Duaal Verhaal – ma 1 nov. 2005

Voor de 82 bomen in Teteringen was er geen redden meer aan. De kapploeg stond al voor halfnegen klaar om ze te vellen. De commissievergadering Algemene Zaken ging minder rap. De vergadering duurde welgeteld vier uur. Belangrijkste punt op de agenda: het dualisme.

Vier jaar geleden is het dualisme ingevoerd. Kortgezegd betekent dat dat de wethouders niet meer tegelijkertijd raadslid zijn en dat de afstand tussen raad en wethouders dus is vergroot. De taken van de gemeenteraad bestaan sindsdien uit het in hoofdlijnen uitzetten van beleidskaders en controleren of de wethouders hun werk goed doen.

Eén van de nieuwe instituten die daarvoor in het leven is geroepen, is de raadsgriffie. Dat is, althans in Breda, een club goed ingewerkte ambtenaren die de raadsleden ondersteunen in hun werk. De griffier in Breda Annelies de Wit (de baas van de griffie) heeft een belangrijke rol gespeeld in de ontwikkeling van het dualisme. Daarbij had ze wel eens kritiek op de raadsleden. Niet op hun meningen, wel op de manier waarop de raadsleden hun werk deden. Mij heeft ze ook wel eens de maat genomen.

Ik ben dol op dat soort figuren. Kritiek op je functioneren kan je immers helpen je werk beter te doen. Helaas dacht lang niet iedereen in de raad er zo over. Twee partijen in het bijzonder, hebben de griffie regelmatig dwarsgezeten, het CDA en Leefbaar Breda.

Voor een goed verstaander kwam die kritiek gisteren duidelijk naar boven. Het CDA wil voor de toekomst een kleinere (lees: minder lastige) griffie en Leefbaar houdt er een zelfde mening op na.

Het is typisch dat juist deze twee conservatieve partijen zoveel moeite hebben met het dualisme, laat staan met een onafhankelijke griffie. Ik snap werkelijk niet waarom het zo moeilijk is om af en toe een spiegel voorgehouden te krijgen met betrekking tot je eigen functioneren. Ik snap ook niet wat er tegen een griffie is, die actief probeert het dualisme in Breda vorm te geven. Zulke mensen zouden geprezen moeten worden, in plaats van afgebrand. Ik kan me dan ook niet aan de indruk onttrekken dat er een persoonlijke strijd wordt gevoerd. Een beetje kinderachtig: incompatibilité d’humeur als argument voor het uitkleden van de griffie.

Wat mij betreft wordt er helemaal niets veranderd aan de grootte van de griffie. We hebben die ambtelijke ondersteuning met z’n allen hard nodig om fatsoenlijk te functioneren. De griffie is meer dan een postkamer of een secretariaat. Het is een inhoudelijke ondersteuning van het raadswerk. Nu Annelies binnenkort als griffier vertrekt, ziet GroenLinks dan ook graag een griffier die net zo enthousiast en bevlogen is als de oude griffier. Wie durft de schoenen van Annelies te vullen?

Bomen – ma 31 okt. 2005

De Milieu Effect Rapportage Teteringen is nog maar net vrijgegeven voor inspraak en het college van B&W heeft besloten al vast te beginnen aan de reconstructie van de Oosterhoutseweg in Teteringen. Veel mensen zullen blij zijn dat het pokdalige asfalt wordt vernieuwd. Helaas moeten daar ook 82 honderdjaar oude bomen voor wijken.

De hele kwestie ligt nogal moeilijk. De reconstructie van deze weg gaat gepaard met de aanleg van mooie, vrijliggende fietspaden en een vrije busbaan voor de realisatie van Hoogwaardig Openbaar Vervoer. Het is inmiddels gebleken dat wanneer de kwaliteit en de frekwentie van het OV toeneemt, mensen er meer gebruik van zullen maken. En dat zijn natuurlijk allemaal dingen waar wij voor waren. Reden voor mijn voorgangers in de fractie om destijds, op een onbewaakt ogenblik, voor de reconstructie van de Oosterhoutseweg te stemmen. Nu de rode stippen op de prachtige te kappen bomen staan, is het behoorlijk slikken.

