er een aantal redelijk grote inbreidingslocaties bij en de Driesprong wordt flink geherstructureerd. Vroeger noemden ze dat saneren, oftewel: slopen en nieuwbouwen.

Enkele jaren geleden was er onder de Molukse stadsbewoners nog wel verzet tegen de herstructureringsplannen, maar dankzij goed overleg en een heel positieve insteek van de wijkbewoners, is dat verzet geluwd. Er kwam een terugkeergarantie en deze keer zijn we van plan om ons daaraan te houden. Van de terugkeergarantie die de Nederlandse overheid aan de KNIL-soldaten gaf in de vorm van de nooit nagekomen belofte van onafhankelijke Molukken, is immers nooit iets terecht gekomen.

Breda is één van die steden die, na een aanvankelijk mensonterende opvang in de voormalige Nederlandse doorvoerkampen, een flinke groep van de Molukkers mocht opvangen. Daar ben ik stiekem wel een beetje trots op. We waren er vroeg bij met de multi-culturele samenleving. Als kind opgroeiend in Brabantpark, had ik redelijk wat klasgenootjes uit de Molukse wijk. Ik heb ze altijd vreselijk aardig gevonden. Maar dat kwam misschien omdat ze bij verjaardagen ook altijd de lekkerste tractaties hadden.

Nog iets leuks: de wijkraad van de Driesprong kwam, zo werd ons uitgelegd, voort uit de oude kampraad in Vught. Die was, geheel in lijn van de strakke legerorganisatie, aanvankelijk nogal hiërarchisch opgebouwd. Dat is er overigens met de nieuwe generatie bestuurders wel afgesleten. De Molukse wijkraad is daarmee ook eigenlijk zo’n beetje de eerste wijkraad die in Breda is opgericht. De wijkraad Brabantpark is een heel stuk jonger, en onlangs geheel vernieuwd. En die twee wijkraden hebben al besloten veel meer met elkaar samen te gaan werken en rekening te houden met elkaars problemen. En daar kunnen sommige anderen nog wat van leren.

Homo Narrans (slot) – do 21 juni 2007

Politieke Koers

De langste dag van het jaar. Letterlijk, maar vooral figuurlijk. De dag dat het Bredase equivalent van de Algemene Beschouwingen plaats vindt. Inspiratieloos klapte ik op het fractiekantoor mijn laptop open.

In de marathon-vergadering van vandaag wordt de Kadernota behandeld, één van de belangrijkste documenten van het Bredase politieke jaar. Hierin wordt in grote lijnen weergegeven hoe in het volgend jaar de financiën verleed worden. Als ik dit soort dingen moet voorbereiden, werk ik graag op het fractiekantoor in het Stadhuis. Daar heb ik alle archiefstukken bij de hand. Maar wellicht nog belangrijker, het is midden in het centrum van Breda en als ik de bodes lief aankijk, mag ik zelfs hun koffie jatten zodat ik niet zelf een hele pot hoef te zetten.

Inspiratieloos keek ik naar het lege WordPerfect-scherm op de laptop. Ik wist wat ik wilde vertellen, maar de rode draad schoot me niet te binnen. Het liefst houdt ik een mooi verhaal, dat alles aan elkaar verbindt. Algemene Beschouwingen moeten meer zijn dan het opnoemen van een wensenlijstje. Algemene Beschouwingen moeten context hebben.

Ik klapte mijn scherm binnen en begon aan een wandeling door het Stadshart. Langs de Kerk, langs de eeuwenoude straten, vol met moderne mensen. Ik sprak enkele bekenden aan, die ik tegenkwam onderweg naar de Haven, waar ik met vriend Marcel van café Dok19 een kop koffie dronk. Even een babbeltje, voordat ik weer terug naar het stadhuis zou lopen.

Het bleek voldoende inspiratie opgeleverd te hebben. Om drie uur begon ik te typen. Ondertussen kwamen enkele fractievoorzitters van andere partijen langs om nog één en ander kort te sluiten. Om exact één minuut voor vier was mijn verhaal klaar en rolde de velletjes uit de printer. Zestig seconden later liep ik met mijn dossiers onder de arm de raadszaal binnen. Een oude journalistieke onhebbelijkheid: je bent pas klaar als de deadline valt.

Voor diegenen die het echt willen lezen, heb ik het maar toegevoegd.
Lees verder “Homo Narrans (slot) – do 21 juni 2007”

Homo Cyclicus – vr 25 mei 2007

geef onze fietsen terug

De gemeente heeft aangekondigd dat verkeerd geparkeerde fietsen in de binnenstad voortaan verwijderd zullen worden. Een vrolijke anarchist als ik krijgt meteen kriebelende nekharen.

Toegegeven, soms is er geen doorkomen aan in de binnenstad. Bepaalde plaatsen staan soms vol met fietsen, tot last van enkele ondernemers van wie de etalage niet meer zichtbaar is of die om hun terras op te bouwen eerst een half uur fietsen moeten verplaatsen.

Toch schoot het persbericht van de gemeente Breda me een beetje in het verkeerde keelgat. Want in de binnenstad zijn simpelweg te weinig betaalde en onbetaalde fietsenstallingen. Vrijwel nergens is een rijtje rekken te zien waar mensen even hun fiets in kunnen klemmen. En dan krijg je dus vanzelf al die wildparkeerders.

Wat me ook niet beviel was de mededeling dat de fietsen overgebracht zouden worden naar de Riethil. Dat betekent dat de fietser van wie de fiets zojuist verwijderd is, zo’n 2,5 kilometer moet lopen om tegen betaling van 25 euro boete zijn fiets terug te krijgen. Oneerlijk: een verkeerd geparkeerde auto wordt in Breda – bizarre uitzonderingen van overlast daargelaten – nooit weggesleept. Auto’s krijgen niet eens een wielklem, maar slechts een prent onder de ruitewisser.

Ik heb er schriftelijke vragen over gesteld. Even dacht ik in een lollige bui nog een verwijzing te kunnen maken naar een regime dat ooit ook eens overging tot het massaal confisqueren van fietsen. Een leuke vergelijking om te gebruiken in een column, wellicht. Maar als politiek argument vooral onsmakelijk. Gelukkig kan deze vrolijke anarchist zich af en toe ook beheersen.