Nieuwjaarsdrank – zo 2 jan. 2005

De nieuwjaarsreceptie van de gemeente voor alle burgers van Breda vond gewoon doorgang, zij het in versoberde vorm. Muziek, dans en theateracts waren geschrapt uit piëteit met de slachtoffers in zuidoost Azië. Niet dat die mensen er iets aan hebben dat wij uit solidariteit versoberd borrelen, maar goed. De gratis drank was overigens niet uit het programma geschrapt. Ook solidariteit kent zijn grenzen.

Voordat iemand denkt dat dit een zuur links stukje gaat worden: nee. Want het leven staat niet stil als er aan de andere kant van de wereld een ramp gebeurt. Althans, niet voor de mensen die geen vrienden, bekenden of familie zijn kwijtgeraakt. En ergens bij stilstaan is iets anders dan zelf stilstaan. Ik was er zelf dus ook gewoon bij. Ik heb mijn eigen bijdrage immers al overgemaakt (overigens word ik desondanks bij ongeveer elke kassa geconfronteerd met een collectebus waar ik dan ook weer wat muntgeld in schijn te moeten werpen, wat ik dus ook maar braaf doe, al was het alleen maar om de beeldvorming).

Na de receptie in de stad blijven hangen met wat vrienden. In Dok 19, een café aan de gedempte haven. Die willen ze hier in Breda gaan heropenen. Terwijl aan de andere kant van de wereld ineens een heleboel mensen aan het water wonen, die daar helemaal niet voor hebben gekozen. Oh ironie.

Nieuwjaarsslaap – za 1 jan. 2005

Ja, ik weet het. Natuurlijk had ik nog even twee uur moeten slapen voordat ik om kwart over tien ’s avonds bij peter aankwam voor mijn eerste biertje. Ik ben immers ook geen 16 meer (ach man, hou toch op). En aangezien ik niet aan XTC, MDMA of ADHD doe, was het logisch dat ik rond drie uur, toen de huiskamer van peter al weer een tijdje had plaatsgemaakt voor Café de Boulevard, al hunkerde naar mijn bed. “Ga maar een blokje om lopen, dan wordt je wel weer fris.” En inderdaad, het hielp.

Dus toen we rond een uur of zes de straat op werden geveegd, toen we constateerden dat de rest van de binnenstad al helemaal uitgestorven was (hmm, zijn wij nou zulke feestbeesten of is de rest nu zo saai?), werd op de St. Janstraat, voor de ingang van De Boulevard, een begin gemaakt met de staande receptie waar de Boulevard patent op lijkt te hebben. Zomer of winter, na sluit blijven er altijd nog voldoende mensen buiten staan om nog een uurtje of wat door te blijven keuvelen over één of ander onbenullig onderwerp wat alleen maar interessant kan zijn na een biertje of zes.

Om zeven uur kroop ik in mijn mandje. Pas om drie uur kroop ik er weer uit. Op dat soort tijden wakker worden, dat permitteer ik me slechts nog op nieuwjaarsdag. Ik ben immers geen 16 meer.

Tweeduizendenvier – vr 31 dec. 2004

Het is flauw om te zeggen dat je niet zo van lijstjes bent, om daarna een lijstje op te stellen met de meest memorabele momenten van 2004. Ik heb me maar even bewust beperkt tot dingen die ik persoonlijk heb meegemaakt, omdat ik anders ook niet veel verder kom dan Madrid, Beslan, Theo van Gogh en zuidoost Azië. Hieronder dus mijn Top-5, waarbij opvalt dat de genoemde gebeurtenissen op de één of andere manier allemaal drankgerelateerd zijn. Ja, zelfs de gebeurtenis op plaats één, toen eerst heel wat bier gedronken moest worden voordat één en ander wederzijds uitgesproken werd.

5. Semi-illegaal feestje in een oud en inmiddels gesloopt schoolpand aan de Markendaalseweg op 17 april;
4. Rock Werchter, blijft een geweldig festival, van 1 t/m 4 juli;
3. Festival Breda Barst op 26 en 27 juni, en ook de voorbereiding natuurlijk;
2. Vacantie met Jaap in Schotland in augustus, hier en hier te lezen;
1. Ontmoeting Leon op het GroenLinks Forum van za 6 november.

Rest mij iedereen een fijne jaarwisseling te wensen en een gezond, gelukkig en vredig 2005.

Met groet,
Selçuk

P.S.: mijn goede voornemen zal ook deze jaarwisseling niet anders zijn dan de afgelopen tien jaar: gewoon stug door blijven roken.