Vanochtend verzamelden we ons op de Oosterhoutseweg. Maar de gemeentelijke houthakkers kwamen niet. Al wel was duidelijk geworden dat een juridische procedure de bomen niet meer kon redden. En later bleek dat er ook politiek geen meerderheid was te krijgen om de zaak op zijn minst nog even te laten bekijken. Alleen de oppositiepartijen waren bereid om te zoeken naar alternatieven, waarbij minder of geen bomen zouden sneuvelen.

’s Avonds voorafgaande aan de fractievergadering in Buurthuis de Scheldestraat in de wijk Westeinde geweest. Het Westeinde is een heerlijke volksbuurt waar de mensen geen blad voor de mond nemen. Helaas is het soms ook een buurt waar dingen gebeuren die niet helemaal door de beugel kunnen. Door onenigheid tussen de buurt en het buurthuisbeheer ging deze zomer het buurthuis ineens dicht. Sinds vorige week is het buurthuis weer open. Op deze maandagavond was de burgemeester er om tekst en uitleg te geven en vooral om van de buurt te horen wat hun problemen zijn.

De microfoon voor de buurtbewoners bleek niet nodig. (Ik kwêk uit m’n eige wel ‘ard genoeg). En even liepen de emoties hoog op, toen een moeder van één van de jongeren die een tijdelijk lokaalverbod had gekregen, de burgemeester ter verantwoording riep. Burgemeester Peter van der Velden loste het prachtig op: “laat ik daar straks met U alleen verder over praten. En ik ben ook bereid om het aan de jongens uit te leggen, maar niet hier.” Los van het soms wat afstandelijke taalgebruik van onze nieuwe Burgemeester weet hij de sfeer op dit soort bijeenkomsten feilloos aan te voelen.

Zingen voor Ghana – zo 30 okt. 2005

Na de strategiedag waren we nog wat gaan eten met het partijbestuur. En nog even gaan borrelen. Met de allerlaatste trein reed ik terug naar Breda en besloot ik zelfs nog even langs te gaan bij het feestje van Paul en Nandl. Ik kon toch een uur langer blijven slapen. Ik werd wakker met een keel als schuurpapier.

Het zal vooral de lichte verkoudheid van de afgelopen dagen geweest zijn, alhoewel ik er van overtuigd ben dat de hoeveelheid alcoholische drank van gisteren ook niet echt geholpen heeft. Ik had er dan ook niet veel vertrouwen in dat het optreden van ons koor geweldig zou verlopen. Ik besloot dus maar heel zachtjes mee te zingen.

Het was één of andere Ghana-benefiet. Hoewel ik me niet echt verdiept heb in de doelstellingen, vindt ik dat altijd mooie dingen om voor te zingen. Die je nog eens wat goeds voor de mensheid.

De rest van de dag heb ik voornamelijk geprobeerd mijn web-log nu voor eens en voor altijd (yeah, right!) up-to-date te krijgen. Hiernaast een poll over hoelang het duurt voordat ik weer hopeloos achterloop.

Strategie – za 29 okt. 2005

De landelijke strategiedag was bedoeld om de landelijke campagneplannen te toetsen aan de ervaringen en meningen van het lokale kader. De opkomst viel een beetje tegen. Desondanks was de uitkomst van de discussie naar alle tevredenheid. Jammer alleen dat euro-fractievoorzitter Kathelijne Buitenweg door haar rug ging.

Goed, het was voor mij soms erg saai. De twee powerpoint-presentaties die de revue passeerden, had ik allebei al minstens drie keer gezien. Voor mensen als Femke Halsema, Wijnand Duyvendak, Herman Meijer en Tom van der Lee was het ongetwijfeld nog erger: zij hebben dezelfde presentaties nog vaker gezien. Zelfs Maarten Brouwer, de maker van de presentatie, moest toegeven dat ze hem inmiddels danig de keel uithingen.

De hele dag ging eigenlijk over het imago dat GroenLinks heeft, in hoeverre dat aansluit bij wat we zelf denken dat we moeten zijn en hoe we dat imago verder uit kunnen bouwen. Je praat dan al gouw in termen van kiezersmarkten, merkessenties en branding. Best grappig om politiek eens een keer vanaf die kant te bekijken.

Uiteindelijk is het allemaal relatief: GroenLinks zal geen enkel standpunt veranderen om zich marketingtechnisch beter te positioneren. Maar het kan wel ontzettend handig zijn om te weten hoe je profiel in elkaar zit. Kennis is macht, zegt men wel eens. Ik neem aan dat ze daar ook zelfkennis mee bedoelen.

Beste André – vr 28 okt. 2005

Deze week verbood cultuurwethouder André Adank de directeuren van het cultuurbedrijf mee te werken aan een stedelijk cultuurdebat. Ik vind juist dat deze directeuren een waardevolle bijdrage kunnen leveren aan dat debat. Ik schreef een open brief aan de wethouder.

Aan de Wethouder van Cultuur
Dhr. André Adank
Claudius Prinsenlaan 10
4811 DJ Breda
verzending per fax en brief

Breda, 28 oktober 2005

Betreft: Open brief aan de Cultuurwethouder van Breda

Beste André,

Allebei hebben wij iets met cultuur. Jij als wethouder, ik als lid van de commissie cultuur. Qua visie op het cultuurbeleid zijn we het grondig oneens. Jij ziet cultuur graag als economische motor van de stad, ik zie het meer als eigenstandige waarde. Jij bepleit een sterke leiding vanuit het stadskantoor, terwijl ik er van overtuigd ben dat het verstandig is om het culturele leven in de stad zoveel mogelijk van onderop te laten inrichten. Ondanks dat verschil van inzicht, heb ik waardering voor de manier waarop je sommige zaken aanpakt. Het enthousiasme waarmee je reageerde op het bevrijdingsschilderij over Breda, dat ook in jouw ogen zeker in Breda een plek moest krijgen, vond ik positief. Ook vond ik het zeer positief dat je bij de laatste commissievergadering cultuur de commissieleden hebt opgeroepen om vooral het debat met het cultuurveld aan te gaan. Wellicht dat deze open brief een aanzet kan geven voor dat in ieder geval door mij, maar als ik je in de commissie goed verstaan heb, ook door jou vurig gewenste debat.

Ik was dan ook erg geschrokken toen ik deze week las dat jij de directeuren van het cultuurbeleid verboden hebt mee te doen aan een cultuurdebat dat het veld zelf van plan is te organiseren. Juist deze directeuren, die met beide voeten in de aarde staan, kunnen een heel zinnige bijdrage leveren aan zo’n debat over het culturele leven in de stad. Hen monddood maken, zou een cultuurdebat op voorhand mankeren. Jij beargumenteert dat met de mededeling dat een cultuurdebat in de politiek thuis hoort. Onjuist, als je het mij vraagt. Debatten over cultuur horen allereerst in de stad plaats, tussen burgers, kunstenaars, beoefenaars en ‘lijndragers’ in de culturele sector. Het probleem van het cultuurdebat is juist dat het zich te veel afspeelt tussen de muren van het stadhuis en op de burelen van de vakdirectie. Een groot, stedelijk cultuurdebat zou juist tot verfrissing en vernieuwing kunnen leiden. Daar heeft de raad behoefte aan. Een ieder die daar anders over denkt, heeft oogkleppen op.

Wie leiderschap wil geven aan de culturele sector in Breda, moet verantwoordelijkheid neerleggen bij de uitvoerders en niet zelf dingen bedenken in stoffige kantoren met pre-fab meubels. Cultuur ontstaat niet op conferenties en congressen over de toeristische meerwaarde van cultuur, maar op bruisende bijeenkomsten met kunst en debat. Een wethouder cultuur moet vertrouwen geven en kritiek accepteren, in plaats van halsstarrig eigen lijnen uitzetten. Ik vind het jammer en schadelijk dat je jezelf, door het buitenspel zetten van de directeuren van ons cultuurbedrijf, deze mogelijkheid voor reflectie ontneemt.

Het spreekverbod verdraagt zich niet met de creativiteit die inherent verbonden is aan deze sector. Het dreigement dat mensen die desondanks hun mond open doen, op zoek kunnen naar een andere baan, gaat in mijn ogen veel, maar dan ook veel te ver. Een cultuur van angst en dreigementen zal het veld lamleggen. Dat geeft jou misschien vrij baan je beleid zonder tegenwind uit te voeren, maar leidt uiteindelijk niet tot een vruchtbaar cultureel klimaat. Het past ook niet in een democratie om criticasters op deze wijze de mond te snoeren. Democratisch leiderschap vereist juist het incasseren en in het beleid verwerken van de kritiekpunten.