God vergeten – do 30 dec. 2004

Een vriendelijke jongenman benaderde mij toen ik op koopavond met een boodschappentas vol afgeprijsde truien in de binnenstad liep. Of hij mij een vraag mocht stellen. Natuurlijk mocht hij dat, iedereen mag mij een vraag stellen.

“Wij zijn namelijk christenen en we wilden weten of U in God geloofd.” Strikt genomen was dat geen vraag maar een vaststelling van de eigen nieuwsgierigheid, maar ik had weinig behoefte om een syntactisch spelletje met het voetvolk van de heer te spelen. Sterker nog, ik had überhaupt geen zin om een gesprek over god met ze aan te knopen. En ik voelde ook niet direct de behoefte om ze te bekeren tot het atheïsme, hoewel ik volgens sommige mensen een fundamentalistische ongelovige ben. Mocht dat zo zijn, was ik er op dat moment eentje zonder missiedrift.

Ik antwoordde de jongen resoluut met de mededeling dat ik niet in god geloofde en maakte succesvol aanstalte om door te lopen. De jongen keek me enigszins verbouwereerd aan. Kennelijk was hij nog nooit in zo’n rap tempo afgewezen. Het zal wel met m’n homoseksualiteit te maken hebben. Ik ben gewend om mensen soms héél snel af te moeten wijzen.

Bredanaar van 2004 – wo 29 dec. 2004

Vielen er politici op dit jaar? Ja, Peter van de Velden, maar die heeft de hoofdprijs al binnen. Misschien wel Kees Schoenmakers (Breda ’97), vanwege zijn gestage kwaliteit en scherp houden van de coalitie, een voorwaarde voor democratie. Of Selçuk Akinci (GroenLinks), omdat hij als enige jonge nieuwkomer nog niet is opgeslokt door Het Systeem en onbevangen de raakste dingen kan zeggen dan wel de plank volstrekt kan misslaan.

Het is een stuk uit de column van chef stadsredactie Willem Reijn (zie web-log vr 1 okt. 2004) van vandaag, waarin hij op zoek gaat naar de Bredanaar van het jaar. Ik kan melden dat ik uiteindelijk niet in de top 5 beland ben, in tegenstelling tot collega Kees Schoenmakers, maar het scherp houden van de coalitie is natuurlijk ook een net iets grotere verdienste dan onbevangen de plank misslaan.

Ik beschouw het desalniettemin als groot compliment dat ik samen met Schoenmakers en de nieuwe burgemeester Van de Velden als enige politici in het rijtje voorkom. Daar heb ik twee redenen voor.

Als eerste is het als politicus altijd leuk om genoemd te worden. Dan weet je in ieder geval dat je werk is opgevallen en dat je het dus ook niet allemaal voor de kat z’n je-weet-wel doet. De tweede reden zit ‘m in het argument dat Willem Reijn aanvoert om mij te noemen: het onbevangen zijn.

De ergste raadsleden zijn wat mij betreft de raadsleden die, al dan niet met lange raadservaring, menen zich te moeten opstellen als een technocratisch bestuurder. Wiens beslissingen gespeend lijken van elk gevoel voor de stad of voor haar inwoners. Die geen mening vormen vanuit een politieke visie, maar vanuit machts- en lijfsbehoud. Kleurloze en derhalve zielloze volksvertegenwoordigers dus. En van Willem Reijn begrijp ik dat ik vooralsnog niet tot dat naargeestige genootschap plucheklevers ben toegetreden. Ik mag mezelf nog mens noemen. En daar prijs ik mijzelf gelukkig onder.

Ik wil nog best een periode onbevangen in de raad zitten. Maar het raadslidmaatschap is wat mij betreft een eindige zaak. Als je te lang op een zetel zit, gaat het pluche zich naar je billen vormen. En dat kan niet de bedoeling van democratisch toebedeelde macht zijn. Hoe beperkt die macht als oppositieraadslid soms ook is.

Spam – di 28 dec. 2004

Hoe het toch mogelijk is dat het voor bedrijven interessant is om op grote schaal ongevraagde e-mail te versturen, blijft mij verbazen. Aan het spammen gaat namelijk geen grootschalig opgezet doelgroepenonderzoek vooraf. Had dat wel zo geweest, zou ik me zorgen gaan maken. Het zou immers betekenen dat ik een doodziek psychologisch wrak zou zijn met een piepklein rotpikkie dat ‘m op het moment supreme ook nog eens niet omhoog zou krijgen en daarnaast ook niet meer van deze tijd is. En alsof dat nog niet erg genoeg is, zou ik ook nog een perverse hetero geweest zijn. Dit getuige de aanbiedingen voor goedkope medicijnen als prozac en valium, penisverlenging, viagra, rolexen en kijkjes in de slaapkamer van ene Natasja die ik wekelijks in mijn inbox ontvang.