Ik roep je op tot een vrijzinnig leiderschap. Waarbij je je meer laat voeden van onderop dan door de rekenmeesters op het stadskantoor. Waarbij je open staat voor kritiek en je linkerwang toekeert, in plaats van terugfluit. Waarbij je je leiderschap gebruikt om het beste bij anderen boven te halen, in plaats van hen in te perken en in het hok te duwen. Wanneer dat lukt, ontstaat er iets moois. Wanneer dat niet lukt, geef ik je ter overweging dat het bij een conflict niet vanzelfsprekend is, dat de ondergeschikten ‘op zoek moeten naar een andere baan’.

Tot slot een culinaire opmerking. Wanneer een woordvoerder zegt dat de vakdirectie ‘het deksel wel op de pan schuift, wanneer deze dreigt over te koken’, geeft dat niet veel vertrouwen. Wie wel eens aardappels op het vuur zet, weet dat wanneer een pan dreigt over te koken, er maar één ding te doen is: het deksel eraf halen. Wie het deksel stevig op de pan drukt, kan twee dingen verwachten: blaren op de vingers en een heel smerig fornuis.

Ik wens je veel succes en wijsheid toe,
met hartelijke groet,

Selçuk Akinci

cc. pers cultuurinstellingen cultuurorganisaties

Wijk en dorpsraden – do 27 okt. 2005

Het jaarlijkse gesprek tussen de raad en de wijk- en dorpsraden was er weer. Opgenomen en uitgezonden door de lokale televisie zelfs. Wat moet dat saai zijn om naar te kijken. Een gewone raadsvergadering lijkt me al vervelend, maar dit spant de kroon.

Voor de helderheid: voor de insiders een zeer nuttige bijeenkomst. De wijk- en dorpsraden uiten hun grieven en de raadsleden nemen dat mee, of niet. Maar voor de gemiddelde burger lijkt het me werkelijk niet interessant.

Of het zouden die paar raadsleden moeten zijn, die meenden op elke opmerking te moeten reageren. Raadsleden die dit gesprek met de dorps- en wijkraden maar aangrepen om al vast hun eigen campagne te voeren. Raadsleden die zelfs bij deze bijeenkomst liever zichzelf hoorden praten dan dat ze aandacht hadden voor de verhalen van de kant van de dorps- en wijkraden. Wie de schoen past, trekke hem aan.

Prikacties – wo 26 okt. 2005

Voor mijn vakantie naar Kenya moest ik enkele vaccinaties hebben. Tegen gele koorts en hepatitis A en natuurlijk de bekende DTP-prik. Hoewel ik die op mijn vijfde ook gehad heb als onderdeel van het rijksvaccinatieprogramma, werkt de DTP-prik maar vijftien jaar. De injecties deden geen pijn. Ik was een grote jongen.

Rond elf uur kwam ik aan op de fractie, waar ondanks zijn toestand, Piet Hein gewoon aanwezig was. We hebben vooral veel gepraat en een paar werkafspraken gemaakt. Het ging er voornamelijk over of ik hem kon waarnemen bij een aantal vergaderingen.

Eén van die vergaderingen was een belangrijke van de commissie Stedelijke Ontwikkeling. Op de agenda stonden enkele belangrijke MER-procedures, waaronder die van Teteringen. Ons commissielid Brechje nam de vergadering waar. Ik zat er alleen maar om eventuele moeilijke discussies op te kunnen vangen. Het bleek totaal niet nodig.

Kwaad weer – di 25 okt. 2005

Fractievoorzitter Piet Hein Scheltens moest voor controle in het ziekenhuis zijn. Hij had enkele weken terug een zware longontsteking gehad. Het eerste deel van het wijkbezoek in Prinsenbeek zou ik van hem overnemen. Door allerlei omstandigheden kwam ik iets te laat aan, waardoor de bus met de raadsleden die ons rond zou rijden door het buitengebied, net was vertrokken. Om niets te missen, ben ik maar achter de bus aangereden.

Totdat Piet Hein mij belde en ik de auto aan de kant van de smalle landweg zette. Hij had slecht nieuws: de dokter wilde een vervolgonderzoek omdat hij reden had te denken dat Piet Hein een tumor in zijn longen had. Nu bleek dat achteraf (het vervolgonderzoek was drie dagen later) gelukkig toch niet zo te zijn. Op dat moment voelde Piet Hein zich begrijpelijkerwijs te beroerd om zich actief met de politiek te bemoeien.

Ik heb me niet meer aangesloten bij de wijkbezoekers. Die avond hadden we namelijk ook een vergadering met de campagnecommissie gepland. Behalve mijn fractievoorzitter is Piet Hein na jaren van intensieve samenwerking ook een goede vriend van mij geworden. Ik schoof mijn gedachten opzij en ging in vergadermodus. Er was werk aan de winkel.

Politiek – ma 24 okt. 2005

De trein naar Den Haag kwam tien minuten te laat. Daar baalde ik om twee redenen van. Ten eerste had ik nog best terug naar huis kunnen lopen om de bestuursstukken die ik vergeten was in mijn tas te stoppen, op te halen. Ten tweede liep de vertraging tijdens de reis op tot zo’n twintig minuten, waardoor ik mijn eerste afspraak in Den Haag wellicht zou gaan missen.

Het was kiele kiele, maar om twee minuten voor elf liep ik de ambassade van Kenya binnen. Ik kon daar tot uiterlijk elf uur mijn paspoort inleveren om een visum te krijgen. Aangezien ik die middag toch al in Den Haag moest zijn, leek het me handig dit te combineren. Om 15.00 uur kon ik mijn paspoort weer ophalen. Jammer dat die andere afspraak ook om 15.00 uur was. Dus maar even gebeld dat ik wat later zou zijn voor het Strategisch Beraad van onze partij.

Tot een uur of twee bracht ik mijn tijd door in Café Leopold aan het Plein in Den Haag. Onder het genot van zo’n zes bakken goede koffie nam ik de begroting van de gemeente Breda door en bereidde ik mijn vergadering met het strategisch beraad voor. Na het ophalen van mijn visum arriveerde ik rond tien over drie, slechts tien minuten te laat, in de Tweede Kamer. Na de kennelijk broodnodigde controle (terrorismedreiging) mocht ik naar binnen.

Het was voor mij de eerste vergadering van het Strategisch beraad. Deze club, met daarin de partijvoorzitter, de fractievoorzitters van de Eerste en Tweede Kamer en de eurofractie, de voorlichters, de leden van het permanent campagneteam en enkele lokalo’s (waar ik er dus één van ben), komt maandelijks bijeen om met elkaar te overleggen over de thema’s die we over het voetlicht willen brengen en de manier waarop we onze standpunten naar buiten gaan brengen. Het viel me op hoe ontspannen de vergadering liep. Misschien maar meteen een vooroordeel uit de wereld helpen: wie denkt dat Femke Halsema nooit kan lachen, heeft het mis. Zij bleek tijdens deze vergadering een onvervalste grappenmaakster.

Na het Strategisch Beraad met de trein naar Utrecht voor de vergadering van het partijbestuur. Daaropvolgend nog met enkele mensen naar de kroeg, waar ik met de directeur van ons Wetenschappelijk Bureau nog een heel gesprek heb gehad over oude linkse dogma’s die soms moderne antwoorden op sociaal terrein in de weg staan. Een probleem wat we soms in onze eigen partij nog schrikbarend vaak tegenkomen.

De laatste trein naar huis heb ik gemist. Gelukkig woont alto-Joris in Utrecht en kon ik bij hem blijven pitten. En aangezien ik hem al een tijdje niet gesproken had, konden we meteen even bijkletsen.

Amendementen – zo 23 okt. 2005

De zondagmiddag stond in het teken van de wijzigingsvoorstellen die waren ingediend op ons verkiezingsprogramma. De programcommissie kwam zondagmiddag bij me langs om de amendementen te rangschikken en van een pré-advies te voorzien. Een hele klus.

Het aantal van 40 lag een stuk lager dan vier jaar geleden, toen het verkiezingsprogramma goed was voor maar liefst 139 amendementen. Desondanks waren we er tot in de avond mee bezig. Dat zegt volgens mij in positieve zin iets over de kwaliteiten van de programcommissie. Elk wijzigingsvoorstel is uitgebreid bediscussiëerd.

Ik was van plan vanavond nog naar de finale van Dokrock te gaan. Toen het eenmaal zover was, besloot ik maar thuis te blijven. Ik kon er de energie even niet meer voor opbrengen.