De eerste boetes aan Nederlandse spammers zijn inmiddels uitgedeeld en dat leverde een itempje in het acht uurjournaal op. Waarbij ook de etymologische oorsprong van het woord spam werd uitgelegd. Spam, zo vertelde mij het journaal, is een ingeblikte pulp van varkensvlees die net zo onaantrekkelijk is als de ongevraagde e-mails.

En daar gaat het journaal flink de fout in. Ten eerste is het vleesproduct spam lang niet zo onappetijtelijk als de naam doet vermoeden, ten tweede (en dat valt de NOS-verslaggever ècht kwalijk te nemen) is de naam spam niet direct van het vleesproduct afgeleid, maar van een sketch van Monty Python.

In die sketch komen een man en een vrouw een pub binnen. Aan één van de tafels zit een groep Vikingen (het is immers Monty Python). Als het paar aan de bediende vraagt wat er zoal op het menu staat, blijkt dat alleen maar te bestaan uit talloze gerechten met daarin altijd het ingrediënt spam. En telkens bij het voorbijkomen van het woord spam begint het groepje Vikingen in koor ongevraagd te zingen: “Spam, spam, spam, spam, lovely spam, lovely spam”. Deze sketch, vol ongevraagde sluikreclame (nota bene door de Engelse, reclamevrije BBC uitgezonden) is de werkelijke oorsprong van de nieuwe betekenis van spam.

Over ongevraagde informatie gesproken: natuurlijk snap ik dat de NOS de eerste dag van de ramp wil vermelden hoeveel Nederlanders er in Azië om het leven zijn gekomen. En ook snap ik dat er items gemaakt worden over de Nederlanders die daar nu hulp krijgen. Waar ik me wel groen en geel aan erger, is dat zo’n substantiëel deel van de journaal-tijd aan berichtgeving over het aantal Nederlandse slachtoffers ging (zijn het er nu vijf of twaalf?) terwijl het totale dodental al akelig rap richting de 100.000 aan het stijgen is. En het werd me helemaal te gortig toen één van de radio-journaals zelfs opende met het aantal Nederlandse slachtoffers. Dat het totale dodental in dat afgelopen uur al weer met enkele duizenden was toegenomen, was kennelijk minder belangrijk. Op dit soort momenten walg ik van het Nederlandse journaille. Ik heb zelf ook een journalistieke achtergrond, maar anders zou je ze toch…

Marathon – ma 27 dec. 2004

Het idee was om de Lord of the Rings ook culinair te beleven. Maar het uitzoeken van recepten en het tijdig serveren daarvan, zodat de gerechten een optimale inbedding in het verhaal van de filmversie van LOTR zou krijgen, bleek dermate ingewikkeld en tijdrovend dat ik van dat idee maar had afgezien. Peter, bij wie we de LOTR-extended DVD-marathon hielden, heeft ook geen fornuis of oven, wat het originele plan nog verder bemoeilijkte. Daarnaast was er bij de slager ook geen gemarineerd Orc-vlees te krijgen.

Het lukte niet de film Dolby-surround af te spelen zonder dat het beeld te schokkerig werd. We hebben het dus met primitief stereo-geluid moeten stellen. Maar het beeld, bijna drie meter breed geprojecteerd op de witte muur van de woonkamer van Peter, was prachtig, zeker nadat de schemering had ingezet.

Alles bijelkaar heeft de vertoning, inclusief pauzes en het eenmalig afdraaien van de volledige aftiteling (inclusief alle namen van leden van de LOTR-fanclub) toch ruim twaalf uur geduurd. Een ware uitputtingsslag dus. Net als Frodo had ik het soms erg moeilijk met het volbrengen van de missie: het uitzitten van het hele drieluik. Rond een uur of vier ’s nachts keerden wij huiswaarts. Namariè!.

Schone kerst – 25 en 26 dec. 2004

Eerste kerstdag begon met het stofzuigen van mijn auto. Het vuil had zich in de afgelopen maanden opgehoopt op, in en onder de matjes van mijn auto en ik was er steeds niet aan toegekomen daar eens de stofzuiger langs te halen. De vrije dagen van kerst zijn een goed moment voor dat soort klusjes. Daarna naar Terheijden voor een bezoek aan grootmoeder en vervolgens door een verkeerde afslag via de provinciale wegen door het mooie Brabantse platteland onder een prachtig blauwe lucht naar Monnickendam gereden om daar eerste kerstdag te dineren met de ‘schoonouders’. Best spannend en ik was natuurlijk ook wel een beetje zenuwachtig, maar uiteindelijk was dat nergens voor nodig. Het zijn namelijk gewoon gezellige en leuke mensen die niet bijten.

De kennismaking verliep zo voorspoedig dat toen Leon rond een uur of half twaalf zijn bed opzocht (want erg moe) ik samen met zijn ouders nog naar de video van de speelfilm van Asterix en Obelix ben blijven kijken.

Tweede kerstdag werd ‘gevierd’ bij mijn moeder, met mijn broer en zijn vrouw. Na het uitgebreide maal zijn Leon en ik nog de stad ingegaan. In De Boulevard was een technofeestje gaande. Het was tevens de gelegenheid waarbij ik Leon kon voorstellen aan een groot gedeelte van mijn eveneens daar aanwezige vriendenkring. Ik durfde het aan na de wijn van het diner over te stappen naar het bier (linke soep!), Leon gaf de voorkeur aan vodka en vriend Cbi (die eerder die avond had gebeld met de vraag of er ergens nog wat leuks te doen was) zat aan de whiskey.

Kerststress – vr 24 dec. 2004

Aan de vooravond van de kerststress naar de kroeg gegaan met Peter en Guus. Nadat we Peter gered hebben uit de armen van een knappe, maar laveloos dronken meid zonder andere inhoud van overvloedige alcohol Café Dok 19 verruilt voor de Boulevard, alwaar de Hoegaarden net zo lekker smaakte. Wilde zelf nog even langs de Beyerd, die dicht bleek te zijn en waardoor ik dus op een voor mijn doen christelijk tijdstip onder de wol belandde.

Haven (2) – do 23 dec. 2004

De beslissing over het heropenen van de haven is al veel langer geleden genomen. Toch was het enige ècht belangrijke punt op de agenda het havenplan. Over de rest bestond weinig onenigheid. (zie web-log ma 20 dec. 2004

Het door D’66 aan de agenda toegevoegde punt betrof een initiatiefvoorstel waarin stond dat de gemeente, bij het geven van de opdracht (officieel: het bekend maken van de aanbesteding) naast het eigen plan ruimte moest laten voor het ontwikkelen van een alternatief plan met dieper water. Het huidige havenplan met rivier bestaat namelijk uit een ondiepe bak met water die boven het waterniveau uitsteekt. Stromend water kan dus alleen kunstmatig worden gerealiseerd. Vandaar de bijnaam ‘Eftelingrivier’. Niets ten nadele van de Efteling trouwens.

Het CDA speelde een cruciale rol. Deze partij deed al twee weken lang voorkomen alsof zij erg graag een natuurlijk stomende en dus diepe rivier wilden. Goed voor de stad, maar vooral goed voor de publieke opinie over het CDA, zullen ze gedacht hebben. Maar zoals wel vaker, trokken zij hun keutel in na enige weerstand van de wethouder en een inhoudsloze toezegging van de wethouder die diep water in de stad niet bepaald dichterbij heeft gebracht.

Het debat was goed: het ging over de toekomst van de stad en in principe had niemand volgens partijstandpunten hoeven stemmen. De manier waarop je de havenplannen wilt uitvoeren wordt namelijk (behalve bij de SP die natuurlijk tegen zijn) niet bepaald door je politieke kleur, maar door het hart voor je stad. En een beetje door gezond verstand.

Onze redenering: de haven komt er toch, dat staat inmiddels al vast. Dan moet je het in één keer goed doen, in plaats van een kunstmatige rivier aan te leggen die later wellicht nog verdiept kan worden, met alle bijkomende kosten van dien. Elke stap die in de richting van een diepe variant gaat, zullen we ondersteunen. De redenering van het CDA: ‘mensen hebben gezien dat wij ons best hebben gedaan voor een diepe variant (not!), maar het college dreigt (zoals waarschijnlijk besproken in de achterkamertjes) te klappen als het CDA voor een diepe haven zal kiezen, het college is heilig en dus bepaalt een wethouder uit Bergen op Zoom hoe hier in Breda de Westflank eruit moet gaan zien.’

Voor de volledigheid de argumentatie van de SP: ‘wij zijn tegen de haven en dus ook tegen elke variant op de huidige plannen. Wij willen daar een plein.’ Waarmee deze partij er samen met het CDA voor gezorgd heeft dat de huidige plannen zonder enig tegengas gewoon uitgevoerd gaan worden.

Zoals ik al zei: het debat was leuk, want in weze niet partijpolitiek. De uitkomst was niet leuk. Die was namelijk wel heel erg politiek. Voor de zoveelste keer is er besloten om ergens mee door te gaan terwijl iedereen iets anders wil, omdat er andere, ondoorzichtige en voor de Bredase bevolking totaal onduidelijke belangen zijn die kennelijk voor veel raadsleden zwaarder wegen dan het aangezicht van de westzijde van het centrum. Ge zijt bedankt!